zaterdag 14 juli 2012
Westland op z'n breedst - Wollebrandcross
Het is een bekend gegeven dat Westlanders graag bezig zijn. “Van werreke ga je niet dood” is een uitspraak die iedereen zal herkennen. Ook in hun vrije tijd of na hun pensionering mogen ze graag nog wat aanpakken voor een vereniging of goed doel. En ik hoor regelmatig van gepensioneerden dat ze het nog drukker hebben na hun pensionering dan in hun arbeidzame tijd. Uiteraard gebeurt dat allemaal belangeloos. Wie meent dat de mens in onze maatschappij te individualistisch bezig is, zou eens een weekje in onze streek moeten rondkijken bij al die leuke sportverenigingen, hobbyclubs en goede doelen waar wij ons voor inzetten. Ook in verzorgingshuizen lopen vrijwilligers koffie in te schenken en tuinen te onderhouden. Niemand die gezond van lijf en leden is, hoeft zich te vervelen. Helaas is gezondheid ons niet allemaal gegeven. Dat beseffen we maar al te goed. Ook voor diegenen die het minder goed treffen in dit leven zijn we bereid de schouders eronder te zetten. En al helemaal als het om kinderen gaat. Hoe zou het anders kunnen dat de Wollebrandcross dit jaar met 278.000 euro weer een record aan opbrengsten vestigde? ‘Een idioot hoog bedrag,’ vond voorzitter Ton Remmerswaal. ‘We streven niet naar records, maar naar het dienen van doelen voor kinderen.’ Het is aan hem de geworven gelden uit te reiken. Ton: ‘Ik voel me soms net een Westlandse Sinterklaas…’ Het is dan ook hartverwarmend om te zien met hoeveel enthousiasme er ieder jaar gewerkt wordt aan dit evenement, dat is uitgeroepen tot het leukste hardloop evenement in Zuid-Holland. Voor de deelnemers is het vaak een lolletje en een koud kunstje om te gaan hardlopen of wandelen. Of een gezellig ‘tussendoortje’ dat valt binnen het Lopersproject van Olympus ’70. Het Lopersproject levert toch wel de grootste groep deelnemers van de cross. Echter voor de cross plaatsvindt hebben zich al vele andere activiteiten ontsponnen met het doel zoveel mogelijk geld op te halen voor kinderen die het nodig hebben. Zowel de vrijwilligers als de doelgroep hebben vaak een aangrijpend verhaal te vertellen. Wie zich verdiept in de mens achter het goede doel, merkt al snel dat het persoonlijke verhaal je kan treffen als een kanonskogel… Remmerswaal verwoordde het als volgt: ‘De impact op een heel gezin als er een kind ziek wordt. Als je zo’n gezin bezoekt, dan voel je je een gezegend mens als je weer naar huis gaat.’
De afgelopen week was het moment aangebroken dat drie van de kleinere goede doelen van Stichting de Wollebrandcross hun gift kregen uitgereikt. In het fraaie gebouw van ”de” Priva, net zoals de Wollebrandcross een begrip in het Westland, werd belangeloos een zaaltje beschikbaar gesteld voor dit ontroerende gebeuren. Ontroerend? Ja, want zoals ik al zei, het persoonlijke verhaal achter de doelen laat je niet koud. Zo was daar als eerste de Stichting Jarikin die een cheque van 15.000 euro in ontvangst mocht nemen. Deze werd overhandigd aan Jan Prins, de oprichter van de stichting die zich inzet voor kinderen in Haïti. Prins, oud-directeur van de Priva, sponsort al 20 jaar projecten in Haïti. Ooit startte de ontwikkelingshulp via klanten in Amerika die een school hadden gebouwd in Haïti. Het moge bekend zijn dat dit een geweldig arm land is, dat ook nog eens door een aardbeving werd getroffen. De aardbeving heeft van vele wezen straatkinderen gemaakt die opgroeien tot boefjes. De klanten van Prins vroegen of hij een paar kinderen wilde sponsoren. ‘En zo begint het,’ aldus Prins. ‘In 2007 heb ik het land bezocht. We hebben toen meegewerkt aan het opzetten van een medische hulppost. Denk nu niet dat dat allemaal eenvoudig gaat, want zoals je met vele arme landen ziet: Haïti is niet gevrijwaard van enige corruptie. We verzekeren ons er ter plekke van dat alle giften aankomen waar we ze willen hebben. Er blijft niets aan de strijkstok hangen. In 2010 zijn we opnieuw alle projecten langsgegaan. We hebben 1,2 ha grond nodig voor de bouw van huizen waar kinderen worden opgevangen. We willen scholing en huizen voor straatkinderen. Deze cheque is het sluitstuk van onze wens. Ik heb al gezien dat er inmiddels geen 50, maar 100 boefjes die eerst als straatkinderen leefden, worden opgevoed tot goede mensen. We leren de mensen om zo goed mogelijk in hun eigen onderhoud te voorzien.’ Het behoeft geen uitleg dat Jan Prins bijzonder dankbaar was met deze mooie gift.
