Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Westlands nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Westlands nieuws. Alle posts tonen

vrijdag 7 december 2012

Achter vaders rug

“De Westlander wordt wel gekarakteriseerd als koppig, traditioneel, vrijheidslievend. Ook worden eigenschappen genoemd als praktische zin, ongeëvenaarde werklust, eenvoudig van aard, ondernemingszin en het sterke verlangen veel geld te verdienen. De grondtrekken die de rasechte Westlanders gemeenschappelijk hebben, is grote gehechtheid aan de streek, trots op het eigen bedrijf, conservatief en individualistisch. Hij hecht grote waarde aan bestaanszekerheid, wat vaak aangezien wordt voor materialisme, en het ontwikkelingspeil van de gemiddelde Westlander is niet hoog. Het heeft zelfs lang geduurd voor hij tuinbouwonderwijs wist te waarderen.”

Dit citaat komt uit het gedenkboek ‘Sporen in de tijd’ van de Wateringsche Woningbouwvereeniging. De spelling toont al aan dat het geen hedendaagse visie op de Westlander is. Niet alle Westlanders voldoen aan deze kenschets, maar velen zullen nog wel wat karaktertrekken herkennen. De uitspraak wordt geciteerd door Lia Spitters in het boek ‘Achter vaders rug’ dat vers van de pers in de boekhandel ligt. Het boek gaat over de herinneringen van Rien de Hoog, Lia’s buurman, ook wel ome Rien genoemd. Lia tekende zijn persoonlijke levensgeschiedenis op, afgezet tegen de sociale, economische en politieke achtergrond van de jaren waarin Rien leefde (1917-2012). De karakterschets uit het gedenkboek slaat op de vader van Rien (Klaas de Hoog) en ook wel op Rien zelf. Rien was geen prater, maar wel een groot verhalenverteller. Op de vraag van zijn buurvrouw Lia om zijn interessante levensgeschiedenis op te tekenen, kreeg ze regelmatig het antwoord: ‘Waarom?’ Pas nadat familie een klein zetje had gegeven, was Rien ertoe te bewegen zijn verhaal te vertellen. En wat voor een verhaal!

 

Rien de Hoog kon terugkijken op een leven van bijna een eeuw. Zijn hart lag bij de druiventeelt. In 1947 startte hij zijn eigen bedrijf aan de Hoogwerf in Naaldwijk. Iedereen verkeerde de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog in bittere armoede. Rien en zijn vrouw hadden de eerste jaren de handen vol aan het bedrijf en hun jonge gezinnetje, maar gelukkig konden ze na een paar jaar al vooruitgang boeken. Het harde werken beloond. In zijn eigen woorden wordt dat in het boek opgetekend als ‘we hebben heel wat afgesjouwd’. Langs de toenmalige trambaan was een lange kas gebouwd met ‘1951’ op de kaspoot geschreven.

 

Rien bracht zijn jeugd door aan de Rijnsburgerweg in Naaldwijk, waar zijn vader in het begin van de twintigste eeuw begon als zelfstandig tuinder. Geboren in een groot gezin. Zoals gebruikelijk in die tijd zorgden de oudsten voor de jongsten. De vader van Rien was een enorme doorzetter en bezat ondernemingsgeest. Hij ging mee met de tijd, hield van nieuwe spullen en was niet zuinig als het daarom ging. Zijn bedrijf ontwikkelde zich tot een – voor die tijd – modern bedrijf, maar daar ga ik u verder niets over vertellen. Het zou jammer zijn als ik hier te veel prijsgeef over het boek. Ik kan het u namelijk van harte aanbevelen.

 

Vanaf het eerste moment van doorbladeren tot aan het doorlezen van a tot z, heeft het boek mij niet meer losgelaten. Zóveel herkenbaars.

Nou vooruit, toch nog een klein voorbeeldje uit het boek. Over een ogenschijnlijk simpel dagelijks ritueel: het koffiedrinken. Bakkiestaid zoals dat er in het Westland van ome Rien aan toe ging. Hij vertelt erover: ‘We dronken altijd twee bakkies koffie. Het eerste bakkie met suiker, het tweede zonder suiker maar met een kaakie erbij. Tenminste als het er af kon. Om half vier was er thee. Vroeger had je heel sterke thee, die was bijna zwart. We aten daar meestal niets bij. Alleen als je ’s middags niet genoeg gegeten had, dan had je “theekoorts”, dan at je wél eens een boterham.’  Zo kent het boek talloze wetenswaardigheden over het gewone (verdwenen?) alledaagse Westlandse leven.  Ook voor Westlandse jongeren en import Westlanders zeker lezenswaardig. Het (tuinders)leven van weleer, het zijn zúlke mooie herinneringen… een stuk geschiedenis van het Westland door de ogen van een Westlandse druiventuinder. Mooie persoonlijke verhalen over hoe het was en hoe het leven verliep tot aan 2012. Een uitgebreide, fraai opgetekende oral history van grote waarde.

 

Helaas heeft Rien de voltooiing van dit prachtwerk niet meer mee kunnen maken. Hij overleed op 12 mei 2012. Lia Spitters is erin geslaagd het doen en laten van Rien de Hoog vanaf zijn kleutertijd tot het verzorgingshuis op een levendige manier op te schrijven. Ons eigen verleden wordt door dit boek wat meer zichtbaar, aldus Dr. Ir. Aad Vijverberg, voorzitter van de Stichting Stimulering Historische Publicaties Westland. Daar sluit ik me volledig bij aan.  Het boek werd overhandigd aan een familielid. Een emotioneel moment voor de familie en andere aanwezigen. Een uitreiking die ook nog eens plaats vond op historische grond. In de bedrijfsruimte van het ultramoderne bedrijf van de firma Honders, neven van “ome Rien”  aan de  Rijnsburgerweg, vroeger Monstersepad genaamd. Precies daar waar de basis werd gelegd voor deze familiegeschiedenis.

 

‘Achter vaders rug’ ook nog eens voorzien van talloze, vaak unieke foto’s, is o.a. verkrijgbaar bij Kantoor- en boekhandel Vingerling voor 17,50 euro.  Een echte aanrader om cadeau te geven of te vragen in de komende feestmaand!

dinsdag 2 oktober 2012

Toneelvereniging De Plankeniers brengt komedie van Woody Allen

Central Park West in De Naald
Maandag 8 oktober en dinsdag 9 oktober speelt Toneelvereniging De Plankeniers in de kleine zaal van WestlandTheater De Naald, aanvang 20.15 uur ‘Central Park West', een komedie van de hand van de Amerikaanse auteur, regisseur, acteur, musicus Woody Allen. Een bij vlagen luchtig stuk over relaties in de breedste zin van het woord. Een onderwerp dat we zeker wel aan de geboren New Yorker, (Brooklyn 1935), meester van de oneliners, kunnen overlaten.
Welgesteld
In Central Park West zien we het welgestelde New Yorkse echtpaar Phylis (Marga van Reeven en Sam (Wim van Baalen) en hun vrienden Howard (Cent Wageveld) en Carol (Gerda vd Valk). Al vanaf het begin is het duidelijk dat er problemen in de lucht hangen die wel eens verregaande gevolgen zouden kunnen hebben in de vriendschappelijke en relationele sfeer. Een conclusie die nog vastere vormen lijkt te krijgen bij de entree van de wonderschone, jonge Juliet Powell, (rol van Kim Guijken), dochter van een beroemde New Yorkse bankier.
Autobiografisch
Zoals in de meeste stukken van Woody Allen zitten er ook in Central Park West, zeker voor de fijnproever, weer veel autobiografische elementen verweven. Elementen die ook in dit stuk veelal op een humoristische manier worden weergegeven. Heel subtiele humor, goed voor een glimlach, maar soms ook stuitende ‘van dik hout zaagt men plankenhumor’ die de toehoorder het schaamrood naar de kaken zal doen stijgen en recht voor zijn raap humor, goed voor een gulle lach. Het staat buiten kijf dat een stuk van Woody Allen te allen tijde het bekijken meer dan waard is en deze uitvoering van Central Park West door De Plankeniers is daarop geen uitzondering. De acteurs hebben er onder de bezielende leiding van regisseur Rodney Verhoeven hard aan gewerkt om u een prima avondje theater aan te kunnen bieden.
Ongebruikelijk tijdstip
Een niet te missen voorstelling dus op een wat ongebruikelijk tijdstip – maandag- en dinsdagavond. Maar ieder nadeel heeft ook hier zijn voordeel. Uw gewone weekend uitgaans- en visiteritme wordt nu niet onderbroken en zeg nou zelf, zoveel is er nu ook weer niet op de teevee op maandag en dinsdagvond. Alle reden dus om De Plankeniers in de kleine zaal van WestlandTheaterDe Naald te komen bezoeken. Kaartjes kosten 10,00 Euro per stuk aan de zaal of reserveer via De Naald 0174-636900.

donderdag 1 december 2011

Sinterklaas op tournee door ‘De Hei’

Ter Heijde aan Zee - Tradities zijn er om te koesteren. Groot voorbeeld, het sinterklaasfeest. Geliefde typisch Nederlandse traditie voor zowel jong als oud. Leek het enige jaren geleden dat de aloude kindervriend in Nederland op zijn retour was, anno 2011 is hij, behalve in tuincentra waar collega kerstman al sinds begin november regeert, weer helemaal terug.

Rondgang
Dat bleek al eerder deze maand in bijvoorbeeld Monster en Wateringen waar het zwart zag van de mensen toen de bisschop voet aan Westlandse wal zette. Ook afgelopen zaterdag had Sinterklaas weer een druk programma. De sint wandelde ondermeer door het centrum van Naaldwijk en bezocht Ter Heijde aan Zee voor zijn jaarlijkse feestelijke rondgang door het dorp.

Eng
Het was druk in De Hei. Bij hotel Elzenduin vanwaar de optocht vertrok, wapperde vrolijk de Nederlandse vlag in top en schalden de in een modern jasje gestoken aloude sinterklaasliedjes door de luidsprekers. Kinderen met mooie zwartepietenmutsen op hun hoofd kregen voorafgaand aan de rondrit een hand van de sint of gingen uitgebreid met hem op de foto. Sommige kleintjes vonden dat best wel een beetje eng, anderen stapten zonder een spoortje angst op de kindervriend af. Hoewel het zonnetje scheen, zorgde een forse wind van over de duinen dat het best wel frisjes aanvoelde. Maar dat mocht de pret niet drukken. Overal zagen we vrolijke gezichten.

Stoere paarden
Daar begon de optocht. Voorafgegaan door de majorettes van Twirlvereniging de Maranto’s uit het kustdorpje zelf. De allerkleinste twirlsters hadden voor de gelegenheid ook al een mooie pietenmuts opgezet (zie foto). De muzikale invulling werd verzorgd door drumfanfare “Het wapen van Maassluis” uit, goed geraden, Maassluis. De sint liet zich comfortabel rondrijden door het dorp. Hij zat, samen met een minipietje, in een open wagen die werd getrokken door twee stoere zwarte paarden. Een heel leger aan zwarte pieten liep eromheen en stopte elke kinderhand die ze onderweg tegenkwamen vol met iets pepernotenachtigs.

