donderdag 27 juni 2013
Het systeem
‘Sorry mevrouw, het duurt wat langer, we zijn namelijk overgestapt op een nieuw systeem.’ Deze verontschuldigende woorden ving ik op toen ik in een apotheek stond. Ik stond al een half uur te wachten om mijn medicijnen op te halen. Wat van buitenaf een rustig moment leek, bleek bij het binnentreden allerminst juist te zijn. Een korte blik op mijn volgnummertje maakte duidelijk dat er 20 wachtenden voor me waren. ‘Dan maar even gaan zitten,’ dacht ik. Dat hadden 5 van de 20 wachtenden echter ook al bedacht, dus bleef er niets anders over dan blijven staan.
Ik keek eens rustig om me heen. Had geen haast en ik wilde mij nergens druk om maken. Een paar mensen keek op hun mobiele telefoon. Het leek me een goed idee om ook even mijn berichtjes te checken.
‘Ik sta hier in die fucking apotheek en dat gaat nog wel ff duren,’ hoorde ik één van de wachtenden door de ruimte schetteren. Een meisje belde naar iemand die hier kennelijk van op de hoogte gebracht moest worden. Een deel van de omstanders keek, een beetje in verlegenheid gebracht, een andere richting uit. Alsof men wilde benadrukken niet bij haar te horen. ‘Ze hebben hier een fucking nieuw systeem en dat doet geen ene fuck,’ vervolgde het meisje dat niet uitblonk door haar ruime woordenschat, onbeschaamd. Bij de balie verhief een andere vrouw haar stem: ‘Je denkt toch zeker niet, dat ik nog een keertje terugkom met die drukte hier!’ De apothekersassistente ondernam een poging de oorzaak van de lange wachttijd uit te leggen en bood haar verontschuldigingen aan. Het oogstte geen effect. ‘Geweldig,’ klonk het naast mij. De eigenaresse van deze stem keerde zich half naar mij toe en fluisterde net hard genoeg voor omstanders om het te horen: ‘Moet je hier betalen als je ’s avonds je medicijnen haalt?’ ‘Volgens mij niet, of er moet iets zijn veranderd waar ik niet van op de hoogte ben,’ antwoordde ik zachtjes. ‘Geweldig,’ eindigde ze met een bittere klank in haar stem het gesprekje.
Een man en een vrouw die zich een stukje verderop bevonden, gebruikten de wachttijd nuttig door even lekker bij te praten. Oude kennissen die elkaar een tijd niet hadden gezien. ‘Hier, neem jij mijn nummertje maar,’ zei de vrouw na een tijdje tegen haar kennis. ‘Ik ben diabeet en moet nodig wat gaan eten en mijn medicijnen toedienen, dus ik kom wel een andere keer terug.’ Snel verliet ze de apotheek. Als het geen trieste realiteit was, zou je er bijna om lachen.
De mevrouw die bang was dat ze haar medicijnen moest betalen was nu aan de beurt. Ik miste een stukje van het gesprek. Wel ving ik op dat de apothekersassistente nogmaals een poging ondernam om uit te leggen wat de oorzaak van de lange wachttijd was. Ook nu bereikte zij niet het beoogde effect. Integendeel, de vriendelijke woorden van de assistente gaven de vrouw voer om steeds bitser te antwoorden. ‘Geweldig,’ herhaalde ze weer, nu nog cynischer dan daarnet. Als de grootte van een woordenschat erfelijk zou zijn, dan had zij de moeder van het telefonerende meisje kunnen zijn.
Ik begon medelijden te krijgen met de apothekersassistentes die al die boosheid over zich heen kregen, terwijl ze zelf helemaal niets aan deze situatie konden doen. Ze zouden er stress en een hoge bloeddruk van krijgen...
‘Ben ik niet eerder aan de beurt, omdat ik mijn medicijnen netjes ruim van tevoren heb besteld?’ vroeg weer iemand anders. ‘Nee meneer, dat systeem hanteren we nu even niet. Vanwege deze situatie handelen we alles op volgorde van binnenkomst af.’ De man gromde iets onverstaanbaars. De assistente ondernam opnieuw een poging begrip te vragen. Dat stond ook al op het publicatiescherm dat boven de balie hing. ‘Graag uw begrip’.
Terwijl ik in een schap stond te bekijken wat er allemaal verkrijgbaar was op het gebied van tandverzorging, werd het volgende nummer omgeroepen. Snel keek ik op mijn briefje; en ja, ik was aan de beurt! Toch nog sneller dan ik gedacht had. Slechts 20 seconden later stond ik weer buiten met de medicijnen die ik had besteld en die netjes klaarstonden. ‘Het systeem,’ dacht ik. ‘Steeds vaker hoor je dat ‘het systeem’ oorzaak is van ergernis en vertraging. Toch had ik me geen moment verveeld. Wel is mijn bewondering voor apothekersassistentes gestegen. Ongelooflijk hoe kalm ze onder al die werkdruk bleven, hoewel het volgens mij nooit goed voor een mens kan zijn om in deze omstandigheden te werken.