Het tweede goede doel dat een cheque kreeg overhandigd was de Stichting Haarwensen. Ook hier zitten vele ontroerende verhalen achter en daar bedoelen we niet alleen het afknippen van het haar van Leo Boekestijn mee, die genereus tijdens de Wollebrandcross zijn lange staart doneerde. Kunt u het zich voorstellen dat een kindje geen haar heeft door een ziekte? Ja? Is het eerste wat u denkt dan ook: ‘Ach, dat kindje heeft kanker.’ Dat kan, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Per jaar verliezen niet alleen zo’n 400 tot 500 jonge kankerpatiëntjes hun haar door chemotherapie, maar ook veel kinderen met de haarziekte Alopecia worden met haaruitval geconfronteerd. Dat heeft een enorme impact op het leven van een kind. ‘Kinderen willen gewoon zijn en niet opvallen,’ vertelt de woordvoerster van de Stichting Haarwensen. Kaalheid grijpt enorm in op het sociale leven van een kind en een gezin. Het liefst willen kinderen hun gang kunnen gaan en niet de aandacht op zich gevestigd zien als patiënt. Een mooie pruik van echt haar zorgt ervoor dat zij zich weer kind kunnen voelen.’ De Stichting Haarwensen ontving 18.000 euro, méér dan men had verwacht. Met een blij gezicht vervolgde de woordvoerster: ‘Hier kunnen wel 12 kinderen mee geholpen worden! Dit is een fantastisch aandeel in dit werk.’ Het maken en onderhouden van een pruik kost in totaal 1.500 euro. De kinderen kunnen er ongeveer anderhalf jaar mee doen en hebben dan weer een nieuwe nodig. Kinderen groeien, de maat verandert en de pruik is aan slijtage onderhevig. Ook is hygiënisch onderhoud met regelmaat nodig. U begrijpt dat er dus veel haar en geld nodig is om hen te steunen.
Het derde goede doel was de Stichting Semmy. Deze Stichting maakt zich sterk voor het doen van onderzoek naar hersenstamkanker bij kinderen. In een aangrijpende toespraak van een moeder werd duidelijk waarom dit zo belangrijk is. ‘Jaarlijks worden 18 kinderen getroffen door deze dodelijke ziekte. Er is nog geen genezing mogelijk. De ziekte treft kinderen onder de 12 jaar en zij worden niet beter, de ziekte is niet te stabiliseren, binnen een paar maanden sterven zij. Gezien het relatief kleine aantal kinderen dat deze ziekte krijgt, is het moeilijk financieringsmogelijkheden te krijgen voor onderzoek. Deze stichting is opgericht door de ouders van Semmy. Semmy is inmiddels overleden en zijn vader heeft tot zijn nagedachtenis de stichting opgericht in een poging het VU AMC in Amsterdam over de streep te krijgen onderzoek te verrichten. Dat is gelukt en er zijn belangrijke vorderingen, maar nog niet voldoende om de ziekte af te remmen of te genezen. Zelf ben ik mijn 9-jarige dochtertje kwijtgeraakt aan hersenstamkanker. Ouders die te horen krijgen dat hun kind deze ziekte heeft en dat het dit niet gaat overleven, zijn radeloos. Ze raken binnen enkele maanden hun kind kwijt. Medici kunnen er niets mee, staan met hun rug tegen de muur, maar het is wel jóuw kind…’
Voor onderzoek is jaarlijks 250.000 euro nodig. Dit bedrag wordt door ouders bijeengebracht. Helaas wordt de groep ouders die meehelpen steeds groter. Voor de Stichting Semmy was een cheque van 25.000 euro uitgeschreven, die in grote dank werd aanvaard. Dit bedrag gaat volledig naar het AMC in de hoop dat er spoedig een oplossing komt voor deze kinderen en hun ouders en niet de boodschap ‘Het is voorbij…’
Later dit jaar ontvangen ook de drie andere goede doelen hun cheque van Stichting de Wollebrandcross: de Guusje Nederhorst Foundation, Hospice regio Westland en Stichting Wenzi. Wilt u meer weten over deze goede doelen en de bestemming van de Wollebrandcross
gelden? Kijk dan op www.wollebrandcross.nl.
zondag 8 juli 2012
Westland op z'n breedst - Duurzaamheid
Zoals u heeft gezien is Groot Westland de laatste tijd veranderd. Er is een nieuwe vormgeving, we zijn wat dikker geworden en ook is onze website www.groot-westland.nl al een paar weken online. Inhoudelijk ziet u een aantal nieuwe terugkerende rubrieken, zoals ‘Op de pijp met…’, de column van ‘Peet Kruit’ en nu ook ‘Westland op z’n breedst’. Aan mij, Joke Wageveld, de eer om ‘Westland op z’n breedst’ met regelmaat te publiceren. Omdat we genoeg kunnen bedenken waarin het Westland op z’n smalst naar voren komt, vonden we dat er maar eens wat meer positief nieuws moest komen. Vandaar dat ‘op z’n breedst’. Tenslotte zijn Westlanders niet voor een kleintje vervaard. We weten overal onze schouders onder te steken, werken hard en deinzen er niet voor terug om onze energie ook vol enthousiasme in vrijwilligerswerk te steken. U zal dan ook voornamelijk onderwerpen lezen in deze rubriek/column die betrekking hebben op het Westland in de breedste zin van het woord. Een enorme diversiteit zal hier de revue passeren. Columns, vrijwilligerswerk, verenigingsleven, tuinbouw, kunst noem maar op. Om te beginnen een onderwerp dat te maken heeft met tuinbouw, onze grootste pijler in het Westland.
