zaterdag 21 mei 2011
Hanneke van Baalen van alle markten thuis
‘Acteren, studeren, voetballen en fitnessen, werken, ik wil gewoon lekker bezig zijn’
Westland - Komende week, 25, 26 en 27 mei voert toneelvereniging De Plankeniers in de kleine zaal van Westland Theater De Naald (aanvang 20.15) het stuk Sora Moria op. Een bewerking van het oorspronkelijke toneelstuk Peer Gynt uit 1876 met muzikale omlijsting door Carolien Valstar. Een van de spelers die meewerkt aan deze onderhoudende familievoorstelling is de twintig lentes jonge Hanneke van Baalen.
Rare ervaring
Van Baalen is geboren en getogen in Naaldwijk. Na de basisschool ging ze naar het VMBO waar ze de opleiding Zorg en Welzijn afrondde. ‘Als kind wilde ik kapster worden. Vandaar die opleiding. En fotomodel. Maar dat is het allebei toch (nog) niet geworden.’ Daarna deed ze een opleiding beveiliging nivo 2 in Den Haag. Die rondde ze wel af maar besloot dat ook die richting voorlopig toch niet “haar ding” was. Toch heeft ze er geen spijt van. ‘Het volgen van een opleiding in de beveiliging is erg goed voor je kennisniveau. Je krijgt bijvoorbeeld veel wetskennis, erg belangrijk vind ik. Momenteel zit ik in het tweede jaar van de opleiding facilitaire dienstverlening bij het Alberda College in Rotterdam. Een leuke opleiding. Ik heb het erg naar mijn zin. Mijn allereerste stageperiode was bij het Erasmus MC. Daar had ik wel een rare ervaring. Ik had al op diverse afdelingen stage gelopen en moest toen naar de schoonmaak. Daar overkwam me dat ik, nu onderdeel van de schoonmaakgroep, voor anderen niet meer bestond. Kwam ik mensen tegen waar ik kort daarvoor nog mee bij distributie samengewerkt had en bij de beveiliging. Dan zei ik hen gedag maar ze reageerden niet eens, keken me niet eens meer aan. Daar stond ik in mijn schoonmaakpakkie. Een hele rare ervaring.
Portfolio
Op dit moment loop ik stage bij een kunstzinnige instelling. Het OT (Onafhankelijke toneel) in Rotterdam. Daar verzorg ik onder andere de catering. Het is erg druk op het moment. De opera afdeling van het OT is druk aan het repeteren voor Die Jahreszeiten, een coproductie van Opera O.T., het Luxor theater en stichting Operadagen Rotterdam. Eind mei wordt die opgevoerd. Ik ben daar terechtgekomen dankzij mijn rol in “Beste mensen” ons vorige stuk van eind vorig jaar. Ik had een paar foto’s van die voorstelling in mijn portfolio gedaan en de stagebegeleidster pikte dat op. Ze bood me op basis van dat portfolio de stage plek aan bij het OT. Hartstikke leuk omdat ik best wel nieuwsgierig ben naar hoe het bij zo’n organisatie allemaal reilt en zeilt achter de schermen.’
Geweldige regisseur
Hanneke komt uit een cultureel geïnspireerd gezin. Haar vader speelt toneel, haar moeder is een verdienstelijk (amateur)- zangeres en haar jongere broertje speelt gitaar. ‘Ja, hij heeft twee bandjes,’ lacht ze. ‘Een hobbybandje en een eh… ja, hoe noemt hij dat, eh… nou ja, een serieus bandje. Ik heb van jongs af aan best wel wat cultuur meegekregen. Ging al jong met mijn ouders mee naar Waterpop en natuurlijk naar toneeluitvoeringen om mijn vader te zien spelen. De eerste keer dat ik hem zag was in “Niet alle dieven komen ongelegen”. Oh, was Reinier van Mourik ook regisseur van dat stuk? Dat wist ik niet. Leuk hoor. Ik vind Reinier een geweldige regisseur. Hoe hij van iets kleins iets groots kan maken, zijn speelse manier van doen, dat je gewoon je fantasie moet gebruiken. Reinier leert je dat. Al zit je gewoon op een stoel en je gelooft dat je op een schip zit, dan zit je voor de kijker ook op een schip. Hij is daar heel sterk in. Ik hield altijd al van verkleden, vroeger was ik daar best wel veel mee bezig. Dat speelde ik dat ik een prinses was ofzo. Nou, wat dat betreft kan ik in het stuk dat we nu gaan brengen mijn hart ophalen. Het stuk lijkt soms wel op een enorme verkleedkist.
IJdel
Ik ben bij De Plankeniers gekomen via mijn vader. Ik deed al jaren mee met de sinterklaas activiteiten van de vereniging. Als hulpje van de Sint zeg maar. En toen ze voor “Hotline”, een eenakter die op het Westofal is opgevoerd, een figurant nodig hadden, vroegen ze mij. Dat was best wel spannend hoor. Vorig jaar stond ik voor het eerst samen met mijn vader op het podium. Eerst in een kinderstuk en later in het jaar dus bij “Beste mensen” dat we samen met het Theaterkoor 40Forever opvoerden. Ik sta best wel graag in de belangstelling, maar met mate hoor. De zaterdag na “Beste mensen” ging ik uit naar de Waterskihut. Kwam daar in alle drukte een jongen naar mij toe die zei: ‘Ja, ik ken jou, ik heb jou gezien bij “Beste mensen”, jij was de bakkersvrouw’. Dat vind ik dan wel leuk om te horen maar om nou overal en altijd herkend te worden lijkt me toch wat minder. Mijn vriendinnen zijn niet zo van de festivals en toneelstukken. Het soort muziek dat ze op festivals spelen is niet hun smaak en toneel boeit hen ook niet echt. Wel zijn ze vorig jaar naar “Beste mensen” komen kijken en dat vonden ze supergaaf . Ze zeiden: ‘Ja we zien wel veel trekjes van jou in die bakkersvrouw’. Ik hoop dat er volgende week wel weer een paar van mijn vriendinnen en teammaatjes komen kijken maar ik moet het hen nog vragen.’
Voetbal
Ik ben wel een beetje chaotisch, in de zin dat ik van alles tegelijk wil doen. Acteren, studeren, voetballen, fitnessen, werken. Ik wil gewoon lekker bezig zijn. Kan op zijn Westlands gezegd niet de hele dag op m’n reet blijven zitten. Daarom ben ik ook gaan voetballen. Dat is wel een beetje apart. Niemand in mijn hele familie heeft ook maar iets met voetbal, ze kijken bij wijze van spreken niet eens naar het WK. Ze keken dus wel gek op toen ik vertelde dat ik ging voetballen. Een collegaatje die ik ontmoet had bij een vakantiebaantje vroeg of ik daar geen zin in had en dat heb ik gedaan. En voetballen is superleuk. Ik speel bij VV Naaldwijk in het tweede. Ik sta linkshalf of linksvoor en dat terwijl ik stijf rechtsvoetig ben. Een voorzet met links, nee dat ga ik niet proberen. Ook al hebben mijn vader en moeder niks met voetballen, toch komen ze regelmatig kijken.’ Ze lacht. ‘Maar ze komen wel pas in de tweede helft dus ik denk dat ze eigenlijk voor de derde helft komen. Vorige week zaterdag zijn we kampioen geworden, dat was gaaf. Kregen we bloemen en er was champagne. Supersupporter Henk Malestein, mister VV Naaldwijk himself, heeft ons toegesproken. Zijn we op een open wagen door Naaldwijk gereden, eerst naar de Slimmerick, toen naar het Sportcafé op het Wilhelminaplein, onze tassensponsor, en daarna naar de Ouwe Droog. Daar mochten we op het “kampioenen” balkon. Toen we daar stonden kwam er nog een wagen met een kampioenselftal van Westlandia langs, dat was lachen.
Route 66
Voor de toekomst heb ik geen vast omlijnde plannen. Ik wil mijn opleiding afmaken en dan zou ik graag wat reizen. Naar Schotland of op een motor Route 66 afrijden in Amerika, maar ja, ik heb nog niet eens een motorrijbewijs. Is allemaal nog een eind weg. Voorlopig hoop ik lekker te kunnen blijven voetballen en nog een hoop leuke rollen te kunnen spelen bij De Plankeniers. Ook zou ik graag nog een keer naar De Appel gaan om een stuk van dat gezelschap te bekijken. Samen met mijn vader. Lijkt me geweldig. We hebben thuis een eigen bedrijf in potorchideeën. Daar steek ik ook wel eens een handje uit. Vroeger hadden we tomaten maar een jaar of vijf geleden is mijn vader overgeschakeld op die potorchideeën. Best wel leuk werk, een mooie teelt. Stukken minder zwaar dan in de tomaten en stukken schoner ook. Mensen vragen wel eens ‘joh, wil jij de tuin van je vader later overnemen?’ Dat weet ik nog niet zo goed maar het zou me wel leuk lijken. Ik heb echt nog geen idee…’
Verstand op nul
Tot slot nog even terug naar de voorstelling van komende week. Wat gaat het Westlandse publiek van de uitvoering van Soria Moria vinden? ‘Tsja, moeilijk hoor. Het stuk begint met een ruzie tussen Peer en zijn moeder, dan denk ik dat ze snel partij kiezen voor zijn moeder. Ja en daarna komt er een bruiloftsscène die door Peer in het honderd wordt gestuurd. De toeschouwers leren Peer dan al snel kennen als een opschepper die het allemaal niet zo kwaad bedoelt. Volgens mij worden ze gewoon in het verhaal meegesleept. Ach joh, gewoon verstand op nul zetten en kijken…’
De familievoorstelling “Soria Moria” door de Plankeniers met Hanneke van Baalen is op 25, 26 en 27 mei te zien in de kleine zaal van Westland Theater De Naald. Aanvang 20.15 uur. Entree 10 Euro, CJP houders 9 euro. © Tekstbureau Westland – Cent Wageveld)
zondag 15 mei 2011
Izabella Joanna Nowak, een Poolse schone tussen de kassen
‘Ik heb nog nooit voor overlast gezorgd’
Westland - Er wordt weleens gekscherend gezegd dat als alle Poolse werknemers die in onze kassen werkzaam zijn allemaal tegelijk hun biezen zouden pakken wij in het Westland de boel wel kunnen sluiten. Onlangs nog sprak wethouder Weverling van de gemeente Westland zich in een dergelijke bewoordingen uit. Ze hebben zich in een paar jaar tijd zo goed als onmisbaar gemaakt, vooral in de tuinbouw. Maar geliefd zijn ze niet altijd. Dat heeft vooral te maken met de veronderstelde overlast die ze zouden opleveren. Natuurlijk, je zult altijd een percentage hebben waar dat op van toepassing is. Maar om nu meteen een heel volk over dezelfde kam te scheren gaat toch wel wat ver. In een poging het soms wel erg negatieve beeld dat wij hebben van Polen wat te nuanceren spraken wij met Izabella Joanna Nowak, een Poolse schone van 28 lentes jong met een warm kloppend hart voor Westland en de Westlanders, die sinds februari 2005 in ons land woont en werkt. ‘Ik heb nog nooit voor overlast gezorgd’.