Een paar dagen later las ik in de krant dat er 37 miljard op de bank staat voor ‘de zorg’. En dat er steeds weer op de zorg bezuinigd wordt. Ons geld. Zou het nu een gek idee zijn om daar iets van te besteden aan ‘het systeem’? Zal beslist iets schelen in het ziekteverzuim van apothekersassistentes. Of zou ‘het systeem’ dat niet aankunnen?
vrijdag 21 juni 2013
Muziek
Zelf een muziekinstrument bespelen heb ik nooit geleerd. Ooit heb ik wel eens geprobeerd met een beginnersboekje bij de hand wat te oefenen op een gitaar, maar kramp in arm en schouders namen de lol al snel weg. Waarschijnlijk ben ik te fanatiek en verkrampen mijn spieren, of houd ik de gitaar niet goed vast. Als ik het goed wil leren, zal ik les moeten nemen. Dat plan heb ik al jaren, maar ja, werk en andere “hobbies” laten weinig tijd over om nog iets extra’s op te pakken. Daarom geniet ik maar van de muziek die anderen maken. Dat is minstens zo leuk, merkte ik de afgelopen week weer eens. Mijn echtgenoot was gevraagd om de rol van King Arthur te spelen bij Leerlingenorkest Honsels Harmonie. Gewoon, als koning en met wat tekst. Hij hoefde niet te zingen en met een muziekinstrument is hij net zo handig als ik, maar acteren kan hij wel. En natuurlijk ga je dan mee met je man als de uitvoering daar is. Nu verkeer ik niet in de omstandigheden dat ik me dan ook Koningin Guinevere mag noemen, dus ik ging als mezelf. Dat is wel zo prettig, want niemand springt voor je in de houding en je vangt de leukste gesprekken op als je je anoniem onder de mensen kunt begeven.
Terwijl de zaal in gebouw De Voorhof in Honselersdijk langzaam volliep met ouders en kinderen, zat ik rustig om me heen te kijken. Achter mij hoorde ik een klein jongetje verwachtingvol aan zijn ouders vragen: ‘Mag ik straks op die trommel slaan?’ Een brommend geluid van de vader volgde: ‘Hij zit de hele week te drummen.’ Kennelijk was er iemand meegekomen die uitleg nodig had. ‘Overal zit hij ritmisch op te tikken.’ ‘O ja? Vroeg een dame aan het jongetje. ‘En waar drum je dan vooral op?’ ‘Op de vensterbank. En op de poef!’ antwoordde het jongetje enthousiast. ‘O, da’s makkelijk,’ vervolgde de damesstem. ‘Dan ben je gelijk het stof een beetje kwijt en hoef je ‘m niet meer schoon te maken.’ Een ideale vorm van multi tasken, zullen we maar zeggen. En veel leuker dan bijvoorbeeld ‘lucht gitaar spelen’. Daar schijnen hele wedstrijden voor georganiseerd te worden. Een poef geeft tenminste nog een beetje geluid.
Leerlingenorkest Honsels Harmonie gaf een concert over ridders en jonkvrouwen. Voor dirigent Jarmo van Venetië was dit zijn eerste concert. Met muziekstukken die door Koning Arthur werden aangekondigd werd het publiek rondgeleid in zijn koninkrijk en herkende men het ten strijde trekken van de ridders en het lieflijke dorps- en landleven in de Middeleeuwen. Natuurlijk met een geromantiseerd sausje erover, maar het is toch ontzettend gaaf, als muziek mooi is om naar te luisteren en tegelijkertijd een verhaal vertelt. Het klonk goed; complimenten voor het leerlingenorkest dat het publiek vermaakte. Complimenten voor dirigent Van Venetië. De kinderen luisterden ademloos naar het verhaal en de muziek. Groot was het enthousiasme achter mij toen er nog een toegift kwam van het korte programma. Eén van de kinderen klapte enthousiast in haar handen en riep: ‘Jááá, er komt nog een liedje!’ Wat een plezier; ik wist niet dat zo’n optreden zoveel losmaakte bij kinderen.
De leden van Honsels Harmonie hebben onlangs in zorginstelling De Naaldhorst gespeeld en basisscholen bezocht om de leerlingen kennis te laten maken met de instrumenten die zij bespelen. Honsels Harmonie gaf dinsdagavond 4 juni een open avond in het repetitielokaal, Achter de Bergen 6 in Honselersdijk. Ook ouders konden kennismaken en informatie inwinnen. Leest u dit na 4 juni? Kijk dan even voor meer informatie op www.honselsharmonie.nl. Voor kinderen zijn er tegen gereduceerde prijzen proeflessen te volgen. Altijd doen, zou ik zeggen.
Zelf geniet ik op die momenten dat het warm is en ik buiten kan zitten van het gitaarspel van mijn nieuwe buurman die oefent voor zijn band. Gelukkig speelt ie nog een genre waar ik van houd ook. Een paar huizen verderop woont een jonge knul die leert drummen. En daarnaast een buurman die ook oefent op zijn drumstel. Een eind verderop hoor ik ’s avonds wel eens een bandje in een tuindersschuur repeteren. Klinkt allemaal heel lekker, maar o, wat had ik dat ook graag gekund…
woensdag 19 juni 2013
Druk, druk, druk
Het afgelopen weekend heb ik een uitstapje buiten het Westland gemaakt naar de Tong Tong Fair in Den Haag. Dat bezoeken mijn man en ik al jaren, want Aziatische landen en gewoonten interesseren ons. Het is altijd lekker om na een drukke werkweek even iets te doen waarbij je aandacht volledig van je werk is afgeleid, zodat je weer kunt opladen voor de komende werkweek.
