Posts tonen met het label Bijzonder Westland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijzonder Westland. Alle posts tonen
vrijdag 24 januari 2014
Winter
Naarmate de winter vordert, begin ik ze steeds meer te missen: de bijna onverstaanbare dialecten op de landelijke nieuwszender. Ze lijken verder weg dan ooit. Verleden jaar was het rond deze tijd min 18 en nu schijnt het zonnetje vrolijk naar binnen en wijst de thermometer in mijn tuin negen graden aan.
Ja ik mis ze. Ieder jaar komen ze wel een paar weken langs in de sport- en actualiteiten programma’s. U weet over wie ik het heb? Over de stemmen van jongens en meisjes van de lange adem. De stoere bonken op de schaats. De krijgers van het natuurijs en de organisatie daar omheen. De temperatuur hoeft in het noordoosten van ons land maar een paar graadjes onder nul te zakken en ze komen in rotten van tien voorbij. Mijnheer De Vries van ijsclub Hondsrug uit Noordlaren, Klaas de Winter van de schaatsenrijdersvereniging Gramsbergen of mevrouw Koudekerk-de Neut van de ijsvrienden uit Veenoord. Allemaal vertellen ze in hun onnavolgbare dialecten ‘dat ze er klaar veur bint’. Het is iedere winter weer een ware strijd wie van hen zijn baan het eerst in gereedheid heeft gebracht om de eerste marathon op natuurijs van het jaar te mogen organiseren.
En als het dan zover is, komen de rijders en rijdsters aan het woord. Stuk voor stuk zo van het land geplukt of onder de koeien vandaan getrokken. ‘En Jos, wat gaat het worden vandaag,’ interessante vraag van de reporter ter plaatse aan een van de deelnemers. Even een stilte, je ziet als het ware hoe zo iemand nadenkend met zijn hand over zijn kin strijkt en dan komt het antwoord. ‘Mwaa, de bienen binn goe’d en het ies is glad dus we goan dr wat van moaken’. Kijk, op zo’n moment is het voor mij pas echt winter. Als in de media de namen van dorpjes als Hollandscheveld, Zwartsluis of, pak um beet, Dwarsgracht domineren. Graag zou ik zelf eens een kijkje nemen daar in dat barre land. Schaatsen langs besneeuwde weilanden over dicht bevroren sloten. Een eindeloze witte vlakte voor, naast en achter me. Sierlijk een klein wak vol koukleumende eenden ontwijken die dicht opeen gepakt de koude trotseren. Schaatsen in een Siberisch landschap. Tegen de noordoostenwind in de honderdvijftig kilometers van de Holland-Venetië tocht onder de schaatsen laten wegglijden.
Helaas. Zulke afstanden zijn voor mij niet weggelegd. Als ik al op de schaats sta, is het op de mooi geprepareerde ijsbaan van De Lier, die na nachten van keihard werken weer net wat eerder open was dan de concullega’s van de ijsbaan van Schipluiden. Of héél misschien krabbel ik een stukkie weg op de Naaldwijkse Vaart in de richting van de tankval. Moet ik dan wel in mijn eentje naar toe, want mijn echtgenoot is niet tot enige winterse schaatsinspanning te bewegen. Die trekt al een extra trui aan wanneer hij in de krant een strip over pinguïns zit te lezen. Met de thermostaat op vierentwintig. Koukleum. Ook mijn zoon gaat in een dergelijk geval niet met me mee. Maar da’s heel andere koek en zopie. Die kan net zo naar een échte kouwe winter uitkijken als ik. Zodra het ook in het Westland begint te vriezen begint hij over “Vlaardingen”. Die keren dat het ook bij ons echt winterde, zoals begin verleden jaar, is hij niet van het ijs te slaan. Meerdere keren is hij, met een paar andere jonge Westlandse schaatshelden, de beroemde Vlaringse moppen wezen halen die hij bij thuiskomst trots ronddeelt. ‘Prima toggie, moeders, was weer helemaal goud’. Nee, die is mijn krabbelniveau volledig ontgroeid. Misschien wel daarom verlang ik zo naar de komst van de onverstaanbare dialecten op radio en televisie. Omdat dat betekent dat het ook weer tijd is voor die oeroude Westlandse traditie: schaatsen van Westland naar Vlaardingen. Daar een paar biertjes doen en dan proberen de zak met moppen, volgens traditie verpakt in een boerenzakdoek, zonder vallen, heelhuids thuis te krijgen. Kom op Koning Winter, gun mij een moppie!
woensdag 19 december 2012
Ut ken an mai legguh
Voor import Westlanders behoeft de titel deze keer
wellicht een vertaling en korte uitleg. ‘Ut ken an mai legguh’ betekent ‘het
kan aan mij liggen’. Een Westlandse uitdrukking die veelvuldig te horen is.
Soms wordt ie nog aangevuld met ‘maar’, dus ‘’t ken an mai legguh, maar…’
Echter veel verder gaat het zinnetje meestal niet. Meestal wordt het gebruikt
om uit te drukken dat er iets onbegrijpelijks is gebeurd, een soort
niet-logisch verband tussen twee zaken. En na het woordje ‘maar’ wordt van u
verwacht dat er geen verdere uitleg nodig is. Hooguit vult u als luisteraar het
aan met ‘volgens mai bennuh ze van ut padje af…’ ten teken dat u het ermee eens
bent.
Ik zal u een paar voorbeelden geven van momenten
waarop ik de uitdrukking hoorde, of zelf dacht.
Wellicht heeft u al eerder gelezen over het
aftreden van staatssecretaris van Economische Zaken, Co Verdaas. Geen slecht
baantje had die man, in ieder geval niet te vergelijken met het verrichten van
werk in de tuin of aan de weg. Het schuift ook wel aardig, zo’n baan als
staatssecretaris. Ongeveer 125.000 euro op jaarbasis en daar zit de
eindejaarsuitkering dan nog niet bij. De arme man moet er echter wel zijn
vakantie van reserveren, want dat is inclusief. Daar bovenop krijgt ie nog een
vaste onkostenvergoeding van 3.282,00 euro per jaar. Lijkt me ook niet
misselijk, maar goed, zo iemand moet toch redelijk voor de dag komen en netjes
in het pak steken, nietwaar? De kosten daarvan zijn kennelijk tot en met de
laatste 2 euro’s uitgerekend. Co Verdaas had er blijkbaar nog niet genoeg aan,
maar geen nood. Door zijn ‘declaratiegedrag’ een beetje naar zijn eigen normen
te verschuiven, kon ie kennelijk redelijk uit de voeten met zijn inkomen. Niet
zo verwonderlijk dat ie hierdoor in opspraak raakte. Het kostte hem dan ook
zijn baan. ‘Ach, wat een ellende,’ denkt nu de doorsnee arbeider. Zo’n kerel
krijgt een schop onder z’n gat, omdat ie de boel heeft lopen flessen. Nu heeft
ie geen recht op WW en kan zo hoppa de bijstand in!’ Althans zo werkt dat voor
de ‘gewone man’ die zich tegen wetten en regels in rijk meent te mogen rekenen.
Zo werkt dat echter niet met frauderende
ex-staatssecretarissen. Die krijgen eerst wachtgeld. In het geval van Verdaas
bedraagt dat gedurende 6 maanden zo’n 8.000 euro. Per maand, om precies te
zijn. Daarna heeft ie nog 26 maanden recht op 70 procent van het salaris dat
hij ontving als gedeputeerde van Ruimtelijke Ordening in Gelderland. Oók geen
minimuminkomen volgens mij. Nou, beste mensen, daar komt ie: ‘Ut ken an mai
legguh…’
Een ander voorbeeld, nu iets dichter bij huis. In
de gemeente Westland moeten mensen die zorg nodig hebben steeds meer
zelfredzaam zijn. Om dat mogelijke te maken zijn er o.a. thuiszorgwinkels,
alwaar zorghulpmiddelen verkregen kunnen worden. Vanaf 19 december zal de
thuiszorgwinkel in Naaldwijk gesloten worden en zijn de Westlanders aangewezen
op (de reeds bestaande) zorgwinkels in De Lier en Maassluis. Ut ken an mai
legguh…
Nog eentje. Naast de tuinbouw probeert men in het
Westland meer aantrekkingskracht uit te oefenen op het toerisme. Een
interessant informatiepunt hiervoor was de ANWB-winkel in het centrum van
Naaldwijk. Die moest gesloten worden, maar dankzij vele protesten, mocht ie
toch weer openblijven. Uiteindelijk is het winkeltje tóch gesloten. Ut ken an mai
legguh…
Datzelfde informatiepunt is weer geopend in een
naburige winkel. Een achteruitgang in de ontvangst van toeristen, waar de
horeca en andere toeristische attracties in de omgeving niet blij van werden.
Dat nieuwe informatiepunt – niet veel meer dan een rekje met folders - werd
echter feestelijk geopend. Ut ken an mai legguh…
Nou vooruit, hier nog eentje om het af te leren.
In de afgelopen week liepen diverse tuinbouwbedrijven schade op door vallend
ijs dat van hoogspanningskabels naar beneden viel op de kassen. Het glas moest
in een rap tempo vervangen worden om gewasschade door kou te voorkomen. Ik was
in de veronderstelling dat er onder hoogspanningskabels niet gebouwd mocht
worden en zocht op google naar nadere informatie. Ik had gelijk, maar die
regeling is nog maar vrij kort geleden ingesteld, dus het kan voorkomen dat er
nog bebouwing onder deze kabels bestaat. Al googelend liep ik tegen een
document aan, afkomstig uit Rotterdam, waarin stond dat er geen bebouwing onder
hoogspanningskabels mag plaatsvinden, maar dat in bepaalde gevallen wel de
hoogspanningskabels over bebouwing mag worden geplaatst. Ut ken an mai legguh…
Enfin, u kent er zelf ook vast nog wel een paar.
We zullen het met elkaar eens zijn dat het woord ‘gemeentehuis’ heel wat ‘ut ken an mai legguh’s’ bij u zal oproepen,
dus daar wil ik het niet meer over hebben. Gaat u zelf maar eens op zoek. Vindt
u een leuke? Stuur ‘m gerust in. Wellicht plaatsen we die dan nog eens in een
apart rubriekje in deze krant… An mai zal ut nie legguh, ik zou wel errug van
ut padje afwezuh azzik daar geen gebruik van zou makuh…
vrijdag 7 december 2012
Achter vaders rug
“De Westlander wordt wel gekarakteriseerd als
koppig, traditioneel, vrijheidslievend. Ook worden eigenschappen genoemd als
praktische zin, ongeëvenaarde werklust, eenvoudig van aard, ondernemingszin en
het sterke verlangen veel geld te verdienen. De grondtrekken die de rasechte
Westlanders gemeenschappelijk hebben, is grote gehechtheid aan de streek, trots
op het eigen bedrijf, conservatief en individualistisch. Hij hecht grote waarde
aan bestaanszekerheid, wat vaak aangezien wordt voor materialisme, en het
ontwikkelingspeil van de gemiddelde Westlander is niet hoog. Het heeft zelfs
lang geduurd voor hij tuinbouwonderwijs wist te waarderen.”
Dit citaat komt uit het gedenkboek ‘Sporen in de
tijd’ van de Wateringsche Woningbouwvereeniging. De spelling toont al aan dat
het geen hedendaagse visie op de Westlander is. Niet alle Westlanders voldoen
aan deze kenschets, maar velen zullen nog wel wat karaktertrekken herkennen. De
uitspraak wordt geciteerd door Lia Spitters in het boek ‘Achter vaders rug’ dat
vers van de pers in de boekhandel ligt. Het boek gaat over de herinneringen van
Rien de Hoog, Lia’s buurman, ook wel ome Rien genoemd. Lia tekende zijn
persoonlijke levensgeschiedenis op, afgezet tegen de sociale, economische en
politieke achtergrond van de jaren waarin Rien leefde (1917-2012). De
karakterschets uit het gedenkboek slaat op de vader van Rien (Klaas de Hoog) en
ook wel op Rien zelf. Rien was geen prater, maar wel een groot
verhalenverteller. Op de vraag van zijn buurvrouw Lia om zijn interessante
levensgeschiedenis op te tekenen, kreeg ze regelmatig het antwoord: ‘Waarom?’ Pas
nadat familie een klein zetje had gegeven, was Rien ertoe te bewegen zijn
verhaal te vertellen. En wat voor een verhaal!
Rien de Hoog kon terugkijken op een leven van
bijna een eeuw. Zijn hart lag bij de druiventeelt. In 1947 startte hij zijn
eigen bedrijf aan de Hoogwerf in Naaldwijk. Iedereen verkeerde de eerste jaren
na de Tweede Wereldoorlog in bittere armoede. Rien en zijn vrouw hadden de
eerste jaren de handen vol aan het bedrijf en hun jonge gezinnetje, maar
gelukkig konden ze na een paar jaar al vooruitgang boeken. Het harde werken
beloond. In zijn eigen woorden wordt dat in het boek opgetekend als ‘we hebben
heel wat afgesjouwd’. Langs de toenmalige trambaan was een lange kas gebouwd
met ‘1951’ op de kaspoot geschreven.
Rien bracht zijn jeugd door aan de Rijnsburgerweg
in Naaldwijk, waar zijn vader in het begin van de twintigste eeuw begon als
zelfstandig tuinder. Geboren in een groot gezin. Zoals gebruikelijk in die tijd
zorgden de oudsten voor de jongsten. De vader van Rien was een enorme
doorzetter en bezat ondernemingsgeest. Hij ging mee met de tijd, hield van
nieuwe spullen en was niet zuinig als het daarom ging. Zijn bedrijf ontwikkelde
zich tot een – voor die tijd – modern bedrijf, maar daar ga ik u verder niets
over vertellen. Het zou jammer zijn als ik hier te veel prijsgeef over het
boek. Ik kan het u namelijk van harte aanbevelen.
Vanaf het eerste moment van doorbladeren tot aan
het doorlezen van a tot z, heeft het boek mij niet meer losgelaten. Zóveel
herkenbaars.
Nou vooruit, toch nog een klein voorbeeldje uit
het boek. Over een ogenschijnlijk simpel dagelijks ritueel: het koffiedrinken.
Bakkiestaid zoals dat er in het Westland van ome Rien aan toe ging. Hij vertelt
erover: ‘We dronken altijd twee bakkies koffie. Het eerste bakkie met suiker,
het tweede zonder suiker maar met een kaakie erbij. Tenminste als het er af
kon. Om half vier was er thee. Vroeger had je heel sterke thee, die was bijna
zwart. We aten daar meestal niets bij. Alleen als je ’s middags niet genoeg
gegeten had, dan had je “theekoorts”, dan at je wél eens een boterham.’ Zo kent het boek talloze wetenswaardigheden
over het gewone (verdwenen?) alledaagse Westlandse leven. Ook voor Westlandse jongeren en import
Westlanders zeker lezenswaardig. Het (tuinders)leven van weleer, het zijn zúlke
mooie herinneringen… een stuk geschiedenis van het Westland door de ogen van een
Westlandse druiventuinder. Mooie persoonlijke verhalen over hoe het was en hoe
het leven verliep tot aan 2012. Een uitgebreide, fraai opgetekende oral history
van grote waarde.
Helaas heeft Rien de voltooiing van dit prachtwerk
niet meer mee kunnen maken. Hij overleed op 12 mei 2012. Lia Spitters is erin
geslaagd het doen en laten van Rien de Hoog vanaf zijn kleutertijd tot het
verzorgingshuis op een levendige manier op te schrijven. Ons eigen verleden
wordt door dit boek wat meer zichtbaar, aldus Dr. Ir. Aad Vijverberg,
voorzitter van de Stichting Stimulering Historische Publicaties Westland. Daar
sluit ik me volledig bij aan. Het boek
werd overhandigd aan een familielid. Een emotioneel moment voor de familie en
andere aanwezigen. Een uitreiking die ook nog eens plaats vond op historische
grond. In de bedrijfsruimte van het ultramoderne bedrijf van de firma Honders,
neven van “ome Rien” aan de Rijnsburgerweg, vroeger Monstersepad genaamd.
Precies daar waar de basis werd gelegd voor deze familiegeschiedenis.
‘Achter vaders rug’ ook nog eens voorzien van
talloze, vaak unieke foto’s, is o.a. verkrijgbaar bij Kantoor- en boekhandel
Vingerling voor 17,50 euro. Een echte
aanrader om cadeau te geven of te vragen in de komende feestmaand!
maandag 29 oktober 2012
Herfstachtige nostalgie
Afgelopen zondag maakte ik met een vriendin een korte wandeling door het Staelduinse bos in ’s-Gravenzande. Het weer was lekker, windstil, bewolkt maar droog en ongeveer 10 graden Celcius. Een mooie dag om te genieten van de invallende herfst en alle prachtige kleuren die de natuur dan tevoorschijn tovert. Voor ons liep een jong stel met twee kleine kindertjes, zo te zien een tweeling. Voor de zekerheid in kleurige kaplaarsjes gestoken, want de grond was drassig en kinderen stampen nu eenmaal graag in plassen. De ene helft van de tweeling liep dan ook lustig door de modder te spetteren. De andere helft had wat meer moeite met lopen en werd door moeder een handje geholpen. Beide armpjes omhoog, de handjes veilig in moeders handen die steun gaven. De moeder stapte kromgebogen achter haar peutertje aan. Herinneringen aan de koters die ik zelf op deze wereld heb gezet, kwamen naar boven. Ook met hen brachten we vele zondagse uurtjes door in het bos. Zoeken naar paddenstoelen, waar de kabouters hun woning in hadden gebouwd. Bosvruchten als ‘helikoptertjes’, eikeltjes en niet te vergeten kastanjes zoekend. Mooie bladeren verzamelend om thuis tussen een stukje keukenpapier en een stapel zware boeken te drogen. Maar niet teveel, want de dieren in het bos moeten van al die heerlijkheden kunnen leven. Nu is het zelfs verboden om iets mee te nemen uit het bos, immers alle natuurlijk materialen horen daar thuis en hebben een doel.