Aaronskelk
We ontmoetten elkaar op één van haar favoriete Westlandse plekken. Naast het strand is dat de Japanse Watertuin aan de Grote Woerdlaan in Naaldwijk. Een goede keus, zeker in de lente een ware oase van bloeiende planten. Die keuze is niet geheel toevallig, want Izabella is helemaal ‘gek’ van planten. Van planten, bloemen, bomen. De natuur in het algemeen. In de watertuin laat ze me haar favoriete bloem zien, de Zantedeschia Aethiopica, bij veel mensen beter bekend als Aronskelk. ‘De allermooiste die ik ken.’ Die liefde voor de natuur, is dat van huis uit meegegeven? ‘Nou nee, mijn vader legde - hij is inmiddels gepensioneerd - als zelfstandig ondernemer installaties aan. Centrale verwarming, elektriciteit, loodgieterwerk. Mijn moeder was en is nog steeds werkzaam als administratief medewerker. Die liefde voor de natuur heb ik van mijn moeder en van mijn opa van moeders kant. Opa was elektricien van beroep, maar had tuinieren als hobby. Hij had veel fruitbomen, en ik herinner me dat er altijd veel mensen kwamen om van alles te plukken. Aardbeien, frambozen en appels. Mijn moeder had een eigen volkstuintje waar we onze eigen groenten in verbouwden. We woonden in een appartement met weinig bewegingsruimte. Daarom was ik zoveel als kon bij mijn opa en oma. Daar kon ik heerlijk spelen, had ik de ruimte.
Jeugd
Ik ben geboren in Jasko, een rustig stadje van rond de veertigduizend inwoners in het zuiden van Polen niet ver van de Slowaakse grens. Ik groeide op met een drie jaar oudere broer. Een fijne, onbezorgde jeugd. Omdat allebei mijn ouders werkten ging ik vanaf mijn tweede jaar al naar de crèche, speelde al vroeg met anderen. Toch ben ik graag op mezelf, misschien wel als een soort tegenreactie. Op school was ik niet de allerbeste leerling. Ik volgde de lessen maar deed er niet veel aan. Kon alles goed onthouden zonder dingen te hoeven opschrijven. Dat bracht me regelmatig in conflict met de leraren. Ik ben ook een beetje een rebel. Hou niet zo van opgelegde regels. Op school moest je dit, moest je dat, altijd aannemen wat de onderwijzers zeiden, ook al wist je zeker dat jij het zelf beter wist. Daar heb ik altijd moeite mee gehad. Nog steeds trouwens, ook in werksituaties doet zich dat wel eens voor.
Ierland
Na mijn schooltijd ging ik studeren aan de Uniwersytet Rolniczy w Krakowie (de landbouw universiteit van Cracow) zo’n 150 kilometer van huis. In het 3e jaar op de universiteit moest je een praktijkstage doen. Dat kon in Polen zelf, in Ierland, Engeland of Nederland. Bijna iedereen koos voor een stage buiten Polen, ik ook. Ik wilde naar Ierland, maar iets ging niet goed met mijn inschrijving en tot mijn grote schik werd het Nederland. Dat vond ik erg, zeg. Ik wilde echt niet naar Nederland. In Ierland kon je een half jaar stage lopen en hier maar drie maanden. Dat vond ik erg kort. Bovendien dacht ik dat je in Ierland veel meer kon verdienen. Wist ik veel, ik was nog nooit naar het buitenland geweest, nou ja, een keertje naar Slowakije net over de grens. Ik arriveerde in februari in Nederland, samen met drie andere meiden. Het was een hele ervaring Ik was jong en bang voor alles wat ons te wachten stond. Het viel allemaal reuze mee. Al snel bleek dat we ook in Nederland zes maanden konden blijven. Ook over de verdiensten hadden we, arme Poolse studentes, niks te klagen. We werden goed behandeld, maar de Nederlanders waren zeker in het begin best wel een beetje afstandelijk.
Magister Inzynier
Onze woonplek was een oude gerenoveerde tuinderswoning die bij het bedrijf stond. Toen het lente werd gingen we de omgeving verkennen, winkelen in De Tuinen, naar het strand, naar de zee. Die had ik nog nooit eerder gezien. Prachtig om dat zo vlakbij te hebben. Er kwamen nog meer studenten bij voor hun praktijkstage. In de zomer woonden we wel met acht meiden in dat huis. Klinkt leuk en soms was dat ook best wel gezellig maar zoals ik al zei ben ik erg op rust en op mijn privacy gesteld. Het viel daar dus lang niet altijd mee. Toen mijn verplichte stage erop zat ben ik gebleven. Het werk en de collega’s bevielen me. Al ging ik wel regelmatig met tussenpozen terug naar Polen om mijn studie af te ronden. Dat is ook gelukt. Ik ben afgestudeerd als Master of Sience en ingenieur. In het Pools is dat Magister Inzynier.
Grote tuinen
Wat viel Izabella eigenlijk het eerste op toen ze in Westland kwam wonen en werken? ‘Dat het zo druk is hier, maar vooral de huizen. Dat er zoveel mooie moderne losstaande goed onderhouden huizen staan met grote tuinen eromheen vol bloemen en planten. Geweldig om te zien. En dat er zoveel kassen stonden, niet te geloven. Grappig dat jullie die zelf warenhuizen noemen.’ Ze gniffelt: ‘Voor ik hier kwam hadden we thuis een plattegrond van Westland opgezocht en die kleurde zowat helemaal roze. Vroegen we ons af wat dat dan wel was, nou die kassen dus. Toen ik hier kwam waren er nog lang niet zoveel landgenoten als tegenwoordig. In die begintijd was het een zeldzaamheid als ik mijn eigen taal hoorde spreken in Naaldwijk bij het shoppen of uitgaan. De meeste Polen die in het Westland werken komen trouwens niet uit de streek waar ik vandaan kom, maar uit het noorden en westen. Gek eigenlijk want de werkloosheid is in het zuiden juist het grootst.’
Grof benaderd
Wat vond ze eigenlijk van de Westlanders zelf, buiten haar werkkring, toen ze daar voor het eerst mee geconfronteerd werd? Ze fronst haar wenkbrauwen. ‘Mmm, niet zoveel eigenlijk. Zoals ik al zei, ik was nog nooit echt buiten mijn eigen land geweest. Was niet bevooroordeeld of wat. Na verloop van tijd kwam ik er wel achter dat er verschil zat tussen ouderen en jongeren en hoe zij over ons denken. Als ik die twee met elkaar vergelijk kwamen de jongeren er niet zo goed vanaf. Bijvoorbeeld bij het uitgaan in Naaldwijk. Ik kwam met een groepje Poolse vriendinnen erg graag in het Theatercafé. Daar werden wij naar mijn idee net wat te vaak grof benaderd door Nederlandse jongeren. We werden ook altijd herkend als Pools. Zo merkwaardig, heb ik nooit begrepen. We zien er toch niet zoveel anders uit? Werden we eerst een tijdje aangestaard. Zo erg dat ik soms het idee had dat we van een ander planeet kwamen of zo. Dan weer even later kwamen er van die gasten stoer op ons af met wat Poolse woordjes die ze geleerd hadden. Nou dat waren niet de fraaiste woordjes en dat wisten ze zelf maar al te goed. Dat kwam nooit zo vriendelijk over.
André Hazes
Nee, ik heb ze nooit gevraagd waarom ze dat eigenlijk deden, dat durf ik niet. ik ben een verlegen meisje. Nee, ik negeerde ze gewoon. Maar begrijp me niet verkeerd, Westlanders zijn over het algemeen erg aardige mensen hoor. Ik heb nog een tijdje in Delft gewoond (mijn lievelingsstad) en ben vorig jaar op vakantie geweest naar Italië, naar Toscane, ook een prachtige omgeving. Maar de mensen zowel in Delft als in Italië vond ik toch minder vriendelijk dan ik altijd had gedacht, nee jullie Westlanders vallen reuze mee, echt.’ Dat is hartstikke lief van Izabella en ook nog uitgesproken in onze landstaal want ze spreekt een behoorlijk mondje Nederlands. ( al doen we het interview voornamelijk in het Engels, dat gaat haar toch wat beter af.) Hoe “verhollandst” is ze inmiddels eigenlijk? Ze lacht.
‘Wel een beetje, ja. Ik luister graag naar André Hazes en naar de radiozender 100% nl. Ik heb ook veel gehad aan de website 2bdutch.nl. Da’s hartstikke leuk. Ik ben Nederlands gaan leren, omdat ik dat gewoon leuk vond om te doen. In Crakow heb ik een tijdje les gehad van een Belgische en in Delft op de TH heb ik op cursus gezeten. Het meeste heb ik echter zelf opgepikt via zelfstudie.
Pantoffelhelden
Dan zijn wij ook nog nieuwsgierig naar verschillen. Zijn die er volgens Izabella tussen Nederlanders en Polen? Jazeker, heeft ze ontdekt. ‘Polen praten minder over geld maar als ze er al over praten zijn ze veel opener over wat ze verdienen bijvoorbeeld. En in Polen kan je altijd op ieder tijdstip bij vrienden en bekenden binnen komen vallen. Hier moet dat allemaal vooraf gepland worden.’ Nog meer? Ze gooit haar blonde haren in de nek en vervolgt lachend: ‘Jazeker, volgens mij zijn Nederlandse mannen richting hun vrouw veel gehoorzamer. Het zijn, hoe zeg je dat... pantoffelhelden. Ze zijn ook minder agressief en emotioneel dan Poolse mannen. Maar wel lief denk ik enne, o ja niet echt gentlemen.’ Wel heren, daar doen we het dan maar weer mee. En de Nederlandse keuken hoe is die? ‘Ik heb nog nooit stamppot gegeten, dat hoop ik nog een keer te doen voor ik weer naar Polen terugkeer. Boerenkool, dat lijkt me erg lekker. Wat ik echt heerlijk vind zijn frikadellen. Het liefst met een beetje mayonaise, mmm, heerlijk. Ja, ik weet het, compleet ongezond, moet het ook niet al te vaak eten. Kroketten vind ik vreselijk, alleen de binnenkant al. Dat is het wel zo’n beetje. Ik ben meer van de Italiaanse keuken.
Vooroordeel
Nee, ik vind het niet leuk dat Polen in Nederland worden weggezet als een stelletje dronkaards. Ikzelf drink bijvoorbeeld nauwelijks alcohol. Af en toe een wijntje. Ben ik dus ook een zuiplap? Zo’n vooroordeel stoort me. Ik zal niet ontkennen dat er veel Polen zijn die (te) veel drinken maar dat doen grote groepen Nederlanders toch ook? Ik heb een heel liberaal standpunt niet alleen over dit maar over vrijwel alles. Laat iedereen vrij zijn in zijn of haar doen en laten. Ik stoor me niet aan een ander, laat een ander dan ook accepteren hoe ik ben en wat ik doe. Binnen de grenzen van het fatsoen natuurlijk.