Souvenir

Een auto met twee Duitse toeristen stond stil, midden op de Strandweg. Verbaasde gezichten. ‘Was passiert?’ Even later konden ze erdoor. Voorzichtig gaf de man gas, slalommend verliet hij “Ter Haide am Meer”. Hiermee voorkomend dat een groot deel van de op de Strandweg achtergebleven uitwerpselen van de sinterklaas paarden als souvenir zouden worden meegenomen richting Duitsland. (Cent Wageveld) © 2011 Tekstbureau Westland

zondag 20 november 2011

Naaldwijkse Winkeliers Federatie verontrust over bouw Bleizo

Westland - Afgelopen woensdag sprak voorzitter van de Naaldwijkse Winkeliers Federatie, Aart den Haan, zijn zorgen uit over de plannen die er liggen voor de bouw van Factory Outlet Bleizo in Zoetermeer. Tijdens een vergadering in winkelcentrum De Tuinen kregen de leden van de federatie uitleg over de mogelijke gevolgen voor omliggende winkelcentra door Marcel Evers van brancheorganisatie voor wonen, mode, schoenen en sport CBW MITEX.

Gebouwd voor leegstand
Evers onderbouwde zijn betoog met de uitkomst van een retail onderzoek dat is gericht op ontwikkelingen tot 2020. Het winkelstraatbeeld verandert in een rap tempo. In het eerste halfjaar van 2011 is er 190.000 vierkante meter nieuwe winkelruimte opgeleverd, terwijl er 185.000 m2 leeg is komen te staan. Het onderzoek toont duidelijk dat er gebouwd is voor leegstand. Tegelijkertijd zijn de opbrengsten per vierkante meter met 10 procent gedaald. De bestedingen van de consument staan nog jaren hierna onder druk door de economische situatie. Nederland consumindert en houdt de hand op de knip. Ook verandert de samenstelling van de Nederlandse bevolking; deze groeit niet meer overal en in sommige plaatsen is zelfs ‘krimp’ ontstaan. Het aantal 65-plussers neemt toe met 33%, óók onder winkeliers. Tussen nu en 5 jaar wil 35 procent van hen hun winkel verkopen. Evers wees op de internetwinkels die ook omzetten van de winkeliers hebben afgeknabbeld. Het is dus de vraag of de bouw van een Factory Outlet in Zoetermeer wel zo verstandig is. Men vreest voor het voortbestaan van de huidige winkels, die het nu al moeilijk hebben.

Winkels in Westland krijgen het moeilijk
Momenteel zijn er in Nederland drie Factory Outlet Centers: Lelystad, Roermond en Roosendaal. Deze centra trekken klanten uit de steden met het toverwoord ‘Leisure’. Lekker een dagje uit en met tassen vol voordelige kleding, schoenen en modeartikelen de Factory verlaten. Factory Outlets zijn bedoeld om overtollige voorraden van fabrikanten te verkopen, evenals artikelen waar een productiefoutje inzit. ‘Hier berust geen enkele handhaving op,’ aldus Evers. ‘Er wordt zelfs steeds meer op geproduceerd.’ De aanwezigheid van Factory Outlers heeft geen aanzuigende werking voor winkels in de binnensteden zoals men vroeger veronderstelde. Er is zelfs al een negatieve spiraal ingezet, immers vroeger mochten modezaken niet in de periferie gevestigd worden en nu ineens wel. Onderzoek wijst uit dat winkels die gevestigd zijn binnen een half uur rijden van een Factory Outlet, het erg moeilijk krijgen. Dat betekent concreet dat Westland zal lijden onder de bouw van Bleizo.

Protest tegen bouw Bleizo
CBW MITEX heeft de kritiek op de kaart gekregen bij de Provincie. De Kamer van Koophandel en gemeenteraden van Zoetermeer en Lansingerland hebben zich ‘voorlopig positief’ uitgesproken, omdat de bouw van Bleizo werkgelegenheid zal scheppen voor de bouwsector. Allerlei belangenverenigingen sluiten zich echter inmiddels aan bij het protest tegen de bouw van Bleizo. Ook Gerrit Prins, voorzitter van het MKB Westland, sprak over een zorgwekkende ontwikkeling: ‘Er spelen meerdere belangen. Wij volgen de ontwikkeling en hier is aandacht voor.’

Koopstroomonderzoek
Op 23 november komt het resultaat van het koopstroomonderzoek uit. Dit voorspelt vernietigende cijfers waaruit blijkt dat Nederland niet op de bouw van een vierde Factory Outlet zit te wachten. Voorzitter Aart den Haan van de NWF zal zijn leden per e-mail in de gelegenheid stellen te melden of ze voor of tegen de bouw van de Factory Outlet zijn. Ook gaat hij andere middenstandverenigingen hierbij betrekken, omdat de bouw van Bleizo nog geen gelopen race is. (Joke Wageveld) © Tekstbureau Westland

zaterdag 19 november 2011

Hoera, Sinterklaas is weer in het (West)land!

Afgelopen zaterdag, u hebt het allemaal op televisie kunnen zien, maakte Sinterklaas weer zijn opwachting in Nederland. Direct nadat hij in Dordrecht was ingehaald trok de sint naar Westland waar hij in verschillende kernen feestelijk werd ingehaald, zoals bijvoorbeeld in Naaldwijk.

Pepernoten
‘Oef, gelukkig.’ Een kreet diep uit het hart van de vijfjarige Charlotte, afgelopen zaterdagmiddag op het Wilhelminaplein in Naaldwijk. Even zag het er naar uit dat de Sint vanwege problemen onderweg helemaal niet zou komen. Problemen over de pepernoten aan boord van de boot van Sinterklaas. Die waren weg. Ja en Sinterklaas zonder pepernoten is als eh… het Westland zonder kassen, dat kan gewoon niet. Gelukkig kon er met behulp van de brandweer Westland snel wat aan worden gedaan en werd vlug een nieuwe voorraad van dat lekkers besteld en geleverd op het dak van de brandweerkazerne.

Brandweerauto
Zo kon de Sint, zij het met enige vertraging, toch aan zijn rijtoer beginnen die, tot grote vreugde van Charlotte en honderden andere kinderen eindigde op het plein. Ook hierbij was de brandweer weer behulpzaam. De oude baas werd namelijk met een prachtige oude rode brandweerauto vervoerd. Al van ver hoorden de toeschouwers op het Wilhelminaplein de sirene die zijn komst aankondigde. De prachtige antieke auto stond nog niet stil of Sinterklaas stapte er al uit om een rondje langs de wachtende kinderen te maken die hem enthousiast toezongen.

Winkelrijk
Hierna betrad de Sint het podium voor de officiële ontvangst. Hij werd welkom geheten namens de Naaldwijkse winkeliersvereniging door Alex van Alphen en namens de gemeente Westland door wethouder Theo Duijvestein. Beiden hadden hartelijke woorden voor de Sint en een boodschap. Of hij toch vooral zijn sinterklaasinkopen in Naaldwijk Winkelrijk wilde doen. De Sint knikte goedkeurend. Gezien het ruime aanbod dat Naaldwijk de consument biedt een goede gedachte.

Handje geven

Na de officiële intocht konden de kinderen zich naar hartenlust uitleven bij de verschillende spelletjes die, met dank aan de scouting, konden worden gespeeld. De klimtoren was erg in trek, maar dat vond Charlotte maar niets. Nee, zij wist wel wat ze als eerste ging doen: proberen Sinterklaas een handje te geven en dan zwartepietenmutsenballengooien. ‘En ik gooi ze allemaal om, zeker weten.’ (Cent Wageveld) © Tekstbureau Westland

donderdag 6 oktober 2011

Bosbeheerder Van Dreumel blij verrast door scholieren

Piet van Dreumel: ‘Ik ben de rijkste man van de wereld!’

Naaldwijk – Piet van Dreumel, beheerder van het Prinsenbos, ging dinsdag 20 september nietsvermoedend naar zijn werk. Tot zijn verrassing stond daar een enorme opblaaspop opgesteld, die op een feestelijke manier zijn 60e verjaardag luister bijzette. Even later kwamen er gezellig een paar collega’s in het gezelschap van Piets vrouw koffie drinken met een lekkere vlaai erbij. ‘Op dat moment kreeg ik toch een beetje het vermoeden dat er meer ging gebeuren die ochtend,’ vertelt Piet even later. En daar kreeg hij helemaal gelijk in.

Lieve cadeaus
In zijn ontvangstruimte verschenen namelijk plotseling leerlingen van de Westlandse lagere scholen. Piet werd op een strategisch plekje neergezet en werd volslagen verrast door de felicitaties en leuke, lieve cadeaus die de leerlingen hem kwamen brengen. Mooie schilderijen, collages, een klavertje vier en zelfs een boek. ‘Ik ben de rijkste man van de wereld,’ verzuchtte Piet, genietend van al het jonge grut om hem heen. ‘Moet je nou eens zien, al die kinderen om me heen, dat is toch heerlijk!’ Even later bestudeert hij aandachtig een boekje dat hij cadeau kreeg van de J.F. Kennedyschool. Leerlingen poseerden voor de foto’s waarop ze Piets lessen uitbeelden, die o.a. bestaan uit het herkennen van vogelgeluiden in combinatie met gebaren. ‘Dan onthouden ze dat veel beter,’ legt Piet uit. ‘En dan kunnen zij dat weer aan hun ouders vertellen.’

Pensioen
Alle leerlingen zijn Piet even lief. Maar een klein speciaal plekje in zijn hart hebben toch wel de leerlingen van de Herman Broereschool. Als geen ander weet hij immers wat het betekent als je in deze maatschappij als ‘anders’ wordt gezien. Piet heeft zelf goed leren omgaan met zijn ‘anders zijn’, wat werd veroorzaakt door een groeistoornis. Glunderend verwelkomt de jarige de leerlingen. Camera’s van fotografen flitsen. ‘Neem allemaal wat te drinken en een lekker stukje vlaai,’ wijst hij naar de feestelijke tafel waar Piets vrouw en collega’s de leerlingen bedienen. Hij geniet van het feest, maar teveel belangstelling wil hij liever niet. Als we hem vragen of hij al naar zijn pensioen uitkijkt, fronst hij zijn wenkbrauwen: ‘Nee hoor, ik ga nog iedere dag fluitend naar mijn werk. En zodra ik met pensioen ga, kom ik hier weer werken als vrijwilliger!’

Duurzame ontwikkeling
Jaarlijks leiden Van Dreumel en zijn vrijwilligers meer dan 10.000 basisscholieren rond bij het Prinsenbos. Voor de jongere scholieren zijn er de beroemde kabouterwandelingen en de oudere leerlingen volgen bijenlessen of doen waterproefjes en zoeken waterdiertjes. Verder zijn er bij het Prinsenbos regelmatig verschillende activiteiten, zoals speurtochten, vogels kijken en honing slingeren.
Het Prinsenbos is één van de vier uitvalsbases voor het Programma Westlandse Natuur- en MilieuEducatie (WNME), waarin de gemeente Westland, scholen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samenwerken om kinderen de kans te geven op jonge leeftijd kennis op te doen over natuur, milieu en leefomgeving. Hoofddoel is betrokkenheid bij deze onderwerpen te vergroten, in de maatschappelijke context van het streven naar duurzame ontwikkeling. Piet van Dreumel begon ruim 25 jaar geleden zijn carrière als beheerder van het Prinsenbos. Onder zijn bezielende leiding groeide het waterbergingsgebied uit tot een natuur- en recreatiegebied met een speelstrand, moerastuin, bloemenweide, vlindertuin, muurtuin, amfibieënpoel en waterpoeltjes. Ook zijn er takkenwallen en dood hout te vinden. Hierdoor is een rijke diversiteit aan planten, insecten en dieren ontstaan. (Joke Wageveld)

donderdag 21 juli 2011

Monsterse reddingsbrigade zet moderne hulpmiddelen in

Twitteren op het strand

Monster/Ter Heijde aan Zee – Afgelopen zondag was een bijzondere dag voor Pascal Spierlings. Hij kreeg een rondleiding door het onderkomen van de Monsterse reddingsbrigade op het strand nabij slag Ter Heijde en mocht met een van de reddingsboten de zee op. Dat alles omdat hij zich als tweehonderdste volger op Twitter had aangemeld.