Mijn wandelmaatje is een echte paddenstoelenkenner. Ze wees me de mooiste exemplaren aan, waar ik zonder haar speurend oog aan voorbij zou zijn gelopen. Zij weet precies welke exemplaren eetbaar zijn en welke niet. Ik vind het razend knap, want zover reikt mijn kennis niet. We laten al die pracht gewoon staan, ik koop mijn paddenstoelen in de supermarkt, er blind op vertrouwend dat die wel goed zullen zijn. Paddenstoelen en kastanjes geven me een “herfstgevoel”. Wat dat is, kan ik moeilijk omschrijven, maar het neigt naar een stukje nostalgie. Hoe kan het anders als je je begeeft in een natuurgebied dat is ontstaan op eeuwenoude rivierduinen. Ik denk aan de meisjesclub die ik vroeger wekelijks bezocht en de kastanjes die we lustig tot klimmende spinnen omtoverden. Heel eenvoudig met een serie afgebrande lucifers die we er rondom instaken en een stukje touw dat we er kriskras omheen wonden. Als je dat dan losliet, leek de “spin” wervelend naar beneden te klauteren. In die tijd iets heel engs, niet te vergelijken met de Halloween materialen die tegenwoordig in de winkels liggen, maar toch eng. Eén kastanje liet ik altijd heel. Die stopte ik in mijn jaszak. “Dan kun je niet verkouden worden,” had mijn grootmoeder me ooit in al haar wijsheid verteld. Jarenlang hield ik die gewoonte aan, maar dit jaar is de verkoudheid me vóór geweest…
Toen ik nog een jonge meid was, was het Staelduinse bos een omstreden gebied. Ik herinner me dat er een Golfclub uit Rotterdam was die er een golfbaan van wilde maken. Met grote witte letters stond er een protest langs het Bonnenpad op een bunker getekend. Toen al begreep ik niet waarom zo’n klein stukje natuurschoon in het Westland moest worden ingepikt om er een gebied van te maken waar (in die tijd) alleen de elite van mocht genieten. Gelukkig wisten de Vrienden van het Staelduinse bos daar een stokje voor te steken. Zij droegen een aantal jaren later het bos over aan het Zuidhollands Landschap, echter niet voordat Defensie was overtuigd, dat deze het bos beter kon verlaten. Een goede zet. De bunkers die in de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd, worden nu bevolkt door vleermuizen. Om die rustig te kunnen laten overwinteren, zijn er kleine gebiedjes binnen het bos afgezet. Dat bos, dat ooit door kennissen die van de Veluwe kwamen, oneerbiedig werd betiteld als “het Staeduinse struikje” heeft een warme plek in mijn hart. De onlangs geopende uitkijktoren aan de bosrand biedt voor velen een leuke gelegenheid om het omringende gebied te bekijken. Het uitzicht aan de andere kant van het bos, met een schitterende boerderij met schapen en weidse velden met Hoek van Holland aan de horizon. Het Bezoekerscentrum alwaar vrijwilligers leuke activiteiten ontwikkelen voor natuurliefhebbers… ik kan daar oeverloos van genieten. Toen ik onlangs een kijkje nam op de website van de Vrienden van het Staelduinse bos, zag ik dat ze nog steeds bestaan: de clubs voor kinderen. Tot mijn genoegen worden ze goed bezocht. Mocht u echter uw kind willen aanmelden, dan moet ik u teleurstellen, want helaas ontbreekt het momenteel aan leiding; er is een ledenstop. Ontzettend jammer. Wie wil er nu niet dat kinderen van de natuur kunnen leren, ervan leren te houden en er later warme herinneringen aan te ontwikkelen… Een beetje respect voor de natuur ontwikkelen in ons overvol gebouwde gebied kan geen kwaad. Dus als u ergens in uw drukke agenda nog een uurtje over heeft, dan wil ik vragen om eens een mailtje naar staelduinsebos@hotmail.com te sturen. Hier kunt u meer informatie krijgen over het leiden van een kinderclub. Gewoon doen!
Joke Wageveld - 2012 © Tekstbureau Westland
vrijdag 3 februari 2012
Op bezoek bij… Breijeblij Café
Breien en haken is weer helemaal hip! Steeds meer vrouwen en zelfs mannen wagen zich aan de leukste werkstukken. Helga van der Schoor speelt daar op leuke wijze op in; zij opende onlangs het Breijeblij Café bij haar aan huis. Onder het genot van een lekker kopje koffie, thee en een stuk cake breiden en haakten creatievelingen dat het een lieve lust was. Onlangs haalde Helga met een groep breigenoten nog het nieuws met een gebreide kerstboom die volop te bewonderen was in de Oude Kerk en De Naald. Ze besloot hier een vervolg aan te geven en opende het Breijeblij Café. En met succes, kunnen we nu al zeggen. Gezellig werden er ideeën uitgewisseld en tips gegeven over de leukste wolwinkels, technieken en werkstukken. Die laatste werden veelvuldig meegenomen en bewonderd. Sokken, truitjes, hoedjes, handschoenen, Valentijnhartjes noem maar op, het is allemaal met de hand te maken. Een traditie die in ere wordt gehouden en die weer helemaal terug is. Dat is goed te zien aan de huidige kleding- en interieurmode.
‘Deze is van plastic tasjes gemaakt,’ vertelt Helga, die enthousiast een beugeltas toont. Avonden lang heeft ze plastic boodschappentasjes aan smalle repen geknipt om daar weer een stevige beugeltas van te breien. Het effect is erg mooi. Op tafel liggen allerlei boekjes met voorbeelden die gretig bekeken worden door de bezoekers van het Breijeblij Café. Het breien en haken van speelgoed en decoraties is momenteel erg in trek. Helga werkt zelf aan een tafereeltje voor Pasen. Schapen en een herder staan op een dienblad te prijken, een speelgoedknuffeltje ligt er naast, een poedel in wording krijgt steeds meer vorm. ‘De materialen hoeven niet duur te zijn,’ wisselen de dames onderling uit. De ene keer wordt er voor duurder materiaal gekozen en de andere keer is een wolletje van Zeeman of de Wibra ook ontzettend geschikt. ‘Daar zie je steeds vaker mooie meerkleurige wol, of pluizige varianten waar leuke effecten mee zijn te bereiken,’ beamen de dames. Tussen de gesprekjes door geeft Helga aanwijzingen aan diegenen die daar behoefte aan hebben. Uw redactielid dat gewoonlijk met twee linkerhanden is behept, heeft zich gewaagd aan het breien van een schaap en worstelt even met wat minderingen. Jaren geleden waagde zij zich aan het breien van een speelgoedkonijn voor haar dochter, dat nu nog steeds als een kruising tussen een schildpad en een konijn (schildkonijn) door het leven gaat… Echter deze keer geen nood, Helga legt het duidelijk uit en aan het eind van de avond is het schaapje al bijna klaar.
Heb je ook zin om eenmaal per maand een middagje of avondje mee te haken of breien? Het eerstvolgende Breijeblij Café is maandagmiddag 6 februari van 14.00 tot 16.00 uur. Wie ’s avonds wil meedoen kan woensdag 22 februari terecht van 19.30 tot 21.30 uur. Voor de koffie en thee wordt een kleine bijdrage gevraagd. Adres: Lange Broekweg 4 te Naaldwijk, in de serre grenzend aan de woning. Neem zelf je materialen, breipennen en/of haaknaalden mee.(Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
‘Deze is van plastic tasjes gemaakt,’ vertelt Helga, die enthousiast een beugeltas toont. Avonden lang heeft ze plastic boodschappentasjes aan smalle repen geknipt om daar weer een stevige beugeltas van te breien. Het effect is erg mooi. Op tafel liggen allerlei boekjes met voorbeelden die gretig bekeken worden door de bezoekers van het Breijeblij Café. Het breien en haken van speelgoed en decoraties is momenteel erg in trek. Helga werkt zelf aan een tafereeltje voor Pasen. Schapen en een herder staan op een dienblad te prijken, een speelgoedknuffeltje ligt er naast, een poedel in wording krijgt steeds meer vorm. ‘De materialen hoeven niet duur te zijn,’ wisselen de dames onderling uit. De ene keer wordt er voor duurder materiaal gekozen en de andere keer is een wolletje van Zeeman of de Wibra ook ontzettend geschikt. ‘Daar zie je steeds vaker mooie meerkleurige wol, of pluizige varianten waar leuke effecten mee zijn te bereiken,’ beamen de dames. Tussen de gesprekjes door geeft Helga aanwijzingen aan diegenen die daar behoefte aan hebben. Uw redactielid dat gewoonlijk met twee linkerhanden is behept, heeft zich gewaagd aan het breien van een schaap en worstelt even met wat minderingen. Jaren geleden waagde zij zich aan het breien van een speelgoedkonijn voor haar dochter, dat nu nog steeds als een kruising tussen een schildpad en een konijn (schildkonijn) door het leven gaat… Echter deze keer geen nood, Helga legt het duidelijk uit en aan het eind van de avond is het schaapje al bijna klaar.
Heb je ook zin om eenmaal per maand een middagje of avondje mee te haken of breien? Het eerstvolgende Breijeblij Café is maandagmiddag 6 februari van 14.00 tot 16.00 uur. Wie ’s avonds wil meedoen kan woensdag 22 februari terecht van 19.30 tot 21.30 uur. Voor de koffie en thee wordt een kleine bijdrage gevraagd. Adres: Lange Broekweg 4 te Naaldwijk, in de serre grenzend aan de woning. Neem zelf je materialen, breipennen en/of haaknaalden mee.(Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
dinsdag 24 januari 2012
Op bezoek bij… ladies a-capella choir “Flower Sound”
Suzan van der Spek: ‘Ik vind het een onwijs gezellig koor!’
Op uitnodiging van Suzan van der Spek bezocht de redactie ladies a-capella choir “Flower Sound” tijdens hun vaste repetitieavond in Kwintsheul. Zij verzorgt de PR van het koor en ontving ons een uur voordat de wekelijkse repetitie zou beginnen in het Scoutinggebouw. Een ander koorlid is druk bezig met koffie en thee zetten. Suzan: ‘Het koor is ooit opgericht door enthousiaste dames die het barbershop repertoire wilden zingen. (Red.: het wordt in het algemeen aangenomen dat deze zangstijl stamt uit de Afro-Amerikaanse cultuur rond 1900, waar kapperszaken (barbershops) belangrijke ontmoetingsplaatsen waren en nog steeds zijn, en waar de mannelijke klanten, wachtend op een knip- en scheerbeurt de tijd doodden door samen te zingen. Bron: Wikipedia). In de loop der tijd is daar bij Flower Sound verandering in gekomen, omdat barbershop op den duur een beetje eentonig werd. We zingen er nu ook 3- en 4-stemmig Nederlands- en Engelstalige liedjes bij en soms krijgen we begeleiding op de piano. We vernieuwen regelmatig het repertoire. Je moet dan denken aan nummers van Queen, Billy Joel of John Lennon. Ook hebben we een kerstrepertoire. Dat hebben we in de decembermaand bijvoorbeeld tijdens de Lichtjesavond in Delft gezongen.’
Suzan begon zelf ooit met zingen in een jeugdkerkkoor. Op haar 16e stopte ze hiermee en zocht ze iets anders. Heel lang zong ze niet meer in een koor. Via een advertentie ontdekte ze in 2000 Flower Sound. ‘Ik heb het erop gewaagd, belde en ben gegaan. Ik vond het meteen een onwijs gezellig koor! Er zitten heel verschillende vrouwen op; onderscheid maken we niet en jaloezie kennen we niet. We hebben nu ongeveer 25 leden. Of er nog meer bij kunnen? Ja hoor, er kunnen er nog een paar bij. We willen graag jonge aanwas. Na je 60e levensjaar gaat de stem er meestal op achteruit. Wie tussen de 45 en 55 jaar is, kan zich nog aanmelden. Er wordt eerst een stemtest gedaan, voordat iemand wordt toegelaten. Koorleden hoeven niet perse muziek te kunnen lezen, want je kunt ook vanaf een CD of muziekbestand oefenen. Ze moeten natuurlijk wel zuiver kunnen zingen.’
Gezellige sfeer
Flower Sound staat onder begeleiding van dirigent Freek Elbers. Freek geeft in het dagelijks leven les op een VMBO en is op muzikaal gebied een autodidact. Met groot enthousiasme dirigeert hij het koor. Feilloos geeft hij aan wat er nog kan verbeteren; een vakman. Het koor straalt een leuke, gezellige sfeer uit. Verschillende commissies buigen zich over de diverse taken, zoals muziekkeuze, kleding, PR, presentatie en wie er voor koffie en thee zorgt. Bij toerbeurt wordt dit een half uur voor aanvang van de repetities klaargezet, zodat er ook even tijd is om elkaar te spreken. Van 20.00 tot 22.00 uur repeteert het koor, onderbroken door een pauze om 21.00 uur. Tenslotte moeten de stemmen tussentijds even ‘gesmeerd’ worden.
Subsidie, optreden en toekomstplannen
‘Door het gewijzigde beleid van de gemeente Westland komen we nu in aanmerking voor een kleine subsidie,’ vertelt Suzan. ‘Daar zijn we enorm blij mee, want dat maakt onze mogelijkheden net even groter. Via Vitis Welzijn verzorgen we twee optredens per jaar waar een vergoeding tegenover staat. Ons eerstvolgende optreden is zondag 5 februari in Ouderenpaviljoen Maesemude aan de Choorstraat in Monster. Het koffieconcert begint om 12.30 uur en de toegang is gratis. Voor koffie en thee betaalt men 1 euro. Iedereen is welkom.’
Er liggen plannen om een optreden samen met het Wateringse Mannenkoor te realiseren, vanwege het 75-jarig jubileum van het mannenkoor. ‘Wij vinden het leuk om als tegenhanger van het Wateringse Mannenkoor met hen op te kunnen treden,’ aldus Suzan. ‘Maar ik moet nu gaan, want de repetitie begint zo dadelijk.’ Samen gaan we naar de repetitiezaal waar alvast een tribune is opgebouwd voor de foto. Even later klinkt verrassend mooi en zuiver 4-stemmig gezang in het Scoutinggebouw van Kwintsheul. Flower Sound is een koor met kwaliteit waar u beslist een keer naar moet luisteren!
Informatie
Voor meer informatie of boekingen kunt u een kijkje nemen op www.flowersound.net, of mailen naar info@flowersound.net. Op de website kunt u tevens een aantal fragmenten uit het repertoire van Flower Sound beluisteren. (Joke Wageveld)© Tekstbureau Westland
Op uitnodiging van Suzan van der Spek bezocht de redactie ladies a-capella choir “Flower Sound” tijdens hun vaste repetitieavond in Kwintsheul. Zij verzorgt de PR van het koor en ontving ons een uur voordat de wekelijkse repetitie zou beginnen in het Scoutinggebouw. Een ander koorlid is druk bezig met koffie en thee zetten. Suzan: ‘Het koor is ooit opgericht door enthousiaste dames die het barbershop repertoire wilden zingen. (Red.: het wordt in het algemeen aangenomen dat deze zangstijl stamt uit de Afro-Amerikaanse cultuur rond 1900, waar kapperszaken (barbershops) belangrijke ontmoetingsplaatsen waren en nog steeds zijn, en waar de mannelijke klanten, wachtend op een knip- en scheerbeurt de tijd doodden door samen te zingen. Bron: Wikipedia). In de loop der tijd is daar bij Flower Sound verandering in gekomen, omdat barbershop op den duur een beetje eentonig werd. We zingen er nu ook 3- en 4-stemmig Nederlands- en Engelstalige liedjes bij en soms krijgen we begeleiding op de piano. We vernieuwen regelmatig het repertoire. Je moet dan denken aan nummers van Queen, Billy Joel of John Lennon. Ook hebben we een kerstrepertoire. Dat hebben we in de decembermaand bijvoorbeeld tijdens de Lichtjesavond in Delft gezongen.’
Suzan begon zelf ooit met zingen in een jeugdkerkkoor. Op haar 16e stopte ze hiermee en zocht ze iets anders. Heel lang zong ze niet meer in een koor. Via een advertentie ontdekte ze in 2000 Flower Sound. ‘Ik heb het erop gewaagd, belde en ben gegaan. Ik vond het meteen een onwijs gezellig koor! Er zitten heel verschillende vrouwen op; onderscheid maken we niet en jaloezie kennen we niet. We hebben nu ongeveer 25 leden. Of er nog meer bij kunnen? Ja hoor, er kunnen er nog een paar bij. We willen graag jonge aanwas. Na je 60e levensjaar gaat de stem er meestal op achteruit. Wie tussen de 45 en 55 jaar is, kan zich nog aanmelden. Er wordt eerst een stemtest gedaan, voordat iemand wordt toegelaten. Koorleden hoeven niet perse muziek te kunnen lezen, want je kunt ook vanaf een CD of muziekbestand oefenen. Ze moeten natuurlijk wel zuiver kunnen zingen.’
Gezellige sfeer
Flower Sound staat onder begeleiding van dirigent Freek Elbers. Freek geeft in het dagelijks leven les op een VMBO en is op muzikaal gebied een autodidact. Met groot enthousiasme dirigeert hij het koor. Feilloos geeft hij aan wat er nog kan verbeteren; een vakman. Het koor straalt een leuke, gezellige sfeer uit. Verschillende commissies buigen zich over de diverse taken, zoals muziekkeuze, kleding, PR, presentatie en wie er voor koffie en thee zorgt. Bij toerbeurt wordt dit een half uur voor aanvang van de repetities klaargezet, zodat er ook even tijd is om elkaar te spreken. Van 20.00 tot 22.00 uur repeteert het koor, onderbroken door een pauze om 21.00 uur. Tenslotte moeten de stemmen tussentijds even ‘gesmeerd’ worden.
Subsidie, optreden en toekomstplannen
‘Door het gewijzigde beleid van de gemeente Westland komen we nu in aanmerking voor een kleine subsidie,’ vertelt Suzan. ‘Daar zijn we enorm blij mee, want dat maakt onze mogelijkheden net even groter. Via Vitis Welzijn verzorgen we twee optredens per jaar waar een vergoeding tegenover staat. Ons eerstvolgende optreden is zondag 5 februari in Ouderenpaviljoen Maesemude aan de Choorstraat in Monster. Het koffieconcert begint om 12.30 uur en de toegang is gratis. Voor koffie en thee betaalt men 1 euro. Iedereen is welkom.’
Er liggen plannen om een optreden samen met het Wateringse Mannenkoor te realiseren, vanwege het 75-jarig jubileum van het mannenkoor. ‘Wij vinden het leuk om als tegenhanger van het Wateringse Mannenkoor met hen op te kunnen treden,’ aldus Suzan. ‘Maar ik moet nu gaan, want de repetitie begint zo dadelijk.’ Samen gaan we naar de repetitiezaal waar alvast een tribune is opgebouwd voor de foto. Even later klinkt verrassend mooi en zuiver 4-stemmig gezang in het Scoutinggebouw van Kwintsheul. Flower Sound is een koor met kwaliteit waar u beslist een keer naar moet luisteren!
Informatie
Voor meer informatie of boekingen kunt u een kijkje nemen op www.flowersound.net, of mailen naar info@flowersound.net. Op de website kunt u tevens een aantal fragmenten uit het repertoire van Flower Sound beluisteren. (Joke Wageveld)© Tekstbureau Westland
dinsdag 20 december 2011
Midwinterhoornblazen in Staelduinse Bos
Heenweg - Het was een drukte van belang, afgelopen zondagmiddag in het Staelduinse bos. Vele honderden Westlanders en Midden Delflanders hadden huis en haard achter zich gelaten om getuige te zijn van een traditie. De traditie van het midwinterhoornblazen. Al van ver waren de monotone klanken die de bespelers van de midwinterhoorn voortbrachten te horen.
Oosten
Verantwoordelijk daarvoor is de Westlandse Midwinterhoorngroep. Deze van oorsprong Maaslandse groep introduceerde in 1993 de eeuwenoude traditie van het midwinterhoornblazen in de zuidelijke Randstad. Midwinterhoornblazen is een traditie die van oudsher vooral bekend is in het oosten van ons land. Vooral in de plattelandsgebieden van Gelderland (Achterhoek) en Overijssel (Twente), maar ook tot op de dag van vandaag actief beoefend in de provincie Drente.
Primitief
De tussen de 120 en 160 centimeter lange midwinterhoorn is een oud, vrij primitief blaasinstrument dat dateert uit de 15e eeuw, al zijn er ook aanwijzingen dat de hoorn al werd bespeeld vlak na het begin van onze jaartelling. Ze worden gemaakt van berken-, elsen- of wilgentakken die van nature al een ‘midwinterhoornvriendelijke’ kromming hebben. Het mondstuk, de happe, wordt gemaakt van het hout van de vlierstruik.