Hart
Nog even en Isabella gaat terug naar haar vaderland. Naar het uiterste zuiden, Het ruige, lege maar mooie berglandschap van Bieszczady, nabij het drielandenpunt Polen, Slowakije en Oekraïne. Daar in een stil bergdorpje gaat ze nadenken over wat ze verder gaat doen met haar leven. Na zes drukke jaren in het volste stukje Nederland. Van beneden zeeniveau naar ruim 1300 meter boven N.A.P. Klinkt toch een beetje als een vlucht, veel verder kan je toch niet weg in Polen? Ze schudt nadrukkelijk haar hoofd. ‘Nee, nee, het is zeker geen vlucht. Privé omstandigheden dwingen mij hiertoe. Maar, ik kom zeker terug. Is het niet om te werken, never say never, dan zeker om collega’s en vrienden te bezoeken. Om de zee te zien en de Japanse Watertuin. Westland is toch een deel van mijn leven geworden en ik heb Westland diep in mijn hart gesloten...’ (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
Westland - Er wordt weleens gekscherend gezegd dat als alle Poolse werknemers die in onze kassen werkzaam zijn allemaal tegelijk hun biezen zouden pakken wij in het Westland de boel wel kunnen sluiten. Onlangs nog sprak wethouder Weverling van de gemeente Westland zich in een dergelijke bewoordingen uit. Ze hebben zich in een paar jaar tijd zo goed als onmisbaar gemaakt, vooral in de tuinbouw. Maar geliefd zijn ze niet altijd. Dat heeft vooral te maken met de veronderstelde overlast die ze zouden opleveren. Natuurlijk, je zult altijd een percentage hebben waar dat op van toepassing is. Maar om nu meteen een heel volk over dezelfde kam te scheren gaat toch wel wat ver. In een poging het soms wel erg negatieve beeld dat wij hebben van Polen wat te nuanceren spraken wij met Izabella Joanna Nowak, een Poolse schone van 28 lentes jong met een warm kloppend hart voor Westland en de Westlanders, die sinds februari 2005 in ons land woont en werkt. ‘Ik heb nog nooit voor overlast gezorgd’.
Aaronskelk
We ontmoetten elkaar op één van haar favoriete Westlandse plekken. Naast het strand is dat de Japanse Watertuin aan de Grote Woerdlaan in Naaldwijk. Een goede keus, zeker in de lente een ware oase van bloeiende planten. Die keuze is niet geheel toevallig, want Izabella is helemaal ‘gek’ van planten. Van planten, bloemen, bomen. De natuur in het algemeen. In de watertuin laat ze me haar favoriete bloem zien, de Zantedeschia Aethiopica, bij veel mensen beter bekend als Aronskelk. ‘De allermooiste die ik ken.’ Die liefde voor de natuur, is dat van huis uit meegegeven? ‘Nou nee, mijn vader legde - hij is inmiddels gepensioneerd - als zelfstandig ondernemer installaties aan. Centrale verwarming, elektriciteit, loodgieterwerk. Mijn moeder was en is nog steeds werkzaam als administratief medewerker. Die liefde voor de natuur heb ik van mijn moeder en van mijn opa van moeders kant. Opa was elektricien van beroep, maar had tuinieren als hobby. Hij had veel fruitbomen, en ik herinner me dat er altijd veel mensen kwamen om van alles te plukken. Aardbeien, frambozen en appels. Mijn moeder had een eigen volkstuintje waar we onze eigen groenten in verbouwden. We woonden in een appartement met weinig bewegingsruimte. Daarom was ik zoveel als kon bij mijn opa en oma. Daar kon ik heerlijk spelen, had ik de ruimte.
Jeugd
Ik ben geboren in Jasko, een rustig stadje van rond de veertigduizend inwoners in het zuiden van Polen niet ver van de Slowaakse grens. Ik groeide op met een drie jaar oudere broer. Een fijne, onbezorgde jeugd. Omdat allebei mijn ouders werkten ging ik vanaf mijn tweede jaar al naar de crèche, speelde al vroeg met anderen. Toch ben ik graag op mezelf, misschien wel als een soort tegenreactie. Op school was ik niet de allerbeste leerling. Ik volgde de lessen maar deed er niet veel aan. Kon alles goed onthouden zonder dingen te hoeven opschrijven. Dat bracht me regelmatig in conflict met de leraren. Ik ben ook een beetje een rebel. Hou niet zo van opgelegde regels. Op school moest je dit, moest je dat, altijd aannemen wat de onderwijzers zeiden, ook al wist je zeker dat jij het zelf beter wist. Daar heb ik altijd moeite mee gehad. Nog steeds trouwens, ook in werksituaties doet zich dat wel eens voor.
Ierland
Na mijn schooltijd ging ik studeren aan de Uniwersytet Rolniczy w Krakowie (de landbouw universiteit van Cracow) zo’n 150 kilometer van huis. In het 3e jaar op de universiteit moest je een praktijkstage doen. Dat kon in Polen zelf, in Ierland, Engeland of Nederland. Bijna iedereen koos voor een stage buiten Polen, ik ook. Ik wilde naar Ierland, maar iets ging niet goed met mijn inschrijving en tot mijn grote schik werd het Nederland. Dat vond ik erg, zeg. Ik wilde echt niet naar Nederland. In Ierland kon je een half jaar stage lopen en hier maar drie maanden. Dat vond ik erg kort. Bovendien dacht ik dat je in Ierland veel meer kon verdienen. Wist ik veel, ik was nog nooit naar het buitenland geweest, nou ja, een keertje naar Slowakije net over de grens. Ik arriveerde in februari in Nederland, samen met drie andere meiden. Het was een hele ervaring Ik was jong en bang voor alles wat ons te wachten stond. Het viel allemaal reuze mee. Al snel bleek dat we ook in Nederland zes maanden konden blijven. Ook over de verdiensten hadden we, arme Poolse studentes, niks te klagen. We werden goed behandeld, maar de Nederlanders waren zeker in het begin best wel een beetje afstandelijk.
Magister Inzynier
Onze woonplek was een oude gerenoveerde tuinderswoning die bij het bedrijf stond. Toen het lente werd gingen we de omgeving verkennen, winkelen in De Tuinen, naar het strand, naar de zee. Die had ik nog nooit eerder gezien. Prachtig om dat zo vlakbij te hebben. Er kwamen nog meer studenten bij voor hun praktijkstage. In de zomer woonden we wel met acht meiden in dat huis. Klinkt leuk en soms was dat ook best wel gezellig maar zoals ik al zei ben ik erg op rust en op mijn privacy gesteld. Het viel daar dus lang niet altijd mee. Toen mijn verplichte stage erop zat ben ik gebleven. Het werk en de collega’s bevielen me. Al ging ik wel regelmatig met tussenpozen terug naar Polen om mijn studie af te ronden. Dat is ook gelukt. Ik ben afgestudeerd als Master of Sience en ingenieur. In het Pools is dat Magister Inzynier.
Grote tuinen
Wat viel Izabella eigenlijk het eerste op toen ze in Westland kwam wonen en werken? ‘Dat het zo druk is hier, maar vooral de huizen. Dat er zoveel mooie moderne losstaande goed onderhouden huizen staan met grote tuinen eromheen vol bloemen en planten. Geweldig om te zien. En dat er zoveel kassen stonden, niet te geloven. Grappig dat jullie die zelf warenhuizen noemen.’ Ze gniffelt: ‘Voor ik hier kwam hadden we thuis een plattegrond van Westland opgezocht en die kleurde zowat helemaal roze. Vroegen we ons af wat dat dan wel was, nou die kassen dus. Toen ik hier kwam waren er nog lang niet zoveel landgenoten als tegenwoordig. In die begintijd was het een zeldzaamheid als ik mijn eigen taal hoorde spreken in Naaldwijk bij het shoppen of uitgaan. De meeste Polen die in het Westland werken komen trouwens niet uit de streek waar ik vandaan kom, maar uit het noorden en westen. Gek eigenlijk want de werkloosheid is in het zuiden juist het grootst.’
Grof benaderd
Wat vond ze eigenlijk van de Westlanders zelf, buiten haar werkkring, toen ze daar voor het eerst mee geconfronteerd werd? Ze fronst haar wenkbrauwen. ‘Mmm, niet zoveel eigenlijk. Zoals ik al zei, ik was nog nooit echt buiten mijn eigen land geweest. Was niet bevooroordeeld of wat. Na verloop van tijd kwam ik er wel achter dat er verschil zat tussen ouderen en jongeren en hoe zij over ons denken. Als ik die twee met elkaar vergelijk kwamen de jongeren er niet zo goed vanaf. Bijvoorbeeld bij het uitgaan in Naaldwijk. Ik kwam met een groepje Poolse vriendinnen erg graag in het Theatercafé. Daar werden wij naar mijn idee net wat te vaak grof benaderd door Nederlandse jongeren. We werden ook altijd herkend als Pools. Zo merkwaardig, heb ik nooit begrepen. We zien er toch niet zoveel anders uit? Werden we eerst een tijdje aangestaard. Zo erg dat ik soms het idee had dat we van een ander planeet kwamen of zo. Dan weer even later kwamen er van die gasten stoer op ons af met wat Poolse woordjes die ze geleerd hadden. Nou dat waren niet de fraaiste woordjes en dat wisten ze zelf maar al te goed. Dat kwam nooit zo vriendelijk over.
André Hazes
Nee, ik heb ze nooit gevraagd waarom ze dat eigenlijk deden, dat durf ik niet. ik ben een verlegen meisje. Nee, ik negeerde ze gewoon. Maar begrijp me niet verkeerd, Westlanders zijn over het algemeen erg aardige mensen hoor. Ik heb nog een tijdje in Delft gewoond (mijn lievelingsstad) en ben vorig jaar op vakantie geweest naar Italië, naar Toscane, ook een prachtige omgeving. Maar de mensen zowel in Delft als in Italië vond ik toch minder vriendelijk dan ik altijd had gedacht, nee jullie Westlanders vallen reuze mee, echt.’ Dat is hartstikke lief van Izabella en ook nog uitgesproken in onze landstaal want ze spreekt een behoorlijk mondje Nederlands. ( al doen we het interview voornamelijk in het Engels, dat gaat haar toch wat beter af.) Hoe “verhollandst” is ze inmiddels eigenlijk? Ze lacht.
‘Wel een beetje, ja. Ik luister graag naar André Hazes en naar de radiozender 100% nl. Ik heb ook veel gehad aan de website 2bdutch.nl. Da’s hartstikke leuk. Ik ben Nederlands gaan leren, omdat ik dat gewoon leuk vond om te doen. In Crakow heb ik een tijdje les gehad van een Belgische en in Delft op de TH heb ik op cursus gezeten. Het meeste heb ik echter zelf opgepikt via zelfstudie.