Live
De Monsterse reddingsbrigade gaat vanaf heden haar Twitter account (www.twitter.com/rbmonster) ook praktisch inzetten bij hulpverlening en actuele (nood)situaties. Dat twitteren is niet nieuw voor de reddingsbrigade. Men gebruikt Twitter al sinds 2009. Wekelijks bericht men zo haar “volgers” over het wel en wee binnen de vereniging. Maar vanaf heden wordt het dus ook toegepast rond de hulpverlening. Tijdens drukke en warme dagen zal er “live” getwitterd worden over wat de Reddingsbrigade precies doet op zo’n drukke dag.

Extra ogen
Wat betekent dat in de praktijk? Een voorbeeld. Wanneer ouders hun kind langer dan een uur zoek zijn, verspreid de Monsterse reddingsbrigade via Twitter het signalement van dat zoekgeraakte kind. ‘Bijna iedereen neemt tegenwoordig zijn mobiele telefoon mee naar het strand,’ vertelt woordvoerder Martin Hoogslag van de reddingsbrigade. ‘Veel bezoekers hebben Twitter op hun mobiel geïnstalleerd. Wij hopen dat die strandgangers dan met ons mee uitkijken naar zo’n zoekgeraakt kind. Die vele extra paar ogen zouden er dan mede voor kunnen zorgen dat het zoekgeraakte kind sneller herenigd kan worden met zijn of haar ouders.’

Angst
En dat was nou net de reden waarom Delftenaar Spierlings zich heeft aangemeld. ‘Ontzettend belangrijk,’ vindt hij. Natuurlijk, dat zijn we ook meteen met hem eens. Maarre… wat anders. Wat heeft een inwoner van Delft eigenlijk met de Monsterse reddingsbrigade? Nou, dat zit zo. Spierlings is niet onbekend met het Westland. ‘In het dagelijks leven ben ik (al zeventien jaar) werkzaam als sommelier bij een restaurant in De Lier, waar ik het geweldig naar mijn zin heb en ja, als ik naar het strand ga zo af en toe kom ik altijd hier in Monster terecht. ’ Hij vindt de inzet van Twitter op het strand bij een noodsituatie een goeie vondst. ‘Ja, inderdaad, ik vind het een geweldig idee van de reddingsbrigade. Ik heb zelf een klein dochtertje. De angst van iedere ouder die een dagje naar het strand gaat is toch dat je je kind uit het oog verliest. Laten we eerlijk zijn. Is toch zo gebeurd op een drukke warme dag. Twitter is een modern snel werkend communicatiemiddel, ik heb het zelf ook op mijn mobiel geïnstalleerd en als dat er mede voor kan zorgen dat een zoekgeraakt kind eerder terug gevonden wordt omdat er vele honderden extra paar ogen mee uitkijken naar een vermist persoon is dat toch geweldig?’

Privacy
Over privacy gevoelige informatie van de vermiste personen via Twitter hoeft niemand in te zitten. Hoogslag: ‘Daar houden we uiteraard rekening mee. Zo zullen nooit namen van vermiste personen genoemd worden. Naast dit soort noodsituaties zal Twitter ook ingezet worden bij andere gelegenheden die hierom vragen zoals wanneer de reddingsbrigade een geheel of gedeeltelijk zwemverbod instelt. Ook andersom kan Twitter gebruikt worden. Namelijk wanneer de strandbezoekers een vraag hebben richting de al sinds 1939 actieve Monsterse reddingsbrigade.

Golven
Dan is het tijd voor Pascals rondje Noordzee. Hij hijst zich in een stevig nauwsluitend pak. Poeh, dat is warm. Geruststellend wordt hem toegevoegd dat als ie over boord slaat hij door dit pak gewoon blijft drijven en het ook niet koud zal krijgen. ‘Ik was blij verrast te horen dat ik de tweehonderdste volger was geworden en een prijs had gewonnen. Ik win eigenlijk nooit wat. Dit is echt een leuke prijs, zeker weten. Al ben ik wel een beetje nerveus.’ Hij neemt afscheid van vrouw en dochtertje en gaat aan boord. De schipper geeft gas en met een enorme sprong schiet de reddingsboot naar voren de zoute plas op. Ze steigert door de branding, klimt op tegen de golven om, na een ogenblik los in de lucht te hebben gehangen, met een doffe klap weer op het water terug te keren. Keer op keer draait de schipper de gashandel open. Behendig manoeuvreert hij de boot met de neus recht in de golven voor weer een confrontatie. Het zoute water spettert hoog op na weer zo’n aanvaring. Vanaf het strand ziet het er spectaculair uit. En zo voelt het ook.

Vrijwilliger
Na nog ‘even’ een rondje om de zandmotor te hebben gemaakt keert de reddingsboot terug op het strand. Pascal, haren zout-nat van het zeewater straalt. Hij heeft genoten van zijn tochtje over de golven. Wil hij nu zelf ook bij de reddingsbrigade? ‘Nou nee, dat niet. Maar, ik heb wel grote waardering voor wat die mensen allemaal doen. ’t Zijn hier wel allemaal vrijwilligers hè, vergeet dat niet. Dat laatste wordt beaamd door Martin Hoogslag. ‘Ja, inderdaad we zijn hier allemaal vrijwilligers Maar we doen het allemaal bijzonder graag. De meesten van ons kunnen niet zomaar op het strand liggen zonder iets te doen te hebben. We zijn eigenlijk allemaal doeners. En zeg nou zelf, het is toch hartstikke fijn als je een zoek geraakt kind weer verenigd hebt met de verontruste ouders? En wat denk je als datzelfde kind een week later met een taart op de post verschijnt om ons te bedanken? Voor wie meer wil weten van de Monsterse reddingsbrigade of ook volger wil worden op Twitter, ga dan naar
http://www.rbmonster.nl/ (CW)
Foto’s: MFH-Design

dinsdag 22 maart 2011

Gerard van den Berg, verkoper, hardloper, toeteraar:

‘Bij de muziek ben je van elkaar afhankelijk’

’s-Gravenzande - Gerard van den Berg (55) is een druk baasje. Hij begint iedere werkdag vroeg in de morgen met het verkopen van groenten en fruit in dienst van “handelshuis” de Greenery. Tot voor kort ging hij zo nu en dan nog wel eens op het fietsje naar zijn werkplek. Maar sinds hij medio vorig jaar vanuit de later dit jaar te sluiten vestiging Maasland naar vestiging Barendrecht werd overgeplaatst, is dat verleden tijd.

Eufonium
Maar denk nou niet dat Van den Berg nu beweging te kort komt. Zeker niet, want na werktijd mag de geboren ’s-Gravenzander graag een stukje hardlopen. Twee á drie keer per week is hij in gezelschap van wat loopmaatjes (m/v) wel ergens in Westland te vinden. Een stevig duurloopje of een pittige interval training, Gerard van den Berg is in zijn element. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor nog een intensieve bezigheid: musiceren bij muziekvereniging Animato in zijn woonplaats. ‘Ik speel daar al vele jaren op de Eufonium, een koperinstrument.’ Gaat hem dat gemakkelijk af? Van den Berg is eerlijk: ‘Ik ben geen topper, zowel bij het hardlopen als bij het toeteren beschouw ik mezelf als een middenmoter enne, ja misschien zou er wat meer inzitten als ik thuis eens wat meer zou oefenen. Helaas, ik zeg het eerlijk, dat laatste schiet er nog wel eens bij in. Ik moet het daarom echt hebben van de repetitieavonden en mijn routine.’

P.G.M.G.D.B
Aha, drijven op zijn routine. Dat betekent dat Van den Berg een muzikaal verleden moet hebben. Waar en wanneer is het toeteren voor hem eigenlijk begonnen? ‘Vanaf mijn 11e jaar zit ik al op de muziek. Niet bij Animato, die club bestond nog niet maar bij een van de voorgangers. Toen ik begon heette de club P.G.M.G.D.B. Ja, da’s een hele mond vol. Die letters stonden voor “Prijst God met geklank der bazuinen”. Een Christelijke muziekvereniging inderdaad, kan bijna niet anders met zo’n naam. In 1970 gefuseerd met een andere – neutrale - muziekvereniging in het Breeje Durp, “Kunst en Strijd”. Vanaf die tijd werd het dus Animato. Een naam trouwens die werd gekozen na een oproep in de lokale bladen, omdat de bestuursleden van de fusievereniging er zelf niet uitkwamen. We bestaan dit jaar op de kop af 41 jaar.’

Vrije wil
‘Ik ben uit eigen vrije wil op de muziek gegaan. Hoewel ik eigenlijk liever ging voetballen. Maar ja, twee hobby’s tegelijk, dat kon niet in die tijd. Dat kostte extra geld en bovendien daar had je het te druk voor. Ik moest thuis in de tuin ook een handje uitsteken. Mijn vader was trouwens niet zo van het voetballen. Die zei: ‘Ik zal je nu al zeggen dat ik nooit bij je zal komen kijken, maar als je op de muziek gaat, mag je in de Pick Up meerijden naar het repetitielokaal’. Dat was slim van hem want dat vond ik leuk, Nou dat heb ik dus gedaan, samen met nog drie of vier vriendjes uit de buurt.

Pest in
Het verenigingsleven in mijn eerste jaren bij Animato is niet te vergelijken met zoals het tegenwoordig is. Hele gezinnen waren lid. Niet alleen ik, maar zoals gezegd ook mijn vader zat op de muziek. Hij was een niet onverdienstelijk trombonist. En een oom van me was dirigent terwijl mijn zus nog een tijdje getrommeld heeft. Ook mijn broer was lid. Dat was een hele goeie fluitist. Het verhaal gaat dat hij gestopt is toen er een meisje naast hem kwam zitten die nog beter was dan hij. Daar had ie enorm de pest over in, haha. Hij had ook een eigen tuin en heeft altijd volgehouden dat hij gestopt is omdat hij het fluiten en het repeteren niet meer kon combineren met zijn bedrijf. Maar in onze familie houden wij nog steeds zo onze twijfels. Ja, als ik al iets van muzikaal ben dan zit dat wel in de Bergenhoek. Ook mijn dochter heeft nog een tijdje klarinet gespeeld. Alleen op mijn zoon is de muziekvonk nooit overgeslagen.’