A20
Oorspronkelijk, neemt men aan, werd de hoorn gebruikt om contact met elkaar te houden. Van dorp tot dorp werden er met behulp van het geluid van de hoorn berichten door gegeven. Ook hielden de klanken wilde dieren op afstand en niet te vergeten de boze geesten. Ieder najaar komt de Westlandse midwinterhoorngroep bij elkaar om, in een tunneltje dat onder de A20 loopt, te oefenen. Het blaasseizoen begint, ook al traditioneel, op de eerste zondag van advent en duurt tot 6 januari, Driekoningen. Buiten deze tijd wordt er niet in het openbaar opgetreden.
Glühwein
Op vier locaties in het bos werd om de beurt de hoorn aangeblazen. Het publiek wandelde van geluid tot geluid, voorzichtig glibberend over de vanwege een enorme hagelbui aalgladde modderige grond van het bos. Al waren er ook mensen die voorzichtig liepen om niets te morsen van hun warm glaasje glühwein dat ze voorafgaand hun rondje bij het bezoekerscentrum hadden aangeschaft.
Natte neus
De spelers hadden het prima naar hun zin. ‘Het is stukken beter weer dan verleden jaar, toen lag er een dik pak sneeuw’, meldde een van hen. ‘Hooguit word ik wat belemmerd bij het spelen door een natte neus’, wist een ander, ‘maar verders is het prima te doen. Altijd leuk hier in het bos, hoor.’ © 2011 Tekstbureau Westland (Cent Wageveld)
Oosten
Verantwoordelijk daarvoor is de Westlandse Midwinterhoorngroep. Deze van oorsprong Maaslandse groep introduceerde in 1993 de eeuwenoude traditie van het midwinterhoornblazen in de zuidelijke Randstad. Midwinterhoornblazen is een traditie die van oudsher vooral bekend is in het oosten van ons land. Vooral in de plattelandsgebieden van Gelderland (Achterhoek) en Overijssel (Twente), maar ook tot op de dag van vandaag actief beoefend in de provincie Drente.
Primitief
De tussen de 120 en 160 centimeter lange midwinterhoorn is een oud, vrij primitief blaasinstrument dat dateert uit de 15e eeuw, al zijn er ook aanwijzingen dat de hoorn al werd bespeeld vlak na het begin van onze jaartelling. Ze worden gemaakt van berken-, elsen- of wilgentakken die van nature al een ‘midwinterhoornvriendelijke’ kromming hebben. Het mondstuk, de happe, wordt gemaakt van het hout van de vlierstruik.
A20
Oorspronkelijk, neemt men aan, werd de hoorn gebruikt om contact met elkaar te houden. Van dorp tot dorp werden er met behulp van het geluid van de hoorn berichten door gegeven. Ook hielden de klanken wilde dieren op afstand en niet te vergeten de boze geesten. Ieder najaar komt de Westlandse midwinterhoorngroep bij elkaar om, in een tunneltje dat onder de A20 loopt, te oefenen. Het blaasseizoen begint, ook al traditioneel, op de eerste zondag van advent en duurt tot 6 januari, Driekoningen. Buiten deze tijd wordt er niet in het openbaar opgetreden.
Glühwein
Op vier locaties in het bos werd om de beurt de hoorn aangeblazen. Het publiek wandelde van geluid tot geluid, voorzichtig glibberend over de vanwege een enorme hagelbui aalgladde modderige grond van het bos. Al waren er ook mensen die voorzichtig liepen om niets te morsen van hun warm glaasje glühwein dat ze voorafgaand hun rondje bij het bezoekerscentrum hadden aangeschaft.
Natte neus
De spelers hadden het prima naar hun zin. ‘Het is stukken beter weer dan verleden jaar, toen lag er een dik pak sneeuw’, meldde een van hen. ‘Hooguit word ik wat belemmerd bij het spelen door een natte neus’, wist een ander, ‘maar verders is het prima te doen. Altijd leuk hier in het bos, hoor.’ © 2011 Tekstbureau Westland (Cent Wageveld)
vrijdag 25 november 2011
Jubileumconcert Concordia Monster
Wijnand en Ineke Lock: ‘Het wordt een waar spektakel in Sporthal De Wielepet’
Monster - Komende zaterdag 26 november staat sporthal De Wielepet op zijn kop. Zeker weten. Daar namelijk (aanvang 20.00 uur, kaartjes kosten 10 Euro en zijn verkrijgbaar aan de zaal, in de voorverkoop of via www.cm2.nl) viert de Christelijke muziekvereniging Concordia Monster, oftewel CM2, met een spetterend jubileumconcert dat de vereniging dit jaar negentig jaren oud is geworden.
Kwiek
En het goede nieuws daarbij is dat de kwieke bejaarde nog in goede gezondheid verkeert. Zoveel wordt wel duidelijk uit het gesprek dat we hadden met twee buitengewoon actieve “Concordianen”, Ineke en Wijnand Lock uit Heenweg. Zij bestuurslid, hij trombonist in het orkest en lid van de jubileumcommissie. Wel zijn er wat zorgen over de aanwas van jeugd en de opdrogende subsidiestroom vanuit de gemeente Westland, maar over het algemeen heeft de Monsterse muziekvereniging haar zaakjes nog goed voor elkaar. Daar zijn leden als het echtpaar Lock mede verantwoordelijk voor. Beide liefhebbers van harmoniemuziek steken dan ook heel wat vrije uurtjes in CM2.
Nederbeat
Wijnand Lock (58) geboren Monsternaar, kreeg de harmoniemuziek met de paplepel naar binnen gegoten. ‘Mijn vader was toen ik heel klein was een, zeg maar, vooraanstaand actief lid van Concordia. Hij gaf muziekles aan huis. We waren nogal klein behuisd en die lessen vonden altijd wel ergens in huis plaats waardoor je elke noot ervan kon horen. Was geen ontkomen aan. Stimuleerde bij mij wel op de een of andere manier een sluimerende interesse in musiceren. Toch heeft mijn vader nooit druk uitgeoefend dat ik ook lid moest worden van de vereniging. Op mijn 16e stapte ik in een bandje. Ik had gitaar leren spelen en we vertolkten voornamelijk wat progressievere muziek maar ook nummers van bekende Nederbeat groepen uit die tijd. Ik noem Golden Earring, Shoes, Q 65, dat werk.
Op de hoogte
Mijn interesse in muziek is en was dus toen ook al tamelijk breed. Ik heb en had waardering voor harmoniemuziek maar ook voor klassieke muziek. Ik zal een jaar of 17, 18 zijn geweest toen ik een keer na een concert van Concordia besloot dat de trombone wel wat voor mij was. Ik heb me toen niet veel later aangemeld als lid. Met wat tussenpozen, ik heb nog een tijdje fanatiek op redelijk niveau aan wielrennen gedaan, ben ik alles bij elkaar toch al wel zo’n vijfentwintig jaar verbonden aan CM2. ‘Ook toen we buiten het Westland gingen wonen bezocht ik trouw de uitvoeringen en was steeds op de hoogte over het reilen en zeilen bij Concordia,’ vertelt hij. Weer terug in het vertrouwde Westland was het zich weer aanmelden als lid een van de eerste dingen die de amateur trombonist dan ook deed. Al snel was hij weer trouw iedere week te vinden in gebouw Irene in Ter Heijde aan Zee, waar de repetities van CM2 plaatsvinden.
Eerste viool
Ineke is een heel ander verhaal. ‘Ik ben veel later lid geworden van Concordia dan mijn man. Maar wel veel eerder begonnen met musiceren. Zat zo. Van mijn achtste tot mijn twaalfde zat ik samen met een vriendinnetje op blokfluitles. Na drie weken was ik dat al zat maar ik mocht er niet mee stoppen van mijn moeder. Ik ben daarna echter nooit bij een orkest gegaan. Al toen we getrouwd waren, kwam ik in het kielzog van Wijnand uiteindelijk bij Concordia terecht. Maar, daar ben ik het enige niet spelende lid. Als men mij vraagt waarom, dan zeg ik altijd ‘ik speel thuis altijd al de eerste viool en dat vind ik genoeg’. Ik heb naast mijn bestuursfunctie bij CM2 nog zoveel andere bezigheden, een drukke baan en vele interesses, dat meespelen in het orkest er maar een beetje bij zou hangen en daar houd ik niet van. Dat wil ik een orkest niet aandoen.’
Koraal
Negentig jaar geleden op 21 september 1921 werd muziekvereniging Concordia opgericht als een harmonieorkest op Protestants-christelijke grondslag. In de loop der jaren is dat signatuur mede als gevolg van de toenemende ontkerkelijking wel wat minder belangrijk geworden. De leden zijn anno nu niet meer per definitie lid van een kerkgenootschap. Is er desondanks nog iets van de Christelijke achtergrond te vinden bij Concordia? Wijnand Lock knikt instemmend: ‘Jazeker, we beginnen elke repetitie nog altijd met een koraal, een Protestants kerklied. Om in te spelen, warm te spelen. Een goede traditie die we nog steeds in ere houden. In vroeger jaren openden en sloten we de repetities met gebed maar daar zijn we een handvol jaren geleden met instemming van alle leden mee gestopt. Ook verlenen we gedurende het jaar met enige regelmaat onze medewerking aan speciale kerkdiensten. Er zijn dus nog steeds wel ‘lijntjes’ maar inderdaad niet meer zo strikt als vroeger.’
Ups en downs
De geschiedenis van het Monsterse muziekgezelschap is er één van ups en downs. Sterke jaren werden afgewisseld met magere. Eén van de dieptepunten was natuurlijk de bezettingstijd gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen was musiceren niet mogelijk. ‘Concordia lag gedurende die tijd op z’n gat,’ aldus Ineke Lock. ‘De bezetter aasde op het instrumentarium, maar dat lag veilig verstopt bij de notabelen van het dorp op hun zolders opgeslagen. Na de bevrijding werd de draad weer opgepikt.’ Niet dat er daarna geen problemen meer waren. Ook in de jaren vijftig ging het niet allemaal, om in muziektermen te blijven, ‘crescendo’. Rolden de leden nog regelmatig spreekwoordelijk over straat vanwege diverse meningsverschillen die gelukkig allemaal “na een glas en een plas” ook weer werden opgelost. ‘Typisch Concordia, die ups en downs,’ vervolgt Ineke Lock. Kom je ook tegen bij het orkest. Soms spelen ze de sterren van de hemel en is de klankkleur van het orkest fantastisch, als enig niet spelend lid mag ik dat zeggen, aan de andere kant is soms de motivatie en de inzet ver onder de maat en klinkt het voor geen meter.’
Twee namen
De oplettende lezer is het wellicht al opgevallen. We hebben het in dit artikel over zowel Concordia als over CM2. Hoe zit dat, twee verenigingen voor één geld? Wijnand Lock legt het uit. ‘Dat CM2 is ontstaan rond het 75 jarig jubileum in 1995. Er was een stroming die de officiële naam Christelijke Muziekvereniging Concordia Monster wat te lang en iets te oubollig vond. Er is toen een nieuw logo ontworpen en de naam werd ingekort tot CM2, twee keer c, twee keer m kwadraat. Sindsdien gebruiken we de oude en de nieuwe naam door elkaar heen, geen punt. Zowel in de muziekwereld als in het Westland weten de meeste mensen wel dat met Concordia (naam uit het Latijn, betekenis “eendracht”) en CM2 hetzelfde harmonieorkest wordt bedoeld.’
Time Flies
Terug naar het jubileumconcert van aanstaande zaterdag. Het echtpaar Lock gaat er nog eens goed voor zitten. Wijnand: ‘Ja dat belooft echt iets heel speciaals te worden. Er wordt niet alleen gemusiceerd door Concordia maar ook door de band F. Daarnaast verlenen dansschool Maik van Leeuwen en toneelvereniging De Plankeniers hun medewerking aan een geweldige jubileumshow die als titel “Time flies when you’re having fun” heeft. Een programma waarin we in vogelvlucht de afgelopen negentig jaren de revue laten passeren. We hopen op een goed gevulde Wielepet waar we meer mensen kwijt kunnen dan in onze vaste speelplek de Noviteit. Er is plek voor meer dan driehonderd bezoekers, die dan nog steeds ruim kunnen zitten is ons verzekerd. Het programma is heel gevarieerd, voor iedereen wat. Zowel de dansers, de toneelspelers van de Plankeniers als de leden van de band F zijn razend enthousiast over de show.’
Band F
Ineke vult aan: ‘Ja, helemaal waar en weet je wat ook zo leuk is? Speciaal voor jongeren, de deelname van Band F, rockhelden in opkomst. Ze zijn afkomstig uit Den Haag, ooit begonnen als schoolband op het ISW. Het normale repertoire van Band F bestaat uit cross-over rock rap en funk, Band F speelt in de finale een paar nummers samen met het orkest. Een heel aparte combinatie. Bij het repeteren kwam al duidelijk naar voren: het klinkt geweldig. Echt een aanrader om naar te komen kijken en luisteren. En dat niet alleen voor onze eigen vaste CM2 aanhang maar ook voor de fans van band F en de aanhangers van dansschool Maik van Leeuwen en toneelvereniging De Plankeniers. De leden van Concordia en zeker de jubileumcommissie mogen wat mij betreft nu al trots zijn op wat ze tot stand hebben gebracht. Alleen al voor al hun inspanningen verdienen ze al een volle zaal.’ Waarvan akte. (Cent Wageveld) © 2011 Tekstbureau Westland
Monster - Komende zaterdag 26 november staat sporthal De Wielepet op zijn kop. Zeker weten. Daar namelijk (aanvang 20.00 uur, kaartjes kosten 10 Euro en zijn verkrijgbaar aan de zaal, in de voorverkoop of via www.cm2.nl) viert de Christelijke muziekvereniging Concordia Monster, oftewel CM2, met een spetterend jubileumconcert dat de vereniging dit jaar negentig jaren oud is geworden.
Kwiek
En het goede nieuws daarbij is dat de kwieke bejaarde nog in goede gezondheid verkeert. Zoveel wordt wel duidelijk uit het gesprek dat we hadden met twee buitengewoon actieve “Concordianen”, Ineke en Wijnand Lock uit Heenweg. Zij bestuurslid, hij trombonist in het orkest en lid van de jubileumcommissie. Wel zijn er wat zorgen over de aanwas van jeugd en de opdrogende subsidiestroom vanuit de gemeente Westland, maar over het algemeen heeft de Monsterse muziekvereniging haar zaakjes nog goed voor elkaar. Daar zijn leden als het echtpaar Lock mede verantwoordelijk voor. Beide liefhebbers van harmoniemuziek steken dan ook heel wat vrije uurtjes in CM2.
Nederbeat
Wijnand Lock (58) geboren Monsternaar, kreeg de harmoniemuziek met de paplepel naar binnen gegoten. ‘Mijn vader was toen ik heel klein was een, zeg maar, vooraanstaand actief lid van Concordia. Hij gaf muziekles aan huis. We waren nogal klein behuisd en die lessen vonden altijd wel ergens in huis plaats waardoor je elke noot ervan kon horen. Was geen ontkomen aan. Stimuleerde bij mij wel op de een of andere manier een sluimerende interesse in musiceren. Toch heeft mijn vader nooit druk uitgeoefend dat ik ook lid moest worden van de vereniging. Op mijn 16e stapte ik in een bandje. Ik had gitaar leren spelen en we vertolkten voornamelijk wat progressievere muziek maar ook nummers van bekende Nederbeat groepen uit die tijd. Ik noem Golden Earring, Shoes, Q 65, dat werk.
Op de hoogte
Mijn interesse in muziek is en was dus toen ook al tamelijk breed. Ik heb en had waardering voor harmoniemuziek maar ook voor klassieke muziek. Ik zal een jaar of 17, 18 zijn geweest toen ik een keer na een concert van Concordia besloot dat de trombone wel wat voor mij was. Ik heb me toen niet veel later aangemeld als lid. Met wat tussenpozen, ik heb nog een tijdje fanatiek op redelijk niveau aan wielrennen gedaan, ben ik alles bij elkaar toch al wel zo’n vijfentwintig jaar verbonden aan CM2. ‘Ook toen we buiten het Westland gingen wonen bezocht ik trouw de uitvoeringen en was steeds op de hoogte over het reilen en zeilen bij Concordia,’ vertelt hij. Weer terug in het vertrouwde Westland was het zich weer aanmelden als lid een van de eerste dingen die de amateur trombonist dan ook deed. Al snel was hij weer trouw iedere week te vinden in gebouw Irene in Ter Heijde aan Zee, waar de repetities van CM2 plaatsvinden.
Eerste viool
Ineke is een heel ander verhaal. ‘Ik ben veel later lid geworden van Concordia dan mijn man. Maar wel veel eerder begonnen met musiceren. Zat zo. Van mijn achtste tot mijn twaalfde zat ik samen met een vriendinnetje op blokfluitles. Na drie weken was ik dat al zat maar ik mocht er niet mee stoppen van mijn moeder. Ik ben daarna echter nooit bij een orkest gegaan. Al toen we getrouwd waren, kwam ik in het kielzog van Wijnand uiteindelijk bij Concordia terecht. Maar, daar ben ik het enige niet spelende lid. Als men mij vraagt waarom, dan zeg ik altijd ‘ik speel thuis altijd al de eerste viool en dat vind ik genoeg’. Ik heb naast mijn bestuursfunctie bij CM2 nog zoveel andere bezigheden, een drukke baan en vele interesses, dat meespelen in het orkest er maar een beetje bij zou hangen en daar houd ik niet van. Dat wil ik een orkest niet aandoen.’
Koraal
Negentig jaar geleden op 21 september 1921 werd muziekvereniging Concordia opgericht als een harmonieorkest op Protestants-christelijke grondslag. In de loop der jaren is dat signatuur mede als gevolg van de toenemende ontkerkelijking wel wat minder belangrijk geworden. De leden zijn anno nu niet meer per definitie lid van een kerkgenootschap. Is er desondanks nog iets van de Christelijke achtergrond te vinden bij Concordia? Wijnand Lock knikt instemmend: ‘Jazeker, we beginnen elke repetitie nog altijd met een koraal, een Protestants kerklied. Om in te spelen, warm te spelen. Een goede traditie die we nog steeds in ere houden. In vroeger jaren openden en sloten we de repetities met gebed maar daar zijn we een handvol jaren geleden met instemming van alle leden mee gestopt. Ook verlenen we gedurende het jaar met enige regelmaat onze medewerking aan speciale kerkdiensten. Er zijn dus nog steeds wel ‘lijntjes’ maar inderdaad niet meer zo strikt als vroeger.’
Ups en downs
De geschiedenis van het Monsterse muziekgezelschap is er één van ups en downs. Sterke jaren werden afgewisseld met magere. Eén van de dieptepunten was natuurlijk de bezettingstijd gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen was musiceren niet mogelijk. ‘Concordia lag gedurende die tijd op z’n gat,’ aldus Ineke Lock. ‘De bezetter aasde op het instrumentarium, maar dat lag veilig verstopt bij de notabelen van het dorp op hun zolders opgeslagen. Na de bevrijding werd de draad weer opgepikt.’ Niet dat er daarna geen problemen meer waren. Ook in de jaren vijftig ging het niet allemaal, om in muziektermen te blijven, ‘crescendo’. Rolden de leden nog regelmatig spreekwoordelijk over straat vanwege diverse meningsverschillen die gelukkig allemaal “na een glas en een plas” ook weer werden opgelost. ‘Typisch Concordia, die ups en downs,’ vervolgt Ineke Lock. Kom je ook tegen bij het orkest. Soms spelen ze de sterren van de hemel en is de klankkleur van het orkest fantastisch, als enig niet spelend lid mag ik dat zeggen, aan de andere kant is soms de motivatie en de inzet ver onder de maat en klinkt het voor geen meter.’