We parkeerden onze auto aan de rand van Den Haag, want parkeren bij het Malieveld is met zo’n evenement vaak niet mogelijk. We pakten een tram en scanden onze OV-kaart. Althans, dat dachten we, maar het bleek dat we de kaart niet voor het scherm, maar onder het scherm moesten houden. Kunt u nagaan hoe vaak we met de tram ergens naartoe rijden… Een vriendelijke meneer wees ons de weg en zo konden we legaal richting Centraal Station rijden. Het was druk in de tram. Twee kleine meisjes zaten ongelooflijk hard te giechelen om alles wat ze zeiden. Ze konden geen minuut stilzitten. Hun luide gelach en drukke bewegingen waren doorlopend in de gehele tram waarneembaar. Een begeleidende dame genoot ervan en meende dat we dat allemaal ook nog eens moesten horen. ‘Lekker toch? Als twee jonge meiden zo om alles kunnen lachen? Heerlijk toch? Geweldig hè? Als dat jonge grut zo’n lol kan hebben…’ Ze ratelde maar door. Als het hun moeder was, dan zou me dat niet verbaasd hebben. Het voortbrengen van geluid en herrie zit hen waarschijnlijk in de genen, maar stilletjes verdacht ik de mevrouw ervan dat ze geen enkel overwicht op de drukke meisjes had. Enfin, al snel bereikten we ons doel: de Tong Tong Fair. We kochten kaartjes en wilden voor de voorstelling van Wieteke van Dort reserveren. Helaas, deze was al uitverkocht. Het was druk. Ook op de Fair zelf kon men over de hoofden lopen. Met moeite vingen we een glimp op van de kraampjes met leuke Oosterse hebbedingetjes en kleding. Het kostte keer op keer moeite om de uitgestalde waren van nabij te bekijken. Na een poosje wilden we onze vermoeide slenterbenen wel even wat rust gunnen en gingen we naar de Grand Bazar, alwaar een zangeres zou optreden. Zoals ieder jaar konden we vanuit de aangrenzende bar met een smakelijk Bintang biertje genieten van de optredens. Maar ook daar was het druk. In de zaal geen stoel meer vrij; men was een half uur voor het optreden al massaal gaan zitten. In de bar werden de enkele lege barkrukken voor mijn ogen weg geroofd door iemand die nog niet van delen had gehoord. Druk, druk, druk. Ik meende dat het optreden waarschijnlijk van een dermate kwaliteit moest zijn, dat men in rijen van drie voor de zangeres klaar was gaan staan. Dat viel echter een beetje tegen. Toch bleven we zitten op die ene barkruk die mijn man en ik afwisselend bezetten, zodat de vermoeide onderdanen later weer verder zouden kunnen. Op het podium werd een bejaarde dame naar de microfoon geholpen en in traag Indisch bedankte zij het publiek voor het applaus. Dat straalt in ieder geval wat rust uit, die Indische taal. Zelfs als men Nederlands spreekt in Indië, dan neemt men daar de tijd voor. Ik ben de gids in het paleis van de sultan nog niet vergeten, die van één tot en met negen telde om ons duidelijk te maken dat het niet de éééérste, niet de twééééde, niet de déééérde (en zo verder tot en met de achtste), maar de nééégende sultan was die het paleis had gebouwd. Kijk, daar kan ik nou van genieten. Vooral als zo’n gids dan vertelt, dat er nog een gebouw van later datum is toegevoegd aan dat mooie paleis. En dat dat niet gebouwd was door de ééérste, niet de twééééde, niet de déééérde (en zo verder tot en met de negende), maar door zijn zoon de tíende sultan. Niks geen drukte, niks geen haast, maar alle tijd. Dat vind ik nou lekker, heerlijk en geweldig beste mevrouw uit de tram.
Van een hapje eten op de Tong Tong Fair kwam niets. De restaurants zaten vol. Na een uur zaten ze dat nog. Mijn man en ik besloten onze maaltijd in Delft te gaan nuttigen. Maar niet voordat we een half uur in de rij mochten staan voor de toiletten. “Tirima kasíííí,’ klonk het lijzig bij de uitgang. ‘Dank u wel,’ betekent dat. Met een glimlach knikte ik de dame die ons gedag zei toe: ‘Tirima kasííí!’ Het was weer leuk. En het is fijn dat in deze economisch moeilijke tijd de Fair zo druk bezocht werd. Toch hoop ik stiekem dat het volgend jaar wat rustiger is…
zondag 2 juni 2013
Nederland bestaat niet
Wie een tijdje buiten Europa is geweest, zal
precies begrijpen wat de titel wil zeggen. Nederland bestaat niet! Journaals op
televisies, krantenberichten, nieuwsberichten op de radio… er is er geen één
die iets over Nederland heeft te melden. Zelf heb ik altijd het idee dat
Nederland wereldwijd heel wat heeft in
te brengen en dat we ons zo’n beetje in het centrum van het universum bevinden.
Echter hoe meer men richting evenaar reist, hoe meer het duidelijk wordt dat
hier niets van klopt. Als je Amerikanen tegenkomt, moet je niet gek opkijken
als ze denken dat Nederland de hoofdstad is van Denemarken. In grote delen van
India is het zelfs voor de bevolking al moeilijk om te weten wat Europa is,
stomweg doordat het ontbreekt aan onderwijs. In Australië weet men wel waar
Nederland ligt, vanwege het feit dat men allemaal wel iemand kent die een Nederlander
in de voorouders heeft. Maar als je naar hun nieuwsberichten kijkt, dan komt
Nederland daar niet in voor. Wie ooit een vliegtuiglanding boven een
miljoenenstad heeft gemaakt, zal waarschijnlijk hetzelfde gevoel hebben gehad
als ik: Nederland is slechts een stofje op de kaart van onze wereldbol.