Druivencorso
In mijn begintijd waren straat optredens nog een belangrijk onderdeel van het jaarprogramma. Ik kan me mijn eerste optreden weliswaar niet meer herinneren, maar ik zal ongetwijfeld een veel te groot pak aan hebben gehad met een veel te grote pet op mijn kop. Wel weet ik nog dat we meeliepen met het grote Westlandse druivencorso, met ieder jaar een nieuwe druivenprinses. Namen we het als ’s-Gravenzands gezelschap net over de grens met Naaldwijk bij café “De Pet” aan de Heenweg over van Cresendo of Sint Adrianus. Liepen wij vervolgens de hele Naaldwijkseweg af, door het dorp tot Waling van Geest aan het einde van de Monsterseweg. Daar nam dan een korps uit Monster het van ons over. Duizenden mensen stonden dan langs de kant van de weg. Maar niet alleen bij dat corso hoor. In die tijd kwamen de mensen nog naar buiten als er een muziekkorps door de straat kwam. Tegenwoordig gaan ze gauw naar binnen lijkt het wel eens.

Oudbollig
Wij spelen nog steeds bij de binnenkomst van Sint Nicolaas, bij de avondvierdaagse en op Koninginnedag. Ik vind dat zelf nog steeds erg leuk, maar er zijn veel mensen die daar anders over denken. Die vinden het oubollig. Of Animato over tien jaar nog steeds “voor de Sint uitmarcheert” is dan ook de vraag. Gerard van den Berg heeft er zo zijn twijfels over. ‘Ik vraag het me af. Dat zou ik vooral jammer vinden voor onze percussiegroep. Zonder overdrijven reken ik die tot de Nederlandse top. Voor hen zijn straat optredens juist extra leuk. Gelukkig doen ze, zonder het orkest, al jaren met veel succes mee aan het Varend Corso. Percussie solo bij een optocht wordt moeilijker. Daar horen “koper” en “hout”, de toeteraars, nu eenmaal ook bij. Eén ding wordt dan wel duidelijk : bij de muziek ben je van elkaar afhankelijk. Anders dan bij hardlopen, die bezigheid kan je op individuele basis uitoefenen.’

Haar tot ver over de schouders
Dankzij “de muziek” heeft Van den Berg ook een iets andere diensttijd gehad dan de gemiddelde Nederlandse dienstplichtige. ‘Ja, inderdaad,’ bevestigt hij. ‘Een prima tijd. Ik had bij de keuring aangegeven dat ik een instrument bespeelde. Moest ik komen voorblazen en tot mijn verbazing werd ik een week later uitgenodigd voor de Militaire Kapel. Ik, eenvoudig Westlandertje, samen met een gozer uit Limburg. Die was goed, niet te geloven. Maar ja, die zat ook op het conservatorium, daar voelde ik me klein bij. We hadden allebei haar tot ver op de schouders, ik spreek over halverwege de jaren zeventig, dat was toen mode. Dat moest eraf. Gingen we naar de lokale kapper, die haalde er op ons verzoek maar een heel klein stukje af. Kwamen we terug bij de majoor. Werd ie me een partij boos. Er moest nog veel meer af anders zouden we ons plekkie in de Kapel wel kunnen vergeten. We traden bij veel officiële gebeurtenissen op, ook wel in het weekend en het verdiende niet slecht kan ik je vertellen. Ik beurde er meer dan bij mijn toenmalige werkgever.

“Euph”
Van den Berg speelt al 44 jaar op een Euphonium. Voor wie het niet weet, dat is een koperen blaasinstrument die ook wel eens tenortuba wordt genoemd. De klank van het instrument zit qua toonhoogte in de buurt van een bariton. De naam Euphonium stamt uit het Grieks. Het woord euphonos, in die taal betekent “mooi klinkend”. ‘Ik speel nu dertig jaar op dezelfde “euph”, gaat Van den Berg verder. ‘Van het merk Yamaha. En het verveelt nog steeds niet. Bij Animato ben ik samen met Gerwin Stolze één van de twee euph-ers. Solopartijen verdelen we eerlijk onder elkaar.’

Flow
Naast zijn muzikale inbreng is Van den Berg binnen het ‘s-Gravenzandse muziekgezelschap ook de man die op de centjes past. Hoelang hij dat al doet weet hij niet precies. ‘Ik ben vroeger ook al eens een tijd penningmeester geweest. Zo van mijn 28ste tot mijn 40ste en er daarna een tijdje mee gestopt. Sinds, ik geloof 2007, zit ik echter weer in het bestuur en ik heb het daar enorm naar mijn zin. De vereniging groeit en bloeit. We zitten in een flow. Het gaat momenteel erg goed met de club. Sinds 2007 hebben we een blokfluitgroep. Kinderen leren in één jaar op speelse manier de basisbeginselen van het muziek maken. Belangrijk daarbij is dat het daarnaast ook gezellig is tijdens die lessen. Wij hopen dan dat die kids bij de vereniging betrokken raken, een instrument kiezen en op termijn doorstromen naar het B en nog later wellicht het A orkest. Kost wel wat kakies zo’n toestroom, want iedere leerling wordt door ons in de gelegenheid gesteld om muziekonderwijs te volgen.

Jazzy
En daar gaat dus best wel wat geld in om, wat we allemaal zelf moeten op hoesten. ’Hij lacht. ‘Soms denk ik wel eens dat sportclubs het wat dat aangaat stukken makkelijker hebben. Die kunnen met de naam van een geldschieter op de borst wat betekenen voor een sponsor. Bij ons als kunstzinnige instelling ligt dat toch een stuk moeilijker. Wij zouden wel kunnen gaan musiceren in shirtjes met bijvoorbeeld “Greenery” erop, maar dat heeft toch veel minder bereik.’ Op onze repetitieavonden kennen we een grote opkomst. De laatste tijd zitten we dik boven de negentig procent. Dat geeft toch wel aan dat het goed gaat met de club. Als je de kalender bekijkt, hebben we dit jaar wel zo’n 24 optredens. We zijn nu druk aan het repeteren voor ons donateurconcert, in modern Nederlands vriendenconcert. in april. Dat wordt een bijzondere avond. We spelen die avond veel stukken met een Amerikaanse achtergrond, beetje Blues, beetje Jazz. Ook spelen we dan voor het eerst in de nieuwe zaal van De Kiem. Ik ben benieuwd. Heb al wel goeie verhalen over die zaal gehoord.’

Informatie
De repetities van het A-orkest van muziekvereniging Animato vinden plaats iedere vrijdagavond in het Multifunctioneel Centrum ‘’Maesemunde’’ aan de Koningin Julianaweg te ’s-Gravenzande. Voor de repetitieavonden van het B-orkest, de percussiegroep, de blokfluitgroep en algemene informatie kijkt u op internet: www.muziekvereniging-animato.nl. (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

zondag 20 maart 2011

Meesterbakker en Hofleverancier Roodenrijs: ‘Klanten heb je, fans moet je maken’

Westland - Vrijdag 11 februari was een historische dag in de lange historie van het van oorsprong Wateringse bakkersbedrijf Roodenrijs. Namens het bedrijf mocht directeur Arjan Roodenrijs een oorkonde en wapenschild in ontvangst nemen behorend bij de officiële benoeming tot Hofleverancier. De versierselen werden uitgereikt door Burgemeester Sjaak van der Tak van de gemeente Westland en de heer Jan Franssen, commissaris der Koningin van de provincie Zuid Holland.

Schilder
Voor onze krant een reden eens een praatje te maken met Arjan Roodenrijs, directeur van “De Koninklijke”, over verleden en heden van het familiebedrijf. We ontmoeten de meester-bakker in het zenuwcentrum van zijn bedrijf net over de grens van Westland op een kleinschalig bedrijvenparkje aan de rand van Rijswijk. Een ideale locatie om alle 17 vestigingen zonder al te veel logistieke problemen te kunnen bevoorraden. Roodenrijs (49), vierde generatie in het familiebedrijf, gaat er eens goed voor zitten. ‘Het begon allemaal met mijn overgrootvader Petrus Mattheus, roepnaam Piet. Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat hij bakker zou worden. Zijn vader was kleermaker in Schipluiden en het gezin woonde naast een bakker. Die bakkerij was kennelijk zo’n bron van inspiratie dat een paar zoons van kleermaker Roodenrijs al de bakkerskant waren opgegaan. Dat wilde Piet ook, maar zijn ouders staken daar een stokje voor. Hij moest maar schilder worden. Drie weken hield hij dat vol, maar het vak trok hem niet en hij had er geen aanleg voor. Stiekem ging hij bij een bakker vragen of hij daar aan de slag kon. Dat mocht en een paar weken later kwam dat uit. Zijn moeder vroeg zich af waarom zijn broeken toch zo stoffig waren, dat was toch niet normaal voor een schilder. Zo viel hij door de mand. Zijn ouders capituleerden en Piet bleef bakker. Niet veel later werd er zelfs met hulp van zijn vader, Piet was nog minderjarig, een bakkerij gekocht.

125 jaar in vogelvlucht
We schrijven 1885 als Piet Roodenrijs aan de slag gaat in zijn eigen winkel. Aan het Plein in Wateringen. Arjan Roodenrijs: ‘Jazeker, op de plek waar anno nu, 125 jaar later, nog steeds een vestiging van bakkerij Roodenrijs staat. Een leuke anekdote uit die allereerste jaren. De vorige eigenaar van die winkel was failliet gegaan. De oven werd in die dagen nog gestookt op takkenbossen. Die moesten wel gekocht worden, maar ja, geen geld geen takkenbossen. En wat doet een bakker in financiële nood? Die stookt uit nood de deuren maar op. Mijn overgrootvader kocht dus een bakkerij zonder deuren. Na Piet kwam diens zoon, mijn opa Jan in de zaak. Die werd op zijn beurt weer opgevolgd door mijn vader, Frans Roodenrijs. In 1963 werd er naast de winkel in Wateringen een tweede geopend. In het dan gloednieuwe Rijswijkse winkelcentrum “In Den Boogaard”. Weer wat later openden ze nog een winkel, dit keer in Den Haag. Als kinderen werkten wij voor schooltijd al van jongs af aan mee in de bakkerij. Koekjes inpakken en meer van dat soort klusjes. Ook gingen we mee “de wijk in” om huis aan huis te bezorgen met de bakfiets of electrokar. Het tijdsbeeld was dat alles nog erg in hokjes was verdeeld. Je had Katholieke wijken waar een Katholieke bakker bezorgde en Protestantse wijken waar een Protestantse bakker langs de deur kwam. In de loop der jaren werd dat aan huis bezorgen steeds minder. Klanten maakten zelf wel uit waar ze hun brood vandaan haalden. Mijn vader had dat goed in de gaten en daarom had hij die filialen geopend. De bevoorrading vond plaats vanuit de bakkerij in Wateringen tot in 1976 de broodbakkerij in Rijswijk werd geopend. In 1987 kwam ik in de zaak als de vierde generatie Roodenrijs. We gingen gestaag door met het openen van filialen en met de overname van bakkerij Van der Pluijm in 2000 kwam het aantal bakkerswinkels op 15 stuks. Anno 2011 zijn dat er nog twee meer. In Westland hebben we vestigingen in Wateringen, Kwintsheul, Naaldwijk en sinds november 2010 in de Koningswerf te ‘s- Gravenzande.