Twee namen
De oplettende lezer is het wellicht al opgevallen. We hebben het in dit artikel over zowel Concordia als over CM2. Hoe zit dat, twee verenigingen voor één geld? Wijnand Lock legt het uit. ‘Dat CM2 is ontstaan rond het 75 jarig jubileum in 1995. Er was een stroming die de officiële naam Christelijke Muziekvereniging Concordia Monster wat te lang en iets te oubollig vond. Er is toen een nieuw logo ontworpen en de naam werd ingekort tot CM2, twee keer c, twee keer m kwadraat. Sindsdien gebruiken we de oude en de nieuwe naam door elkaar heen, geen punt. Zowel in de muziekwereld als in het Westland weten de meeste mensen wel dat met Concordia (naam uit het Latijn, betekenis “eendracht”) en CM2 hetzelfde harmonieorkest wordt bedoeld.’
Time Flies
Terug naar het jubileumconcert van aanstaande zaterdag. Het echtpaar Lock gaat er nog eens goed voor zitten. Wijnand: ‘Ja dat belooft echt iets heel speciaals te worden. Er wordt niet alleen gemusiceerd door Concordia maar ook door de band F. Daarnaast verlenen dansschool Maik van Leeuwen en toneelvereniging De Plankeniers hun medewerking aan een geweldige jubileumshow die als titel “Time flies when you’re having fun” heeft. Een programma waarin we in vogelvlucht de afgelopen negentig jaren de revue laten passeren. We hopen op een goed gevulde Wielepet waar we meer mensen kwijt kunnen dan in onze vaste speelplek de Noviteit. Er is plek voor meer dan driehonderd bezoekers, die dan nog steeds ruim kunnen zitten is ons verzekerd. Het programma is heel gevarieerd, voor iedereen wat. Zowel de dansers, de toneelspelers van de Plankeniers als de leden van de band F zijn razend enthousiast over de show.’
Band F
Ineke vult aan: ‘Ja, helemaal waar en weet je wat ook zo leuk is? Speciaal voor jongeren, de deelname van Band F, rockhelden in opkomst. Ze zijn afkomstig uit Den Haag, ooit begonnen als schoolband op het ISW. Het normale repertoire van Band F bestaat uit cross-over rock rap en funk, Band F speelt in de finale een paar nummers samen met het orkest. Een heel aparte combinatie. Bij het repeteren kwam al duidelijk naar voren: het klinkt geweldig. Echt een aanrader om naar te komen kijken en luisteren. En dat niet alleen voor onze eigen vaste CM2 aanhang maar ook voor de fans van band F en de aanhangers van dansschool Maik van Leeuwen en toneelvereniging De Plankeniers. De leden van Concordia en zeker de jubileumcommissie mogen wat mij betreft nu al trots zijn op wat ze tot stand hebben gebracht. Alleen al voor al hun inspanningen verdienen ze al een volle zaal.’ Waarvan akte. (Cent Wageveld) © 2011 Tekstbureau Westland
donderdag 24 november 2011
Westland spint, of spinned…
Westland - Het uit het Engels afkomstige woord ‘spinning’ komt zelfs voor in het Van Dale woordenboek met de betekenis ‘het trainen op een hometrainer begeleid door muziek’. Of je het vervolgens mag vervoegen als 'ik spin – jij spint – hij spint etc.’ vermeldt de site van Van Dale niet, maar neemt u maar gerust aan dat we er in het Westland wel raad mee weten. Er valt met Westlanders in ieder geval goed garen te spinnen, zo bleek het afgelopen weekend. Allereerst was daar afgelopen zaterdag de spinningmarathon voor de Stichting Nicolette in de verpakkingshal van de Fa van Geest International op het terrein van Westerlee. Vanaf 13.30 uur ’s middags werden daar 70 spin-fietsen bezet door zich in het zweet spinnende mannen en vrouwen. Een gemêleerd gezelschap, jong, oud, ervaren spinners, oude spinsters, van alles was er naar de Westerlee gekomen om zich voor het goede doel in het zweet te spinnen. Neem nou Mevlut, in het dagelijks leven actief in één van de kassen van Westland. Als invaller voor een geblesseerde deelnemer stapte hij vol zelfvertrouwen op de spinfiets. Zijn dochter was ook mee. Voor de zekerheid, want dat ‘vaders’ het een uur zou volhouden, daar was ze nog niet zo zeker van. Kon zij het van hem overnemen. Mis, helemaal mis. Mevlut hield zich prima staande, deed braaf wat de voorfietser wilde, zijn korte benen maalden in een indrukwekkend tempo in het rond en na zestig minuutjes keihard spinnen stapte hij fris, vrolijk en fruitig van zijn fietsje. ‘Helemaal goed,’ glimlachte hij, lurkend aan een flesje energiedrank en met een vrolijk ‘nog een best weekend allemaal’ verliet hij de Van Geest International spinninghal om thuis lekker te gaan douchen na een geslaagde middag voor het goede doel. En zo verging het menig deelnemer. Ieder uur werden ze afgelost door een volgende ploeg. De deelnemers betaalden 25 euro per uur voor de stichting Nicolette die zich inzet initiatieven te stimuleren die de geestelijke en lichamelijke gezondheid en kwaliteit van kinderen met een beperking in het Westland bevorderen. Nagenoeg alle hometrainers waren tot en met 18.30 uur bezet.
Olympus ‘70
In het Intergreen Athletic House van Olympus ’70 stonden zo’n 60 hometrainers klaar vanaf 15.00 uur diezelfde middag. De startblokken mochten dit weekend in het voorraadhok blijven, want de atleten van Olympus en hun vriend(inn)en bestegen deze middag de hometrainers tijdens de AH Koornneef Spinningmarathon. De jeugd nam de ‘aftrap’ en werd afgelost door ouderen die zich onder de bezielende aanwijzingen van trainers tot grote hoogten en diepe dalen lieten leiden als ware het een training voor de Tour de France. Ook sponsor Edward Koornneef bevond zich onder de deelnemers die zich sterk maakten voor de inrichting van de indoorhal. De accommodatie voldoet aan de eisen van de Atletiekunie voor nationale en internationale wedstrijden. Aan de inrichting moet echter nog het nodige gedaan worden. Door de enthousiaste deelname van de sportliefhebbers is men weer een stapje verder voor de realisatie van een verspring- en een hoogspringsegment, alsmede een polsstokhoogsegment. Ook moet de indoorbaan van een nieuwe toplaag voorzien worden voor de sprintnummers. Na afloop van de AH Koornneef Spinningmarathon werd een overheerlijke pastamaaltijd geserveerd waarbij nog gezellig nagepraat werd. Beide evenementen kunnen terugkijken op een geslaagde, actieve zaterdag met enthousiaste deelnemers en organisatoren die zich als een spin in het web bewogen tussen alle spinnende sportievelingen. (Joke Wageveld)
© 2011 Tekstbureau Westland
Olympus ‘70
In het Intergreen Athletic House van Olympus ’70 stonden zo’n 60 hometrainers klaar vanaf 15.00 uur diezelfde middag. De startblokken mochten dit weekend in het voorraadhok blijven, want de atleten van Olympus en hun vriend(inn)en bestegen deze middag de hometrainers tijdens de AH Koornneef Spinningmarathon. De jeugd nam de ‘aftrap’ en werd afgelost door ouderen die zich onder de bezielende aanwijzingen van trainers tot grote hoogten en diepe dalen lieten leiden als ware het een training voor de Tour de France. Ook sponsor Edward Koornneef bevond zich onder de deelnemers die zich sterk maakten voor de inrichting van de indoorhal. De accommodatie voldoet aan de eisen van de Atletiekunie voor nationale en internationale wedstrijden. Aan de inrichting moet echter nog het nodige gedaan worden. Door de enthousiaste deelname van de sportliefhebbers is men weer een stapje verder voor de realisatie van een verspring- en een hoogspringsegment, alsmede een polsstokhoogsegment. Ook moet de indoorbaan van een nieuwe toplaag voorzien worden voor de sprintnummers. Na afloop van de AH Koornneef Spinningmarathon werd een overheerlijke pastamaaltijd geserveerd waarbij nog gezellig nagepraat werd. Beide evenementen kunnen terugkijken op een geslaagde, actieve zaterdag met enthousiaste deelnemers en organisatoren die zich als een spin in het web bewogen tussen alle spinnende sportievelingen. (Joke Wageveld)
© 2011 Tekstbureau Westland
woensdag 12 oktober 2011
Reünie op komst bij OBS De Schakel, een blij weerzien met juf Joke van der Meij
‘Je bent een strenge juf, maar toch vind ik je zo lief...’
Maasdijk – Voor een paar generaties Maasdijkers is ze een bekende verschijning. Veel van hen hebben op OBS De Schakel in de afgelopen zesendertig jaar les van haar gehad. Aan de vooravond van de grote reünie die 5 november ter ere van het 150 jarig bestaan van openbaar onderwijs in de Maasdijk wordt gehouden spraken we met haar: juffrouw Joke van der Meij, sinds 1975 onverbrekelijk verbonden met datzelfde openbare onderwijs onder aan de dijk.
Kaart
‘Toen ik solliciteerde, het was 1975, ik zat vlak voor mijn examen op de pedagogische academie, moest ik eerst eens op de landkaart kijken waar Maasdijk eigenlijk lag,’ vertelt ze. We zitten in het gezellige lokaal van De Schakel, waar ze anno 2011 nog twee dagen per week les geeft aan de leerlingen van de gecombineerde groep 5 en 6. ‘Mensen kijken daar soms vreemd tegenaan, maar dat is heel gewoon voor een kleinere school als de onze, die gecombineerde groepen. Ooit zo rond 1985 hadden we zoveel aanwas dat er één keer een enkele klas is geweest. Zes jaar hebben we genoten van die, voor De Schakel begrippen, rariteit. Vanwege die dubbele klassen heb je als leerkracht denk ik een extra band met de leerlingen. Veel van hen heb je immers langer dan één schooljaar onder je hoede.’
01745
Dat juffrouw Joke niet uit het blote hoofd wist waar “De Daik” lag, geeft al aan dat ze oorspronkelijk geen Westlandse roots heeft. Ze knikt. ‘Klopt, ik kom oorspronkelijk uit Wassenaar.’ En met een glimlachje, haast verontschuldigend voegt ze er aan toe: ‘Uit het dorp hoor, niet uit een van de villawijken, ik ben van gewone komaf. Bij de naam Maasdijk denk je normaal gesproken aan een dorpje in Limburg. Maar omdat ik, voordat ik voor een loopbaan in het onderwijs koos, nog een tijdje bij het staatsbedrijf der PTT als 008-informatrice heb gewerkt, wist ik dat kerngetal 01745 ergens in de buurt van Hoek van Holland moest zijn. Op een zondag ben ik naar het, toen nog oude, dorp gereden en wat ik zag beviel me wel. De Oranjestraat, ahh prachtig. Het was doodstil op straat, niemand te bekennen, maar ik was meteen verkocht, daar wilde ik werken.
Proefles
In die tijd was je, als je in het openbaar onderwijs werkzaam was, ambtenaar. Mijn sollicitatiebrief was dan ook gericht aan B & W, aan burgemeester De Bruin van Naaldwijk en wethouder Kruithof. Die laatste kwam ook nog kijken hoe ik mijn proefles er van af bracht. Ik was wel nerveus om les te geven voor het oog van zo’n lange rijzige man als hij was. Maar het ging kennelijk goed, want ik werd, uit drie kandidaten, gekozen. Moest ik een school in Rijswijk afzeggen, daar was ik namelijk ook aangenomen. Ik ben begonnen als juffrouw van de eerste en de tweede klas, drie weken voor de zomervakantie. Ze hadden me hard nodig want de meester van die klas was onverwacht tijdens het schooljaar weggegaan en het was echt behelpen tot mijn komst.
Stal
De school had in die tijd zo ongeveer 90 leerlingen. We runden de school met z’n drieën, het hoofd, die zelf ook les gaf en twee onderwijzers. De eerste drie maanden van mijn carrière als schooljuf heb ik in Maasdijk zelf gewoond. Maar, met het openbaar vervoer vanuit mijn ouderlijk huis in Wassenaar naar de Maasdijk was eigenlijk geen doen. Dat was een reis om de wereld. Gelukkig kreeg ik hier een klein huisje aangeboden, een omgebouwde stal, maar wat was ik daar gelukkig mee. Geen warm water, geen geiser, geen douche, een ouwe kachel..Van mei tot september heb ik er samengewoond. Met mijn vriend, die nu al weer heel lang mijn echtgenoot is. Na die drie maanden konden we in Naaldwijk, waar ik nog steeds woon, een nieuwbouw maisonnette krijgen en ja, dat was toch wel iets comfortabeler. Dat samenwonen was in die tijd eigenlijk best wel iets bijzonders. Tegenwoordig is het doodnormaal, eerder regel dan uitzondering. Maar toen lag dat wel wat anders. Zeker in een behoudende gemeenschap als Maasdijk toen nog was.
Ketelpak
Als schooljuf had je in de jaren zeventig nog een soort voorbeeldfunctie. De mensen keken nog wat tegen je op. De dominee, de pastoor, de schoolmeester. Die hadden per slot “gestudeerd” dus die weten hoe het moet, was de gedachte daarachter. Heb overigens nooit ook maar één negatieve opmerking over dat “hokken” gehad hoor. Waren ze toch zeker toleranter dan ik altijd dacht. Dat opkijken naar “gestudeerden” is er tegenwoordig gelukkig niet meer zo bij. Ook Maasdijk is “wereldser” geworden. Er zijn mensen van buitenaf bijgekomen, met al hun invloeden, er is internet, noem maar op. Ouders zijn ook veel mondiger geworden. Dertig jaar terug had ik wel voor zeventig procent tuinderskinderen in de klas. Die trokken na schooltijd thuis meteen het ketelpak aan, zoals dat genoemd werd, om een handje uit te steken in de tuin of in de polder.
Schok
Als beginnend leerkracht had ik veel spulletjes meegenomen uit mijn studietijd. Het was dan ook een grote schok, toen ik in een weekend in 1976 te horen kreeg dat de school was afgebrand. We zijn toen in noodvoorzieningen verder gegaan met lesgeven. Gelukkig werd er snel gewerkt aan nieuwbouw en in januari 1978 namen we het huidige gebouw, dat sindsdien ook weer de nodige uitbreidingen heeft ondergaan, in gebruik. We waren op dat moment meteen de eerste openbare basisschool, waar lager onderwijs en kleuteronderwijs in waren samengevoegd. Een van de grotere veranderingen in het onderwijs. Het voor veel mensen bekende “klassen werden groepen” verhaal.
Duobaan
Tot de geboorte van mijn oudste kind, in 1985, heb ik full time gewerkt. Daarna wilde ik een duobaan. Brief gestuurd aan de burgemeester, kreeg ik antwoord dat ik daarvoor toestemming moest vragen aan het hoofd der school. Nou die vond zo iets veel te rommelig , dat kon niet. Moest ik dus weer een brief sturen aan B & W en officieel ontslag nemen. Uiteindelijk is ATV, arbeidstijd verkorting, mijn redding geweest. Kon ik voor drie halve dagen blijven. Was het hoofd der school uiteindelijk zelf ook mee gered, want als ik zijn klas overnam had hij eindelijk eens tijd voor het doen van zijn administratie. Binnen een paar jaar groeide dat weer uit tot een halve baan.
Streng
Wat voor type juf is Joke van der Meij eigenlijk? Ze heeft er amper bedenktijd voor nodig. ‘Ik ben een kordaat type. Hou wel van een grapje op zijn tijd maar ben ook een strenge juf. Toevallig hebben we afgelopen week “De dag van de leerkracht” gehad. De ouderraad had verzonnen dat er een soort brievenbus werd neergezet in de klas waar de kinderen dan briefjes in konden doen met wensjes voor de juf. Zat een hele stapel in en één kind had geschreven ‘je bent een strenge juf, maar wel lief’. Dat vind ik zo leuk. Waar dat strenge uit bestaat? Nou eigenlijk uit nee is nee en ja is ja. Als wij afspreken dat iets niet gebeurt dan gebeurt dat ook niet.
Ik geef dit leerjaar les aan de combiklas 5/6, kinderen zo van rond de tien jaar. Op die leeftijd zijn ze, vind ik, verantwoordelijk voor hun eigen werk. Ze moeten hun taken maken en regelen dat het afkomt. Als ik die afspraak met ze heb gemaakt hou ik ze er ook aan. Dan tik ik ze op hun vestje. Stiekem gedrag hou ik al helemaal niet van en daar confronteer ik ze dan mee. Ik zie alles en ik hoor alles, tsja en dan vinden ze je dus streng. Als het nodig is, zit ik er toch echt bovenop.’
Hart
‘Ik vind Maasdijk een mooi dorp. De nieuwbouw is goed ingepast. Zo af en toe hebben we wel eens een speurtocht en dan geniet ik elke keer weer van de omgeving. De Maasdijkers zelf zijn in de afgelopen dertig jaar eigenlijk niet echt veranderd. Ze zijn en blijven het type ruwe bolster blanke pit. Daar kan en kon ik altijd goed mee overweg. Ze zijn ook tamelijk honkvast. Daarom heb ik denk ik wel een stuk of twintig kinderen van oud leerlingen in de klas, leuk toch?
Toen ik in het onderwijs begon dacht ik vijf jaar op deze school te blijven en dan weer eens verder te kijken. Het zijn er inmiddels zesendertig en ik denk, nee, weet eigenlijk wel zeker, dat ik over een aantal jaren op deze school de eindstreep haal. Het is er dus nooit van gekomen. Ik heb in die tijd Maasdijk en de Maasdijkers, zonder spijt, in mijn hart gesloten.’ (Cent Wageveld)
Stukje geschiedenis
150 jaar geleden werd er in de kern Maasdijk voor het eerst openbaar onderwijs gegeven. Een mijlpaal waar dit jaar met een feestweek voor de kinderen en een reünie aandacht aan is en wordt besteed. Het eerste openbare schoolgebouw stond vlakbij het huidige gebouw Concordia, net buiten de kern onder aan de dijk richting Oranjesluis. In 1958 verkaste men naar de huidige plek, de Kerkhoflaan. De officiële naam van de school was toen o.l.s Drie, (o.l.s. Eén stond in Naaldwijk, o.l.s Twee in Honselersdijk). Een naam die men in Maasdijk, vanwege het gevoel achter te zijn gesteld op de twee andere dorpskernen, liever niet gebruikte. De school stond dan ook beter bekend als “De Goudhaan”. In 1976 legde een felle brand het gebouw volledig in de as. Maar met gezwinde spoed werd er een nieuw schoolgebouw uit de grond gestampt dat in januari 1978 officieel in gebruik werd genomen als “De Schakel”.