Wat mij deze week heeft verrast, is het mini-congres bij Tomatoworld in Honselersdijk. In dit geweldig mooie gebouw presenteerden twee studenten van het HAS Den Bosch hun afstudeerscriptie. De scriptie droeg de titel ‘Duurzaamheid door de ogen van de consument’ en was gericht op de glastuinbouw. Maikel Hendrickx en Frederique Sonneveld verrichtten een grootschalig onderzoek binnen Nederland naar de verduurzaming in de glastuinbouw door de ogen van de consument. Nu zou je toch denken dat de consument wel weet waar ‘duurzaamheid’ over gaat. Maar nee – en dat was de eerste verrassing - de consument blijkt daar niet goed van op de hoogte te zijn. Duurzaamheid heeft te maken met eerlijke handel, mensenrechten, milieuvriendelijkheid, hernieuwbare energie, dierenrechten en kringloop. De Nederlandse consument verwart duurzaamheid echter met ‘biologisch’. En dat heeft nu juist weer te maken met teelten waar geen of zo min mogelijk chemische middelen aan te pas komen. Als een product biologisch is geteeld, kan het een certificering op de verpakking krijgen. Een dergelijke certificering is er niet voor een duurzame teelt. En dat was voor mij verrassing nummer twee. Ik moet toegeven dat ik er zelf niet vaak bij stilsta en voor het gemak de termen ‘duurzaamheid’ en ‘biologisch’ ook nog wel eens door elkaar haal, als ik mijn tomaten koop.
Als u nu denkt dat dit de enige verrassingen waren die uit het onderzoek kwamen, dan vergist u zich. De studenten onderzochten namelijk ook wat de consument nu eigenlijk wilde. Daarnaast keken ze of de Westlandse tuinders hun teelten richten op de wens van de consument. Tenslotte worden daar de producten aan verkocht. En daar kwam verrassing nummer drie: de consument vindt duurzaam geteelde producten veel minder belangrijk dan de smaak, gezondheid, kwaliteit en de prijs. Doen tuinders, adviesbureaus of belangenverenigingen hier onderzoek naar? Verrassing nummer vier: nee! Is er dan geen communicatie van de klant richting tuinders en vice versa? Jawel, die is er wel, maar die loopt tegen een muur aan bij de handelshuizen. Tuinders communiceren met de handelshuizen en klanten doen dat ook, maar de handelshuizen doen hier niets mee. Communicatie is hier eenrichtingsverkeer dat stuit op de muur van de handelshuizen. Zo stapelden de verrassingen zich op tijdens de presentatie van Maikel en Frederique. Het feit dat die communicatie er heel vroeger wel was, toen mensen nog rechtstreeks bij de teler kochten, geeft te denken.
Nu doet zich natuurlijk de vraag voor of het wel nuttig is als tuinders verder ontwikkelen in duurzame teelten. Volgens Maikel en Frederique heeft dat wel nut. Maar dan als bijzaak. Hoofdzaak is de klant te overtuigen van de goede smaak van producten, de gezondheid, kwaliteit en dat allemaal tegen een redelijke prijs. Tuinders hebben aldoor op kosten beknibbeld, maar de klant blijkt best bereid te zijn iets meer te betalen, zolang ie maar overtuigd is van een goed, gezond en smaakvol product. Verrassing nummer vijf.
Een bijkomend interessant gegeven is, dat ‘local for local’ handel het goed doet. U ziet vast wel de producten uit onze eigen streek in de supermarkt liggen. Klanten zijn hier blij mee en heel vaak bereid daar iets van te kopen. Zo ondersteunen ze de economie van hun eigen streek en ze voelen zich daar prettig bij. Kasboontjes, kasbloemkolen, tomaten, paprika’s, komkommers, radijsjes, zomaar een greep uit een keur van streekproducten die we in de supermarkt kunnen aanschaffen. Gezond? Ja, daar zijn wij Westlanders wel van overtuigd. De wilde paniek van consumenten rondom Ehec heeft Westlanders die hun gezonde verstand gebruiken niet echt geraakt. Helaas is door slechte voorlichting in het buitenland een ramp ontstaan voor onze tuinders waar zij nog niet bovenop zijn. Het onderzoek van Maikel en Frederique richtte zich echter slechts op Nederland. Begrijpelijk, want het zou anders een té groot onderzoeksgebied worden om in één afstudeerproject te benaderen. Hier ligt dus nog een schone taak voor de diverse tuinbouworganisaties. Ik ben erg benieuwd wie deze uitdaging met gezwinde spoed gaat oppakken. © Tekstbureau Westland
dinsdag 19 juni 2012
Wie is de grootste fan van het Varend Corso Westland?
Omdat het Varend Corso Westland dit jaar voor de 15e keer plaatsvindt, wil de organisatie de grootste fan van het Corso in het zonnetje zetten. Maarr…. Wie is dat dan wel?