Pantoffelhelden
Dan zijn wij ook nog nieuwsgierig naar verschillen. Zijn die er volgens Izabella tussen Nederlanders en Polen? Jazeker, heeft ze ontdekt. ‘Polen praten minder over geld maar als ze er al over praten zijn ze veel opener over wat ze verdienen bijvoorbeeld. En in Polen kan je altijd op ieder tijdstip bij vrienden en bekenden binnen komen vallen. Hier moet dat allemaal vooraf gepland worden.’ Nog meer? Ze gooit haar blonde haren in de nek en vervolgt lachend: ‘Jazeker, volgens mij zijn Nederlandse mannen richting hun vrouw veel gehoorzamer. Het zijn, hoe zeg je dat... pantoffelhelden. Ze zijn ook minder agressief en emotioneel dan Poolse mannen. Maar wel lief denk ik enne, o ja niet echt gentlemen.’ Wel heren, daar doen we het dan maar weer mee. En de Nederlandse keuken hoe is die? ‘Ik heb nog nooit stamppot gegeten, dat hoop ik nog een keer te doen voor ik weer naar Polen terugkeer. Boerenkool, dat lijkt me erg lekker. Wat ik echt heerlijk vind zijn frikadellen. Het liefst met een beetje mayonaise, mmm, heerlijk. Ja, ik weet het, compleet ongezond, moet het ook niet al te vaak eten. Kroketten vind ik vreselijk, alleen de binnenkant al. Dat is het wel zo’n beetje. Ik ben meer van de Italiaanse keuken.
Vooroordeel
Nee, ik vind het niet leuk dat Polen in Nederland worden weggezet als een stelletje dronkaards. Ikzelf drink bijvoorbeeld nauwelijks alcohol. Af en toe een wijntje. Ben ik dus ook een zuiplap? Zo’n vooroordeel stoort me. Ik zal niet ontkennen dat er veel Polen zijn die (te) veel drinken maar dat doen grote groepen Nederlanders toch ook? Ik heb een heel liberaal standpunt niet alleen over dit maar over vrijwel alles. Laat iedereen vrij zijn in zijn of haar doen en laten. Ik stoor me niet aan een ander, laat een ander dan ook accepteren hoe ik ben en wat ik doe. Binnen de grenzen van het fatsoen natuurlijk.
Hart
Nog even en Isabella gaat terug naar haar vaderland. Naar het uiterste zuiden, Het ruige, lege maar mooie berglandschap van Bieszczady, nabij het drielandenpunt Polen, Slowakije en Oekraïne. Daar in een stil bergdorpje gaat ze nadenken over wat ze verder gaat doen met haar leven. Na zes drukke jaren in het volste stukje Nederland. Van beneden zeeniveau naar ruim 1300 meter boven N.A.P. Klinkt toch een beetje als een vlucht, veel verder kan je toch niet weg in Polen? Ze schudt nadrukkelijk haar hoofd. ‘Nee, nee, het is zeker geen vlucht. Privé omstandigheden dwingen mij hiertoe. Maar, ik kom zeker terug. Is het niet om te werken, never say never, dan zeker om collega’s en vrienden te bezoeken. Om de zee te zien en de Japanse Watertuin. Westland is toch een deel van mijn leven geworden en ik heb Westland diep in mijn hart gesloten...’ (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
woensdag 13 april 2011
Westland gaat netwerken
Eerste Open Coffee Westland
Jonge onderneemster Daniëlle Looije (22) startte 3 jaar geleden al met haar bedrijf Vida Visuals, een ontwerp- en webdesign bureau. Eind 2010 besloot ze om de vaste baan die zij daarnaast nog had op te zeggen en al haar energie in Vida Visuals te stoppen. En als rechtgeaard ondernemer weet ze dat er dan ge-netwerkt moet worden. Immers, als je niet bekend maakt wie je bent en wat je doet, dan stagneert de groei van je klantenbestand al snel. ‘Ik ging dus op zoek naar een betaalbaar netwerk, dat laagdrempelig is en in de buurt,’ vertelt Daniëlle enthousiast. Ze heeft onlangs haar eerste kwartaal als volledig zelfstandig ondernemer met goed resultaat afgesloten. ‘Ik wil goed opletten waar ik mijn geld aan uitgeef. De reeds bestaande netwerken in het Westland passen nog niet binnen mijn budget. Toen ik dat kenbaar maakte op Twitter, kreeg ik vrij snel bijval van Annelies Smal (Bloei), Arjan Martijnse (Doser Design) en Ernst Jan Bos (Demand Agro Marketing). “Dat moeten we dan maar gaan regelen” meldde Ernst Jan Bos.’ Het viertal koos voor de nieuwe horeca onderneming De Vier Markiezen als eerste locatie om iedere 2e donderdag van de maand vrijblijvend in te lopen.
‘Het is niet de bedoeling dat we bijeenkomen om direct klanten te werven. Ik wil het vooralsnog als een informele bijeenkomst zien waarin ondernemers vrijblijvend hun ervaringen kunnen uitwisselen en kennis kunnen maken. Het is echter wel gericht op ondernemers die in het Westland werken en gevestigd zijn,’ aldus Daniëlle.
De eerste bijeenkomst vindt plaats in De Vier Markiezen aan het Wilhelminaplein in Naaldwijk. Datum en tijd: donderdag 14 april, ’s morgens tussen 9.00 en 11.00 uur. Aanmelden is niet nodig, maar wel gemakkelijk. Via Facebook (Open Coffee Westland), Twitter (@opencoffeeWL) is meer informatie te vinden. (JW)
Foto: MFH-Design
Jonge onderneemster Daniëlle Looije (22) startte 3 jaar geleden al met haar bedrijf Vida Visuals, een ontwerp- en webdesign bureau. Eind 2010 besloot ze om de vaste baan die zij daarnaast nog had op te zeggen en al haar energie in Vida Visuals te stoppen. En als rechtgeaard ondernemer weet ze dat er dan ge-netwerkt moet worden. Immers, als je niet bekend maakt wie je bent en wat je doet, dan stagneert de groei van je klantenbestand al snel. ‘Ik ging dus op zoek naar een betaalbaar netwerk, dat laagdrempelig is en in de buurt,’ vertelt Daniëlle enthousiast. Ze heeft onlangs haar eerste kwartaal als volledig zelfstandig ondernemer met goed resultaat afgesloten. ‘Ik wil goed opletten waar ik mijn geld aan uitgeef. De reeds bestaande netwerken in het Westland passen nog niet binnen mijn budget. Toen ik dat kenbaar maakte op Twitter, kreeg ik vrij snel bijval van Annelies Smal (Bloei), Arjan Martijnse (Doser Design) en Ernst Jan Bos (Demand Agro Marketing). “Dat moeten we dan maar gaan regelen” meldde Ernst Jan Bos.’ Het viertal koos voor de nieuwe horeca onderneming De Vier Markiezen als eerste locatie om iedere 2e donderdag van de maand vrijblijvend in te lopen.
‘Het is niet de bedoeling dat we bijeenkomen om direct klanten te werven. Ik wil het vooralsnog als een informele bijeenkomst zien waarin ondernemers vrijblijvend hun ervaringen kunnen uitwisselen en kennis kunnen maken. Het is echter wel gericht op ondernemers die in het Westland werken en gevestigd zijn,’ aldus Daniëlle.
De eerste bijeenkomst vindt plaats in De Vier Markiezen aan het Wilhelminaplein in Naaldwijk. Datum en tijd: donderdag 14 april, ’s morgens tussen 9.00 en 11.00 uur. Aanmelden is niet nodig, maar wel gemakkelijk. Via Facebook (Open Coffee Westland), Twitter (@opencoffeeWL) is meer informatie te vinden. (JW)
Foto: MFH-Design
Zeer drukke Westlandse Kom in de Kas
Publiek toont grote interesse in alles wat er achter dat glas gebeurt
Westland - Boeren, burgers, buitenlui. Iedereen was present afgelopen weekend bij de 34ste editie van Kom in de Kas, regio Westland. Zowel zaterdag als zondag kwamen er heel veel mensen een kijkje nemen in het gebied “De Poel”, ruwweg gelegen tussen de kernen Poeldijk en Monster.
Fiets
Vanwege het fraaie weer kwamen er veel bezoekers op de fiets, hoewel ook de aan- en afvoerbussen, die pendelden vanaf de parkeerterreinen van bloemenveiling Flora in Honselersdijk, regelmatig goed gevuld waren met kasbezoekers. Die kwamen van overal zoals twee oudere dames uit Schiedam. Vol bewondering keken ze naar een stel fraaie grote bloembakken gevuld met diep paarse Campanula’s bij kwekerij Kuivenhoven. “Mooi toch? Zo’n bak zou ik wel willen hebben. We hebben thuis in Schiedam een volkstuintje maar ja, daar kan je niks laten staan. Alles wordt er gestolen. Erg toch?’ Grootstedelijke problemen besproken tussen Westlands groen. De dames hebben het, als we ze op het einde nogmaals treffen, maar gehouden bij een bosje bloemen en een zakje smaaktomaten. ‘Daar weten we bijna wel zeker van dat ze daar met hun tengels vanaf blijven.’
Proeven
Thema van Kom in de Kas 2011 was dit jaar “In de kas kan alles”. Dat laatste bleek meer dan waar. ‘Hier moet u ook eens proeven, soep. Hebben ze van radijs gemaakt. En dan niet alleen van de knol maar ook het groen erbij.’ Een dolenthousiaste dame die net zelf een bakje radijssoep heeft leeggeslurpt, is uiteraard de beste reclame die je je maar kunt wensen. Ze staat naast de stand waar die soep, gekookt volgens een recept van chef kok Peter van Zeijl, wordt uitgedeeld en inderdaad, die soep smaakt heerlijk. ‘Mmm lekker’, dat vindt in de schuur van Auberginekwekerij Zwinkels, bedrijf nummer zes op de route, mevrouw Van der Knaap uit Naaldwijk ook. Zij heeft zojuist in de rij gestaan om eens te proeven van de Berenjenas Fritas oftewel gefrituurde Aubergine, een eenvoudig te bereiden lekkernij. ‘Ja erg lekker, ga ik zelf ook proberen’, antwoordt ze met volle mond, ‘maarre.. poeh,’t is wel wat heet’. En ze wappert wat frisse lucht in de richting van haar mond. Als ze haar hapje helemaal verorberd heeft meldt ze nog lachend: ‘Mag eigenlijk niet hè, met volle mond praten.’