Feestelijke reünie
Voor oud-leerlingen en medewerkers van zowel de o.l.s Goudhaan als De Schakel wordt er zaterdag 5 november een grote reünie georganiseerd. Deze vindt plaats in het schoolgebouw zelf en in een tijdelijke feesttent ernaast. Het reünie-/feestcomité laat weten dat het aantal reünisten inmiddels de driehonderd aanmeldingen nadert, maar er kunnen er altijd nog meer bij. Een uitgelezen kans voor velen op een blij weerzien met juf Joke van der Meij en om haar de hand nog eens te kunnen drukken. Meer informatie en aanmelden kan via de website www.obsschakelreunie.nl
© 2011 Tekstbureau Westland
Maasdijk – Voor een paar generaties Maasdijkers is ze een bekende verschijning. Veel van hen hebben op OBS De Schakel in de afgelopen zesendertig jaar les van haar gehad. Aan de vooravond van de grote reünie die 5 november ter ere van het 150 jarig bestaan van openbaar onderwijs in de Maasdijk wordt gehouden spraken we met haar: juffrouw Joke van der Meij, sinds 1975 onverbrekelijk verbonden met datzelfde openbare onderwijs onder aan de dijk.
Kaart
‘Toen ik solliciteerde, het was 1975, ik zat vlak voor mijn examen op de pedagogische academie, moest ik eerst eens op de landkaart kijken waar Maasdijk eigenlijk lag,’ vertelt ze. We zitten in het gezellige lokaal van De Schakel, waar ze anno 2011 nog twee dagen per week les geeft aan de leerlingen van de gecombineerde groep 5 en 6. ‘Mensen kijken daar soms vreemd tegenaan, maar dat is heel gewoon voor een kleinere school als de onze, die gecombineerde groepen. Ooit zo rond 1985 hadden we zoveel aanwas dat er één keer een enkele klas is geweest. Zes jaar hebben we genoten van die, voor De Schakel begrippen, rariteit. Vanwege die dubbele klassen heb je als leerkracht denk ik een extra band met de leerlingen. Veel van hen heb je immers langer dan één schooljaar onder je hoede.’
01745
Dat juffrouw Joke niet uit het blote hoofd wist waar “De Daik” lag, geeft al aan dat ze oorspronkelijk geen Westlandse roots heeft. Ze knikt. ‘Klopt, ik kom oorspronkelijk uit Wassenaar.’ En met een glimlachje, haast verontschuldigend voegt ze er aan toe: ‘Uit het dorp hoor, niet uit een van de villawijken, ik ben van gewone komaf. Bij de naam Maasdijk denk je normaal gesproken aan een dorpje in Limburg. Maar omdat ik, voordat ik voor een loopbaan in het onderwijs koos, nog een tijdje bij het staatsbedrijf der PTT als 008-informatrice heb gewerkt, wist ik dat kerngetal 01745 ergens in de buurt van Hoek van Holland moest zijn. Op een zondag ben ik naar het, toen nog oude, dorp gereden en wat ik zag beviel me wel. De Oranjestraat, ahh prachtig. Het was doodstil op straat, niemand te bekennen, maar ik was meteen verkocht, daar wilde ik werken.
Proefles
In die tijd was je, als je in het openbaar onderwijs werkzaam was, ambtenaar. Mijn sollicitatiebrief was dan ook gericht aan B & W, aan burgemeester De Bruin van Naaldwijk en wethouder Kruithof. Die laatste kwam ook nog kijken hoe ik mijn proefles er van af bracht. Ik was wel nerveus om les te geven voor het oog van zo’n lange rijzige man als hij was. Maar het ging kennelijk goed, want ik werd, uit drie kandidaten, gekozen. Moest ik een school in Rijswijk afzeggen, daar was ik namelijk ook aangenomen. Ik ben begonnen als juffrouw van de eerste en de tweede klas, drie weken voor de zomervakantie. Ze hadden me hard nodig want de meester van die klas was onverwacht tijdens het schooljaar weggegaan en het was echt behelpen tot mijn komst.
Stal
De school had in die tijd zo ongeveer 90 leerlingen. We runden de school met z’n drieën, het hoofd, die zelf ook les gaf en twee onderwijzers. De eerste drie maanden van mijn carrière als schooljuf heb ik in Maasdijk zelf gewoond. Maar, met het openbaar vervoer vanuit mijn ouderlijk huis in Wassenaar naar de Maasdijk was eigenlijk geen doen. Dat was een reis om de wereld. Gelukkig kreeg ik hier een klein huisje aangeboden, een omgebouwde stal, maar wat was ik daar gelukkig mee. Geen warm water, geen geiser, geen douche, een ouwe kachel..Van mei tot september heb ik er samengewoond. Met mijn vriend, die nu al weer heel lang mijn echtgenoot is. Na die drie maanden konden we in Naaldwijk, waar ik nog steeds woon, een nieuwbouw maisonnette krijgen en ja, dat was toch wel iets comfortabeler. Dat samenwonen was in die tijd eigenlijk best wel iets bijzonders. Tegenwoordig is het doodnormaal, eerder regel dan uitzondering. Maar toen lag dat wel wat anders. Zeker in een behoudende gemeenschap als Maasdijk toen nog was.
Ketelpak
Als schooljuf had je in de jaren zeventig nog een soort voorbeeldfunctie. De mensen keken nog wat tegen je op. De dominee, de pastoor, de schoolmeester. Die hadden per slot “gestudeerd” dus die weten hoe het moet, was de gedachte daarachter. Heb overigens nooit ook maar één negatieve opmerking over dat “hokken” gehad hoor. Waren ze toch zeker toleranter dan ik altijd dacht. Dat opkijken naar “gestudeerden” is er tegenwoordig gelukkig niet meer zo bij. Ook Maasdijk is “wereldser” geworden. Er zijn mensen van buitenaf bijgekomen, met al hun invloeden, er is internet, noem maar op. Ouders zijn ook veel mondiger geworden. Dertig jaar terug had ik wel voor zeventig procent tuinderskinderen in de klas. Die trokken na schooltijd thuis meteen het ketelpak aan, zoals dat genoemd werd, om een handje uit te steken in de tuin of in de polder.
Schok
Als beginnend leerkracht had ik veel spulletjes meegenomen uit mijn studietijd. Het was dan ook een grote schok, toen ik in een weekend in 1976 te horen kreeg dat de school was afgebrand. We zijn toen in noodvoorzieningen verder gegaan met lesgeven. Gelukkig werd er snel gewerkt aan nieuwbouw en in januari 1978 namen we het huidige gebouw, dat sindsdien ook weer de nodige uitbreidingen heeft ondergaan, in gebruik. We waren op dat moment meteen de eerste openbare basisschool, waar lager onderwijs en kleuteronderwijs in waren samengevoegd. Een van de grotere veranderingen in het onderwijs. Het voor veel mensen bekende “klassen werden groepen” verhaal.
Duobaan
Tot de geboorte van mijn oudste kind, in 1985, heb ik full time gewerkt. Daarna wilde ik een duobaan. Brief gestuurd aan de burgemeester, kreeg ik antwoord dat ik daarvoor toestemming moest vragen aan het hoofd der school. Nou die vond zo iets veel te rommelig , dat kon niet. Moest ik dus weer een brief sturen aan B & W en officieel ontslag nemen. Uiteindelijk is ATV, arbeidstijd verkorting, mijn redding geweest. Kon ik voor drie halve dagen blijven. Was het hoofd der school uiteindelijk zelf ook mee gered, want als ik zijn klas overnam had hij eindelijk eens tijd voor het doen van zijn administratie. Binnen een paar jaar groeide dat weer uit tot een halve baan.
Streng
Wat voor type juf is Joke van der Meij eigenlijk? Ze heeft er amper bedenktijd voor nodig. ‘Ik ben een kordaat type. Hou wel van een grapje op zijn tijd maar ben ook een strenge juf. Toevallig hebben we afgelopen week “De dag van de leerkracht” gehad. De ouderraad had verzonnen dat er een soort brievenbus werd neergezet in de klas waar de kinderen dan briefjes in konden doen met wensjes voor de juf. Zat een hele stapel in en één kind had geschreven ‘je bent een strenge juf, maar wel lief’. Dat vind ik zo leuk. Waar dat strenge uit bestaat? Nou eigenlijk uit nee is nee en ja is ja. Als wij afspreken dat iets niet gebeurt dan gebeurt dat ook niet.
Ik geef dit leerjaar les aan de combiklas 5/6, kinderen zo van rond de tien jaar. Op die leeftijd zijn ze, vind ik, verantwoordelijk voor hun eigen werk. Ze moeten hun taken maken en regelen dat het afkomt. Als ik die afspraak met ze heb gemaakt hou ik ze er ook aan. Dan tik ik ze op hun vestje. Stiekem gedrag hou ik al helemaal niet van en daar confronteer ik ze dan mee. Ik zie alles en ik hoor alles, tsja en dan vinden ze je dus streng. Als het nodig is, zit ik er toch echt bovenop.’
Hart
‘Ik vind Maasdijk een mooi dorp. De nieuwbouw is goed ingepast. Zo af en toe hebben we wel eens een speurtocht en dan geniet ik elke keer weer van de omgeving. De Maasdijkers zelf zijn in de afgelopen dertig jaar eigenlijk niet echt veranderd. Ze zijn en blijven het type ruwe bolster blanke pit. Daar kan en kon ik altijd goed mee overweg. Ze zijn ook tamelijk honkvast. Daarom heb ik denk ik wel een stuk of twintig kinderen van oud leerlingen in de klas, leuk toch?
Toen ik in het onderwijs begon dacht ik vijf jaar op deze school te blijven en dan weer eens verder te kijken. Het zijn er inmiddels zesendertig en ik denk, nee, weet eigenlijk wel zeker, dat ik over een aantal jaren op deze school de eindstreep haal. Het is er dus nooit van gekomen. Ik heb in die tijd Maasdijk en de Maasdijkers, zonder spijt, in mijn hart gesloten.’ (Cent Wageveld)
Stukje geschiedenis
150 jaar geleden werd er in de kern Maasdijk voor het eerst openbaar onderwijs gegeven. Een mijlpaal waar dit jaar met een feestweek voor de kinderen en een reünie aandacht aan is en wordt besteed. Het eerste openbare schoolgebouw stond vlakbij het huidige gebouw Concordia, net buiten de kern onder aan de dijk richting Oranjesluis. In 1958 verkaste men naar de huidige plek, de Kerkhoflaan. De officiële naam van de school was toen o.l.s Drie, (o.l.s. Eén stond in Naaldwijk, o.l.s Twee in Honselersdijk). Een naam die men in Maasdijk, vanwege het gevoel achter te zijn gesteld op de twee andere dorpskernen, liever niet gebruikte. De school stond dan ook beter bekend als “De Goudhaan”. In 1976 legde een felle brand het gebouw volledig in de as. Maar met gezwinde spoed werd er een nieuw schoolgebouw uit de grond gestampt dat in januari 1978 officieel in gebruik werd genomen als “De Schakel”.
Feestelijke reünie
Voor oud-leerlingen en medewerkers van zowel de o.l.s Goudhaan als De Schakel wordt er zaterdag 5 november een grote reünie georganiseerd. Deze vindt plaats in het schoolgebouw zelf en in een tijdelijke feesttent ernaast. Het reünie-/feestcomité laat weten dat het aantal reünisten inmiddels de driehonderd aanmeldingen nadert, maar er kunnen er altijd nog meer bij. Een uitgelezen kans voor velen op een blij weerzien met juf Joke van der Meij en om haar de hand nog eens te kunnen drukken. Meer informatie en aanmelden kan via de website www.obsschakelreunie.nl
© 2011 Tekstbureau Westland
zondag 2 oktober 2011
Dirigent Veronique Becqué stopt na 25 jaar bij Manna
‘Iedere repetitie is een geschenk’
Naaldwijk - Komende zondag, 2 oktober om 11.00 uur in de R.K. Sint Adrianuskerk aan de Molenstraat te Naaldwijk, neemt het gemengd koor Manna tijdens een extra feestelijke viering afscheid van haar langjarige dirigent, Veronique Becqué. Na vijfentwintig jaar voor het gemengde kerkkoor te hebben gestaan, geeft mevrouw Becqué het dirigeerstokje door aan een nieuwe dirigent.
Handen
Fout, helemaal fout. Als ik vraag, leek die ik ben, of ik haar dirigeerstokje even mag zien toont ze mij haar handen. ‘Een koordirigent gebruikt geen stokje bij het dirigeren maar doet dat met de handen,’ doceert ze vriendelijk. Weer wat geleerd. Vanwege het naderend afscheid spreken we elkaar in haar van muziek doordrenkte woning in Hoek van Holland. Een korte blik laat er geen enkele twijfel over bestaan dat we hier van doen hebben met iemand die muziek in al haar facetten in het hart heeft gesloten.
Vader
Hoe is het eigenlijk allemaal zo gekomen, die passie voor muziek in het algemeen en het dirigeren in het bijzonder: een stille wens die ontstaan is op de kleuterschool? Veronique Becqué steekt van wal. ‘Nee, zo was het niet. Die liefde voor muziek heb ik van thuis meegekregen. Van mijn vader, een heel muzikale man. Hij kon prachtig orgel en piano spelen. Zowel mijn broer, mijn zus, als ik hebben vanaf ons negende jaar op pianoles gezeten.
Les gehad van Jos Vranken, die toen net in het Westland was komen wonen. Vader vond dat een heel belangrijk onderdeel van onze opvoeding. We woonden in Kwintsheul, zongen ook altijd veel thuis, heel gezellig allemaal. Vanaf zo ongeveer mijn vijftiende jaar ben ik samen met mijn zus in een koor gaan zingen. Daar was een hele leuke dirigent, Aad Thoen. Die vroeg op een keer aan ons en nog een stel andere jonge meiden, of we niet eens wilden komen zingen in het parochiekoor van de Andreaskerk, bij de volwassenen. Die hadden jonge stemmen nodig. Dat heb ik toen gedaan en daar ben ik definitief gegrepen door muziek. Klassieke kerkmuziek vooral.
De Hoek
Op mijn 21ste ben ik getrouwd en verhuisde ik naar Hoek van Holland. Een vriend van mijn man vroeg, we woonden amper in De Hoek, of ik kwam zingen op het kerkkoor van de plaatselijke parochie. Tsja en dat kon ik, gek van zingen, natuurlijk niet weigeren. Een paar jaar later werd de dirigent ziek en toen suggereerden mijn medekoorleden Veronique, ga jij d’r maar voorstaan, want jij kunt noten lezen. Schrok ik eerst wel even van. Maar ja, als ze dat allemaal willen... Ik had maar kort bedenktijd nodig en ben de uitdaging aangegaan. Daar stond ik dan, was toch wel heel apart. Ik herinner me nog goed dat ik voelde dat het toch niet zomaar iets is, dat dirigeren, iets wat je zomaar even doet. Ze gingen wel zingen maar dat kwam niet door dat zwaaien van mij hoor. Het is toch echt een vak. Toen ik dat thuis zo aan mijn man vertelde en dat ik me er eigenlijk wel een beetje ongelukkig bij voelde, stelde hij meteen voor dat ik dan een cursus dirigeren zou gaan volgen.
Harry de Jong
Van origine ben ik lerares handenarbeid en kinderverzorging, maar ik was nadat ik kinderen kreeg thuis gebleven om voor hen te zorgen. Crèches waren nog geen gemeengoed in die tijd, ik praat over midden jaren zeventig. Maar naar zo’n cursus had ik wel oren. Vond het wel leuk om weer wat te gaan studeren. Eerst een opstapcursus, later het vervolg. Alles in Delft. Georganiseerd door het Bisdom om nieuw bloed binnen het kerkkoren dirigentenbestand te stimuleren. Wat je allemaal doet op zo’n cursus? ‘t Is een hele brede opleiding. Je leert alles van maat en toonsoort, muziekgeschiedenis maar je krijgt ook les in slagtechniek, hoe precies bijvoorbeeld een driekwartsmaat aan te geven. Een heel interessante cursus, echt. Het nieuws dat ik op cursus zat, was via via terecht gekomen bij Harry de Jong, oprichter en toen al twaalf en een half jaar dirigent van Manna. Harry had een probleem. Was net zijn hele combo kwijt geraakt. Zomer 1986 belde hij mij op. Of ik bij zijn koor wilde komen dirigeren. D’r was geen ontkomen aan, want wat ik toen nog niet wist: Als die Harry de Jong iets in zijn hoofd had, kon je het wel schudden. Dan gebeurde dat ook. Hij had alles al geregeld. Zelf zou hij achter de piano gaan zitten, hij had al een nieuwe bassist, drummer, klarinettist en fluitist geregeld, maar hij had alleen nog geen dirigent. Ik kon protesteren wat ik wilde, aangeven dat ik weinig tot geen ervaring had, Harry wilde mij hebben. ‘Ik sleep je er wel doorheen, we gaan gewoon beginnen,’ zei hij.
Nooit meer vrij
Daar stond ik dan op de bok. Met knikkende knieën. ’t Was begin september, de eerste repetitie na de zomervakantie. Dat was gewoon eng. Heel anders dan in De Hoek, daar was ik met iedereen vertrouwd. Maar op de een of ander manier is het toch gaan lopen. Gelukkig maar. Ik heb jarenlang fantastisch samengewerkt met Harry de Jong, een heel bijzondere man. ‘Veronique’, zei hij op een keer, ‘iedere repetitie is een geschenk.’ Dat vond ik zo’n mooie uitspraak, dat is mijn lijfspreuk geworden. Toen ik mijn vader vertelde dat ik nu een “echt” koor ging dirigeren zei hij: ‘Veronique, ik vind het fantastisch wat je gaat doen, maar je bent vanaf heden nooit meer vrij.’ En hij kon het weten wat hij is in Kwintsheul ondermeer 25 jaar organist geweest bij onder andere het dameskoor.
Vergoeding
Naast Manna ben ik nog een tijd doorgegaan met het dirigeren van het kerkkoor in Hoek van Holland en ik heb daarnaast nog gezongen bij Concordia in ’s-Gravenzande. Ik heb verder nog koren onder mijn hoede gehad in Den Haag ’s-Gravenzande en ook nog in De Lier. Daar was ik dirigent van een kinderkoor, ook heel leuk en het kost veel minder energie en voorbereiding. Uiteindelijk moest ik prioriteiten stellen, het was niet meer te behappen. Naast Manna ben ik vanaf 2002 alleen nog dirigent van het rouw- en trouwkoor van de parochie Honselersdijk en doe ik ook nog twee kinderkoren.
Toen mijn kinderen groter werden, wilde ik eigenlijk weer aan het werk in het onderwijs. Tot die tijd, al zo’n zeven jaar, werkte ik pro deo bij Manna. Er is toen heel diep nagedacht en lang vergaderd en uiteindelijk kwam er een bescheiden vergoeding uit de bus. Als dat niet zo zou zijn geweest, was ik nooit vijfentwintig jaar bij Manna gebleven, maar was ik toen weer teruggekeerd naar het onderwijs.
Best bezocht
Als dirigent heb je een spilfunctie bij een koor. Jij zet de lijnen uit. Je bent de eindverantwoordelijke. Jij neemt de beslissingen, meer nog dan het bestuur. Het organiseren van de muziek voor een viering is ontzettend veel werk. Leuk om te doen, mensen hebben er geen weet van hoeveel tijd daar in gaat zitten. Maar je doet het natuurlijk nooit helemaal alleen. Zo hebben we bij Manna twee tekstgroepen die liederen uitzoeken die op het repertoire komen, ik heb daarbij dan wel het laatste woord. Hun keuze moet wel haalbaar zijn qua repetitietijd en moeilijkheidsgraad. Daarnaast moeten de liederen ook passen in de viering. Ons repertoire kent wel tweehonderd liederen. Manna kent een heel gevarieerd repertoire: klassieke kerkliederen, liederen van Anton Oomen, Engelse liederen en popliederen. Manna is ooit begonnen als jongerenkoor dat geheel volgens de geest van die tijd liederen zong over vrede, over elkaar stimuleren in het goede en hoewel we al lang geen jongerenkoor meer zijn maar een middenkoor, hebben we dat er tot op de dag van vandaag wel in gehouden.