Misschien bent u het wel! Volgt u het Varend Corso al vanaf het eerste uur? Gaat u er ieder jaar lekker voor zitten met buren, vrienden en familie? BBQ, biertje, wijntje en zonnebrandolie in de aanslag? Of doet u het wat ingetogener en nestelt u zich met de thermoskan in de berm langs het water?
Laat ons weten hoe u het Varend Corso ieder jaar bekijkt. De leukste inzending wordt beloond met een interview, inclusief foto gemaakt door onze fotograaf, dat geplaatst zal worden in de speciale Varend Corso Krant. Ook ontvangt u een uitnodiging voor de officiële opening en kunt u één van de Corsodagen met de boot van de organisatie meevaren om het allemaal eens van de andere kant te bekijken! Natuurlijk wordt er voor drankjes en hapjes gezorgd.
Het Varend Corso vindt plaats op 3, 4 en 5 augustus a.s. Het thema voor 2012 luidt ‘Meesterlijk Mooi’. Dat belooft opnieuw een uniek evenement te worden!
Stuur uw inzending naar redactie@groot-westland.nl. Vergeet niet uw naam en telefoonnummer te vermelden. Zowel teksten als foto’s dingen mee met deze wedstrijd. (JW)
zaterdag 24 maart 2012
Op bezoek bij… 'Werodass': Westlandse rolstoeldansgroep Samen Sterk
’s-Gravenzande - Voor de rubriek ‘Op bezoek bij…’ nam Mieke Borst van de Westlandse Rolstoeldansgroep Samens Sterk contact met ons op. Mieke is al 25 jaar lid van “Werodass” als vrijwilliger, die ‘achter’ de rolstoel meedanst. Zij geeft normaal gesproken geen les, alleen als de instructeur verhinderd is, dan vervangt zij haar. En dat doet zij sinds tweeënhalf jaar. De leden van Werodass komen wekelijks bijeen in De Brug aan de Kon.Julianaweg 69 in ’s-Gravenzande (achter ingang aan de v.d. Kest Wittensstraat). Mieke: ‘We dansen elke dinsdagmorgen van 10.00 - 11.30 uur. Er is een zomerstop in juli en augustus. Momenteel zijn er 10 rolstoelers lid van de groep. De rolstoelers en ook de vrijwlligers komen overal vandaan. We hebben zelfs een echtpaar uit Brunssum in Limburg. Zij waren al lid voordat ze verhuisd zijn. Verder komen de rolstoelers uit Leidschendam, Naaldwijk, Poeldijk, Wateringen en ’s-Gravenzande.’ We vroegen aan Mieke hoe het rolstoeldansen precies in z’n werk gaat. ‘Er wordt gedanst met twee rolstoelen naast elkaar met achter elke rolstoel een vrijwilliger,’ antwoordt Mieke. ‘Ook wordt er individueel gedanst, dus 1 rolstoel met 1 vrijwilliger. De dansers genieten van de muziek, sommigen bewegen mee met hun armen en er wordt ook meegezongen.’ Op welke muziek wordt er gedanst? Mieke: ‘Er wordt gedanst op verschillende soorten muziek. Daarop dansen we bijvoorbeeld de Engelse wals, de Rumba, maar we dansen ook wel op volksdansmuziek.’
Worden er ook wel eens gezellige rolstoeldansavondjes georganiseerd? ‘Nee,’ antwoordt Mieke. ‘ 's avonds zijn de mensen vaak te moe. We hebben wel op 18 februari jl. ons 25-jarig bestaan gevierd. Van 15.00 uur tot ongeveer 17.30 uur. Dat is lang genoeg voor de meesten. Wat we wel extra organiseren is een Nieuwjaarslunch. Ook hebben we een gezellig uitje aan het eind van het seizoen.’
Werodass heeft een trouwe groep leden, maar er kunnen er nog meer bij. Ook nieuwe vrijwilligers zijn van harte welkom. Verschillende leden zijn al 25 jaar lid. Ook sommige vrijwilligers dansen al zo lang. Het is een gezellige groep waar men zich snel thuisvoelt, aldus Mieke. De contributie bedraagt 10 euro per maand. Men zal er rekening mee moeten houden dat daar voor sommigen nog de kosten voor het vervoer bijkomen. Het lidmaatschap is niet aan een leeftijd verbonden. Er zijn nu leden tussen de 35 en 82 jaar. Wilt u meedoen of heeft u meer informatie nodig? Neem dan contact op met
Mieke Borst, tel. 0174-415793. (Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
zaterdag 18 februari 2012
Op bezoek bij… Anneke Starrenburg
Ze startte pas op haar 37e jaar met hardlopen. Sloot zich spontaan aan bij een 10 kilometergroep en werd later soepeltjes derde op de 5 kilometer bij de toenmalige Jan Knijnenburgloop in Maasdijk. ‘Ik dacht dat dat normaal was, maar dat was helemaal niet zo!’ proest ze lachend uit. Aan het woord is Anneke Starrenburg, nu 53 jaar, woonachtig in Honselersdijk. ‘Fulltime vrijwilliger,’ antwoordt ze als er naar haar beroep wordt gevraagd. Een leuke, vlotte vrouw met een bijzonder verhaal.