Om de hoek
Halverwege de Kom in de Kas route, ontmoeten we drie Fransen. Het echtpaar Jean-Guy en Muriel Lengline en hun vriendin Brigitte de Cocq. Jean-Guy is sinds ongeveer een jaar werkzaam in Den Haag voor Skyteam. Dat is een serviceverlenend onderdeel van dertien samenwerkende luchtvaartmaatschappijen zoals onder andere KLM, Delta Airlines en Air France. Wat brengt hen bij Kom in de Kas? Mijnheer Lengline is daar duidelijk over. ‘Puur nieuwsgierigheid. Sinds we in Den Haag wonen eten we de lekkerste Nederlandse groenten en genieten we van al die mooie bloemen. En die blijken dan vlakbij, om de hoek in Westland, te worden gekweekt. Toen we via internet achter Kom in de Kas kwamen, leek het ons een goed idee om eens te gaan kijken wat er dan toch allemaal achter dat glas in Westland gebeurt.’
Vooruitstrevend
En wat zijn tot zover hun indrukken, viel het mee? De Fransen zijn vol lof. ‘Het is geweldig. Wat een wereld. Zoals hier gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technieken. Dit moet toch wel een van de meest vooruitstrevende takken van Nederland, misschien wel van de wereld zijn.’ Een stukje verderop gaan de Franse Hagenaars collectief “uit de bol” als ze een kassie met druiven zien. ‘Groeit dat ook hier? Jazeker. En grote ogen van verbazing als hen verteld wordt dat die teelt ooit in de vorige eeuw het Westland groot heeft gemaakt. Na hen nog wat tips gegeven te hebben over het bezoeken van het Streekmuseum en de Druiventuin nemen we afscheid. Heden en verleden van ons Westland met haar kleurrijke en smakelijke producten heeft er dankzij Kom in de Kas weer een stel fans bij.
Kressies
Het eindpunt lag dit jaar bij Koppert Cress. Bekend van het produceren van kleine smaakmakers, de zogenaamde Cressen. Miniplantjes voor in de keuken. Voor heel veel bezoekers was dit een eerste kennismaking met dat product. ‘Ik wist niet dat er zoveel verschillende soorten van die kressies waren’, bast Piet van den Berg terwijl hij zich samen met zijn echtgenote over de RucolaCress buigt. ‘En ik ben toch een echte Westlander, verrek zeg, dit soort ruikt gewoon naar noten.’ Naast het proeven en ruiken, hier in de kolossale nieuwbouw van Koppert Cress, kon de bezoeker ook bij de traditionele stands terecht. Om aan het einde van het bezoek aan Kom in de Kas al dat lekkers en moois dat men onderweg kon zien en proeven voor een zacht prijsje mee naar huis te nemen. (cw)
Westland - Boeren, burgers, buitenlui. Iedereen was present afgelopen weekend bij de 34ste editie van Kom in de Kas, regio Westland. Zowel zaterdag als zondag kwamen er heel veel mensen een kijkje nemen in het gebied “De Poel”, ruwweg gelegen tussen de kernen Poeldijk en Monster.
Fiets
Vanwege het fraaie weer kwamen er veel bezoekers op de fiets, hoewel ook de aan- en afvoerbussen, die pendelden vanaf de parkeerterreinen van bloemenveiling Flora in Honselersdijk, regelmatig goed gevuld waren met kasbezoekers. Die kwamen van overal zoals twee oudere dames uit Schiedam. Vol bewondering keken ze naar een stel fraaie grote bloembakken gevuld met diep paarse Campanula’s bij kwekerij Kuivenhoven. “Mooi toch? Zo’n bak zou ik wel willen hebben. We hebben thuis in Schiedam een volkstuintje maar ja, daar kan je niks laten staan. Alles wordt er gestolen. Erg toch?’ Grootstedelijke problemen besproken tussen Westlands groen. De dames hebben het, als we ze op het einde nogmaals treffen, maar gehouden bij een bosje bloemen en een zakje smaaktomaten. ‘Daar weten we bijna wel zeker van dat ze daar met hun tengels vanaf blijven.’
Proeven
Thema van Kom in de Kas 2011 was dit jaar “In de kas kan alles”. Dat laatste bleek meer dan waar. ‘Hier moet u ook eens proeven, soep. Hebben ze van radijs gemaakt. En dan niet alleen van de knol maar ook het groen erbij.’ Een dolenthousiaste dame die net zelf een bakje radijssoep heeft leeggeslurpt, is uiteraard de beste reclame die je je maar kunt wensen. Ze staat naast de stand waar die soep, gekookt volgens een recept van chef kok Peter van Zeijl, wordt uitgedeeld en inderdaad, die soep smaakt heerlijk. ‘Mmm lekker’, dat vindt in de schuur van Auberginekwekerij Zwinkels, bedrijf nummer zes op de route, mevrouw Van der Knaap uit Naaldwijk ook. Zij heeft zojuist in de rij gestaan om eens te proeven van de Berenjenas Fritas oftewel gefrituurde Aubergine, een eenvoudig te bereiden lekkernij. ‘Ja erg lekker, ga ik zelf ook proberen’, antwoordt ze met volle mond, ‘maarre.. poeh,’t is wel wat heet’. En ze wappert wat frisse lucht in de richting van haar mond. Als ze haar hapje helemaal verorberd heeft meldt ze nog lachend: ‘Mag eigenlijk niet hè, met volle mond praten.’
Om de hoek
Halverwege de Kom in de Kas route, ontmoeten we drie Fransen. Het echtpaar Jean-Guy en Muriel Lengline en hun vriendin Brigitte de Cocq. Jean-Guy is sinds ongeveer een jaar werkzaam in Den Haag voor Skyteam. Dat is een serviceverlenend onderdeel van dertien samenwerkende luchtvaartmaatschappijen zoals onder andere KLM, Delta Airlines en Air France. Wat brengt hen bij Kom in de Kas? Mijnheer Lengline is daar duidelijk over. ‘Puur nieuwsgierigheid. Sinds we in Den Haag wonen eten we de lekkerste Nederlandse groenten en genieten we van al die mooie bloemen. En die blijken dan vlakbij, om de hoek in Westland, te worden gekweekt. Toen we via internet achter Kom in de Kas kwamen, leek het ons een goed idee om eens te gaan kijken wat er dan toch allemaal achter dat glas in Westland gebeurt.’
Vooruitstrevend
En wat zijn tot zover hun indrukken, viel het mee? De Fransen zijn vol lof. ‘Het is geweldig. Wat een wereld. Zoals hier gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technieken. Dit moet toch wel een van de meest vooruitstrevende takken van Nederland, misschien wel van de wereld zijn.’ Een stukje verderop gaan de Franse Hagenaars collectief “uit de bol” als ze een kassie met druiven zien. ‘Groeit dat ook hier? Jazeker. En grote ogen van verbazing als hen verteld wordt dat die teelt ooit in de vorige eeuw het Westland groot heeft gemaakt. Na hen nog wat tips gegeven te hebben over het bezoeken van het Streekmuseum en de Druiventuin nemen we afscheid. Heden en verleden van ons Westland met haar kleurrijke en smakelijke producten heeft er dankzij Kom in de Kas weer een stel fans bij.
Kressies
Het eindpunt lag dit jaar bij Koppert Cress. Bekend van het produceren van kleine smaakmakers, de zogenaamde Cressen. Miniplantjes voor in de keuken. Voor heel veel bezoekers was dit een eerste kennismaking met dat product. ‘Ik wist niet dat er zoveel verschillende soorten van die kressies waren’, bast Piet van den Berg terwijl hij zich samen met zijn echtgenote over de RucolaCress buigt. ‘En ik ben toch een echte Westlander, verrek zeg, dit soort ruikt gewoon naar noten.’ Naast het proeven en ruiken, hier in de kolossale nieuwbouw van Koppert Cress, kon de bezoeker ook bij de traditionele stands terecht. Om aan het einde van het bezoek aan Kom in de Kas al dat lekkers en moois dat men onderweg kon zien en proeven voor een zacht prijsje mee naar huis te nemen. (cw)
zondag 3 april 2011
Arcade Halve Marathon prooi voor Poesiat
Westlanders succesvol op eigen loopfestijn
Westland - Het Westlandse hart gloeide bij menig streekgenoot maar weer eens van trots afgelopen zaterdagmiddag in het centrum van Naaldwijk. En met reden, want veel van de ereplaatsen op de diverse afstanden van het Westlandse loopfestijn werden bezet door streekgenoten.
Leuk groepje
Dat begon al op de Alfa Accountants vijf kilometer. Bij de kortste afstand wist Lierenaar Olivier Nass de topfavorieten, Hoekenees Erwin Sparreboom en Heulenaar Sjoerd van Marrewijk, verrassend voor te blijven. Hij deed dat in de snelle tijd van 15.34. Bij de vrouwen was er een tweede plek voor de zus van Sjoerd, Marjolein van Marrewijk die maar liefst 42 seconden van haar persoonlijk record afliep. Ze kon daarmee echter niet voorkomen dat de bloemen voor het tweede achtereenvolgende jaar buiten het Westland terechtkwamen. De Rijswijkse Anne Luijten zegevierde in 17.44 en was daarmee 14 seconden sneller dan Van Marrewijk. ‘Toch ben ik erg tevreden vertelde Marjolein van Marrewijk na afloop. Het ging lekker. Het weer was goed en ik zat vanaf het begin in een leuk groepje. Mede door het goede haaswerk van Frans Dekker ging het zo goed. De eerste kilometer ging in 3.30. Precies op het schema dat ik in gedachten had. Meestal kan ik het wel goed bijbenen maar heb ik wel eens problemen op het mentale vlak. Nu niet. Een hele verbetering dus weer.’ De bloemen die de Heulse Van Marrewijkjes scoorden in Naaldwijk kwamen goed van pas. Vader Rini vierde afgelopen week namelijk zijn verjaardag. Hij werd vijftig jaar. Een gegeven dat de toechouwers niet ontgaan kan zijn, want ter ere van “Abraham” was hij voorzien van een feestelijke sjerp.
Sleet? De winst bij de mannen op de Akropolis Run over 10 kilometer ging in 33.37 naar Mart Solleveld. De ’s-Gravenzander had op de finishlijn een voorsprong van 8 seconden op Honselersdijker Willem Lenting. Ook bij de vrouwen een Westlandse winnaar. Lindsay van Marrewijk maakte daar haar favorietenrol volledig waar. Zij verbeterde ruimschoots haar tijd van vorig jaar en klokte dit keer 34.55. Haar bijna bruidegom, Thomas Poesiat, was oppermachtig op het hoofdnummer van de dag, de Arcade Halve Marathon. Poesiat finishte in een nieuw persoonlijk record van 1.04.44. en bleef daarmee ruim voor de ook al in ’s-Gravenzande wonende nummer twee, Mike Barsaiyan. Grootste vraag op het plein na de vrouwenrace op de halve was of er héél misschien wat “sleet” zit op 50 plusser Carla Ophorst. De Honselse crosskampioene die een abonnement heeft op de ereplaatsen in de Westlandse wedstrijden, wist ternauwernood nummer twee, Tineke van den Berg uit Rotterdam, voor te blijven. Op de meet bedroeg Ophorsts voorsprong nog slechts drie seconden.