Tijdens onze vakantie in Indonesië werd het maar
weer eens al te duidelijk. Let wel, Indonesiërs weten heel goed waar Nederland
ligt. De meesten zijn beter op de hoogte van hun en ons koloniaal verleden dan
wij. De jaartallen springen je om de oren als het over hun vaderlandse
geschiedenis gaat en veel mensen spreken daar nog een mondje Nederlands of
studeren onze taal. Ook Van Persië kennen ze. Voetbal is een bindende factor,
want Nederlandse voetballers weet men overal op te sommen. Toch bestaat ook
Nederland niet in Indonesië. Geen televisie, geen krant die over ons rept.
Nederland is niet belangrijk; bij ons gebeurt er niets. Gelukkig had ik een
smartphone bij me die iedere dag de hoogtepunten van het NOS journaal naar me
stuurde. Anders zou ik toch bijna gaan denken dat ons kikkerlandje tijdens onze
vakantie weggespoeld zou zijn door de Noordzee. Nee, iedere dag opende ik met
belangstelling het NOS nieuws om mezelf op de hoogte te stellen van het wel en
wee in mijn geboorteland.
Dat bericht startte uiteraard dagelijks met het
meest belangrijke nieuws van die dag. Ten tijde dat ik in Indonesië was, stond
de kroning van toenmalig prins Willem-Alexander op stapel. Nu zou u denken dat men
over de crisis wel nieuws had te brengen. Of belangwekkende politieke
verwikkelingen. Maar nee, wat had de NOS ons als voorpaginanieuws te melden? De
verwikkelingen rondom het Koningslied… Iedere dag weer, drie weken lang. Gelukkig
was Nederland niet weggespoeld. De crisis niet langer aan de orde.
Werkeloosheid opgelost. Bedrijven florereerden kennelijk. Van onze pensioenen
bleef men af. Met de zorg ging het uitstekend. Op politiek gebied geen nieuws
te melden. (Dat laatste kan wel zo ongeveer kloppen, hahaha!) Het belangrijkste
nieuws was de toon van het Koningslied die al of niet beledigend zou zijn. Als
ik niet beter zou weten, dan leek Nederland niet te bestaan. Het geneuzel om
het Koningslied paste meer in een sprookje, dan in een levensecht koninkrijk.
Toch ben ik blij dat ik Nederlander ben. Ook al
betekenen we vrijwel niets op de wereldkaart en weet ik met mijn nuchtere
Hollandse kop dat er wel degelijk iets gebeurt in Nederland. De vermissing van
twee jongetjes zal geen wereldnieuws zijn. Maar de bereidheid van Facebookers en
Twitteraars om mee te helpen met het verspreiden van opsporingsberichten
verdient naar mijn mening een medaille. De kordate houding van mensen die
spontaan mee gaan zoeken, is onbetaalbaar prijzenswaardig. De bereidheid van de
politie om dit te begeleiden is ook het vermelden waard. Een afwijzing zou hier
beslist niet op z’n plaats zijn geweest. Nee, laat mij maar in Nederland wonen.
Dat piepkleine landje dat zich soms op een ongelukkige wijze naar buiten toe
presenteert, maar waar mensen nog wel gevoel in hun donder hebben. Voor mij
tellen dit soort grootse daden mee, ook al hoort men daar in het buitenland
weinig tot niets van. Dan maar wat minder bekendheid voor dit stofje op aarde. Toen
ik dit schreef, was het zondag 12 mei 2013. Moederdag. Ik hoopte van harte dat
de afloop van de zoektocht positief zou zijn. Helaas tevergeefs…
maandag 6 mei 2013
Westland promotie
Fiji, een eilandengroep vol parelwitte stranden in de Pacific op meer dan 24
uur vliegen van huis. ‘t Is een mooie tropische ochtend. Mijn ‘eigen’ Westland
is hier letterlijk mijlenver vandaan. Zo ongeveer aan de andere kant van de
aardbol om precies te zijn.
We, mijn echtgenoot en ik, staan na een hobbelige bustocht van meer dan een
uur over wegen vol kuilen, klaar om in te schepen voor een boottocht. De
aanlegsteiger, of wat er voor door moet gaan, ligt net buiten een onooglijk
dorpje aan een rivier. Vlak naast een
lokale markt.
Daar worden de meest vreemde groenten en fruitvariëteiten die je je maar
kunt indenken
verhandeld. Misschien dat een deel ervan bekend is bij mensen die werken
bij Nature’s Pride, u weet wel, het innovatieve bedrijf dat tegen de wetten van
de crisis in, gewoon nieuwbouw pleegt op Honderdland. De kwaliteit van het
aangebodene op de markt van dit Fijiaanse dorpje is vrij divers, maar zo op het
eerste gezicht ben ik bang dat er in Westland weinig handel zou zijn in wat
hier ligt uitgestald. De gemiddelde streekgenoot zou er over zeggen: ‘Zoiets
geeffie je paard nog niet te vreten’. Al
is het gebruik van het woord “paard” in dit geval, gezien de actualiteit
misschien wat ongelukkig gekozen. En het voedsel is hier uitstekend te eten,
ook al ziet het er ‘anders’ uit.