Lopen in balletpakje
Het is allemaal begonnen toen ze jaren geleden door Gerard Jansen, voorzitter van het Lopersproject, werd gevraagd zich als fysio therapeute bij het project in Poeldijk aan te sluiten. ‘Ik dacht meteen ‘O, wat leuk!”! Ik wilde meelopen en kocht schoenen. Dat waren Nikes van 25 gulden,’ lacht ze weer. ‘Ik stapte zó de 10 kilometergroep in bij Peter Aalbrecht. Ik was altijd al erg sportief. Als kind sportte ik soms wel 30 uur per week. Omdat ik een aantal knieoperaties had gehad, raadde de chirurg me het hardlopen af, maar ik dacht dat hardlopen wel een goeie training voor mijn knie zou zijn. Daar moest ik helaas op terugkomen, want ik kreeg toch weer last. Daarom ging ik toch maar een kortere afstand lopen. Als ik terugdenk aan die keer dat ik 3e werd op de 5 km bij de Jan Knijnenburgloop… ik droeg geloof ik een soort balletpakje met een korte broek er overheen, hahaha! Er was helemaal nog geen hardloopkleding zoals we die nu kennen.’
Marathon
Anneke had geweldig veel plezier in het hardlopen. Na die beruchte winst in Maasdijk werd ze gevraagd lid te worden van Olympus ’70. Daarnaast trainde ze ook bij de Santini Runners. Met haar knie ging het inmiddels beter. ‘Ik ging met rasse schreden vooruit en op mijn 42e won ik voor het eerst het Zuiderstercircuit. Dat was een serie hardloopwedstrijden van 10 km en de halve marathon. Ik dacht toen dat ik nu ook maar eens een marathon moest gaan lopen. Met een groep gingen we gezellig trainen. Bij de eerste marathon die ik liep in Rotterdam was ik de 100e dame die de finish passeerde.’
Anneke liep ook marathons in Rome, Berlijn en New York. Allemaal één keer. Op de vraag welke marathon ze nu het leukste vindt, volgen steeds nieuwe antwoorden, waarna ze concludeert: ‘Ik kan niet kiezen. Ze zijn allemaal leuk!’
Winnen hoeft niet
Om PR’s en tijden geeft ze niet. ‘Ik doe er ongeveer 3.30 tot 3.45 over, maar mijn doel is: uitlopen en heel blijven. In Berlijn ben ik mijn chip verloren, maar daar geef ik helemaal niks om. Het lopen van een marathon is gewoon een feest. Wat ik nu zo leuk vind aan hardlopen? Ik vind het geven van trainingen erg leuk. En als ik voor mezelf hardloop, dan raakt mijn hoofd lekker leeg. De beste ideeën ontstaan tijdens het hardlopen. Ik kan dan alles goed op een rijtje zetten.’ Peinzend kijkt ze even voor zich uit. Dan zegt ze plotseling lachend: ‘Ik ben van boerenafkomst en moet iedere dag even gelucht worden! Ik ben iemand die lekker bezig wil zijn; ik heb een “looplijf” en wil iedere dag lekker naar buiten. Winnen hoeft niet, maar ik doe wel mijn best hoor! Ga wel achter iemand aan als ik ingehaald word.’
Meeuwen Makrelen Loop
Een paar weken geleden werd Anneke nog derde in de Puinduinen. Ze houdt van crossen en heeft een hekel aan lange, rechte stukken lopen. Met plezier vertelt ze over de “Meeuwen Makrelen Loop. Een kleinschalige loop die jaarlijks op het Zuiderstrand van Scheveningen wordt gehouden. Daar werd ze de laatste keer tweede. Iedereen krijgt na afloop een makreel mee naar huis. ‘Dat is zó enorm gezellig!’ vertelt ze met glinsterende ogen.