Prima alternatief
Een loopfestijn als Naaldwijk kent natuurlijk niet alleen maar toppers als deelnemers. Het leeuwendeel van de aandacht van de toeschouwers gaat, hoe je het ook wendt of keert, toch vooral uit naar de minder snelle deelnemers. Buurmannen en vrouwen, schooljuffen en meesters, collega’s, familieleden. Hebben zij het er een beetje goed vanaf gebracht achter de toppers? ‘Jazeker.’ Aan het woord is Peter van Dijk uit Maasdijk. We spreken hem ter hoogste van café De Slimmerick. Hij heeft zojuist de tien kilometer afgerond in 46.22 en is daar erg content mee. “Ik heb lekker gelopen en zoals vanmiddag hoop ik het nog vele jaren vol te houden. Ik heb in het recente verleden veel halve en hele marathons gelopen, was ook leuk, maar daar moet je best wel een hoop trainingsarbeid in steken om een beetje redelijk oor de dag te komen. En ja, die tijd heb ik niet en dan is de tien een prima alternatief.’ En weg is hij, richting kleedlocatie sporthal De Pijl, ‘want als je zo stilstaat krijg je het wel snel koud’.
Trompet bij je
Héééé, daar hebben we Gerard van den Berg. De ’s-Gravenzandse verkoper, muzikant en hardloper die vorige week nog uitgebreid geportretteerd werd in dit blad. ‘Daar heb ik erg veel reacties op gehad,’ aldus Van den Berg. ‘Zelfs nog onder het lopen. Zo van héé joh Berg, waar is je trompet?’ Hij heeft het rustig aan gedaan op de tien kilometer. ‘Normaal loop ik in Naaldwijk altijd de halve maar morgen (afgelopen zondag. red.) staat er nog een trainingsloop van dertig kilometer op het programma, vandaar.’ Dertig kilometer, da’s een heel end. Daar is Willy van Geest uit Honselersdijk nog lang niet aan toe. Maar wie weet komt het ooit nog eens zover. Zij deed voor het eerst mee op de vijf kilometer en finishte in 29.59. ‘Ik heb altijd gezegd dat ik dat voor mijn veertigste een wedstrijd wilde uitlopen en dat, als dat niet zou lukken, ik nooit meer zou gaan hardlopen. Nou, het is dus wel gelukt en meer nog, ik heb het reuze naar mijn zin gehad. Ja, dit smaakt echt naar meer.’
Rode rozen
Leo Prins uit Naaldwijk begrijpt dat helemaal. Voor hem was het echter dit jaar niet weggelegd een rondje door de eigen streek te rennen. We ontmoetten hem achter de finish waar hij net komt aanfietsen. ‘Nee, helaas en daar baal ik goed van. Ik heb dertien weken lekker getraind bij het lopersproject maar ben afgelopen week geblesseerd geraakt. Wel aan de finish komt Naaldwijker Patrick Groenewegen debutant op de halve marathon. Zijn vrouw en zoontje Max wachten hem op met rode rozen. ‘Die heeft hij echt wel verdiend,’ vertelt mevrouw Groenewegen trots aan speaker Peter Fierret, ‘hij heeft er helemaal in zijn eentje voor getraind.’ Achter het hek tegenover het oude raadhuis staat tussen de vele toeschouwers Rien Koene uit Naaldwijk. Blessureleed houdt hem, veelvuldig finisher hier op het Wilhelminaplein, dit jaar aan de verkeerde kant van het hek. En hoewel dat best wel pijn doet, heeft hij er toch vrede mee. ‘Vanaf volgende week mag ik weer lopen, het rustig gaan opbouwen. Dus wie weet ben ik er volgend jaar weer bij op de Arcade halve marathon.’ We hopen het met hem mee. (CW)
dinsdag 22 maart 2011
Gerard van den Berg, verkoper, hardloper, toeteraar:
‘Bij de muziek ben je van elkaar afhankelijk’
’s-Gravenzande - Gerard van den Berg (55) is een druk baasje. Hij begint iedere werkdag vroeg in de morgen met het verkopen van groenten en fruit in dienst van “handelshuis” de Greenery. Tot voor kort ging hij zo nu en dan nog wel eens op het fietsje naar zijn werkplek. Maar sinds hij medio vorig jaar vanuit de later dit jaar te sluiten vestiging Maasland naar vestiging Barendrecht werd overgeplaatst, is dat verleden tijd.
Eufonium
Maar denk nou niet dat Van den Berg nu beweging te kort komt. Zeker niet, want na werktijd mag de geboren ’s-Gravenzander graag een stukje hardlopen. Twee á drie keer per week is hij in gezelschap van wat loopmaatjes (m/v) wel ergens in Westland te vinden. Een stevig duurloopje of een pittige interval training, Gerard van den Berg is in zijn element. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor nog een intensieve bezigheid: musiceren bij muziekvereniging Animato in zijn woonplaats. ‘Ik speel daar al vele jaren op de Eufonium, een koperinstrument.’ Gaat hem dat gemakkelijk af? Van den Berg is eerlijk: ‘Ik ben geen topper, zowel bij het hardlopen als bij het toeteren beschouw ik mezelf als een middenmoter enne, ja misschien zou er wat meer inzitten als ik thuis eens wat meer zou oefenen. Helaas, ik zeg het eerlijk, dat laatste schiet er nog wel eens bij in. Ik moet het daarom echt hebben van de repetitieavonden en mijn routine.’
P.G.M.G.D.B
Aha, drijven op zijn routine. Dat betekent dat Van den Berg een muzikaal verleden moet hebben. Waar en wanneer is het toeteren voor hem eigenlijk begonnen? ‘Vanaf mijn 11e jaar zit ik al op de muziek. Niet bij Animato, die club bestond nog niet maar bij een van de voorgangers. Toen ik begon heette de club P.G.M.G.D.B. Ja, da’s een hele mond vol. Die letters stonden voor “Prijst God met geklank der bazuinen”. Een Christelijke muziekvereniging inderdaad, kan bijna niet anders met zo’n naam. In 1970 gefuseerd met een andere – neutrale - muziekvereniging in het Breeje Durp, “Kunst en Strijd”. Vanaf die tijd werd het dus Animato. Een naam trouwens die werd gekozen na een oproep in de lokale bladen, omdat de bestuursleden van de fusievereniging er zelf niet uitkwamen. We bestaan dit jaar op de kop af 41 jaar.’
Vrije wil
‘Ik ben uit eigen vrije wil op de muziek gegaan. Hoewel ik eigenlijk liever ging voetballen. Maar ja, twee hobby’s tegelijk, dat kon niet in die tijd. Dat kostte extra geld en bovendien daar had je het te druk voor. Ik moest thuis in de tuin ook een handje uitsteken. Mijn vader was trouwens niet zo van het voetballen. Die zei: ‘Ik zal je nu al zeggen dat ik nooit bij je zal komen kijken, maar als je op de muziek gaat, mag je in de Pick Up meerijden naar het repetitielokaal’. Dat was slim van hem want dat vond ik leuk, Nou dat heb ik dus gedaan, samen met nog drie of vier vriendjes uit de buurt.
Pest in
Het verenigingsleven in mijn eerste jaren bij Animato is niet te vergelijken met zoals het tegenwoordig is. Hele gezinnen waren lid. Niet alleen ik, maar zoals gezegd ook mijn vader zat op de muziek. Hij was een niet onverdienstelijk trombonist. En een oom van me was dirigent terwijl mijn zus nog een tijdje getrommeld heeft. Ook mijn broer was lid. Dat was een hele goeie fluitist. Het verhaal gaat dat hij gestopt is toen er een meisje naast hem kwam zitten die nog beter was dan hij. Daar had ie enorm de pest over in, haha. Hij had ook een eigen tuin en heeft altijd volgehouden dat hij gestopt is omdat hij het fluiten en het repeteren niet meer kon combineren met zijn bedrijf. Maar in onze familie houden wij nog steeds zo onze twijfels. Ja, als ik al iets van muzikaal ben dan zit dat wel in de Bergenhoek. Ook mijn dochter heeft nog een tijdje klarinet gespeeld. Alleen op mijn zoon is de muziekvonk nooit overgeslagen.’
Druivencorso
In mijn begintijd waren straat optredens nog een belangrijk onderdeel van het jaarprogramma. Ik kan me mijn eerste optreden weliswaar niet meer herinneren, maar ik zal ongetwijfeld een veel te groot pak aan hebben gehad met een veel te grote pet op mijn kop. Wel weet ik nog dat we meeliepen met het grote Westlandse druivencorso, met ieder jaar een nieuwe druivenprinses. Namen we het als ’s-Gravenzands gezelschap net over de grens met Naaldwijk bij café “De Pet” aan de Heenweg over van Cresendo of Sint Adrianus. Liepen wij vervolgens de hele Naaldwijkseweg af, door het dorp tot Waling van Geest aan het einde van de Monsterseweg. Daar nam dan een korps uit Monster het van ons over. Duizenden mensen stonden dan langs de kant van de weg. Maar niet alleen bij dat corso hoor. In die tijd kwamen de mensen nog naar buiten als er een muziekkorps door de straat kwam. Tegenwoordig gaan ze gauw naar binnen lijkt het wel eens.
Oudbollig
Wij spelen nog steeds bij de binnenkomst van Sint Nicolaas, bij de avondvierdaagse en op Koninginnedag. Ik vind dat zelf nog steeds erg leuk, maar er zijn veel mensen die daar anders over denken. Die vinden het oubollig. Of Animato over tien jaar nog steeds “voor de Sint uitmarcheert” is dan ook de vraag. Gerard van den Berg heeft er zo zijn twijfels over. ‘Ik vraag het me af. Dat zou ik vooral jammer vinden voor onze percussiegroep. Zonder overdrijven reken ik die tot de Nederlandse top. Voor hen zijn straat optredens juist extra leuk. Gelukkig doen ze, zonder het orkest, al jaren met veel succes mee aan het Varend Corso. Percussie solo bij een optocht wordt moeilijker. Daar horen “koper” en “hout”, de toeteraars, nu eenmaal ook bij. Eén ding wordt dan wel duidelijk : bij de muziek ben je van elkaar afhankelijk. Anders dan bij hardlopen, die bezigheid kan je op individuele basis uitoefenen.’