Of er een wezenlijk verschil is tussen vroeger en nu? Niet echt. Wij mogen ons verheugen dat de kerk bij de viering waar wij medewerking aan verlenen nog goed vol zit. Het zijn de best bezochte vieringen van de Adrianusparochie. Maar toch zie je ook bij ons de laatste twee jaar een kentering en wordt het langzaam aan wat minder. Mensen hebben het ook zo druk tegenwoordig, ik wil het niet goedpraten hoor, maar kan wel begrijpen dat ze zich dan op zondagmorgen met andere dingen bezighouden dan met kerkgang.’
En nu?
Is Veronique Becqué niet bang voor het beruchte “zwarte gat” nu ze besloten heeft te stoppen met dirigeren bij Manna? Ze aarzelt. ‘De redenen waarom ik stop zijn puur persoonlijk. Kijk, ook ik word ouder, fysiek is het nog wel op te brengen, geestelijk ook, maar mijn stelling is dat je er voor de volle honderd procent achter moet staan. Als dat niet meer zo is, moet je het niet doen, want dan doe je het koor tekort. Ik moest me de laatste tijd regelmatig oppeppen, en dat verdient het koor niet. Toen bedacht ik dat vijfentwintig jaar toch ook wel een mooi moment is om te stoppen. Is voor het koor misschien ook wel eens goed. Ik ben zo vergroeid met de leden dat het moeilijk is grote veranderingen door te voeren. Van een nieuw gezicht wordt dat toch eerder geaccepteerd. Ik ga het zeker missen, zeker weten. Manna is een deel van mijn leven geweest. Ik heb het er fijn gehad. Gek idee eigenlijk dat het na aanstaande zondag over is…’ (CW)
Over Manna
‘Gemengd zangkoor Manna is onderdeel van de Rooms Katholieke parochie die haar diensten houdt in de Sint Adrianuskerk in Naaldwijk.’ Aan het woord is Hans Meijer, sinds vier jaar voorzitter van het koor. ‘Wij verzorgen elke eerste zondag van de maand een viering in de kerk aan de Molenstraat. Daarnaast is Manna ook actief op hoogtijdagen als Kerstmis, Pasen en bij de schoolverlatingsdienst.’ De gemiddelde leeftijd van het ca. 40 leden (waaronder zeven mannen) tellende koor ligt volgens voorzitter Meier ergens rond de veertig. ‘Ons oudste lid, Roelie van der Ende, is er al bij sinds de oprichting 38 jaar geleden. En ze bezoekt nog steeds trouw iedere repetitie. Het jongste lid is eind twintig. Manna vormt een hecht gezelschap. Het zingen staat natuurlijk centraal, maar men kijkt ook naar elkaar om. Als er iemand ziek is, wordt er meteen een kaart geregeld om diegene beterschap toe te wensen en na afloop van de repetities gaat lang niet iedereen meteen huiswaarts. Dan halen we vaak nog met een grote groep een afzakkertje in “De Slimmerick” of café “Ouwe Droog”.’
Nieuwe leden welkom
Nieuwe zangers en zangeressen zijn van harte welkom bij Manna en worden van harte uitgenodigd eens op een repetitie te komen kijken. Het koor repeteert iedere dinsdag, aanvang 20.00 uur in “De nieuwe harmonie”, Havenstraat 32 in Naaldwijk. Ook muzikanten zijn van harte welkom. Het koor heeft momenteel een combo bestaande uit een pianist, gitarist en jambe-bespeler. Voor meer informatie, neemt u contact op met voorzitter Hans Meijer, e-mail
elha@kabelfoon.net of telefoonnummer 06-57317515
(Cent Wageveld)
© Tekstbureau Westland
Naaldwijk - Komende zondag, 2 oktober om 11.00 uur in de R.K. Sint Adrianuskerk aan de Molenstraat te Naaldwijk, neemt het gemengd koor Manna tijdens een extra feestelijke viering afscheid van haar langjarige dirigent, Veronique Becqué. Na vijfentwintig jaar voor het gemengde kerkkoor te hebben gestaan, geeft mevrouw Becqué het dirigeerstokje door aan een nieuwe dirigent.
Handen
Fout, helemaal fout. Als ik vraag, leek die ik ben, of ik haar dirigeerstokje even mag zien toont ze mij haar handen. ‘Een koordirigent gebruikt geen stokje bij het dirigeren maar doet dat met de handen,’ doceert ze vriendelijk. Weer wat geleerd. Vanwege het naderend afscheid spreken we elkaar in haar van muziek doordrenkte woning in Hoek van Holland. Een korte blik laat er geen enkele twijfel over bestaan dat we hier van doen hebben met iemand die muziek in al haar facetten in het hart heeft gesloten.
Vader
Hoe is het eigenlijk allemaal zo gekomen, die passie voor muziek in het algemeen en het dirigeren in het bijzonder: een stille wens die ontstaan is op de kleuterschool? Veronique Becqué steekt van wal. ‘Nee, zo was het niet. Die liefde voor muziek heb ik van thuis meegekregen. Van mijn vader, een heel muzikale man. Hij kon prachtig orgel en piano spelen. Zowel mijn broer, mijn zus, als ik hebben vanaf ons negende jaar op pianoles gezeten.
Les gehad van Jos Vranken, die toen net in het Westland was komen wonen. Vader vond dat een heel belangrijk onderdeel van onze opvoeding. We woonden in Kwintsheul, zongen ook altijd veel thuis, heel gezellig allemaal. Vanaf zo ongeveer mijn vijftiende jaar ben ik samen met mijn zus in een koor gaan zingen. Daar was een hele leuke dirigent, Aad Thoen. Die vroeg op een keer aan ons en nog een stel andere jonge meiden, of we niet eens wilden komen zingen in het parochiekoor van de Andreaskerk, bij de volwassenen. Die hadden jonge stemmen nodig. Dat heb ik toen gedaan en daar ben ik definitief gegrepen door muziek. Klassieke kerkmuziek vooral.
De Hoek
Op mijn 21ste ben ik getrouwd en verhuisde ik naar Hoek van Holland. Een vriend van mijn man vroeg, we woonden amper in De Hoek, of ik kwam zingen op het kerkkoor van de plaatselijke parochie. Tsja en dat kon ik, gek van zingen, natuurlijk niet weigeren. Een paar jaar later werd de dirigent ziek en toen suggereerden mijn medekoorleden Veronique, ga jij d’r maar voorstaan, want jij kunt noten lezen. Schrok ik eerst wel even van. Maar ja, als ze dat allemaal willen... Ik had maar kort bedenktijd nodig en ben de uitdaging aangegaan. Daar stond ik dan, was toch wel heel apart. Ik herinner me nog goed dat ik voelde dat het toch niet zomaar iets is, dat dirigeren, iets wat je zomaar even doet. Ze gingen wel zingen maar dat kwam niet door dat zwaaien van mij hoor. Het is toch echt een vak. Toen ik dat thuis zo aan mijn man vertelde en dat ik me er eigenlijk wel een beetje ongelukkig bij voelde, stelde hij meteen voor dat ik dan een cursus dirigeren zou gaan volgen.
Harry de Jong
Van origine ben ik lerares handenarbeid en kinderverzorging, maar ik was nadat ik kinderen kreeg thuis gebleven om voor hen te zorgen. Crèches waren nog geen gemeengoed in die tijd, ik praat over midden jaren zeventig. Maar naar zo’n cursus had ik wel oren. Vond het wel leuk om weer wat te gaan studeren. Eerst een opstapcursus, later het vervolg. Alles in Delft. Georganiseerd door het Bisdom om nieuw bloed binnen het kerkkoren dirigentenbestand te stimuleren. Wat je allemaal doet op zo’n cursus? ‘t Is een hele brede opleiding. Je leert alles van maat en toonsoort, muziekgeschiedenis maar je krijgt ook les in slagtechniek, hoe precies bijvoorbeeld een driekwartsmaat aan te geven. Een heel interessante cursus, echt. Het nieuws dat ik op cursus zat, was via via terecht gekomen bij Harry de Jong, oprichter en toen al twaalf en een half jaar dirigent van Manna. Harry had een probleem. Was net zijn hele combo kwijt geraakt. Zomer 1986 belde hij mij op. Of ik bij zijn koor wilde komen dirigeren. D’r was geen ontkomen aan, want wat ik toen nog niet wist: Als die Harry de Jong iets in zijn hoofd had, kon je het wel schudden. Dan gebeurde dat ook. Hij had alles al geregeld. Zelf zou hij achter de piano gaan zitten, hij had al een nieuwe bassist, drummer, klarinettist en fluitist geregeld, maar hij had alleen nog geen dirigent. Ik kon protesteren wat ik wilde, aangeven dat ik weinig tot geen ervaring had, Harry wilde mij hebben. ‘Ik sleep je er wel doorheen, we gaan gewoon beginnen,’ zei hij.
Nooit meer vrij
Daar stond ik dan op de bok. Met knikkende knieën. ’t Was begin september, de eerste repetitie na de zomervakantie. Dat was gewoon eng. Heel anders dan in De Hoek, daar was ik met iedereen vertrouwd. Maar op de een of ander manier is het toch gaan lopen. Gelukkig maar. Ik heb jarenlang fantastisch samengewerkt met Harry de Jong, een heel bijzondere man. ‘Veronique’, zei hij op een keer, ‘iedere repetitie is een geschenk.’ Dat vond ik zo’n mooie uitspraak, dat is mijn lijfspreuk geworden. Toen ik mijn vader vertelde dat ik nu een “echt” koor ging dirigeren zei hij: ‘Veronique, ik vind het fantastisch wat je gaat doen, maar je bent vanaf heden nooit meer vrij.’ En hij kon het weten wat hij is in Kwintsheul ondermeer 25 jaar organist geweest bij onder andere het dameskoor.
Vergoeding
Naast Manna ben ik nog een tijd doorgegaan met het dirigeren van het kerkkoor in Hoek van Holland en ik heb daarnaast nog gezongen bij Concordia in ’s-Gravenzande. Ik heb verder nog koren onder mijn hoede gehad in Den Haag ’s-Gravenzande en ook nog in De Lier. Daar was ik dirigent van een kinderkoor, ook heel leuk en het kost veel minder energie en voorbereiding. Uiteindelijk moest ik prioriteiten stellen, het was niet meer te behappen. Naast Manna ben ik vanaf 2002 alleen nog dirigent van het rouw- en trouwkoor van de parochie Honselersdijk en doe ik ook nog twee kinderkoren.
Toen mijn kinderen groter werden, wilde ik eigenlijk weer aan het werk in het onderwijs. Tot die tijd, al zo’n zeven jaar, werkte ik pro deo bij Manna. Er is toen heel diep nagedacht en lang vergaderd en uiteindelijk kwam er een bescheiden vergoeding uit de bus. Als dat niet zo zou zijn geweest, was ik nooit vijfentwintig jaar bij Manna gebleven, maar was ik toen weer teruggekeerd naar het onderwijs.
Best bezocht
Als dirigent heb je een spilfunctie bij een koor. Jij zet de lijnen uit. Je bent de eindverantwoordelijke. Jij neemt de beslissingen, meer nog dan het bestuur. Het organiseren van de muziek voor een viering is ontzettend veel werk. Leuk om te doen, mensen hebben er geen weet van hoeveel tijd daar in gaat zitten. Maar je doet het natuurlijk nooit helemaal alleen. Zo hebben we bij Manna twee tekstgroepen die liederen uitzoeken die op het repertoire komen, ik heb daarbij dan wel het laatste woord. Hun keuze moet wel haalbaar zijn qua repetitietijd en moeilijkheidsgraad. Daarnaast moeten de liederen ook passen in de viering. Ons repertoire kent wel tweehonderd liederen. Manna kent een heel gevarieerd repertoire: klassieke kerkliederen, liederen van Anton Oomen, Engelse liederen en popliederen. Manna is ooit begonnen als jongerenkoor dat geheel volgens de geest van die tijd liederen zong over vrede, over elkaar stimuleren in het goede en hoewel we al lang geen jongerenkoor meer zijn maar een middenkoor, hebben we dat er tot op de dag van vandaag wel in gehouden.
Of er een wezenlijk verschil is tussen vroeger en nu? Niet echt. Wij mogen ons verheugen dat de kerk bij de viering waar wij medewerking aan verlenen nog goed vol zit. Het zijn de best bezochte vieringen van de Adrianusparochie. Maar toch zie je ook bij ons de laatste twee jaar een kentering en wordt het langzaam aan wat minder. Mensen hebben het ook zo druk tegenwoordig, ik wil het niet goedpraten hoor, maar kan wel begrijpen dat ze zich dan op zondagmorgen met andere dingen bezighouden dan met kerkgang.’
En nu?
Is Veronique Becqué niet bang voor het beruchte “zwarte gat” nu ze besloten heeft te stoppen met dirigeren bij Manna? Ze aarzelt. ‘De redenen waarom ik stop zijn puur persoonlijk. Kijk, ook ik word ouder, fysiek is het nog wel op te brengen, geestelijk ook, maar mijn stelling is dat je er voor de volle honderd procent achter moet staan. Als dat niet meer zo is, moet je het niet doen, want dan doe je het koor tekort. Ik moest me de laatste tijd regelmatig oppeppen, en dat verdient het koor niet. Toen bedacht ik dat vijfentwintig jaar toch ook wel een mooi moment is om te stoppen. Is voor het koor misschien ook wel eens goed. Ik ben zo vergroeid met de leden dat het moeilijk is grote veranderingen door te voeren. Van een nieuw gezicht wordt dat toch eerder geaccepteerd. Ik ga het zeker missen, zeker weten. Manna is een deel van mijn leven geweest. Ik heb het er fijn gehad. Gek idee eigenlijk dat het na aanstaande zondag over is…’ (CW)
Over Manna
‘Gemengd zangkoor Manna is onderdeel van de Rooms Katholieke parochie die haar diensten houdt in de Sint Adrianuskerk in Naaldwijk.’ Aan het woord is Hans Meijer, sinds vier jaar voorzitter van het koor. ‘Wij verzorgen elke eerste zondag van de maand een viering in de kerk aan de Molenstraat. Daarnaast is Manna ook actief op hoogtijdagen als Kerstmis, Pasen en bij de schoolverlatingsdienst.’ De gemiddelde leeftijd van het ca. 40 leden (waaronder zeven mannen) tellende koor ligt volgens voorzitter Meier ergens rond de veertig. ‘Ons oudste lid, Roelie van der Ende, is er al bij sinds de oprichting 38 jaar geleden. En ze bezoekt nog steeds trouw iedere repetitie. Het jongste lid is eind twintig. Manna vormt een hecht gezelschap. Het zingen staat natuurlijk centraal, maar men kijkt ook naar elkaar om. Als er iemand ziek is, wordt er meteen een kaart geregeld om diegene beterschap toe te wensen en na afloop van de repetities gaat lang niet iedereen meteen huiswaarts. Dan halen we vaak nog met een grote groep een afzakkertje in “De Slimmerick” of café “Ouwe Droog”.’
Nieuwe leden welkom
Nieuwe zangers en zangeressen zijn van harte welkom bij Manna en worden van harte uitgenodigd eens op een repetitie te komen kijken. Het koor repeteert iedere dinsdag, aanvang 20.00 uur in “De nieuwe harmonie”, Havenstraat 32 in Naaldwijk. Ook muzikanten zijn van harte welkom. Het koor heeft momenteel een combo bestaande uit een pianist, gitarist en jambe-bespeler. Voor meer informatie, neemt u contact op met voorzitter Hans Meijer, e-mail
elha@kabelfoon.net of telefoonnummer 06-57317515
(Cent Wageveld)
© Tekstbureau Westland
maandag 12 september 2011
Open Monumentendag 2011
Nieuw gebruik – Oud gebouw
Maasdijk - In het Westland vinden we een aantal monumentale gebouwen die multifunctioneel worden gebruikt. Een mooi voorbeeld hiervan is de Oude Kerk op het Wilhelminaplein in Naaldwijk. De gedachte dat een kerkgebouw alleen is bedoeld voor kerkdiensten, is in deze tijd achterhaald en menigeen kan tegenwoordig in een stijlvolle entourage genieten van themabijeenkomsten, film, dans, muziek of andere onderwerpen die mede recht doen aan gebruik van het monumentale gebouw. Een werkwijze die men ook al een poos toepast in Maasdijk.
Verenigingsgebouw “Concordia”
Langs de Maasdijk staat Verenigingsgebouw “Concordia”. Op zich (nog) geen monumentaal gebouw, maar eigenaar de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk is wel in het bezit van een monumentaal secretaire orgel. Hierover later meer, laten we eerst eens naar de - eveneens interessante- oorsprong en geschiedenis van het gebouw kijken.
Foto 1
In november 1924 werd de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk opgericht. Hierbij waren Ds. J.P. de Graaff uit Naaldwijk en de Unie-Kerk (toen Evangelische Kerk) uit ’s-Gravenzande nauw betrokken. De Vereniging startte met 36 leden. Er was nog geen kerkgebouw beschikbaar, maar gelukkig stelde het toenmalige Gemeentebestuur van Naaldwijk de Openbare Lagere School beschikbaar. Hier kon men eenmaal per maand een kerkdienst houden. Op foto 1 ziet u links gebouw “Concordia” en rechts daarvan een woonhuis. Mevrouw Marga Hofman-Bakker licht enthousiast toe wat er zichtbaar is op de foto. “Achter dit woonhuis bevond zich de toenmalige Openbare Lagere School waar de kerkdiensten werden gehouden. Deze school staat er nu niet meer. We hebben het hier over wat de huidige Openbare Lagere School De Schakel is. Deze school bestaat dit jaar 100 jaar. Als je goed kijkt, zie je dat langs de Maasdijk een zandpad liep. Op de Maasdijk zie je een hond lopen. In die tijd kon dat nog. In de verte is één auto zichtbaar, er was nog weinig verkeer.”
Van kerkgebouw naar koeienstal
In 1926 kreeg men steeds meer behoefte aan een eigen kerkgebouw. Er werd grond aangekocht aan de Maasdijk 40 en onder leiding van de heer J.P. Hofman werd het gebouw “Concordia” ontworpen. Op 16 november 1927 werd het officieel in gebruik genomen. Echter 15 jaar later moesten de kerkgangers hun gebouw beschikbaar stellen aan de Duitse bezetters die “Concordia” vorderden. De kerkdiensten moesten elders gehouden worden en toenmalig voorzitter de heer G.S. Hofman stelde hiervoor zijn koeienstal ter beschikking. Gelukkig kwam eind 1943 een einde aan deze situatie en konden de Vrijzinnig Hervormden van Maasdijk weer beschikken over hun eigen kerkgebouw. Voor doop-, trouw- en belijdenisdiensten moest men echter tot 1981 uitwijken naar Naaldwijk.
Op 2 juni 1946 werd er een vrouwenvereniging opgericht, die aanvankelijk bij mevrouw Hofman bijeenkwam. In 1960 werd een tweede deel aan het gebouw gerealiseerd. Hier vinden tot op de dag van vandaag bijeenkomsten van diverse aard plaats. In 2011 werd de nieuwbouw van een entree aan de achterzijde van het gebouw en een toiletgroep gerealiseerd, welke werd geopend door burgemeester Van der Tak.