Pech
Toch gaat bij Anneke niet altijd alles voor de wind. Enkele jaren geleden had ze de pech te vallen tijdens de wintersport. Die val had ernstige gevolgen. ‘Ik viel nog niet eens terwijl ik aan het sporten was,’ legt Anneke uit, ‘ik gleed gewoon uit en scheurde daarbij alle pezen van mijn duim.’ Operaties aan haar beschadigde duim en schouder volgden. Spierdystrofie maakt haar het leven niet gemakkelijk. ‘Ik heb mijn goeie en mijn slechte dagen. Er zijn dagen dat ik veel pijn heb en slecht slaap. Er is geen stabiel beeld. Mijn werk als fysio therapeute kan ik niet meer uitoefenen. En ach, ik heb 30 jaar gebuffeld,’ vergoelijkt ze. ‘Ik doe er alles aan om de pijn te verminderen en heb mijn draai wel weer gevonden. Ik doe veel voor Olympus, maar als ’t niet gaat, dan gaat ’t niet. Daar ben ik heel realistisch in. Ik heb zo nu en dan een off-day, maar het heeft geen zin om bij de pakken neer te zitten. ’t Is een kwestie van pech, maar ik ben niet zielig!’ zegt ze met klem. ‘In mijn praktijk heb ik vroeger veel kankerpatiënten behandeld. Dat is echt erg, als je die ziekte hebt. Ik ontmoet altijd weer positieve mensen. Ik heb gewoon geen zin om stil te zitten. Ga een training geven en dan zie ik wel weer…’
Sportieve familie
Ook nu geeft ze een positieve draai aan het gesprek. Op de vraag of ze uit het Westland komt, volgt een warme spraakwaterval. ‘Nee, ik ben geboren in Friesland. Zoals ik al zei, stam ik uit een boerengeslacht, maar mijn vader was geen boer. We woonden in Koudum, aan ’t IJsselmeer. Ik heb 6 broers en 2 zussen en ik kan wel zeggen dat ik een sportieve familie heb. Mijn vader heeft bijvoorbeeld tot zijn 67e gevolleybald. Hij vond het belangrijk dat we allemaal gingen sporten. En dat doen we allemaal nog steeds. Ik heb een leuke jeugd gehad, ik was altijd buiten en we deden veel met elkaar. Nu nog steeds. Lange tijd gingen we ieder jaar met z’n allen naar de Ardennen om te mountainbiken. Nu doen we dat niet meer, maar we gaan soms nog wel wandelen of toertochtjes maken. Mijn vader was jurylid bij de Atletiekunie. Ik heb een keer in Groningen gelopen, terwijl mijn vader jurylid was. Hij stond te springen toen ik finishte, dat vond ik zó leuk!’
Na haar trouwen ging ze met haar man, beter bekend als tandarts Starrenburg, in Honselersdijk wonen. Ze kregen twee zonen en een dochter. De kinderen hebben de leeftijd bereikt waarop ze zelfstandig worden. ‘Ik kijk uit naar een leuke toekomst en ik kan nu al terugkijken op een leuk leven. Ik heb niet alleen voor mezelf geleefd,’ besluit ze kordaat het gesprek. Een uurtje later rent ze alweer met een vriendenclubje door het Westland. (Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
Lopen in balletpakje
Het is allemaal begonnen toen ze jaren geleden door Gerard Jansen, voorzitter van het Lopersproject, werd gevraagd zich als fysio therapeute bij het project in Poeldijk aan te sluiten. ‘Ik dacht meteen ‘O, wat leuk!”! Ik wilde meelopen en kocht schoenen. Dat waren Nikes van 25 gulden,’ lacht ze weer. ‘Ik stapte zó de 10 kilometergroep in bij Peter Aalbrecht. Ik was altijd al erg sportief. Als kind sportte ik soms wel 30 uur per week. Omdat ik een aantal knieoperaties had gehad, raadde de chirurg me het hardlopen af, maar ik dacht dat hardlopen wel een goeie training voor mijn knie zou zijn. Daar moest ik helaas op terugkomen, want ik kreeg toch weer last. Daarom ging ik toch maar een kortere afstand lopen. Als ik terugdenk aan die keer dat ik 3e werd op de 5 km bij de Jan Knijnenburgloop… ik droeg geloof ik een soort balletpakje met een korte broek er overheen, hahaha! Er was helemaal nog geen hardloopkleding zoals we die nu kennen.’
Marathon
Anneke had geweldig veel plezier in het hardlopen. Na die beruchte winst in Maasdijk werd ze gevraagd lid te worden van Olympus ’70. Daarnaast trainde ze ook bij de Santini Runners. Met haar knie ging het inmiddels beter. ‘Ik ging met rasse schreden vooruit en op mijn 42e won ik voor het eerst het Zuiderstercircuit. Dat was een serie hardloopwedstrijden van 10 km en de halve marathon. Ik dacht toen dat ik nu ook maar eens een marathon moest gaan lopen. Met een groep gingen we gezellig trainen. Bij de eerste marathon die ik liep in Rotterdam was ik de 100e dame die de finish passeerde.’
Anneke liep ook marathons in Rome, Berlijn en New York. Allemaal één keer. Op de vraag welke marathon ze nu het leukste vindt, volgen steeds nieuwe antwoorden, waarna ze concludeert: ‘Ik kan niet kiezen. Ze zijn allemaal leuk!’
Winnen hoeft niet
Om PR’s en tijden geeft ze niet. ‘Ik doe er ongeveer 3.30 tot 3.45 over, maar mijn doel is: uitlopen en heel blijven. In Berlijn ben ik mijn chip verloren, maar daar geef ik helemaal niks om. Het lopen van een marathon is gewoon een feest. Wat ik nu zo leuk vind aan hardlopen? Ik vind het geven van trainingen erg leuk. En als ik voor mezelf hardloop, dan raakt mijn hoofd lekker leeg. De beste ideeën ontstaan tijdens het hardlopen. Ik kan dan alles goed op een rijtje zetten.’ Peinzend kijkt ze even voor zich uit. Dan zegt ze plotseling lachend: ‘Ik ben van boerenafkomst en moet iedere dag even gelucht worden! Ik ben iemand die lekker bezig wil zijn; ik heb een “looplijf” en wil iedere dag lekker naar buiten. Winnen hoeft niet, maar ik doe wel mijn best hoor! Ga wel achter iemand aan als ik ingehaald word.’