Binnenstebuiten
Het “Koninklijk Besluit Hofleverancierschap” is bakkerij Roodenrijs niet zomaar komen aanwaaien. Arjan Roodenrijs: ‘Om te beginnen moet je zelf op het idee komen dat aan te vragen. De voorwaarden zijn streng. Een onderneming komt pas in aanmerking als het om een familiebedrijf gaat dat minimaal 100 jaar bestaat én een jubileum viert Als daaraan voldaan wordt, kan de procedure in gang gezet worden. Na de aanvraag wordt je bedrijf zo ongeveer een jaar binnenstebuiten gekeerd. Er wordt naar van alles gekeken. Naar de arbeidsomstandigheden, de financiën, het bedrijf moet een schoon verleden hebben. Daarnaast is het belangrijk of je een steentje bijdraagt aan de samenleving in sociaal en maatschappelijke zin ( dat laatste zit wel snor bij Roodenrijs, denk maar eens aan de Crossbol die ieder jaar weer gebakken wordt rond de Wollebrandcross. red.) Ook kijkt men hoe je omgaat met het milieu. Verder worden de winkels bezocht door “Mystery Guests” en beoordeeld op klantvriendelijkheid en natuurlijk moet de kwaliteit van de geleverde producten uitstekend zijn’.

Bakkerij met een kroontje
Dat was allemaal het geval bij Bakkerij Roodenrijs en dus mag de firma nu de eretitel Hofleverancier dragen. Arjan Roodenrijs is er nog niet helemaal aan gewend dat hij nu aan het hoofd staat van een “bakkerij met een kroontje”. ‘Geregeld lopen er rillingen van trots over mijn rug. Dat hebben we toch maar weten te bereiken in die 125 jaar denk ik dan. Met z’n allen. Familieleden en medewerkers uit het heden en verleden. Het is nu zaak het niveau dat er voor gezorgd heeft dat we deze eretitel konden halen te handhaven. Het moet zo zijn dat een klant bijvoorbeeld aan een collega of op een verjaardag vertelt over onze kwaliteit en service. Zo’n klant is een fan en die koesteren wij. Klanten heb je, fans moet je maken. We blijven alert, we luisteren naar de klant en blijven zoeken naar nieuwigheden. Zo hebben we nu weer recent een nieuw product gelanceerd, Cupcakes, zijn helemaal booming. Gemaakt van plantaardige vetten, geen dikmaker dus maar wel heel lekker. Met Valentijnsdag waren ze een groot succes en rond de paasdagen brengen we een paasvariant. Maar ook om een geboorte van een zoon of dochter extra luister bij te zetten zijn cupcakes een prima alternatief voor het eeuwige beschuitje met muisjes.’

Hofsnit
Is er rond het verkrijgen van de eretitel Hofleverancier nog een speciale actie gaande richting de klant? Arjan Roodenrijs knikt. ‘Jazeker, vorige week hebben we de Hofsnit gelanceerd. Ja, je schrijft het zoals je het zegt, niet op zijn Duits. Die is te koop voor € 6,25 in al onze filialen. Van iedere verkochte snit gaat dan 125 cent naar de NCFS, de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting. Deze behartigt de belangen van mensen met CF. Maakt (digitaal) lotgenotencontact mogelijk en geeft voorlichting. Ook financiert en stimuleert de stichting wetenschappelijk onderzoek, waar heel veel geld voor nodig is. Cystic Fibrosis wordt ook wel taaislijmziekte genoemd en is de meest voorkomende erfelijke ziekte met een beperkte levensverwachting. De aandoening is chronisch en (nog) niet te genezen. Wij zijn als bakkerij Roodenrijs erg betrokken bij dat doel.

Majesteit
En nu? Is het wachten op de Majesteit die in één van de winkels binnenstapt voor een halfje wit en een pond roomboter spritsjes?. Roodenrijs lacht.’Nee hoor, We gaan gewoon door met wat we doen. Hofleverancier is een eretitel. Ik verwacht niet dat de Koningin nu ineens op de stoep staat...’ (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

Organisator Schoolschaakkampioenschap Ard Dekker: ‘Ik ben een resultaatschaker’

Organisator Schoolschaakkampioenschap Ard Dekker: ‘Ik ben een resultaatschaker’


Westland - Als ik aanbel bij Ard Dekker (Naaldwijk, 1955) zit de heer des huizes televisie te kijken. ‘Zat naar het nieuws te kijken,’ verontschuldigt hij zich even later. ‘Ging over de toestand in Libië met kolonel Khadaffi. Ik was effe benieuwd hoe zich dat ontwikkelt.’ Geen probleem natuurlijk. Het geeft meteen maar even aan dat Ard Dekker een man is met oog voor wat er om hem heen in de wereld gebeurt. Dat hij in meer dingen geïnteresseerd is dan in de schaaksport alleen. Al is die sport wel de reden van ons bezoek. Want, traditioneel vindt er aanstaande vrijdag middennin de krokusvakantie een schaaktoernooi voor scholieren plaats. En Dekker is al jarenlang verbonden aan dat toernooi als één van de organisatoren.

Traditie
‘Aanstaande vrijdag vindt alweer de 34ste editie plaats,’ vertelt Ard Dekker. Jeugdige schakers bevechten elkaar in gebouw De Kandelaar fanatiek “de stukken”, waarna de winnaar zich een heel jaar lang Naaldwijks Schoolschaakkampioen mag noemen. ‘De naam is een beetje verwarrend want de kampioen hoeft niet per definitie uit Naaldwijk te komen. Dat was vroeger wel het geval, maar sinds een aantal jaren staat het toernooi open voor alle scholieren tot en met 16 jaar die afkomstig zijn uit Westland, Midden Delfland of Hoek van Holland of daar op school zitten. We hebben de naam echter vanuit een soort traditie gehandhaafd.’ En Dekker kan het weten, want hij is inmiddels al bij de organisatie van een fors aantal edities betrokken geweest.

Euwe
Ard Dekker kreeg het schaken thuis met de paplepel naar binnen gegoten. ‘Mijn vader Bas, helaas overleden, werd in 1935 “gepakt” door de schaaksport. Dat kwam doordat de beroemde Nederlandse grootmeester Max Euwe dat jaar wereldkampioen werd. Zo’n prestatie heeft in iedere sport altijd een enorme impact, dus ook bij het schaken. Dat zorgt voor een grote toeloop. Vader heeft zijn passie voor het schaken later op al zijn kinderen overgebracht. Ik ben geboren in de Druivenstraat, als jongste van zes broers. Daar woonden we met z’n achten in een piepklein huisje, maar ik kan me niet herinneren dat er een schaakbord op tafel stond. Dat we gingen verhuizen naar een groter huis, weet ik nog goed trouwens. Dat was heel bijzonder. Het was op een dag dat ik op schoolreis naar de Efteling ging. Toen we vertrokken woonde ik nog in die Druivenstraat, maar toen we aan het einde van de dag terugkwamen moest ik ineens naar de andere kant van Naaldwijk lopen, naar ons nieuwe huis. Dat was toch een vreemde gewaarwording hoor.’

Schaakbord
Stond er toch zeker bij de Dekkers in dat nieuwe huis met veel meer ruimte wél een schaakbord speelklaar in iedere kamer? Ard nuanceert dat beeld meteen. ‘Nee hoor. Het is heus niet zo dat er bij ons thuis altijd werd geschaakt of over de sport gesproken, al denken mensen altijd van wel. Is ook wel logisch. Naast mijzelf en mijn vader speelden al mijn vijf oudere broers schaak. Ze hebben ook allemaal in het eerste team gespeeld, maar echt waar, thuis schaakten we niet zoveel. Natuurlijk werd er de dag na een wedstrijd thuis aan tafel nog wel eens teruggekeken maar eigenlijk speelde ons schaakleven zich vooral op de vereniging af. Met een hele lichting schaaktalenten ging Dekker bij die vereniging, Schaakmat, op zijn twaalfde van de jeugd over naar de senioren. ‘Toevallig een hele groep jongens die bij mij in de klas zat op de toenmalige Rehobothschool in de Rembrandtstraat. De school van meester Koekkoek zeg maar. Onder hen ook mijn nog steeds clubgenoot Frans Vreugdenhil, die net als ik na al die jaren het schaken nog steeds niet kan laten. Dat we zo vroeg over gingen naar de senioren was wel bijzonder, want normaal ging je pas op je zestiende over. Ach, we waren bij toeval gewoon een bijzondere lichting. Het was echt niet zo dat ik reclame had gemaakt voor de schaaksport of zo. In het begin zaten Frans en ik nog in hetzelfde team, maar al snel ging ik naar het eerste. Frans bleef toen een tijdje in het tweede hangen maar dat kwam kennelijk omdat Frans een slow starter was. Hij is me later behoorlijk voorbijgestreefd, hoor.’

WSC
De vereniging, waar de heren Dekker en ook voornoemde Frans Vreugdenhil jarenlang hun partijtjes speelden (en deels nog spelen) is het Naaldwijkse Schaakmat, opgericht in 1953. Schaakmat is één van de vier regioclubs die Westland rijk is, naast Sio uit ’s-Gravenzande, Regina Pacis uit Honselersdijk en Lierse uit De Lier. Deze verenigingen hebben hun eigen verenigingsavonden waar zowel senioren als jeugdleden een interne competitie spelen. Externe competitiewedstrijden worden, met uitzondering van Lierse, al weer een groot aantal jaren gespeeld onder de vlag van WSC, de Westlandse Schaak Combinatie, tegenwoordig gesponsord door het bedrijf Fruit World uit Breda. Ard Dekker: ‘WSC is opgericht om jeugdig talent te bundelen en te behouden voor het Westland. Dat is goed gelukt en ook het niveau in Westland is hierdoor behoorlijk gestegen.’

Teamsport
Hoe beleeft Ard Dekker, in het dagelijks leven werkzaam als leidinggevende op de personeelsafdeling van het Ministerie van Defensie in Den Haag, het schaken? Het antwoord is verrassend: ‘Als een teamsport. Veel mensen zien schaken als een individuele sport, uiteindelijk is dat ook wel zo, maar ik zie het tóch als een teamsport. Onlangs speelde ik met WSC 2 in Delft en dan vind ik het teamresultaat belangrijker dan mijn individuele resultaat. Ik ben eigenlijk best wel een “resultaatschaker”. Daarom zit ik ook vaak op een hoger bord tegen een sterkere tegenstander, omdat ik behoorlijk tactisch kan schaken, eerder op remise kan spelen. Frans Vreugdenhil om die er nog maar weer een keer bij halen, is veel avontuurlijker. Dat is een aanvallende schaker. Die kan genieten van een mooie partij ook al heeft ie verloren. Ik heb het bij een verliespartij, ik druk het netjes uit,wat minder naar mijn zin.’