Haar tot ver over de schouders
Dankzij “de muziek” heeft Van den Berg ook een iets andere diensttijd gehad dan de gemiddelde Nederlandse dienstplichtige. ‘Ja, inderdaad,’ bevestigt hij. ‘Een prima tijd. Ik had bij de keuring aangegeven dat ik een instrument bespeelde. Moest ik komen voorblazen en tot mijn verbazing werd ik een week later uitgenodigd voor de Militaire Kapel. Ik, eenvoudig Westlandertje, samen met een gozer uit Limburg. Die was goed, niet te geloven. Maar ja, die zat ook op het conservatorium, daar voelde ik me klein bij. We hadden allebei haar tot ver op de schouders, ik spreek over halverwege de jaren zeventig, dat was toen mode. Dat moest eraf. Gingen we naar de lokale kapper, die haalde er op ons verzoek maar een heel klein stukje af. Kwamen we terug bij de majoor. Werd ie me een partij boos. Er moest nog veel meer af anders zouden we ons plekkie in de Kapel wel kunnen vergeten. We traden bij veel officiële gebeurtenissen op, ook wel in het weekend en het verdiende niet slecht kan ik je vertellen. Ik beurde er meer dan bij mijn toenmalige werkgever.
“Euph”
Van den Berg speelt al 44 jaar op een Euphonium. Voor wie het niet weet, dat is een koperen blaasinstrument die ook wel eens tenortuba wordt genoemd. De klank van het instrument zit qua toonhoogte in de buurt van een bariton. De naam Euphonium stamt uit het Grieks. Het woord euphonos, in die taal betekent “mooi klinkend”. ‘Ik speel nu dertig jaar op dezelfde “euph”, gaat Van den Berg verder. ‘Van het merk Yamaha. En het verveelt nog steeds niet. Bij Animato ben ik samen met Gerwin Stolze één van de twee euph-ers. Solopartijen verdelen we eerlijk onder elkaar.’
Flow
Naast zijn muzikale inbreng is Van den Berg binnen het ‘s-Gravenzandse muziekgezelschap ook de man die op de centjes past. Hoelang hij dat al doet weet hij niet precies. ‘Ik ben vroeger ook al eens een tijd penningmeester geweest. Zo van mijn 28ste tot mijn 40ste en er daarna een tijdje mee gestopt. Sinds, ik geloof 2007, zit ik echter weer in het bestuur en ik heb het daar enorm naar mijn zin. De vereniging groeit en bloeit. We zitten in een flow. Het gaat momenteel erg goed met de club. Sinds 2007 hebben we een blokfluitgroep. Kinderen leren in één jaar op speelse manier de basisbeginselen van het muziek maken. Belangrijk daarbij is dat het daarnaast ook gezellig is tijdens die lessen. Wij hopen dan dat die kids bij de vereniging betrokken raken, een instrument kiezen en op termijn doorstromen naar het B en nog later wellicht het A orkest. Kost wel wat kakies zo’n toestroom, want iedere leerling wordt door ons in de gelegenheid gesteld om muziekonderwijs te volgen.
Jazzy
En daar gaat dus best wel wat geld in om, wat we allemaal zelf moeten op hoesten. ’Hij lacht. ‘Soms denk ik wel eens dat sportclubs het wat dat aangaat stukken makkelijker hebben. Die kunnen met de naam van een geldschieter op de borst wat betekenen voor een sponsor. Bij ons als kunstzinnige instelling ligt dat toch een stuk moeilijker. Wij zouden wel kunnen gaan musiceren in shirtjes met bijvoorbeeld “Greenery” erop, maar dat heeft toch veel minder bereik.’ Op onze repetitieavonden kennen we een grote opkomst. De laatste tijd zitten we dik boven de negentig procent. Dat geeft toch wel aan dat het goed gaat met de club. Als je de kalender bekijkt, hebben we dit jaar wel zo’n 24 optredens. We zijn nu druk aan het repeteren voor ons donateurconcert, in modern Nederlands vriendenconcert. in april. Dat wordt een bijzondere avond. We spelen die avond veel stukken met een Amerikaanse achtergrond, beetje Blues, beetje Jazz. Ook spelen we dan voor het eerst in de nieuwe zaal van De Kiem. Ik ben benieuwd. Heb al wel goeie verhalen over die zaal gehoord.’
Informatie
De repetities van het A-orkest van muziekvereniging Animato vinden plaats iedere vrijdagavond in het Multifunctioneel Centrum ‘’Maesemunde’’ aan de Koningin Julianaweg te ’s-Gravenzande. Voor de repetitieavonden van het B-orkest, de percussiegroep, de blokfluitgroep en algemene informatie kijkt u op internet: www.muziekvereniging-animato.nl. (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
’s-Gravenzande - Gerard van den Berg (55) is een druk baasje. Hij begint iedere werkdag vroeg in de morgen met het verkopen van groenten en fruit in dienst van “handelshuis” de Greenery. Tot voor kort ging hij zo nu en dan nog wel eens op het fietsje naar zijn werkplek. Maar sinds hij medio vorig jaar vanuit de later dit jaar te sluiten vestiging Maasland naar vestiging Barendrecht werd overgeplaatst, is dat verleden tijd.
Eufonium
Maar denk nou niet dat Van den Berg nu beweging te kort komt. Zeker niet, want na werktijd mag de geboren ’s-Gravenzander graag een stukje hardlopen. Twee á drie keer per week is hij in gezelschap van wat loopmaatjes (m/v) wel ergens in Westland te vinden. Een stevig duurloopje of een pittige interval training, Gerard van den Berg is in zijn element. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor nog een intensieve bezigheid: musiceren bij muziekvereniging Animato in zijn woonplaats. ‘Ik speel daar al vele jaren op de Eufonium, een koperinstrument.’ Gaat hem dat gemakkelijk af? Van den Berg is eerlijk: ‘Ik ben geen topper, zowel bij het hardlopen als bij het toeteren beschouw ik mezelf als een middenmoter enne, ja misschien zou er wat meer inzitten als ik thuis eens wat meer zou oefenen. Helaas, ik zeg het eerlijk, dat laatste schiet er nog wel eens bij in. Ik moet het daarom echt hebben van de repetitieavonden en mijn routine.’
P.G.M.G.D.B
Aha, drijven op zijn routine. Dat betekent dat Van den Berg een muzikaal verleden moet hebben. Waar en wanneer is het toeteren voor hem eigenlijk begonnen? ‘Vanaf mijn 11e jaar zit ik al op de muziek. Niet bij Animato, die club bestond nog niet maar bij een van de voorgangers. Toen ik begon heette de club P.G.M.G.D.B. Ja, da’s een hele mond vol. Die letters stonden voor “Prijst God met geklank der bazuinen”. Een Christelijke muziekvereniging inderdaad, kan bijna niet anders met zo’n naam. In 1970 gefuseerd met een andere – neutrale - muziekvereniging in het Breeje Durp, “Kunst en Strijd”. Vanaf die tijd werd het dus Animato. Een naam trouwens die werd gekozen na een oproep in de lokale bladen, omdat de bestuursleden van de fusievereniging er zelf niet uitkwamen. We bestaan dit jaar op de kop af 41 jaar.’
Vrije wil
‘Ik ben uit eigen vrije wil op de muziek gegaan. Hoewel ik eigenlijk liever ging voetballen. Maar ja, twee hobby’s tegelijk, dat kon niet in die tijd. Dat kostte extra geld en bovendien daar had je het te druk voor. Ik moest thuis in de tuin ook een handje uitsteken. Mijn vader was trouwens niet zo van het voetballen. Die zei: ‘Ik zal je nu al zeggen dat ik nooit bij je zal komen kijken, maar als je op de muziek gaat, mag je in de Pick Up meerijden naar het repetitielokaal’. Dat was slim van hem want dat vond ik leuk, Nou dat heb ik dus gedaan, samen met nog drie of vier vriendjes uit de buurt.
Pest in
Het verenigingsleven in mijn eerste jaren bij Animato is niet te vergelijken met zoals het tegenwoordig is. Hele gezinnen waren lid. Niet alleen ik, maar zoals gezegd ook mijn vader zat op de muziek. Hij was een niet onverdienstelijk trombonist. En een oom van me was dirigent terwijl mijn zus nog een tijdje getrommeld heeft. Ook mijn broer was lid. Dat was een hele goeie fluitist. Het verhaal gaat dat hij gestopt is toen er een meisje naast hem kwam zitten die nog beter was dan hij. Daar had ie enorm de pest over in, haha. Hij had ook een eigen tuin en heeft altijd volgehouden dat hij gestopt is omdat hij het fluiten en het repeteren niet meer kon combineren met zijn bedrijf. Maar in onze familie houden wij nog steeds zo onze twijfels. Ja, als ik al iets van muzikaal ben dan zit dat wel in de Bergenhoek. Ook mijn dochter heeft nog een tijdje klarinet gespeeld. Alleen op mijn zoon is de muziekvonk nooit overgeslagen.’
Druivencorso
In mijn begintijd waren straat optredens nog een belangrijk onderdeel van het jaarprogramma. Ik kan me mijn eerste optreden weliswaar niet meer herinneren, maar ik zal ongetwijfeld een veel te groot pak aan hebben gehad met een veel te grote pet op mijn kop. Wel weet ik nog dat we meeliepen met het grote Westlandse druivencorso, met ieder jaar een nieuwe druivenprinses. Namen we het als ’s-Gravenzands gezelschap net over de grens met Naaldwijk bij café “De Pet” aan de Heenweg over van Cresendo of Sint Adrianus. Liepen wij vervolgens de hele Naaldwijkseweg af, door het dorp tot Waling van Geest aan het einde van de Monsterseweg. Daar nam dan een korps uit Monster het van ons over. Duizenden mensen stonden dan langs de kant van de weg. Maar niet alleen bij dat corso hoor. In die tijd kwamen de mensen nog naar buiten als er een muziekkorps door de straat kwam. Tegenwoordig gaan ze gauw naar binnen lijkt het wel eens.
Oudbollig
Wij spelen nog steeds bij de binnenkomst van Sint Nicolaas, bij de avondvierdaagse en op Koninginnedag. Ik vind dat zelf nog steeds erg leuk, maar er zijn veel mensen die daar anders over denken. Die vinden het oubollig. Of Animato over tien jaar nog steeds “voor de Sint uitmarcheert” is dan ook de vraag. Gerard van den Berg heeft er zo zijn twijfels over. ‘Ik vraag het me af. Dat zou ik vooral jammer vinden voor onze percussiegroep. Zonder overdrijven reken ik die tot de Nederlandse top. Voor hen zijn straat optredens juist extra leuk. Gelukkig doen ze, zonder het orkest, al jaren met veel succes mee aan het Varend Corso. Percussie solo bij een optocht wordt moeilijker. Daar horen “koper” en “hout”, de toeteraars, nu eenmaal ook bij. Eén ding wordt dan wel duidelijk : bij de muziek ben je van elkaar afhankelijk. Anders dan bij hardlopen, die bezigheid kan je op individuele basis uitoefenen.’