Omdat de boot nog niet is gearriveerd, slenter ik wat langs de wankel
gebouwde stalletjes. Wie wel eens in Azië, Latijns-Amerika, Afrika of zoals
hier in Oceanië is geweest en op zo’n zelfde soort lokaal marktje heeft
rondgekeken, er zijn er tienduizenden, weet dat men het daar niet al te nauw
neemt met hoe groenten en fruit er uitzien. Desondanks weten de lokale meester
kokkinnen er altijd wel weer iets ontzettend smakelijks van te maken.
Het smalle, ranke bootje waarmee we een dagtocht naar het binnenland gaan
maken, is gearriveerd en ligt heftig te schommelen in de sterke stroming. We
zijn met zes passagiers. De ‘captain’ reikt ons een paar verkleurde, op het oog
honderd jaar oude reddingsvesten aan. Een van de medereizigers, een stokoude
Amerikaan, kijkt hem argwanend aan. De captain, tevens gids tijdens deze tocht,
lacht voor het eerst die dag zijn daverende lach. Een lach die we nog vaak
zullen horen. ‘O no Granddad, no worries. Boat is safe and no
crocodiles here. Azzie overboord kiepert blijf je gewoon drijven en kunnen we
je wat makkelijker weer binnenboord hijsen. En zeker weten, dan zitten allebei
je poten er nog aan hoor.’ Hij lacht weer zijn daverende lach en sluit zoals
bijna bij elke zin zijn betoog af met de kreet “Bula” (spreek uit ‘boelaaaaahh!).
Een kreet die zoveel betekent als “Hallo” maar overal op de Fiji eilanden
te pas en te onpas, op en onder alle omstandigheden en op elk moment van de
dag, wordt gebruikt. De oude Yank is gerustgesteld. Hij reist samen met zijn
even stokoude vrouw, hun zoon en schoondochter. ‘Vader heeft in de Tweede Wereldoorlog
in de Pacific gediend bij de marine en wilde nog één keer terug. Voordat het
niet meer kan,’ was het antwoord op onze nieuwsgierige vraag waarom een tachtig
plus echtpaar (of was het negentig min) besluit een dag lang in een smal,
wankel klein bootje een tocht naar de binnenlanden van Fiji te gaan ondernemen.
Als we naar de conditie van de oude veteraan kijken, mag het bootje dan wel
snel vertrekken, voor het te laat is.
Dat vertrek duurde echter nog dik een kwartier. Eerst moesten de ouwetjes, geholpen
door hun familieleden, de ‘Captain’ en onze Hollandse handen, voetje voor
voetje het steile talud naar de steiger worden afgeholpen en in de boot
gehesen. Uiteindelijk zaten we allemaal
aan boord en kon de tocht beginnen. ‘Time is not a problem, not here on Fiji’, bulderde de Captain, ‘Er is tijd en er is Fiji
tijd. En we zitten nu in Fiji tijd, bula!’ Waarna zijn lach weer over het water
schalde.
Onderweg prachtige tropische begroeiing. Aan de kant zo nu en dan de
contouren van schaarse bewoning. Kinderen springen enthousiast op en neer en
zwaaien naar ons. ‘Bula, bula…’ Opeens moet ik denken aan een vaartochtje dat
ik ooit maakte met schipper Van den Bos. Rondje Westland. Kinderen aan de kant
in de wijk Pijletuinen, op weg richting Bloemenveiling, kinderen aan de kant in
Honselersdijk. Geen gespring en gezwaai. Geen enthousiaste begroetingen. Nergens.
Wat zijn we eigenlijk totaal anders dan de mensen hier.
Af en toe brult captain iets over wat er op de wal allemaal te zien is.
Echt verstaanbaar is hij niet, de motor maakt nogal lawaai. Dan vraagt hij waar we vandaan komen. ’Ahh
Hollan’, hij schreeuwt het boven de motor uit, ‘Hollan, Netherlands Europe yeah,
Europe, Rome, Paris, bula!’ Het schept meteen een band met genoemde Europese
bestemmingen. Normaal ver weg Parijs, Rome, maar hier ver van huis omgeven door
tropisch woud, varend op een snel stromende rivier is ‘t ineens alsof die steden bij ons, Nederlanders,
horen.
We zijn gearriveerd in een dorpje dat anderhalf uur stroomopwaarts ligt.
Daar worden we uitgenodigd in het centraal gelegen dorpshuis. Zodra we binnen
zijn, pakken de dorpelingen hun muziekinstrumenten. Het is meteen een vrolijke
boel. Bij plus 30 graden worden we geacht in één keer soepel mee te doen met de
lokale dansen. Daarna volgt de begroetingsceremonie uitgevoerd door de
dorpsoudste met twee jonge krijgers als secondanten. Centraal daarbij staat de
bereiding en vervolgens het drinken van een troebel drankje dat wordt gemaakt
van de wortel van een Kava plant. Dat is
een soort verre familie van de Spaanse peperplant, de Yaqona. Als je er veel van drinkt, word je erg rustig
en relaxed. Bij die
ceremonie worden we als vrienden begroet. Vrienden uit Amerika en eh... hoe
heet het ook weer, de Captain, die de vertalingen doet, is het al weer vergeten.
‘O yes, all the way from Hollan!’