Schoolschaak- en Druivenschaaktoernooi
Maar het is niet alleen het zelf schaken wat Ard Dekker aan de sport bindt. Hij houdt er ook van dingen te organiseren. Zo is hij beretrots op het Naaldwijks Schoolschaak Kampioenschap dat hij mede mag organiseren. En verder op het Westlands Druivenschaak Toernooi, dat jaarlijks eind augustus, ook in gebouw De Kandelaar, wordt gehouden. Een eerbiedwaardig toernooi, niet weg te denken van de regionale schaakkalender waarvan de eerste editie plaatsvond in 1949. Sinds zes jaar is Ard Dekker voorzitter. In die rol fungeert hij als opvolger van vader Bas die deze rol van 1949 tot 1988 maar liefst veertig jaar vervulde. Dekker heeft een leuke anekdote over het Westlands Druiven Schaak Toernooi. ‘Bij het toernooi hebben we natuurlijk al sinds jaar en dag Westlandse druiven als prijs, maar sinds een paar jaar ook kleine potchrysantjes. Spelers worden in groepen van vier verdeeld en de nummer laatste van zo’n groep krijgt dan als troostprijs een potchrysantje. Hadden we twee spelers die geen eerste meer konden worden en die allebei vanwege dat chrysantje streden om de vierde plek. Nou dan krijg je een raar partijtje schaak hoor. Een andere deelnemer nam een jaar later een schoteltje mee terug naar De Kandelaar dat onder zijn potchrysant had gestaan. Eerlijke mensen die schakers, toch?’

Het NSK
Terug naar de actualiteit, het 34ste Naaldwijks Schoolschaak Kampioenschap (NSK) Aanstaande vrijdag 4 maart in gebouw De Kandelaar verwelkomt de organisatie 40 deelnemers. Een aantal dat Ard Dekker tot tevredenheid stemt. ‘De “gouden tijd” van meer dan honderd deelnemertjes ligt inmiddels ver achter ons en komt niet meer terug, maar met veertig enthousiaste schakertjes valt goed te leven.’ Ook over het ledenaantal van Schaakmat wil hij niet mopperen. ‘Nee hoor, we zijn tevreden, ‘t is goed te mannen zo. We houden het onder andere op peil door leuke, bijzondere toernooien te organiseren zoals een jaarlijks “generatiekloof toernooi” waarbij een jeugdschaker met een ouder familielid of een schakende buurman een team vormt. Zo’n evenement zorgt met regelmaat voor nieuwe aanwas, jeugd maar ook volwassenen.’ Heeft hij zelf nog een actieve inbreng gehad bij het stabiel houden of uitbreiden van het Westlandse schakers bestand? Hij glimlacht. ‘Ik heb een poging gedaan. Drie van mijn vier kinderen hebben redelijk intensief geschaakt, twee van mijn dochters zijn zelfs wel eens jeugdkampioen geweest, maar ze zijn tot nu toe geen van allen aan de sport blijven hangen. Hebben het te druk met andere hobby’s.’

Interesse
Mensen die interesse hebben gekregen in het schaken in clubverband in Westland/Hoek van Holland, kunnen contact opnemen met een van de Westlandse schaakverenigingen. Voor meer informatie kijkt u op: www.schaakmat.info, www.schaakverenigingsio.nl, www.lierseschaakvereniging.nl of http://home.kabelfoon.nl/~trompet/schaken. (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

Ton Kolmeijer: 'Ik ben een heel gedisciplineerd persoon'

WOS Radio- en televisiemaker Ton Kolmeijer: ‘Ik ben een heel gedisciplineerd persoon’


Westland - Zondag 6 februari jl. was een gedenkwaardige dag in het leven van WOS coryfee Ton Kolmeijer (61). Zoals u vorige week uitgebreid hebt kunnen lezen in dit blad werd toen de 1250ste uitzending van zijn vermaarde zondagochtend programma “PlusRadio” uitgezonden. Naar aanleiding daarvan hadden wij een gesprek met de sympathieke radio- en televisiemaker.

Bonbons
De ontmoeting is hartelijk. Ton Kolmeijer is net klaar met een klusje voor WOS Radio. We ontmoeten hem in de historische druivenkwekerij ‘De Sonnehoeck’ te Kwintsheul vanwaar hij zojuist live was te horen op de zender met een korte reportage. Hij staat met een doosje bonbons in zijn handen. Nog een cadeautje vanwege zijn jubileumuitzending afgelopen week? ‘Nee hoor,’ lacht hij. ’Lionsclub De Glazen Stad was hier te gast en bereidde een Valentijnsactie voor. En je weet, een vliegende kraai vangt altijd wat.’ We gaan op zoek naar een rustig plekje in de historische woning waar we niet gestoord worden door kwebbelende Lions. Als we dat gevonden hebben, gaat hij eerst zijn onafscheidelijke zendapparatuur opbergen, waarmee hij contact kan opnemen met de thuisbasis van de WOS in ’s-Gravenzande. Bedoeld om live ergens verslag vandaan te doen. ‘Waar ook vandaan. Vanaf de top van Alpe D’Huez, vanuit Rome of van een boot in de haven van Maassluis. Maakt niet uit. In studiokwaliteit, glashelder, alsof ik gewoon in die studio zit.’ Trots vertelt hij dat er niet veel van dit soort apparatuur in gebruik is in Nederland. Dat hij een techniek freak is en er niet van houdt om op vakantie gaan. In plaats daarvan geeft hij zijn vakantiecentjes liever aan dit soort dingen uit. Ton Kolmeijer ten voeten uit. Een man met een missie. Met passie voor radio, televisie, techniek en muziek. Een monoloog.

Schiedam
‘Ik ben geboren en getogen in Schiedam. ‘Daar heb ik tot mijn 24ste, tot ik ging trouwen met mijn Ria, gewoond. Ik ben er één van zes. Ik heb twee broers en drie zussen. Mijn vader was werkzaam als technisch adviseur bij een bedrijf in Rotterdam. Dat deed in meet- en regeltechniek voor de voedingsmiddelenindustrie. Een heel veelzijdige man. Ik ben er heel dankbaar voor dat ik mijn vader en moeder lang bij me heb gehad. Mijn moeder is een maand geleden overleden. Mijn ouders hebben mij altijd gevolgd en gesteund. Fantastische mensen. De interesse voor techniek heb ik denk ik van vader. Op mijn beurt heb ik hem weer besmet met het film-, dia- en fotografievirus. Tot op hoge leeftijd hebben we samen veel filmpjes gemaakt in de privé sfeer en waren ook lid van een film- en geluidsjagersclub.

Bronchitis
In mijn jonge jaren heb ik een tijd veel last gehad van bronchitis. Zelfs kantje boord gelegen. Daardoor was ik thuis het zorgenkindje dat net met wat meer zorg werd omringd dan de andere kinderen uit het gezin. Van jongs af aan wilde ik televisiecameraman worden. Het is echter ietsjes anders gelopen. Ik ben na mijn middelbare schooltijd wel aan een opleiding begonnen maar daar voortijdig mee gestopt. Ik liep stage bij Pim Korver, sinds kort in Westland bekend als de maker van de Ping An documentaire. Daar deed ik ook reportagewerk voor het toenmalige NOS journaal. Enerverend, afwisselend werk. Je komt overal en nergens en moet op de gekste tijden werken. Maar, ik vertelde al dat ze thuis erg ‘zuinig’ op me waren en met name mijn vader kon er niet zo tegen dat ik op afwijkende werktijden thuiskwam. O,o wat was die bezorgd. Hij ging niet naar bed voordat zijn zoon weer veilig thuis was. Ook al werd het heel laat. Daarom ben ik toen een hele ander richting uit gegaan. Financiële administratie. Alsof het zo moest zijn heb ik daar later veel profijt van gehad toen mijn vrouw Ria getroffen werd door de ziekte MS. Ik was in de gelegenheid kantoor aan huis te houden en dat maakte het voor mij tegelijk mogelijk om mijn vrouw zoveel als mogelijk was te verzorgen.

Buitenlander
Toen ik in 1974 in Maasland ging wonen ben ik begonnen met de Bom, Bejaarden Omroep Maasland. Heb ik jaren gedaan. Vijf keer per week verzorgde ik elke ochtend middels cassettebandjes een programma voor de ouderen. Dat werd dan stipt om negen uur door een tijdklok gestart. Als geboren Schiedamme, was ik toch een soort van ‘buitenlander’ voor veel Westlanders en Midden Delflanders. Maar ik heb nooit last gehad van aanpassingsproblemen. Ik ben, al zeg ik het zelf, dan ook heel soepel in de omgang. Begin 1986 werd ik benaderd door iemand met de mededeling dat de WOS van start ging en dat dat net wat voor mij was. Heb ik een brief gestuurd. Een paar weken later werd ik door WOS’ers van het eerste uur, Lex Valk en Peter Keijzer, uitgenodigd om eens langs te komen voor een gesprek. Dat heb ik toen gedaan. Ik moest van hen als een soort nieuwslezer een aantal berichtjes voorlezen. Veertien dagen later was ik aangenomen.

Prullenmand
Als vrijwilliger ben ik bij de WOS vooral begonnen met de technische kant van radio maken. Daarnaast verzorgde ik ook toen al wat reportages. Dat was soms een race tegen de klok. Al het opgenomen materiaal moest toen nog handmatig geknipt en geplakt worden en de stelregel bij de WOS was: alles wat ’s nachts na één uur binnenkomt is te laat. Da’s goed voor de prullenmand. Bij mijn allereerste kennismaking met Valk en Keijzer had ik al aangegeven dat ik bij de WOS graag eenzelfde soort programma zou willen maken als voor de BOM. Dat maakte ik inmiddels ook al vele jaren ook voor de ziekenomroep Schiedam en in Schipluiden. Na een half jaar bij de WOS werd dat mogelijk, vanwege zendtijduitbreiding. Zo ben ik dus begonnen op zondagmorgen tussen elf en twaalf uur. Dat uur is altijd gebleven en er is in de loop van de tijd steeds meer tijd bijgekomen. Steeds vroeger op de zondagochtend. Viel er weer een programma weg, kwamen ze naar mij toe: ‘Ton wil jij nog een uurtje extra opvullen.’ Prima hoor, mede door de ziekte van mijn vrouw was ik toch altijd al een vroege vogel, moest haar altijd ‘s morgens helpen met wassen, aankleden en eten. Vroeg opstaan was en is voor mij geen enkel probleem. Ja en dan ben je zo aan de 1250ste uitzending toe.

Plus-Televisie
Niet lang nadat Ria mijn vrouw in de zomer van 2005 was overleden, vroeg men mij of ik misschien interesse had ook iets voor WOS televisie te gaan doen. Daar heb ik een paar dagen over na moeten denken en toen ja gezegd. Ik had twee mensen benaderd, Kees Bouwhuizen als cameraman en Klaas Kelderman als editor, en met z’n drieën zijn we gestart. Bijna vier jaar hebben we in die samenstelling week in week uit aan tal van onderwerpen veel aandacht kunnen besteden. Om dat televisiewerk, de reportages die ik op de zaterdag in het programma van Kees Zwinkels verzorg en het samenstellen en presenteren van mijn ‘eigen’ zondagochtendprogramma te kunnen volhouden moet ik werken volgens een strak schema. Maar daar heb ik geen probleem mee. Ik ben van nature een gedisciplineerd mens.