Meeuwen Makrelen Loop
Een paar weken geleden werd Anneke nog derde in de Puinduinen. Ze houdt van crossen en heeft een hekel aan lange, rechte stukken lopen. Met plezier vertelt ze over de “Meeuwen Makrelen Loop. Een kleinschalige loop die jaarlijks op het Zuiderstrand van Scheveningen wordt gehouden. Daar werd ze de laatste keer tweede. Iedereen krijgt na afloop een makreel mee naar huis. ‘Dat is zó enorm gezellig!’ vertelt ze met glinsterende ogen.
Pech
Toch gaat bij Anneke niet altijd alles voor de wind. Enkele jaren geleden had ze de pech te vallen tijdens de wintersport. Die val had ernstige gevolgen. ‘Ik viel nog niet eens terwijl ik aan het sporten was,’ legt Anneke uit, ‘ik gleed gewoon uit en scheurde daarbij alle pezen van mijn duim.’ Operaties aan haar beschadigde duim en schouder volgden. Spierdystrofie maakt haar het leven niet gemakkelijk. ‘Ik heb mijn goeie en mijn slechte dagen. Er zijn dagen dat ik veel pijn heb en slecht slaap. Er is geen stabiel beeld. Mijn werk als fysio therapeute kan ik niet meer uitoefenen. En ach, ik heb 30 jaar gebuffeld,’ vergoelijkt ze. ‘Ik doe er alles aan om de pijn te verminderen en heb mijn draai wel weer gevonden. Ik doe veel voor Olympus, maar als ’t niet gaat, dan gaat ’t niet. Daar ben ik heel realistisch in. Ik heb zo nu en dan een off-day, maar het heeft geen zin om bij de pakken neer te zitten. ’t Is een kwestie van pech, maar ik ben niet zielig!’ zegt ze met klem. ‘In mijn praktijk heb ik vroeger veel kankerpatiënten behandeld. Dat is echt erg, als je die ziekte hebt. Ik ontmoet altijd weer positieve mensen. Ik heb gewoon geen zin om stil te zitten. Ga een training geven en dan zie ik wel weer…’
Sportieve familie
Ook nu geeft ze een positieve draai aan het gesprek. Op de vraag of ze uit het Westland komt, volgt een warme spraakwaterval. ‘Nee, ik ben geboren in Friesland. Zoals ik al zei, stam ik uit een boerengeslacht, maar mijn vader was geen boer. We woonden in Koudum, aan ’t IJsselmeer. Ik heb 6 broers en 2 zussen en ik kan wel zeggen dat ik een sportieve familie heb. Mijn vader heeft bijvoorbeeld tot zijn 67e gevolleybald. Hij vond het belangrijk dat we allemaal gingen sporten. En dat doen we allemaal nog steeds. Ik heb een leuke jeugd gehad, ik was altijd buiten en we deden veel met elkaar. Nu nog steeds. Lange tijd gingen we ieder jaar met z’n allen naar de Ardennen om te mountainbiken. Nu doen we dat niet meer, maar we gaan soms nog wel wandelen of toertochtjes maken. Mijn vader was jurylid bij de Atletiekunie. Ik heb een keer in Groningen gelopen, terwijl mijn vader jurylid was. Hij stond te springen toen ik finishte, dat vond ik zó leuk!’
Na haar trouwen ging ze met haar man, beter bekend als tandarts Starrenburg, in Honselersdijk wonen. Ze kregen twee zonen en een dochter. De kinderen hebben de leeftijd bereikt waarop ze zelfstandig worden. ‘Ik kijk uit naar een leuke toekomst en ik kan nu al terugkijken op een leuk leven. Ik heb niet alleen voor mezelf geleefd,’ besluit ze kordaat het gesprek. Een uurtje later rent ze alweer met een vriendenclubje door het Westland. (Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
maandag 13 februari 2012
Oproep aan alleenstaanden in Zuid-Holland
Eén van mijn zakenrelaties zoekt alleenstaanden in Zuid-Holland die willen meewerken aan een marktonderzoek voor een relatiebemiddelingsbureau met een nieuw persoonlijk concept.
De vragen zijn vooral gericht op de behoeften van mensen die een serieuze relatie zoeken. Het doel is om alleenstaanden nog beter te begeleiden naar een langdurige relatie. Vraag de enquête aan bij mohini@molius.nl
De vragen zijn vooral gericht op de behoeften van mensen die een serieuze relatie zoeken. Het doel is om alleenstaanden nog beter te begeleiden naar een langdurige relatie. Vraag de enquête aan bij mohini@molius.nl
vrijdag 3 februari 2012
Op bezoek bij… Breijeblij Café
Breien en haken is weer helemaal hip! Steeds meer vrouwen en zelfs mannen wagen zich aan de leukste werkstukken. Helga van der Schoor speelt daar op leuke wijze op in; zij opende onlangs het Breijeblij Café bij haar aan huis. Onder het genot van een lekker kopje koffie, thee en een stuk cake breiden en haakten creatievelingen dat het een lieve lust was. Onlangs haalde Helga met een groep breigenoten nog het nieuws met een gebreide kerstboom die volop te bewonderen was in de Oude Kerk en De Naald. Ze besloot hier een vervolg aan te geven en opende het Breijeblij Café. En met succes, kunnen we nu al zeggen. Gezellig werden er ideeën uitgewisseld en tips gegeven over de leukste wolwinkels, technieken en werkstukken. Die laatste werden veelvuldig meegenomen en bewonderd. Sokken, truitjes, hoedjes, handschoenen, Valentijnhartjes noem maar op, het is allemaal met de hand te maken. Een traditie die in ere wordt gehouden en die weer helemaal terug is. Dat is goed te zien aan de huidige kleding- en interieurmode.