Daarna volgt een gezamenlijke lunch met de plaatselijke bevolking. Dat
gezamenlijk is niet helemaal waar. Wij zitten in
kleermakerszit op de grond aan de ene kant van het dorpshuis, de lokale vrouwen
en kinderen, geen man meer te zien, aan de andere. Voor de twee bejaarde
Amerikanen zijn ergens uit een huisje twee wankele keukenstoelen opgediept. De
lunch is prima. Heel veel groenten, fruit (dat er stukken beter uitziet dan op
de markt) en stukjes kip. De zoon en schoondochter van de oude Amerikanen
willen nu wel eens weten waar dat “Hollan” ligt. Ze hebben wel veel gereisd
maar vooral op hun eigen continent en hebben geen idee. “Ah..., in Europe,
right? Close to Rome or what?’ We vertellen dat ons land in een heel ander deel
van Europa ligt. En Rome in Italië, een heel ander land is zelfs, waar we eigenlijk
niets mee hebben. Nou ja, dezelfde munt en de liefde voor wielrennen, pizza’s, voetbal
en Willy Alberti.
Dat laatste is natuurlijk een grapje. Mijn man stikt bijna in een stuk
paprika van de lach. Het Amerikaanse stel kijk me glazig aan. Ik ga door. Ik
vertel, gepassioneerd en verder van huis
dan ooit tevoren, over Nederland, Amsterdam, Delft, klompen, tulpen. Maar toch
vooral over het Westland. Vol passie, want ik geloof in wat we hier doen op ons
kleine stukje aarde. Een paar Fiji dorpsvrouwen staan ook mee te luisteren. Het
moet voor hen klinken alsof ik van een andere planeet kom. Ik vertel over onze
Greenhouses. En over onze (weliswaar wat verdampte, maar voor mij nog steeds geldende)
bijnaam “Westland, Garden of Europe”. Dat er “bij ons” heel hard gewerkt wordt,
vooral aan het ontwikkelen van smakelijke nieuwe producten. En dat geprobeerd
wordt om die zo milieuvriendelijk mogelijk te produceren.
Aan het einde van de dag, als we terug zijn in het dorp van vertrek. Komen
de Amerikanen naar ons toe. ‘Een trip naar Europe staat al langer op ons “to
do” lijstje: Rome, Paris, Spain. Door uw enthousiaste verhaal willen we
wellicht ook Holland daar aan toevoegen.’ Ik knik hen vriendelijk toe. ‘Goeie
keus, welcome to Holland en Westland’. In de bus kijkt mijn man me aan: ‘Nieuwe
job? Ga je iets in Westland promotie doen? Tja, wie weet. Ik ben nu eenmaal
trots op mijn streek. Praat er graag over. Ook hier, ver van huis. ‘t Kost wat
maar dan hebbie ook wat… Bula!
dinsdag 2 april 2013
Tante
Mijn telefoon ging
tijdens het shoppen. Zoals bijna altijd was ik weer te laat met opnemen. Op de
voice mail: Tante. Onduidelijk verhaal. Ik begreep dat ze “mijn stukkie” had
gelezen en of we nog eens langskwamen. Toen ik het berichtje nog eens wilde
beluisteren, was het van mijn mobieltje verdwenen. Vreemd hoor.
Nu hadden we haar al
een paar keer bezocht, maar iedere keer geen gehoor. Tante is ondanks haar hoge
leeftijd nogal uithuizig. Toch maar weer een poging gewaagd en deze keer was
het wel raak. Ze stond ons al in de deuropening op te wachten.
‘O wat leuk zeg,
daar zijn jullie dan. Moet je koffie? Ja ik dacht nog: ‘Wie staan daar nou weer
aan de centale voordeur?’ Kan ik zien met deze camerahuistelefoon, heb je wel
nodig tegenwoordig, er lopen wat duistere types rond hoor, die het op oude
mensen hebben voorzien. Goh leuk zeg, kon je je auto nog een beetje kwijt,
koffie was het toch? Leuk hoor. Ja, morgen word ik negentig, wat een leeftijd niet?
En het is allemaal zo snel gegaan, maar ik ben gelukkig nog gezond hoor, ik heb
alleen last van eczeem, hierzo tussen mijn vingers en op mijn hoofd. Tsja
familiekwaaltje, net als astma. Heb ik ook regelmatig last van, leuk hoor dat
jullie er zijn, koffie was het toch? Zal meteen een bakkie gaan zetten. Nee, ik heb geen puffer tegen die astma, want
daar zit weer een stofje in waar ik niet tegen kan. Zat ook in
bloeddrukpilletjes en toen zei de dokter: ‘Dan doen we maar helemaal geen pilletjes
meer.’ Ja, lopen gaat wat moeizamer, maar ik mag niet klagen hoor, verders is
alles nog goed. Mijn gehoor is nog prima, mijn verstand. Nou zeg, sta ik maar
te kletsen, zal nou eerst maar eens een koppie koffie gaan zetten, haha, ja ik
zet nog gewoon ouderwets koffie in een potje, niet met zo’n modern ding met van
die padjes, maar dat vinden jullie toch niet erg zeker. ’t Is me niet allemaal komen
aanwaaien hoor, we hebben het erg arm gehad vroeger, maar ja wat willie. Ome Jan
was gelegerd in Naaldwijk en toen kregen we verkering. Hij verdiende niet veel en
toen we gingen trouwen, zijn we bij zijn moeder gaan inwonen. Ik trouwde in een
geleende jurk van een vriendin uit ’s-Gravenzande en hij had een zakkenpak aan.