Muziek
Muziek is het mooiste wat er is. Ik noem het altijd een internationale manier van communiceren. Je kunt er heel veel mee overbrengen en dat is wat ik wekelijks probeer. En daar slaag ik zo denk ik goed in. Elke week weer krijg ik enorm veel reacties binnen van luisteraars. Soms heel emotionele. Als voorbeeld een reactie die ik onlangs kreeg van een terminale mevrouw die druk bezig was haar eigen uitvaart te regisseren. Heel verdrietig allemaal. Ze vertelde me dat ze geëmotioneerd was geraakt door een gedicht dat ik had voorgelezen en het stuk muziek dat daarna kwam. Ik wist het nog, dat was het Ave Maria in de uitvoering van de Oostenrijkse zangeres Monika Martin. ‘De mooiste uitvoering die ik ooit gehoord heb, Ton’ zei ze. In zo’n geval mail ik dan dat gedicht en ik heb er voor gezorgd dat ze dat stuk muziek op CD heeft ontvangen. Kon haar zoon dat bij de andere drie nummers die ze al had uitgekozen zetten. Ik krijg ook veel verzoekjes maar dat probeer ik zoveel mogelijk te beperken. Ik stel het programma samen volgens een bepaald recept en teveel verzoeknummers zouden de identiteit van het programma te veel kunnen veranderen en dat wil ik voorkomen.

Uniek
Mijn programma is, al zeg ik het zelf, tamelijk uniek. Het genre muziek dat je bij mij kunt beluisteren hoor je verder niet op de WOS of op welke andere zender dan ook. Radio vijf wellicht uitgezonderd. Ik draai iedere zondag consequent een paar Duits nummers en een paar Franse chansons. Dat kom je verder nergens tegen. Ik wil meteen een wijd verbreid misverstand uit de wereld helpen dat er alleen ouderen zouden luisteren. Uit onderzoeken is gebleken dat ook veel jeugd mijn programma weet te waarderen. Over wat de toekomst me brengt denk ik niet veel na. Mijn insteek is om gewoon lekker door te blijven gaan zolang het me gegeven is. Af en toe denk ik wel eens: ‘Ton, wat is dit toch een fantastische invulling van je vrije tijd.’ Ik geniet van de omgang met alle mensen waarmee ik in contact kom tijdens mijn reportages. Bij de WOS zijn er ondertussen veel vrijwilligers die gerust mijn zonen of dochter hadden kunnen zijn. Het is misschien een cliché, maar omgaan met dat jonge spul houdt me jong. Nee, ik heb het prima naar mijn zin zo.’

Pijpenstelen
Als we vertrekken bij De Sonnehoeck regent het pijpenstelen. Bij het instappen zie ik nog net dat Ton Kolmeijer zijn kostbare zendapparatuur beschermend tegen al die nattigheid onder zijn jas houdt. De bonbons houdt hij in zijn handen, die mogen wél nat regenen... (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

zondag 28 november 2010

Ondergedoken in 's-Gravenzande

In de voetsporen van een dwangarbeider


Westland – We schrijven 2008. René J. Versluis ontruimt zijn ouderlijke woning. Op de zolder vindt hij een boekje en wat correspondentie die zijn vader toebehoorden. Uniek materiaal, zo blijkt al snel. Een tot dan toe zo goed als onbesproken gebleven deel van zijn vaders leven wordt erdoor onthuld. Het zorgvuldig in pakpapier bewaarde boekje blijkt een compleet dagboek te zijn waarin Versluis senior minutieus verhaalt over de tijd die hij in Duitsland heeft doorgebracht als dwangarbeider, nadat hij tijdens een razzia te Rotterdam in november 1944 was opgepakt. Maar ook over wat er gebeurde, nadat hij daar ontsnapt was en over zijn periode als onderduiker in ’s-Gravenzande.

Gegrepen
René Versluis, toch al bovenmatig geïnteresseerd in geschiedenis, is meteen gegrepen door wat zijn vader in een priegelig handschrift heeft opgeschreven en realiseert zich direct hier een uniek stukje geschiedenis in handen te hebben waar relatief weinig over bekend is. Hij gaat er mee aan de slag. Verzamelt informatie, duikt in archieven, ontcijfert met engelengeduld het handschrift van zijn vader. Ook maakt hij een gedegen studie over voor hem - en dus ook voor veel van zijn toekomstige lezers - vreemde afkortingen en Duitse woorden die met regelmaat opduiken in zijn vaders dagboek. Bijna drie jaar later is er dan het 100 pagina’s dikke boekje “In de voetsporen van een dwangarbeider”.

Stationschef
John Versluis, Rotterdammer, is tijdens de mobilisatie gelegerd in het Fort aan den Hoek van Holland waar hij geschutscommandant is. Gedurende die tijd, tijdens een cursus in het stationsgebouw van de WSM aan de Monsterscheweg in het naburige ’s-Gravenzande, leert hij Willy den Ouden kennen, dochter van de plaatselijke stationschef. Hij valt als een blok voor de jonge Westlandse. Gelukkig is dat wederzijds en ze krijgen verkering. Het wordt oorlog en Versluis keert terug naar Rotterdam om zijn boterham te gaan verdienen als ingenieur bij het bedrijf Croon & Co.. In 1943 verlooft hij zich met mejuffrouw Den Ouden. Ondanks de bezetting verloopt het leven eigenlijk vrij normaal.

Arbeitseinsatz
Tot aan die fatale 11de november 1944, wanneer hij zich moet melden voor de Arbeitseinsatz, het uitvoeren van dwangarbeid in Duitsland. Na zijn deportatie komt Versluis terecht in een hele ander wereld. De wereld van oorlog, dwang, kou, tekorten, ziekten, dood en ellende. Alles wordt nauwkeurig beschreven. De originele afdrukken uit het dagboekje van vader Versluis, en wat brieven en kaarten zijn te vinden op de linkerpagina’s. Daarnaast op de rechter bladzijden staan dezelfde teksten in leesbaarder schrift plus, waar nodig, voorzien van uitleg door auteur en zoon René.

Fragment
Een fragment uit het dagboek van John Versluis: 29 januari 1944. Op rangeerterrein Oppum verschrikkelijk bommentapijt meegemaakt. (...) Vrouw in armen met hartaanval. Dorp en terrein, wagons, locomotieven enz. totaal in gruis. Tientallen dooie koeien met vroegtijdige kalveren. Geholpen aan beschadigd huisje. 1 levende vrouw en 1 dode man eruit gehaald, (…) onze ploeg: 1 vermiste, 2 doden, 1 zwaargewonde en 1 lichtgew.. (...) Koolsoep.

Onderduiken in ‘s-Gravenzande
Op 2 maart 1945 weet Versluis te ontsnappen en samen met een lotgenoot begint hij aan de tocht richting Nederland die ondermeer via Winterswijk en Haastrecht loopt en eindigt in Rotterdam. Op 13 maart na de nodige ontberingen sluit hij, teruggekeerd in zijn geboortestad, eindelijk zijn geliefde Willy weer in de armen. Maar in Rotterdam blijven is veel te gevaarlijk. Daar worden nog steeds razzia’s gehouden.

Er wordt besloten dat onderduiken in het stationsgebouw aan de Monsterseweg in ’s-Gravenzande veel veiliger is. Met een aandoenlijk amateuristische vervalsing van een persoonsbewijs weet John Versluis het sperrgebied waarin “Het Breeje Durp” in zijn geheel ligt, binnen te geraken. Gedurende de laatste oorlogsmaanden zal de zolder van het stationsgebouw zijn verblijfplaats worden. Die vervalsing van het persoonsbewijs is mogelijk gemaakt dankzij het ondergrondse Westlandse verzet, dat zelfs tot binnen de muren van het Gemeentehuis is geïnfiltreerd.

Emotioneel
Onlangs bezocht auteur René Versluis het voormalige stationsgebouw dat voor veel jongere Westlanders beter bekend staat als het gebouw waar tot voor enige jaren De Zaadcentrale, de groentenzadenhandel van Jan Minnaar gevestigd was. René: ‘De huidige bewoners hadden er geen weet van dat er ooit onderduikers een veilige schuilplaats hadden gevonden in hun woning. Ja, dat ze wonen in het voormalige WSM stationsgebouw en dat er een zaadhandel in gevestigd was dat wisten ze wel. Maar dat er boven op de zolder onderduikers gewoond hadden, was helemaal nieuw voor hen. Een stukje toegevoegde waarde. Dat er ooit iemand bescherming tegen de boze buitenwereld had gevonden, juist in hun huidige woonhuis. Te gek eigenlijk. Ik heb een kijkje genomen op die zolder, best wel emotioneel ja.’

50.000 exemplaren
Ambitie om verder te gaan met het schrijven heeft René Versluis niet. ‘Ik ben jurist van professie en schrijf dus wel eens wat, maar dat is van een heel andere orde. Dit boekje is er gekomen omdat ik dit onbekend gebleven oorlogsleed, over de ontberingen, de hel, waarin tienduizenden dwangarbeiders toen moesten leven meer bekendheid wilde geven. Mijn vaders geschiedenis staat daarin symbool voor wat hen allemaal is overkomen. Mijn ideaal is er 50.000 exemplaren van uit te geven. Voor iedere dwangarbeider één. Zo krijgt dit onderwerp de aandacht die het uiteindelijk verdient want veel dwangarbeiders hebben er na thuiskomst niet of nauwelijks over gesproken ’

Informatie
“In de voetsporen van een dwangarbeider” is te bestellen door € 17.00 over te maken op rekeningnummer 754457052 t.n.v. R.J. Versluis te Alphen aan den Rijn onder vermelding ‘boek’. Vermeld daarbij s.v.p. uw adresgegevens. Meerdere exemplaren tegelijk kunt u direct bestellen via de uitgever info@dwangarbeider.nl of via www.selexyz.nl. Het boek is ook te koop in Selexyz Boekhandels. (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

dinsdag 1 juni 2010

Blikveld


Ben

Westland is sinds 27 mei Westland niet meer. Het is u misschien nog niet opgevallen, maar er is iets veranderd. Sinds afgelopen donderdag zijn we wat minder uniek geworden. Dat komt door het vertrek van Ben. Wethouder Ben, officieel B.P.M van der Stee. Een van de boegbeelden van de LPF. De enige politicus die het in ons land namens zijn partij ooit schopte tot wethouder. Ben is vanaf heden ‘gewoon’ gemeenteraadslid. Hij was al een tijdje wethouder af. Al sinds andere partijen met listig onderhandelen zijn club ‘kalt’ hadden gesteld. De Lokale Politieke Federatie Westland buiten het college van B & W hadden gemanoeuvreerd. Maar na donderdag, na zijn afscheidsreceptie in het Teejater, nu ook officieel. Uiteindelijk was het dus vooral Ben die slachtoffer is geworden van die ‘move’. Dat is veranderd. Ben was namelijk niet alleen de enige LPF wethouder van Nederland, hij was waarschijnlijk ook één van de weinige twitterende wethouders. Ben was niet weg te slaan van Twitter. U weet niet wat dat is? Ik zal het even kort uitleggen. Twitter is een activiteit op internet. Iedere twitteraar (zo noemt men een gebruiker van Twitter) laat op  enig moment van de dag weten via één of meer ultra kort berichtjes wat hem/ haar bezighoudt. Of wat ze doen, gaan doen of gedaan hebben.  Dat ‘twitteren’ betekent eigenlijk ‘kwetteren’. Nou wethouder Ben die kwetterde gedurende zijn ambtsperiode dat het een lieve lust was. En daarin was hij volgens mij uniek. Heel veel gemeenten hebben kwebbelende wethouders. Of kletsende. Er zijn kleppende, kwijlende, zwalkende, onbetrouwbare, zwijgende, roddelende wethouders. Maar kwetterende, of te wel twitterende… Nee, zo eentje hadden we alleen in Westland en dat moeten we nu dus missen. ‘Ik ga zo naar de tennis en dan naar een receptie’, zomaar een tweet van Ben. Of eh… ‘nog even vergaderen en daarna naar een receptie’. Het gaf een mooi inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van een wethouder. En nooit gelogen, uit eigen ervaring. Ik stond een keer heel dichtbij twitterende Ben. Dichterbij kon niet, hij stond namelijk op mijn tenen. Niet dat hij dat merkte, hij was te druk met het fabriceren van een tweet over de actuele situatie. Daar stonden we. Opgepropt onder een afdakje, te schuilen tegen de stromende regen. Vlak voordat de langste plantenbak ter wereld zou worden opgemeten. Hij twitterde en vanwege mijn ongemakkelijke positie las ik ongewild mee. ‘Het regent pijpenstelen bij opmeten plantenbak’. De rest kon ik niet meer zo goed lezen maar het ging over FC ADO Den Haag. Ik trok mijn voet onder zijn schoen vandaan en keek hem nijdig aan. Niet vanwege die voet maar vanwege die tweet over die voetbalclub van nabij het Prins Clausplein. Sorry hoor, één keer die naam is meer dan genoeg. Hij merkte het niet. Zijn ogenschijnlijk lichte voorkeur voor die voetbalclub heb ik vanaf zijn entree in de Westlandse politiek één van zijn weinige minpuntjes gevonden. Ik heb het al eens eerder geschreven en knoop dat in je oren Ben, voor een mogelijke Westlandse wethouderspost na de verkiezingen van 2014: een echte ‘Westlandert’ is tégen FC Den Haag! Of zal ik het je even twitteren??
CW