Foto 2
Oudste orgel van het Westland
In gebouw “Concordia” bevindt zich een bijzonder monument, namelijk een klein, goed bewaard secretaire orgel (foto 2), gebouwd door Johannes Pieter Künckel in 1802. De kerkgangers kregen steeds meer behoefte aan een eigen orgel om hun gezangen te begeleiden. Er werd besloten over te gaan tot de aankoop van een reeds bestaand secretaire orgel, een klein pijporgel dat zich in een kast bevindt die met deurtjes gesloten kan worden. Dit orgel werd in 1946 door de firma Flentrop geplaatst en wordt nog iedere zondag bespeeld. Het mag zich het oudste orgel van het Westland noemen en is een officieel Rijksmonument. De kast is van mahoniehout en het orgel heeft één klavier. Het bezit geen pedalen en de organist gebruikt zijn voeten om de blaasbalg aan te drijven. De toetsen zijn in ivoor belegd en de registerknoppen met een puntje ivoor. Het pijpwerk is nog origineel en het windkanaal bestaat uit één buis van schapenleer. Dit type orgel heeft vanaf ongeveer 1850 model gestaan voor de latere huisorgels van H. Knipscheer en J.C. in de Maur. Onlangs heeft er nog een ingrijpende restauratie plaatsgevonden waarvoor subsidie is verkregen van monumentenzorg.
Klassendag
Ongeveer 65 leerlingen van basisschool Het Kompas bezochten Verenigingsgebouw “Concordia” tijdens de Klassendag. Zij werden in 3 groepen ontvangen en kregen uitleg over het orgel en het gebouw. Hoe is het gebouw ontstaan en welke geschiedenis zit erachter. Ook vertelde architect Frank Stevens over Maasdijk in de Romeinse tijd. De leerlingen hadden het prima naar hun zin en weten nu meer over het Maasdijkse gebouw “Concordia”, een begrip in de Maasdijkse samenleving.
Foto 3
’t Vullejaegerskoor
Zoals eerder genoemd heeft gebouw “Concordia” diverse functies. Tijdens de Open Monumentendag trad tweemaal het Strijense “Vullejaegerskoor” in het kerkgebouw op. Een shantykoor met een eigen geschiedenis wat de naamkeuze betreft. Eén van de koorleden werd bereid gevonden de naam te verklaren: “In 1995 traden we met een groep koorleden op tijdens de feestelijkheden rondom 10 eeuwen Strijen. Het koor had nog geen naam. Inwoners van Strijen worden ook wel “vullejagers” genoemd, zoals veel inwoners van plaatsen een specifieke naam hebben in de volksmond. Deze naam dateert uit de tijd dat men nog te paard naar de kerk ging. De kerk in Strijen werd beheerd door een koster. Op een dag was er een veulen losgebroken dat de kerk was ingegaan. De koster moest het weer de kerk uitjagen en vandaar is de naam “Vullejaegers” ontstaan voor Strijenaren. Wij vonden dat een prachtige geuzennaam voor ons koor en hebben die toen gekozen om als Shantykoor mee door het leven te gaan.”
“De Vullejaegers” vermaakten het publiek met liederen als “Mooi is je jonge tijd”, “Hij was een smokkelaar” en “Dan gaan de lichten aan”. Het laatste lied werd ooit gecomponeerd om te zingen voor het Sofia kinderziekenhuis, maar kon door droeve omstandigheden toen geen doorgang vinden. Het koor werd begeleid door twee accordeonisten. De kleding van de koorleden pakt ook terug in de historie van Strijen, maar is sterk vereenvoudigd. Strijenaren liepen vroeger in kleurige fluwelen kleding. Eén van de koorleden heeft er thuis zelfs een hele verzameling van. Voor hun optredens koos het koor het stemmige zwart-wit en een eenvoudig schort en mutsje voor de dames (foto 3).
Cultureel programma “Concordia”
Op 15 september vindt in gebouw “Concordia” aan de Maasdijk 40 te Maasdijk een workshop yoga plaats. Marga Vijverberg heeft de leiding over een stuk theorie en praktijk. Tevens geven Iris Huisman en Janice de Jong een reisverslag over India.
Op 12 oktober “Werken aan de weg, de Chinezen komen” door Adri Huisman en Rina van Staalduinen en “de verrassende smaak van tomaat”.
Op 24 november is er een filmavond met de bekende Nederlandse speelfilm “Sonny Boy”. Alle avonden beginnen om 20.00 uur. Aan het einde van de avond wordt er een vrijwillige bijdrage van u gevraagd. (JW)
Maasdijk - In het Westland vinden we een aantal monumentale gebouwen die multifunctioneel worden gebruikt. Een mooi voorbeeld hiervan is de Oude Kerk op het Wilhelminaplein in Naaldwijk. De gedachte dat een kerkgebouw alleen is bedoeld voor kerkdiensten, is in deze tijd achterhaald en menigeen kan tegenwoordig in een stijlvolle entourage genieten van themabijeenkomsten, film, dans, muziek of andere onderwerpen die mede recht doen aan gebruik van het monumentale gebouw. Een werkwijze die men ook al een poos toepast in Maasdijk.
Verenigingsgebouw “Concordia”
Langs de Maasdijk staat Verenigingsgebouw “Concordia”. Op zich (nog) geen monumentaal gebouw, maar eigenaar de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk is wel in het bezit van een monumentaal secretaire orgel. Hierover later meer, laten we eerst eens naar de - eveneens interessante- oorsprong en geschiedenis van het gebouw kijken.
Foto 1
In november 1924 werd de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk opgericht. Hierbij waren Ds. J.P. de Graaff uit Naaldwijk en de Unie-Kerk (toen Evangelische Kerk) uit ’s-Gravenzande nauw betrokken. De Vereniging startte met 36 leden. Er was nog geen kerkgebouw beschikbaar, maar gelukkig stelde het toenmalige Gemeentebestuur van Naaldwijk de Openbare Lagere School beschikbaar. Hier kon men eenmaal per maand een kerkdienst houden. Op foto 1 ziet u links gebouw “Concordia” en rechts daarvan een woonhuis. Mevrouw Marga Hofman-Bakker licht enthousiast toe wat er zichtbaar is op de foto. “Achter dit woonhuis bevond zich de toenmalige Openbare Lagere School waar de kerkdiensten werden gehouden. Deze school staat er nu niet meer. We hebben het hier over wat de huidige Openbare Lagere School De Schakel is. Deze school bestaat dit jaar 100 jaar. Als je goed kijkt, zie je dat langs de Maasdijk een zandpad liep. Op de Maasdijk zie je een hond lopen. In die tijd kon dat nog. In de verte is één auto zichtbaar, er was nog weinig verkeer.”
Van kerkgebouw naar koeienstal
In 1926 kreeg men steeds meer behoefte aan een eigen kerkgebouw. Er werd grond aangekocht aan de Maasdijk 40 en onder leiding van de heer J.P. Hofman werd het gebouw “Concordia” ontworpen. Op 16 november 1927 werd het officieel in gebruik genomen. Echter 15 jaar later moesten de kerkgangers hun gebouw beschikbaar stellen aan de Duitse bezetters die “Concordia” vorderden. De kerkdiensten moesten elders gehouden worden en toenmalig voorzitter de heer G.S. Hofman stelde hiervoor zijn koeienstal ter beschikking. Gelukkig kwam eind 1943 een einde aan deze situatie en konden de Vrijzinnig Hervormden van Maasdijk weer beschikken over hun eigen kerkgebouw. Voor doop-, trouw- en belijdenisdiensten moest men echter tot 1981 uitwijken naar Naaldwijk.
Op 2 juni 1946 werd er een vrouwenvereniging opgericht, die aanvankelijk bij mevrouw Hofman bijeenkwam. In 1960 werd een tweede deel aan het gebouw gerealiseerd. Hier vinden tot op de dag van vandaag bijeenkomsten van diverse aard plaats. In 2011 werd de nieuwbouw van een entree aan de achterzijde van het gebouw en een toiletgroep gerealiseerd, welke werd geopend door burgemeester Van der Tak.
Foto 2
Oudste orgel van het Westland
In gebouw “Concordia” bevindt zich een bijzonder monument, namelijk een klein, goed bewaard secretaire orgel (foto 2), gebouwd door Johannes Pieter Künckel in 1802. De kerkgangers kregen steeds meer behoefte aan een eigen orgel om hun gezangen te begeleiden. Er werd besloten over te gaan tot de aankoop van een reeds bestaand secretaire orgel, een klein pijporgel dat zich in een kast bevindt die met deurtjes gesloten kan worden. Dit orgel werd in 1946 door de firma Flentrop geplaatst en wordt nog iedere zondag bespeeld. Het mag zich het oudste orgel van het Westland noemen en is een officieel Rijksmonument. De kast is van mahoniehout en het orgel heeft één klavier. Het bezit geen pedalen en de organist gebruikt zijn voeten om de blaasbalg aan te drijven. De toetsen zijn in ivoor belegd en de registerknoppen met een puntje ivoor. Het pijpwerk is nog origineel en het windkanaal bestaat uit één buis van schapenleer. Dit type orgel heeft vanaf ongeveer 1850 model gestaan voor de latere huisorgels van H. Knipscheer en J.C. in de Maur. Onlangs heeft er nog een ingrijpende restauratie plaatsgevonden waarvoor subsidie is verkregen van monumentenzorg.
Klassendag
Ongeveer 65 leerlingen van basisschool Het Kompas bezochten Verenigingsgebouw “Concordia” tijdens de Klassendag. Zij werden in 3 groepen ontvangen en kregen uitleg over het orgel en het gebouw. Hoe is het gebouw ontstaan en welke geschiedenis zit erachter. Ook vertelde architect Frank Stevens over Maasdijk in de Romeinse tijd. De leerlingen hadden het prima naar hun zin en weten nu meer over het Maasdijkse gebouw “Concordia”, een begrip in de Maasdijkse samenleving.
Foto 3
’t Vullejaegerskoor
Zoals eerder genoemd heeft gebouw “Concordia” diverse functies. Tijdens de Open Monumentendag trad tweemaal het Strijense “Vullejaegerskoor” in het kerkgebouw op. Een shantykoor met een eigen geschiedenis wat de naamkeuze betreft. Eén van de koorleden werd bereid gevonden de naam te verklaren: “In 1995 traden we met een groep koorleden op tijdens de feestelijkheden rondom 10 eeuwen Strijen. Het koor had nog geen naam. Inwoners van Strijen worden ook wel “vullejagers” genoemd, zoals veel inwoners van plaatsen een specifieke naam hebben in de volksmond. Deze naam dateert uit de tijd dat men nog te paard naar de kerk ging. De kerk in Strijen werd beheerd door een koster. Op een dag was er een veulen losgebroken dat de kerk was ingegaan. De koster moest het weer de kerk uitjagen en vandaar is de naam “Vullejaegers” ontstaan voor Strijenaren. Wij vonden dat een prachtige geuzennaam voor ons koor en hebben die toen gekozen om als Shantykoor mee door het leven te gaan.”
“De Vullejaegers” vermaakten het publiek met liederen als “Mooi is je jonge tijd”, “Hij was een smokkelaar” en “Dan gaan de lichten aan”. Het laatste lied werd ooit gecomponeerd om te zingen voor het Sofia kinderziekenhuis, maar kon door droeve omstandigheden toen geen doorgang vinden. Het koor werd begeleid door twee accordeonisten. De kleding van de koorleden pakt ook terug in de historie van Strijen, maar is sterk vereenvoudigd. Strijenaren liepen vroeger in kleurige fluwelen kleding. Eén van de koorleden heeft er thuis zelfs een hele verzameling van. Voor hun optredens koos het koor het stemmige zwart-wit en een eenvoudig schort en mutsje voor de dames (foto 3).
Cultureel programma “Concordia”
Op 15 september vindt in gebouw “Concordia” aan de Maasdijk 40 te Maasdijk een workshop yoga plaats. Marga Vijverberg heeft de leiding over een stuk theorie en praktijk. Tevens geven Iris Huisman en Janice de Jong een reisverslag over India.
Op 12 oktober “Werken aan de weg, de Chinezen komen” door Adri Huisman en Rina van Staalduinen en “de verrassende smaak van tomaat”.
Op 24 november is er een filmavond met de bekende Nederlandse speelfilm “Sonny Boy”. Alle avonden beginnen om 20.00 uur. Aan het einde van de avond wordt er een vrijwillige bijdrage van u gevraagd. (JW)
vrijdag 19 augustus 2011
Team Sportfondsen zet hun spieren in voor Duchenne
Ad van der Zalm: ‘ Dringend sponsors en geld nodig voor onderzoek.’
Van 11 tot en met 17 september a.s. vindt er weer een pittige mountainbiketocht plaats van Luxemburg naar Nederland. De mountainbikers rijden met een groot en mooi doel voor ogen: het mogelijk maken van onderzoek naar de ziekte van Duchenne. En daar is geld voor nodig. Veel geld! Duchenne Heroes is een non-profit organisatie, opgericht door ouders en vrienden van kinderen met Duchenne en steunt wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Duchenne. Met als doel de ontwikkeling van een medicijn te versnellen. Deze ziekte komt voornamelijk voor bij jongens; zij worden ermee geboren. Gevolg van de ziekte is dat alle spieren langzaam afbreken. Kleine kinderen krijgen moeite met rennen en vallen snel. Daarna wordt het lopen steeds moeilijker, waardoor ze al op jonge leeftijd een rolstoel nodig hebben.
Sport in combinatie met het goede doel
Ook uit het Westland rijdt een enthousiaste groep bikers mee: Ad van der Zalm, Arlet den Ouden en Arjan van Oostenbrugge zijn maanden geleden al gestart met de voorbereidingen voor de zware tocht van 700 kilometer (waarvan 95% off road), in 7 dagen, door 4 landen, met 1 doel. We spraken Ad en Arjan over hun motivatie. Thuis aan tafel bij Arjan en zijn vrouw Mariëlle Pont in het bijzijn van Judith Berkenbosch, moeder van Niels, een 14-jarige jongen die Duchenne heeft. Judith en Niels gaan ook dit jaar de bikers, ook wel Duchenne Heroes genoemd, uitzwaaien in Luxemburg en weer inhalen in Nijmegen. Irene en Mariëlle, de echtgenoten van de mannen, rijden vooruit met een camper om de sporters na hun tochten weer op te vangen en te voorzien van een goeie maaltijd en schone kleren. ‘Er is niks mooiers dan je sport combineren met een goed doel,’ vinden beide mannen.
Positief ingesteld
Aan Judith vroegen we of zij en Niels ook per auto meerijden met de tocht. ‘Helaas kan dat niet,’ antwoordt Judith. ‘ Het is voor Niels al heel wat om te gaan uitzwaaien en inhalen, want dat is best zwaar. We kunnen niet zo lang van huis, want hij krijgt allerlei therapieën om de ziekte af te remmen. Dat kunnen we niet zomaar onderbreken.’ Vindt Niels dat vervelend? Trots blikt Judith voor zich uit. ‘Niels is enorm positief ingesteld en zal niet snel klagen. Hij is altijd vrolijk en een heerlijke knul waar we allemaal dol op zijn. Ook zijn oudere broer is gek op hem. Mede door de humor van Niels blijven we in ons gezin niet te lang stilstaan bij de vervelende aspecten van de ziekte. We doen er alles aan om daarmee op een soepele manier om te gaan. En tussentijds kijken we reikhalzend uit naar de resultaten van de onderzoeken die verricht worden om de ziekte een halt toe te roepen of af te remmen. Ook worden steeds nieuwe hulpmiddelen ontwikkeld. Daar is men al ver mee, maar nog niet ver genoeg. Daarom is het juist nu super belangrijk dat de geldkraan open blijft voor verder onderzoek. Er kan immers ieder moment een doorbraak komen. Het zou zonde zijn als dat moet worden stopgezet of afgeremd.’
Sponsors gezocht en handdoeken te koop
Het werven van fondsen gebeurt door vele groepen die zich begaan voelen met de kinderen die geboren zijn met de ziekte van Duchenne. Voor het team Sportfondsen maken Arjan, Arlet en Ad zich sterk. De verblijfskosten tijdens de rit nemen ze voor eigen rekening. Ad: ’Er werken 120 vrijwilligers mee om dit event mogelijk te maken. We merken echter dat de werving van fondsen momenteel moeizaam gaat. Ook hier lijkt de financiële crisis toe te slaan. We hebben dit jaar mooie handdoeken die we te koop aanbieden voor slechts € 12,50. Bedrijven kunnen hier hun naam op laten zetten, waardoor het een mooi cadeau wordt voor personeel of klanten. Er zijn al verschillende bedrijven die de handdoeken in hun kerstpakketten opnemen. Ze kunnen nog steeds besteld worden.’ Arjan zit rustig naar zijn fietsmaat te luisteren en neemt dan het gesprek over. ‘Ook zoeken we enthousiaste sponsors. Een paar jaar geleden zijn wij begonnen met het ondersteunen van dit doel. Mijn werkgever Sportfondsen was zo genereus om als hoofdsponsor op te treden, waar we natuurlijk ontzettend blij mee zijn. Maar nu wordt het tijd dat een ander bedrijf dat estafettestokje gaat overnemen. We zijn dus op zoek naar één of meerdere nieuwe sponsors.’
Hoop
Ter illustratie toont Arjan een DVD van één van hun tochten. Stilletjes kijkt Judith mee. Als de film aanlandt bij het inhalen van de deelnemers, die een enorm zware tocht hebben afgelegd, pinkt ze een traantje weg. Tegelijkertijd breekt er weer een lach door op haar vrolijke gezicht. ‘Ik kan er niks aan doen, maar dit emotioneert mij altijd weer. Het enthousiasme van al die mensen die zich zo inzetten… dat doen ze ook voor mijn kind… Het geeft ons hoop dat er iets gaat veranderen.’
Samen maken we ’t verschil
Ad, Arlet, Arjan, Irene en Mariëlle zijn het roerend met elkaar eens: ‘Samen maken we ’t verschil!’ Zonder uw hulp is er geen of nauwelijks onderzoek mogelijk om de ziekte van Duchenne een halt toe te roepen. Helpt u mee? Elk kind verdient het om te kunnen rennen, om te leren fietsen, om groot te worden. En daar strijden we voor! Sponsor daarom deze Westlandse helden! Team Sportfondsen heeft door de Westlandse Stitch Witch prachtige handdoeken laten borduren met de opdruk “Westland 4 Duchenne Heroes”. Voor het luttele bedrag van € 12,50 kunt u de trotse bezitter worden van zo’n handdoek. Uiteraard kunt u ook uw eigen naam of bedrijfsnaam laten borduren voor dezelfde prijs. Bestellen kan via www.handdoekenvoorduchenne.nl. U kunt ook een bedrag overmaken naar Rabobank Westland 1037.50.304 t.n.v. Ad van der Zalm, onder vermelding van Duchenne Team Sportfondsen. Uw steun wordt enorm gewaardeerd. Samen maken we het verschil! (Joke Wageveld)
© 2011 Tekstbureau Westland
Van 11 tot en met 17 september a.s. vindt er weer een pittige mountainbiketocht plaats van Luxemburg naar Nederland. De mountainbikers rijden met een groot en mooi doel voor ogen: het mogelijk maken van onderzoek naar de ziekte van Duchenne. En daar is geld voor nodig. Veel geld! Duchenne Heroes is een non-profit organisatie, opgericht door ouders en vrienden van kinderen met Duchenne en steunt wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Duchenne. Met als doel de ontwikkeling van een medicijn te versnellen. Deze ziekte komt voornamelijk voor bij jongens; zij worden ermee geboren. Gevolg van de ziekte is dat alle spieren langzaam afbreken. Kleine kinderen krijgen moeite met rennen en vallen snel. Daarna wordt het lopen steeds moeilijker, waardoor ze al op jonge leeftijd een rolstoel nodig hebben.