‘Deze is van plastic tasjes gemaakt,’ vertelt Helga, die enthousiast een beugeltas toont. Avonden lang heeft ze plastic boodschappentasjes aan smalle repen geknipt om daar weer een stevige beugeltas van te breien. Het effect is erg mooi. Op tafel liggen allerlei boekjes met voorbeelden die gretig bekeken worden door de bezoekers van het Breijeblij Café. Het breien en haken van speelgoed en decoraties is momenteel erg in trek. Helga werkt zelf aan een tafereeltje voor Pasen. Schapen en een herder staan op een dienblad te prijken, een speelgoedknuffeltje ligt er naast, een poedel in wording krijgt steeds meer vorm. ‘De materialen hoeven niet duur te zijn,’ wisselen de dames onderling uit. De ene keer wordt er voor duurder materiaal gekozen en de andere keer is een wolletje van Zeeman of de Wibra ook ontzettend geschikt. ‘Daar zie je steeds vaker mooie meerkleurige wol, of pluizige varianten waar leuke effecten mee zijn te bereiken,’ beamen de dames. Tussen de gesprekjes door geeft Helga aanwijzingen aan diegenen die daar behoefte aan hebben. Uw redactielid dat gewoonlijk met twee linkerhanden is behept, heeft zich gewaagd aan het breien van een schaap en worstelt even met wat minderingen. Jaren geleden waagde zij zich aan het breien van een speelgoedkonijn voor haar dochter, dat nu nog steeds als een kruising tussen een schildpad en een konijn (schildkonijn) door het leven gaat… Echter deze keer geen nood, Helga legt het duidelijk uit en aan het eind van de avond is het schaapje al bijna klaar.
Heb je ook zin om eenmaal per maand een middagje of avondje mee te haken of breien? Het eerstvolgende Breijeblij Café is maandagmiddag 6 februari van 14.00 tot 16.00 uur. Wie ’s avonds wil meedoen kan woensdag 22 februari terecht van 19.30 tot 21.30 uur. Voor de koffie en thee wordt een kleine bijdrage gevraagd. Adres: Lange Broekweg 4 te Naaldwijk, in de serre grenzend aan de woning. Neem zelf je materialen, breipennen en/of haaknaalden mee.(Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
‘Deze is van plastic tasjes gemaakt,’ vertelt Helga, die enthousiast een beugeltas toont. Avonden lang heeft ze plastic boodschappentasjes aan smalle repen geknipt om daar weer een stevige beugeltas van te breien. Het effect is erg mooi. Op tafel liggen allerlei boekjes met voorbeelden die gretig bekeken worden door de bezoekers van het Breijeblij Café. Het breien en haken van speelgoed en decoraties is momenteel erg in trek. Helga werkt zelf aan een tafereeltje voor Pasen. Schapen en een herder staan op een dienblad te prijken, een speelgoedknuffeltje ligt er naast, een poedel in wording krijgt steeds meer vorm. ‘De materialen hoeven niet duur te zijn,’ wisselen de dames onderling uit. De ene keer wordt er voor duurder materiaal gekozen en de andere keer is een wolletje van Zeeman of de Wibra ook ontzettend geschikt. ‘Daar zie je steeds vaker mooie meerkleurige wol, of pluizige varianten waar leuke effecten mee zijn te bereiken,’ beamen de dames. Tussen de gesprekjes door geeft Helga aanwijzingen aan diegenen die daar behoefte aan hebben. Uw redactielid dat gewoonlijk met twee linkerhanden is behept, heeft zich gewaagd aan het breien van een schaap en worstelt even met wat minderingen. Jaren geleden waagde zij zich aan het breien van een speelgoedkonijn voor haar dochter, dat nu nog steeds als een kruising tussen een schildpad en een konijn (schildkonijn) door het leven gaat… Echter deze keer geen nood, Helga legt het duidelijk uit en aan het eind van de avond is het schaapje al bijna klaar.
Heb je ook zin om eenmaal per maand een middagje of avondje mee te haken of breien? Het eerstvolgende Breijeblij Café is maandagmiddag 6 februari van 14.00 tot 16.00 uur. Wie ’s avonds wil meedoen kan woensdag 22 februari terecht van 19.30 tot 21.30 uur. Voor de koffie en thee wordt een kleine bijdrage gevraagd. Adres: Lange Broekweg 4 te Naaldwijk, in de serre grenzend aan de woning. Neem zelf je materialen, breipennen en/of haaknaalden mee.(Joke Wageveld) © 2012 Tekstbureau Westland
Abonneren op:
Posts (Atom)