vrijdag 2 april 2010

Vulliszakken met een luchie

Zoals jullie weten ben ik dol op het Westland. Een streek waar lekker hard gewerkt wordt en waar na een stevige werkweek ook tijd wordt vrijgemaakt voor een gezellig 'happie en drankie' - om het maar eens 'op z'n Westlands' te zeggen. :cheers: Grappig taaltje spreken wij. Ik spreek het zelf uitstekend, maar iets meer in de richting van ABN is me ook niet vreemd. Onder streekgenoten houd ik echter 't liefst op mijn eigen dialect: Wèslaaans. 'Jij praat niet, jij zingt,' zeiden mijn Haagse middelbare medescholieren vroeger altijd. 'Laat mij maar zingen,' snerpte ik dan altijd terug. 'Westlands is officieel een dialect en Haags is een slecht verzonnen kouwe kaktaal!' Zo, die zat! :shoot: En al helemaal toen mijn lieve leraar Nederlands dat nog beaamde ook. Mijn hele middelbare schooltijd heb ik dan ook uitgezongen. :rap: Je afkomst verloochen je niet.

Toch moet ik wel eens lachen als ik met een rasechte Westlander in gesprek ben. Zo had ik het onlangs met mijn buurvrouw over nieuwe afvalzakken die zo prettig in het gebruik zijn. Ze neutraliseren de vieze lucht van afval en geven tegelijkertijd een fris geurtje af van lavendel of limoen. Een product dat past in de eeuwige strijd die ik voer met mijn huishouden. En vol trots vertelde ik dat er ook nog eens een Westlander achter de ontwikkeling van dit innovatieve product zit. Ik stond dit allemaal gezellig met de buurvrouw uit te wisselen, omdat ik weet dat ook zij is gesteld op een schoon huis. Haar aandacht werd plotseling gewekt: 'Wat zeggie nou maid, een vulliszak met een luchie d'r an?' Ik schoot in de lach en schakelde lekker over op mijn eigen geliefde taaltje. Dan versta je elkaar toch het beste. 'Ja, ik heb ut zelluf uitgeprobeerd. En mai bevalt ut best. Mot je d'r soms ook eentje proberuh?' Dat wilde de buurvrouw wel. Ik gaf haar een exemplaar van een proefmonster en ze snuffelde er eens flink aan. 'O maid, lavéndel. Daar bin ik gek op!' Ze keek nog eens goed naar het proefmonster en schoot in de lach. 'Máááid kaik nou es! D'r staat een vent op die zegt "Ruik 's an me zak!" En warempel! Wat een vondst! Van mij krijgt de bedenker van die reclamezin de hoofdprijs toegekend. Dat is er vast eentje die ook dol is op taalgrapjes... Gierend van de lach besloten mijn buurvrouw en ik 'gezellig effe samuh een bakkie te doen'. :coffee:

Mocht er iemand geïnteresseerd zijn in die 'vulliszakken met een luchie'... Ze zijn via www.2B-fresh.nl te bestellen. Een sympathiek product met een lekker luchie, vrolijke kleurtjes en biologisch afbreekbaar. Ik heb nog wat proefmonsters liggen, dus wie bij mij in de buurt woont en er één wil uitproberen, mag gerust een exemplaar bij mij thuis afhalen. Ennuh, o ja... als je bij een bestelling de code JWQs7thl invult, krijg je nog korting ook.

Rest mij nog om iedereen fijne Paasdagen te wensen in een lekker schoon huis! (Tekstbureau Westland - Joke Wageveld)

dinsdag 30 maart 2010

Kom in de Kas Westland prima verlopen

Drukte van belang bij ‘Mooi, lekker en gezond’
Westland - ‘Nee joh, dat is Ans, die is met een zus van mijn zwager Henk getrouwd.’ Uit de wind in de zon bij de ingang van gele courgettekwekerij Van Vliet zit een wat ouder echtpaar te kletsen met een stel oude bekenden die ze bij toeval tegen het lijf zijn gelopen. Oude bekenden ontmoeten en ‘van wie is dat er één’ gesprekken voeren. Ook dat is één van de charmes van Kom in de Kas. ‘Mooi, lekker en gezond’ luidde het thema dit jaar. En voor dat lekker zat men goed bij de courgettekwekerij. Binnen slurpt menig bezoeker een bekertje courgettesoep naar binnen. ‘Vond het best wel lekker,’ aldus een mannelijke proever. ‘Belangrijk voor mij is dat het niet te zout is.’

Goede keus
De organisatie van de Westlandse editie van Kom in de Kas kan tevreden terugkijken op het evenement. Zo werkte het weer geweldig mee en was het gebied tussen Poeldijk en Monster een goede keus. De deelnemende bedrijven aan de Van Ruijvenlaan, Waellandweg en Casembrootlaan gaven een goed beeld van wat er anno 2010 onder glas geproduceerd wordt, terwijl de omgeving als bonus nog verrassend mooie, fotogenieke hoekjes ‘oud Westland’ kent.

Ajania Mont Joli
Onder de grote variatie aan getoonde teelten ook producten die wat minder bekendheid genieten bij het grote publiek. Zoals bij kwekerij Jos van Santen de snijbloem Ajania Mont Joli. Een sterk product dat bekend staat om zijn aparte bloemvorm en goede houdbaarheid, zo lezen we op het informatiepaneel in de kas. Zo’n bloem heeft lang niet iedereen op de vaas staan. Niet omdat het geen mooi product zou zijn, maar gewoon omdat deze bloem voornamelijk gebruikt wordt als onderdeel van bloemstukken en boeketten.

Onvervalst Haags
Geduldig leggen de ondernemers en hun personeel de geïnteresseerde toehoorders uit hoe een teelt verloopt. ‘O, dus als deze afdeling leeg is, begint u meteen weer van voren af aan?’ verwondert een mevrouw met onvervalst Haagse tongval zich. ‘Ik heb er nou nooit bij stilgestaan dat het zo werkt.’ Want niet alleen Westlanders maar ook zeker mensen uit de stad grepen met beide handen de gelegenheid aan eens een kijkje te nemen in die glazen huizen. En daarmee was de doelstelling van Kom in de Kas, mensen ‘van buiten’ eens de kans te geven wat meer aan de weet te komen over de Westlandse glastuinbouw, goed geslaagd.
(Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)

zaterdag 20 maart 2010

Westlandse records

Het Westland doet zijn uiterste best om ‘op de kaart’ te komen. Promotie van onze levendige streek is van levensbelang en daar doen wij Westlanders alles aan. Zoals mieren ijverig bouwen aan hun mierenhoop, zo bouwen Westlanders aan hun streek en imago. We hebben inmiddels dan ook flink wat troeven in handen die buiten onze grenzen belangstelling trekken. Het Varend Corso, de jaarlijkse Zomerbloemententoonstelling, de Historische Druiventuin, de Bloemenveiling, noem maar op. Sinds kort is daar een fenomeen bij gekomen: het vestigen van records.

Wat het Westland zoal op zijn naam heeft gevestigd? Het langste fietslint ter wereld dat werd gevestigd door 1.350 fietsers, die een aaneengesloten sliert tweewielers van 4,9 kilometer vormden. Met het koken van 26.000 liter tomatensoep op het ABC-terrein in Poeldijk werd in mei 2009 een nieuw record gevestigd. En sinds zaterdag 20 maart 2010 mogen de Westlanders het Wereldrecord ‘langste plantenbak’ op hun naam schrijven. De plantenbak is te vinden langs de Veilingroute in Honselersdijk/Naaldwijk. Met behulp van 120 vrijwilligers werd een enorme maatschappelijke stage uitgevoerd door leerlingen van Lentiz Floracollege. De lengte van de plantenbak is maar liefst 1 kilometer en 30 meter. Vrolijke viooltjes sieren nu de weg naar en van de veiling.Westland heeft het record van het Oostenrijkse Donnersbach (448 meter) glansrijk overtroffen.

In het bijzijn van notaris Steffie Michels van Westland Partners werd nauwkeurig in de gaten gehouden of alles eerlijk verliep. Zij maakt de officiële akte die naar het Guinness Book gestuurd wordt. De voorbereidingen werden al een half jaar eerder gestart met metingen, die zorgvuldig door Sander de Zeeuw met behulp van GPS-apparatuur werden uitgevoerd. Vele bedrijven sponsorden deze recordpoging, die een kostenplaatje van 50.000 euro telt. Alles werd gesponsord, er blijft na afloop niets te verrekenen. En daar mogen we trots op zijn in deze moeilijke tijden van recessie!

Of hiermee het Westland ‘op de kaart’ werd gezet? In ieder geval kunnen we rekenen op een vermelding in het World Guinness Book of Records. De plaatselijke pers was aanwezig, maar die wist al dat we beter dan anderen scoren in dit soort projecten. En om het geheel landelijk te promoten was Rob Verlinden – de ‘tuinruimer’ van SBS6 uitgenodigd om samen met burgemeester Sjaak van der Tak de opening te verrichten. Rob zou een filmploeg meenemen van SBS6. Jammer, maar helaas… de filmploeg belde af. Reden onbekend. Een teleurstelling voor de scholieren, de organisatie, de bedrijven, de genodigden en de vrijwilligers. Overigens niet minder gezellig, hoor. Petje af voor al die enthousiastelingen die ondanks de stromende regen een wereldprestatie in Westland neerzetten! Maar zonder landelijke bekendheid blijft het toch weer een onderonsje. Tenzij… iedereen die dit bericht leest via Twitter bereid is het even te retweeten :)
(Tekstbureau Westland - Joke Wageveld)