Sport in combinatie met het goede doel
Ook uit het Westland rijdt een enthousiaste groep bikers mee: Ad van der Zalm, Arlet den Ouden en Arjan van Oostenbrugge zijn maanden geleden al gestart met de voorbereidingen voor de zware tocht van 700 kilometer (waarvan 95% off road), in 7 dagen, door 4 landen, met 1 doel. We spraken Ad en Arjan over hun motivatie. Thuis aan tafel bij Arjan en zijn vrouw Mariëlle Pont in het bijzijn van Judith Berkenbosch, moeder van Niels, een 14-jarige jongen die Duchenne heeft. Judith en Niels gaan ook dit jaar de bikers, ook wel Duchenne Heroes genoemd, uitzwaaien in Luxemburg en weer inhalen in Nijmegen. Irene en Mariëlle, de echtgenoten van de mannen, rijden vooruit met een camper om de sporters na hun tochten weer op te vangen en te voorzien van een goeie maaltijd en schone kleren. ‘Er is niks mooiers dan je sport combineren met een goed doel,’ vinden beide mannen.
Positief ingesteld
Aan Judith vroegen we of zij en Niels ook per auto meerijden met de tocht. ‘Helaas kan dat niet,’ antwoordt Judith. ‘ Het is voor Niels al heel wat om te gaan uitzwaaien en inhalen, want dat is best zwaar. We kunnen niet zo lang van huis, want hij krijgt allerlei therapieën om de ziekte af te remmen. Dat kunnen we niet zomaar onderbreken.’ Vindt Niels dat vervelend? Trots blikt Judith voor zich uit. ‘Niels is enorm positief ingesteld en zal niet snel klagen. Hij is altijd vrolijk en een heerlijke knul waar we allemaal dol op zijn. Ook zijn oudere broer is gek op hem. Mede door de humor van Niels blijven we in ons gezin niet te lang stilstaan bij de vervelende aspecten van de ziekte. We doen er alles aan om daarmee op een soepele manier om te gaan. En tussentijds kijken we reikhalzend uit naar de resultaten van de onderzoeken die verricht worden om de ziekte een halt toe te roepen of af te remmen. Ook worden steeds nieuwe hulpmiddelen ontwikkeld. Daar is men al ver mee, maar nog niet ver genoeg. Daarom is het juist nu super belangrijk dat de geldkraan open blijft voor verder onderzoek. Er kan immers ieder moment een doorbraak komen. Het zou zonde zijn als dat moet worden stopgezet of afgeremd.’
Sponsors gezocht en handdoeken te koop
Het werven van fondsen gebeurt door vele groepen die zich begaan voelen met de kinderen die geboren zijn met de ziekte van Duchenne. Voor het team Sportfondsen maken Arjan, Arlet en Ad zich sterk. De verblijfskosten tijdens de rit nemen ze voor eigen rekening. Ad: ’Er werken 120 vrijwilligers mee om dit event mogelijk te maken. We merken echter dat de werving van fondsen momenteel moeizaam gaat. Ook hier lijkt de financiële crisis toe te slaan. We hebben dit jaar mooie handdoeken die we te koop aanbieden voor slechts € 12,50. Bedrijven kunnen hier hun naam op laten zetten, waardoor het een mooi cadeau wordt voor personeel of klanten. Er zijn al verschillende bedrijven die de handdoeken in hun kerstpakketten opnemen. Ze kunnen nog steeds besteld worden.’ Arjan zit rustig naar zijn fietsmaat te luisteren en neemt dan het gesprek over. ‘Ook zoeken we enthousiaste sponsors. Een paar jaar geleden zijn wij begonnen met het ondersteunen van dit doel. Mijn werkgever Sportfondsen was zo genereus om als hoofdsponsor op te treden, waar we natuurlijk ontzettend blij mee zijn. Maar nu wordt het tijd dat een ander bedrijf dat estafettestokje gaat overnemen. We zijn dus op zoek naar één of meerdere nieuwe sponsors.’
Hoop
Ter illustratie toont Arjan een DVD van één van hun tochten. Stilletjes kijkt Judith mee. Als de film aanlandt bij het inhalen van de deelnemers, die een enorm zware tocht hebben afgelegd, pinkt ze een traantje weg. Tegelijkertijd breekt er weer een lach door op haar vrolijke gezicht. ‘Ik kan er niks aan doen, maar dit emotioneert mij altijd weer. Het enthousiasme van al die mensen die zich zo inzetten… dat doen ze ook voor mijn kind… Het geeft ons hoop dat er iets gaat veranderen.’
Samen maken we ’t verschil
Ad, Arlet, Arjan, Irene en Mariëlle zijn het roerend met elkaar eens: ‘Samen maken we ’t verschil!’ Zonder uw hulp is er geen of nauwelijks onderzoek mogelijk om de ziekte van Duchenne een halt toe te roepen. Helpt u mee? Elk kind verdient het om te kunnen rennen, om te leren fietsen, om groot te worden. En daar strijden we voor! Sponsor daarom deze Westlandse helden! Team Sportfondsen heeft door de Westlandse Stitch Witch prachtige handdoeken laten borduren met de opdruk “Westland 4 Duchenne Heroes”. Voor het luttele bedrag van € 12,50 kunt u de trotse bezitter worden van zo’n handdoek. Uiteraard kunt u ook uw eigen naam of bedrijfsnaam laten borduren voor dezelfde prijs. Bestellen kan via www.handdoekenvoorduchenne.nl. U kunt ook een bedrag overmaken naar Rabobank Westland 1037.50.304 t.n.v. Ad van der Zalm, onder vermelding van Duchenne Team Sportfondsen. Uw steun wordt enorm gewaardeerd. Samen maken we het verschil! (Joke Wageveld)
© 2011 Tekstbureau Westland
zondag 14 augustus 2011
Schrikken!
Papa zwaan verdedigt kroost
Is dat even schrikken... Ben je klaar van je werk. Lekker op de fiets naar huis en dan word je ineens aangevallen door papa zwaan! Ter hoogte van de Kleine Achterweg in de rijrichting van Naaldwijk verdedigde papa zwaan zijn kroost, dat wel heel ongelukkig op het randje van de berm en het fietspad bivakkeerde. Menig fietser moest uitwijken, zo ook deze fietser… (JW)
Foto: MFH-Design
Is dat even schrikken... Ben je klaar van je werk. Lekker op de fiets naar huis en dan word je ineens aangevallen door papa zwaan! Ter hoogte van de Kleine Achterweg in de rijrichting van Naaldwijk verdedigde papa zwaan zijn kroost, dat wel heel ongelukkig op het randje van de berm en het fietspad bivakkeerde. Menig fietser moest uitwijken, zo ook deze fietser… (JW)
Foto: MFH-Design
dinsdag 2 augustus 2011
Maurice glorieuze Big Brother winnaar tijdens Spektakelfeest
Maasdijk - Met een flinke groep Westlanders gingen ze erin, het Glazen Huis, zoals we dat kennen uit Big Brother. Uitkijkend op het Prinses Marianneplein bevochten de Maasdijkse deelnemers elkaar voor de hoofdprijs gedurende het jaarlijkse Spektakelfeest. Een voor een werden ze eruit gestemd. Een waar spektakel was het! Voor één van de drie overblijvers die zaterdagmiddag nog in het huis zat, liep de week en het weekend toch ietwat anders dan anders… Je zal toch op een doordeweekse dag maar bij je werkgever geroepen worden, omdat hij je eens ernstig wil spreken. De schrik slaat je om het hart. Heb je iets verkeerds gedaan? Gaat de firma Dael failliet en moet je vertrekken? Maar nee, Niels van Dorp werd door zijn werkgever gevraagd plaats te nemen in het Glazen Huis… En ja, dat doe je dan maar, als rasechte Maasdijker wil je immers geen spelbreker zijn bij dit nieuwe onderdeel van het jaarlijkse festijn, ook al had je gedacht het Spektakelfeest met vrienden door te brengen. ‘Een rustige sympathieke jongen,’ aldus een Maasdijkse die het op zaterdagmiddag even gezellig kwam bekijken. ‘Maar ik denk niet dat hij gaat winnen.’ Wie dan wel de winnaar zou worden? ‘Maurice van den Berg, zeker weten’. En ze kreeg gelijk. Zaterdagavond vertrok Maurice glorieus uit het Glazen Huis. Maar liefst drie dagen lang had hij niet gegeten en alleen maar water gedronken. Toeschouwers konden hem zien met een fles bronwater in de hand. Maurice wilde geld ophalen voor de stichting ‘”Race voor een wees”, voor een nieuw weeshuis in Indonesië. En daar heeft hij een aardig bodempje voor gelegd. Niet alleen werden er in het Glazen Huis kapsels geknipt ten bate van het goede doel, maar ook werden er schilderijen á la Herman Brood verkocht. Schilderijen overigens van de hand van winnaar Maurice van den Berg. Tijdens de Amsterdamse middag werd er flink geboden door bedrijven op een zwempartij door de Maasdijkse/Amsterdamse gracht van plaatsgenoot Leo, en stond de teller al op 5000 euro. Maurice hield ook stand toen tijdens het optreden van een imitator van André Hazes zijn huisgenoten naast hem een vet patatje mayo verorberden. Hij werd inderdaad uitverkoren als winnaar en verliet zaterdagavond, een iPad rijker en klotsend van het bronwater, vrolijk lachend het Glazen Huis. Een Maasdijker om trots op te zijn!
Rijke geschiedenis
Het Maasdijkse Spektakelfeest kent intussen een rijke geschiedenis. Ooit ontstond het uit een protest van leden van de soos Happy Valley. Met een openluchtdisco rondom de Hervormde Kerk om te protesteren tegen het besluit tot sluiting van de sociëteit in 1987. Twee jaar later werd een Paalzitsessie georganiseerd… En van het één kwam het ander… Weet u het nog? Lees het rustig nog eens na op www.zomerspektakelmaasdijk.nl/verleden en geniet van een stukje Westlandse historie. (Joke Wageveld) © 2011 Tekstbureau Westland
Foto: MFH-Design
Rijke geschiedenis
Het Maasdijkse Spektakelfeest kent intussen een rijke geschiedenis. Ooit ontstond het uit een protest van leden van de soos Happy Valley. Met een openluchtdisco rondom de Hervormde Kerk om te protesteren tegen het besluit tot sluiting van de sociëteit in 1987. Twee jaar later werd een Paalzitsessie georganiseerd… En van het één kwam het ander… Weet u het nog? Lees het rustig nog eens na op www.zomerspektakelmaasdijk.nl/verleden en geniet van een stukje Westlandse historie. (Joke Wageveld) © 2011 Tekstbureau Westland
Foto: MFH-Design
zondag 24 juli 2011
Spektakel op komst in 's-Gravenzande
Oldtimer Festival en Breeje Durp Rally 2011 worden XXL versie
Westland/’s-Gravenzande - Op 1 oktober 2011 gaat er in ’s-Gravenzande een enorm spektakel plaatsvinden. Daar streven Hans Voskamp en Peter van Zeijl, organisatoren van de Oldtimer Festival/Breeje Durp Rally, naar. ‘Het Oldtimer Festival/Breeje Durp Rally 2011 wordt een XXL versie van de voorgaande jaren. Met heel veel aantrekkelijke activiteiten voor jong en oud,’ aldus Hans en Peter. ‘Menigeen herinnert zich nog het grandioze succes van het Oldtimer Festival van vorig jaar. Wij zien voldoende potentie om dit evenement groter aan te pakken. Er komen ook vele bezoekers van buiten het Westland en zo zetten we onze streek positief op de kaart’
Guusje Nederhorst Foundation
Het evenement dat nu al enkele jaren de basis biedt voor plezier voor jong en oud met oldtimers, bijzondere en exotische sportwagens en oude brommers, wordt uitgebreid. Met een programma voor jong en oud beogen de organisatoren het Westland positief te belichten. Dit evenement krijgt een extra dimensie door het goede doel dat voor 2011 is gekozen, de Guusje Nederhorst Foundation. De Guusje Nederhorst Foundation zet zich in voor het vergeten kind. Ruim 35.000 kinderen in Nederland verblijven in opvangcentra. Deze kinderen hebben al veel nare ervaringen achter de rug. De stichting wil voor hen een omgeving creëren waarin ze weer gewoon kind kunnen zijn. Bijzonder kindvriendelijke omgevingen, daar gaat en staat de Foundation voor. Zorgen dat zij in een veilige omgeving kunnen zijn, zodat ze een ‘rustige jonge dag’ kunnen beleven.
Feestelijke dag voor 150 vergeten kinderen
Parallel aan het uitgebreide programma van de oldtimerdag beogen de organisatoren 150 - 200 kinderen (en begeleiders) via de Guusje Nederhorst Foundation te ontvangen. Deze gasten worden vanaf een centraal punt of parkeerplaats met bussen opgehaald en naar het marktplein van ’s-Gravenzande vervoerd. Hier zal een groep met bussen starten voor een korte toer. De kinderen worden meegenomen op een korte tour door het Westland naar een plek waar een feestelijk programma wordt georganiseerd. Voor dit programma is de organisatie nog druk met het werven van sponsors voor diverse activiteiten zoals schmincken, speeltoestellen, snoep, consumpties, rondvaart e.d. Na het programma van zo’n 3 uur komen alle kinderen weer samen op het marktplein van ’s- Gravenzande. In ’s-Gravenzande aangekomen zullen zo’n 30 kinderen een rondje mogen meerijden in 1 van de exotische sportwagens. Deze rijden tegen betaling voor de overige bezoekers. De opbrengst van deze ritten gaat uiteraard ook naar de Guusje Nederhorst Foundation.
September maand van het vergeten kind
Om veel voor het goede doel te kunnen inzamelen, in aanloop naar het festival op 1 oktober, is de organisatie bezig om scholen, sport- en jeugdverenigingen in de regio in te schakelen om te participeren in de maand september voor de Guusje Nederhorst Foundation, ofwel de maand van het Vergeten Kind. Zij vragen bedrijven, overheid, schoolbestuurders, leraren, verenigingsbesturen, trainers en overige belangstellenden hun medewerking te verlenen om dit evenement tot een geweldig succes te helpen maken. ‘Een evenement waarop we in ’s-Gravenzande en Westland trots kunnen zijn door de wijze waarop we hier met elkaar deze kinderen gaan ondersteunen. Niet alleen met geld maar ook door een grote groep kinderen een fantastisch leuke dag bezorgen,’ aldus Hans en Peter.
Helpt u mee?
U zult begrijpen dat er dringend sponsors en helpende handen nodig zijn. Ook Groot Westland ondersteunt als vanouds dit evenement en het goede doel. Neem voor vragen contact op met Peter van Zeijl, tel. 06-51 218 880, of mail naar voorzitter@hetbarrel.com. (JW)
Westland/’s-Gravenzande - Op 1 oktober 2011 gaat er in ’s-Gravenzande een enorm spektakel plaatsvinden. Daar streven Hans Voskamp en Peter van Zeijl, organisatoren van de Oldtimer Festival/Breeje Durp Rally, naar. ‘Het Oldtimer Festival/Breeje Durp Rally 2011 wordt een XXL versie van de voorgaande jaren. Met heel veel aantrekkelijke activiteiten voor jong en oud,’ aldus Hans en Peter. ‘Menigeen herinnert zich nog het grandioze succes van het Oldtimer Festival van vorig jaar. Wij zien voldoende potentie om dit evenement groter aan te pakken. Er komen ook vele bezoekers van buiten het Westland en zo zetten we onze streek positief op de kaart’
Guusje Nederhorst Foundation
Het evenement dat nu al enkele jaren de basis biedt voor plezier voor jong en oud met oldtimers, bijzondere en exotische sportwagens en oude brommers, wordt uitgebreid. Met een programma voor jong en oud beogen de organisatoren het Westland positief te belichten. Dit evenement krijgt een extra dimensie door het goede doel dat voor 2011 is gekozen, de Guusje Nederhorst Foundation. De Guusje Nederhorst Foundation zet zich in voor het vergeten kind. Ruim 35.000 kinderen in Nederland verblijven in opvangcentra. Deze kinderen hebben al veel nare ervaringen achter de rug. De stichting wil voor hen een omgeving creëren waarin ze weer gewoon kind kunnen zijn. Bijzonder kindvriendelijke omgevingen, daar gaat en staat de Foundation voor. Zorgen dat zij in een veilige omgeving kunnen zijn, zodat ze een ‘rustige jonge dag’ kunnen beleven.
Feestelijke dag voor 150 vergeten kinderen
Parallel aan het uitgebreide programma van de oldtimerdag beogen de organisatoren 150 - 200 kinderen (en begeleiders) via de Guusje Nederhorst Foundation te ontvangen. Deze gasten worden vanaf een centraal punt of parkeerplaats met bussen opgehaald en naar het marktplein van ’s-Gravenzande vervoerd. Hier zal een groep met bussen starten voor een korte toer. De kinderen worden meegenomen op een korte tour door het Westland naar een plek waar een feestelijk programma wordt georganiseerd. Voor dit programma is de organisatie nog druk met het werven van sponsors voor diverse activiteiten zoals schmincken, speeltoestellen, snoep, consumpties, rondvaart e.d. Na het programma van zo’n 3 uur komen alle kinderen weer samen op het marktplein van ’s- Gravenzande. In ’s-Gravenzande aangekomen zullen zo’n 30 kinderen een rondje mogen meerijden in 1 van de exotische sportwagens. Deze rijden tegen betaling voor de overige bezoekers. De opbrengst van deze ritten gaat uiteraard ook naar de Guusje Nederhorst Foundation.
September maand van het vergeten kind
Om veel voor het goede doel te kunnen inzamelen, in aanloop naar het festival op 1 oktober, is de organisatie bezig om scholen, sport- en jeugdverenigingen in de regio in te schakelen om te participeren in de maand september voor de Guusje Nederhorst Foundation, ofwel de maand van het Vergeten Kind. Zij vragen bedrijven, overheid, schoolbestuurders, leraren, verenigingsbesturen, trainers en overige belangstellenden hun medewerking te verlenen om dit evenement tot een geweldig succes te helpen maken. ‘Een evenement waarop we in ’s-Gravenzande en Westland trots kunnen zijn door de wijze waarop we hier met elkaar deze kinderen gaan ondersteunen. Niet alleen met geld maar ook door een grote groep kinderen een fantastisch leuke dag bezorgen,’ aldus Hans en Peter.
Helpt u mee?
U zult begrijpen dat er dringend sponsors en helpende handen nodig zijn. Ook Groot Westland ondersteunt als vanouds dit evenement en het goede doel. Neem voor vragen contact op met Peter van Zeijl, tel. 06-51 218 880, of mail naar voorzitter@hetbarrel.com. (JW)
Abonneren op:
Posts (Atom)