God, wat een arremoe allemaal, maar je hoort mij niet klagen hoor. We hebben ons
ondanks alles toch staande weten te houden en zijn er bovenop gekomen. Ik voel
me de koning te rijk hier in mijn aanleunflatje. Ik ben in mijn leven een keer
of negen verhuisd en vind het wel goed zo. Kijk eens, hier is de koffie. Wil je
er een koekie bij? Hierzo deze moet je nemen, die is lekker. Ja, mijn zoon Piet
en zijn vrouw hebben alvast boodschappen voor me gedaan. Voor mijn verjaardag,
niet dat het druk wordt, de kinderen komen morgen, de kleinkinderen overmorgen. Ik kan niet veel drukte meer hebben. Ja, ik ben zelf nogal druk hihihi! Lekker koekie niet? Komen van de supermarkt
hieronder, handig hoor zo’n klein winkelcentrum vlak in de buurt, al kom ik er
steeds minder, want lopen wordt steeds lastiger ja. Goh, ik vind het zo leuk dat
jullie er zijn zeg, ja, ik kreeg jouw stukkie onder ogen, bracht Piet mee, die
zag het in de krant staan. Die woont in Wateringseveld en daar wordt die krant
ook bezorgd. Zegt ie: ‘Moet je nou eens lezen, is van Joke.’ Leuk hoor, dat ken
jij wel, van die stukkies schrijven. Nog een koekie? Zal ik nog een bakkie
inschenken? Da’s wel weer makkelijk met
zo’n ouderwetse koffiepot natuurlijk, dat je altijd alvast een extra bakkie
koffie klaar hebt staan als je daar trek in hebt. Ja, je stukkie is nou bij
mijn dochter Petra. Die heb ik het meegegeven. Fijn hoor, komt iedere week bij
me schoonmaken. Is wel anderhalf uur rijden, zeker met die slechte pad van de
laatste maanden. Dan zeg ik: ‘Meid, als
je het niet meer ziet zitten, zal ik daar niks over zeggen hoor, dan regel ik
wel wat anders.’ Maar dan zegt ze: ‘Moe ik doe het met plezier.’ Ach ja, zo zie
ik haar gelukkig nog regelmatig en dat geldt ook voor de anderen. Piet is met
prepensioen, die had geluk dat ie er nog uitkon Mijn andere zoon werkt nog,
maar die is het best wel zat. Hij werkt al vijftig jaar onafgebroken. Komt iedere
week een keer bij me eten als ie uit zijn werk komt. Hij werkt in Capelle en
dan doet ie er soms wel twee uur over met het openbaar vervoer naar hier, ’t is
toch wat. Zo, hier is nog een bakkie , neem er nog een lekker koekie bij, kan
jij wel hebben, je bent niks te dik. Goh leuk hoor, dat jullie er zijn. Ja ik
ken het Westland niet meer terug, zo ben ik al jaren niet meer in Naaldwijk
geweest. Er is in de loop van de jaren zoveel veranderd. O, staan er achter
jullie huis ook al huizen, ja die tuin was vroeger van een Vijverberg of van
een Groenewegen. Maar ja dat waren katholieken, daar trokken wij niet zoveel
mee op. Dat had je zo vroeger hè. Lust je nog wat anders, een glaasje limonade
of heb je liever een wijntje? Dan moet
je dat zelf maar effies pakken. Azzie er dan eentje neemt, dan lust ik er ook
wel eentje, maar in een klein glaasje hoor, anders zit ik strakkies in mijn
stoel te slapen hihi! Mooie stoel nietwaar? Heb ik van de kinderen gehad voor
mijn verjaardag, Tsja wat moet een oud mens vragen voor haar verjaardag. Ik heb
weet ik hoeveel spullen naar de kringloopwinkel gedaan, maar mijn ouwe stoel
was versleten, dus ik vond het wel een goed idee en hij zit heerlijk. Hebben ze
nog met korting gekocht ook. Ik heb hier een prachtig uitzicht. Daar is het
station van Randstadrail, tot kort geleden reisde ik veel met die tram. Samen
met een vriendin. We kwamen overal, tot in Kijkduin. Maar ja, die vriendin is
veertien dagen geleden ineens overleden. En vindt dan maar weer een nieuwe
vriendin waarmee je van die toggies kan ondernemen. Je wordt toch ook steeds
minder mobiel. Hier pak nou nog een koekie. Gaan jullie nog op vakantie? O,
da’s een mooie reis zeg. De man van een ouwe vriendin van me is daar nu ook
naar toe, dat is hoe heet zo iemand ook al weer... een wolkenkrabber, nee een
globetrotter, een wereldreiziger. Die reist ieder jaar in zijn eentje met een
fiets en een tentje door een land. Verleden jaar is ie drie maanden naar IJsland
geweest, maar dat vond ie toch wel een beetje een kouwe bedoening, daarom is
ie dit keer drie maanden naar een warmer land. Zijn vrouw vindt het best zo, ze
zijn al 45 jaar getrouwd, vroeger werkte hij bij een keukenboer. Verkocht ie
nieuwe keukens aan jan en alleman, maar zijn vrouw heeft nooit een nieuwe
keuken gekregen hihi. Nou neem je nog een koekie mee voor onderweg? Leuk dat ik
jullie gesproken heb, weten we weer wat van mekaar. Kijk ie uit onderweg? Het
is ook zo druk met verkeer tegenwoordig, nou dáág, kom gauw maar weer eens
langs…’
Doen we tante. Met
alle liefde. Daar is geen discussie over mogelijk…
De lenter komt
'Krokeledokus de lenter komt,
lenter komt, hopsasa!’ Een vrolijk en tijdloos kleuterliedje. Mijn dochter
zong, toen ze nog een klein kleutermeisje was, dat liedje altijd een paar weken
achter elkaar luidkeels op ieder (on)gewenst moment van de dag.
Dat versje had ze op school
geleerd en nee het is geen drukfout, u las het goed, ze zong inderdaad “lenter”.
Dat kwam waarschijnlijk door de kleuterlogica dat winter, lenter en zomer iets
met elkaar te maken hebben en dus allemaal op een ‘r’ eindigen.
Krokussen, lente. Het maakt
hele volksstammen blij. Dat bleek maar weer verleden week. Die paar dagen dat
het alvast een beetje lente was. Weg met
de donkerte en de kou. Daar hebben we tot aan begin maart wel weer lang genoeg
in gezeten, is de algemene mening. Geldt
zelfs voor de mensen die zich vanaf half november verkneukelen over de komende
donkere dagen voor kerst. De schaatsers die genieten van vrieskou. Om de
elfsteden op de schaats te doen moeten ze voorlopig weer minstens driekwart
jaar wachten. En ook de aanhangers van die gezellige winterse dagen waarbij men
met z’n allen aan de warme chocomel
zit en een spelletje mens- erger- je -niet speelt, terwijl het buiten
vriest dat het kraakt, zijn die spelletjes zat. Op naar buiten. Ook zij kijken
inmiddels reikhalzend uit naar het voorjaar. Neem dat maar van me aan.
Lente. Het maakt iedereen blij.
Iedereen? Nou ja, bijna iedereen. Misschien dat de schaatsenslijpers in de
regio het allemaal wat minder geslaagd vinden dat er geen ander ijs meer is te
vinden dan dat in de ijssalons van Westland. Hoewel, de meeste van die
schaatsenslijpers zijn daarnaast rijwielhandelaar en zien dus met het stijgen
der temperaturen de omzet navenant stijgen. Want, massaal trekken we de fiets
weer uit de schuur voor een ommetje om
er achter te komen dat ons stalen ros ofwel aan vervanging toe is of een goeie
onderhoudsbeurt kan gebruiken. In beide gevallen handel voor de zwoegende fietsenmaker.
En over die ijssalons gesproken,
waarvan we er een toenemend aantal hebben gekregen de laatste jaren in het
Westland, ook daar neemt de stroom klanten die even wil genieten van een
ijskoude traktatie in de zon weer hand over hand toe. Zo heb ik al weer een
heleboel mensen likkend en slikkend aan hun ijsjes zien zitten op de bankjes
bij een van die ijssalons. Toch weer een beetje kassa voor die hardwerkende
ondernemers.
“Krokeledokus” komt niet alleen natuurlijk. Naast de
krokussen komen ook de hyacinten, de narcissen, blauwe druifjes en de tulpen
ras te voorschijn zodra de winterse kou het definitief lijkt te gaan afleggen
tegen de eerste warme lentezonnestralen. De meeste van onze tuinen hebben die
eerste wat warmere dagen nog het aanzicht van woeste toendra landschappen. Lang
was de grond in onze voor- en achtertuintjes bedekt met een sneeuwdeken. Nu die is weggesmolten
ogen ze ronduit saai. Geïnspireerd door de fleurige folders van de tuincentra hoop
ik dat veel mensen dan ook meteen besluiten daar wat aan te gaan doen. Bij
diezelfde tuincentra waar je dan op zaterdag over de hoofden kunt lopen.
Overvolle parkeerterreinen waar auto’s worden volgestouwd met de nieuwste
tuintrends. Een heerlijke gedachte. Rijen voor de kassa’s. Personeel dat zich
te pletter moet werken. Maar dat doet men met een glimlach om de mond. Het is
immers lente!
Ik weet het, de berichten klonken
anders. “Tuincentra hadden in 2012 circa 200 miljoen minder omzet dan in 2011”.
Dat was de sombere conclusie in de krant. Ook de stroom aan nog meer negatief
nieuws uit het Haagsche is niet direct hoopgevend, maar toch. Dat lentezonnetje
moet bij meer mensen dan alleen bij mij vrolijke, hoopvolle gedachte teweeg
brengen. Weg met die donkerte, weg met die somberheid. Niks oppotten dat geld. Oppotten
doen we die nieuw gekochte magnolia, over een paar maanden als die fors blijkt
te zijn gegroeid. Ja, tuurlijk u houdt het nodige geld achter de hand voor
noodgevallen. Maar verder, kom op, geniet van het leven. Geniet van de nieuwe
lente. Stop met somberen beste mede Westlanders.
Sjonge wat een pleidooi voor
positivisme. Ik schrik bijna van mezelf. En dat terwijl de echte, de “kalenderlente” pas op 21 maart staat te
beginnen. Allemachtig, Krokeledokus is me dit jaar wel erg snel naar het hoofd
gestegen. Jazeker, wees blij: de lenter komt!
Abonneren op:
Posts (Atom)