Haar tot ver over de schouders
Dankzij “de muziek” heeft Van den Berg ook een iets andere diensttijd gehad dan de gemiddelde Nederlandse dienstplichtige. ‘Ja, inderdaad,’ bevestigt hij. ‘Een prima tijd. Ik had bij de keuring aangegeven dat ik een instrument bespeelde. Moest ik komen voorblazen en tot mijn verbazing werd ik een week later uitgenodigd voor de Militaire Kapel. Ik, eenvoudig Westlandertje, samen met een gozer uit Limburg. Die was goed, niet te geloven. Maar ja, die zat ook op het conservatorium, daar voelde ik me klein bij. We hadden allebei haar tot ver op de schouders, ik spreek over halverwege de jaren zeventig, dat was toen mode. Dat moest eraf. Gingen we naar de lokale kapper, die haalde er op ons verzoek maar een heel klein stukje af. Kwamen we terug bij de majoor. Werd ie me een partij boos. Er moest nog veel meer af anders zouden we ons plekkie in de Kapel wel kunnen vergeten. We traden bij veel officiële gebeurtenissen op, ook wel in het weekend en het verdiende niet slecht kan ik je vertellen. Ik beurde er meer dan bij mijn toenmalige werkgever.
“Euph”
Van den Berg speelt al 44 jaar op een Euphonium. Voor wie het niet weet, dat is een koperen blaasinstrument die ook wel eens tenortuba wordt genoemd. De klank van het instrument zit qua toonhoogte in de buurt van een bariton. De naam Euphonium stamt uit het Grieks. Het woord euphonos, in die taal betekent “mooi klinkend”. ‘Ik speel nu dertig jaar op dezelfde “euph”, gaat Van den Berg verder. ‘Van het merk Yamaha. En het verveelt nog steeds niet. Bij Animato ben ik samen met Gerwin Stolze één van de twee euph-ers. Solopartijen verdelen we eerlijk onder elkaar.’
Flow
Naast zijn muzikale inbreng is Van den Berg binnen het ‘s-Gravenzandse muziekgezelschap ook de man die op de centjes past. Hoelang hij dat al doet weet hij niet precies. ‘Ik ben vroeger ook al eens een tijd penningmeester geweest. Zo van mijn 28ste tot mijn 40ste en er daarna een tijdje mee gestopt. Sinds, ik geloof 2007, zit ik echter weer in het bestuur en ik heb het daar enorm naar mijn zin. De vereniging groeit en bloeit. We zitten in een flow. Het gaat momenteel erg goed met de club. Sinds 2007 hebben we een blokfluitgroep. Kinderen leren in één jaar op speelse manier de basisbeginselen van het muziek maken. Belangrijk daarbij is dat het daarnaast ook gezellig is tijdens die lessen. Wij hopen dan dat die kids bij de vereniging betrokken raken, een instrument kiezen en op termijn doorstromen naar het B en nog later wellicht het A orkest. Kost wel wat kakies zo’n toestroom, want iedere leerling wordt door ons in de gelegenheid gesteld om muziekonderwijs te volgen.
Jazzy
En daar gaat dus best wel wat geld in om, wat we allemaal zelf moeten op hoesten. ’Hij lacht. ‘Soms denk ik wel eens dat sportclubs het wat dat aangaat stukken makkelijker hebben. Die kunnen met de naam van een geldschieter op de borst wat betekenen voor een sponsor. Bij ons als kunstzinnige instelling ligt dat toch een stuk moeilijker. Wij zouden wel kunnen gaan musiceren in shirtjes met bijvoorbeeld “Greenery” erop, maar dat heeft toch veel minder bereik.’ Op onze repetitieavonden kennen we een grote opkomst. De laatste tijd zitten we dik boven de negentig procent. Dat geeft toch wel aan dat het goed gaat met de club. Als je de kalender bekijkt, hebben we dit jaar wel zo’n 24 optredens. We zijn nu druk aan het repeteren voor ons donateurconcert, in modern Nederlands vriendenconcert. in april. Dat wordt een bijzondere avond. We spelen die avond veel stukken met een Amerikaanse achtergrond, beetje Blues, beetje Jazz. Ook spelen we dan voor het eerst in de nieuwe zaal van De Kiem. Ik ben benieuwd. Heb al wel goeie verhalen over die zaal gehoord.’
Informatie
De repetities van het A-orkest van muziekvereniging Animato vinden plaats iedere vrijdagavond in het Multifunctioneel Centrum ‘’Maesemunde’’ aan de Koningin Julianaweg te ’s-Gravenzande. Voor de repetitieavonden van het B-orkest, de percussiegroep, de blokfluitgroep en algemene informatie kijkt u op internet: www.muziekvereniging-animato.nl. (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
zondag 20 maart 2011
Meesterbakker en Hofleverancier Roodenrijs: ‘Klanten heb je, fans moet je maken’
Westland - Vrijdag 11 februari was een historische dag in de lange historie van het van oorsprong Wateringse bakkersbedrijf Roodenrijs. Namens het bedrijf mocht directeur Arjan Roodenrijs een oorkonde en wapenschild in ontvangst nemen behorend bij de officiële benoeming tot Hofleverancier. De versierselen werden uitgereikt door Burgemeester Sjaak van der Tak van de gemeente Westland en de heer Jan Franssen, commissaris der Koningin van de provincie Zuid Holland.
Schilder
Voor onze krant een reden eens een praatje te maken met Arjan Roodenrijs, directeur van “De Koninklijke”, over verleden en heden van het familiebedrijf. We ontmoeten de meester-bakker in het zenuwcentrum van zijn bedrijf net over de grens van Westland op een kleinschalig bedrijvenparkje aan de rand van Rijswijk. Een ideale locatie om alle 17 vestigingen zonder al te veel logistieke problemen te kunnen bevoorraden. Roodenrijs (49), vierde generatie in het familiebedrijf, gaat er eens goed voor zitten. ‘Het begon allemaal met mijn overgrootvader Petrus Mattheus, roepnaam Piet. Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat hij bakker zou worden. Zijn vader was kleermaker in Schipluiden en het gezin woonde naast een bakker. Die bakkerij was kennelijk zo’n bron van inspiratie dat een paar zoons van kleermaker Roodenrijs al de bakkerskant waren opgegaan. Dat wilde Piet ook, maar zijn ouders staken daar een stokje voor. Hij moest maar schilder worden. Drie weken hield hij dat vol, maar het vak trok hem niet en hij had er geen aanleg voor. Stiekem ging hij bij een bakker vragen of hij daar aan de slag kon. Dat mocht en een paar weken later kwam dat uit. Zijn moeder vroeg zich af waarom zijn broeken toch zo stoffig waren, dat was toch niet normaal voor een schilder. Zo viel hij door de mand. Zijn ouders capituleerden en Piet bleef bakker. Niet veel later werd er zelfs met hulp van zijn vader, Piet was nog minderjarig, een bakkerij gekocht.
125 jaar in vogelvlucht
We schrijven 1885 als Piet Roodenrijs aan de slag gaat in zijn eigen winkel. Aan het Plein in Wateringen. Arjan Roodenrijs: ‘Jazeker, op de plek waar anno nu, 125 jaar later, nog steeds een vestiging van bakkerij Roodenrijs staat. Een leuke anekdote uit die allereerste jaren. De vorige eigenaar van die winkel was failliet gegaan. De oven werd in die dagen nog gestookt op takkenbossen. Die moesten wel gekocht worden, maar ja, geen geld geen takkenbossen. En wat doet een bakker in financiële nood? Die stookt uit nood de deuren maar op. Mijn overgrootvader kocht dus een bakkerij zonder deuren. Na Piet kwam diens zoon, mijn opa Jan in de zaak. Die werd op zijn beurt weer opgevolgd door mijn vader, Frans Roodenrijs. In 1963 werd er naast de winkel in Wateringen een tweede geopend. In het dan gloednieuwe Rijswijkse winkelcentrum “In Den Boogaard”. Weer wat later openden ze nog een winkel, dit keer in Den Haag. Als kinderen werkten wij voor schooltijd al van jongs af aan mee in de bakkerij. Koekjes inpakken en meer van dat soort klusjes. Ook gingen we mee “de wijk in” om huis aan huis te bezorgen met de bakfiets of electrokar. Het tijdsbeeld was dat alles nog erg in hokjes was verdeeld. Je had Katholieke wijken waar een Katholieke bakker bezorgde en Protestantse wijken waar een Protestantse bakker langs de deur kwam. In de loop der jaren werd dat aan huis bezorgen steeds minder. Klanten maakten zelf wel uit waar ze hun brood vandaan haalden. Mijn vader had dat goed in de gaten en daarom had hij die filialen geopend. De bevoorrading vond plaats vanuit de bakkerij in Wateringen tot in 1976 de broodbakkerij in Rijswijk werd geopend. In 1987 kwam ik in de zaak als de vierde generatie Roodenrijs. We gingen gestaag door met het openen van filialen en met de overname van bakkerij Van der Pluijm in 2000 kwam het aantal bakkerswinkels op 15 stuks. Anno 2011 zijn dat er nog twee meer. In Westland hebben we vestigingen in Wateringen, Kwintsheul, Naaldwijk en sinds november 2010 in de Koningswerf te ‘s- Gravenzande.
Binnenstebuiten
Het “Koninklijk Besluit Hofleverancierschap” is bakkerij Roodenrijs niet zomaar komen aanwaaien. Arjan Roodenrijs: ‘Om te beginnen moet je zelf op het idee komen dat aan te vragen. De voorwaarden zijn streng. Een onderneming komt pas in aanmerking als het om een familiebedrijf gaat dat minimaal 100 jaar bestaat én een jubileum viert Als daaraan voldaan wordt, kan de procedure in gang gezet worden. Na de aanvraag wordt je bedrijf zo ongeveer een jaar binnenstebuiten gekeerd. Er wordt naar van alles gekeken. Naar de arbeidsomstandigheden, de financiën, het bedrijf moet een schoon verleden hebben. Daarnaast is het belangrijk of je een steentje bijdraagt aan de samenleving in sociaal en maatschappelijke zin ( dat laatste zit wel snor bij Roodenrijs, denk maar eens aan de Crossbol die ieder jaar weer gebakken wordt rond de Wollebrandcross. red.) Ook kijkt men hoe je omgaat met het milieu. Verder worden de winkels bezocht door “Mystery Guests” en beoordeeld op klantvriendelijkheid en natuurlijk moet de kwaliteit van de geleverde producten uitstekend zijn’.
Bakkerij met een kroontje
Dat was allemaal het geval bij Bakkerij Roodenrijs en dus mag de firma nu de eretitel Hofleverancier dragen. Arjan Roodenrijs is er nog niet helemaal aan gewend dat hij nu aan het hoofd staat van een “bakkerij met een kroontje”. ‘Geregeld lopen er rillingen van trots over mijn rug. Dat hebben we toch maar weten te bereiken in die 125 jaar denk ik dan. Met z’n allen. Familieleden en medewerkers uit het heden en verleden. Het is nu zaak het niveau dat er voor gezorgd heeft dat we deze eretitel konden halen te handhaven. Het moet zo zijn dat een klant bijvoorbeeld aan een collega of op een verjaardag vertelt over onze kwaliteit en service. Zo’n klant is een fan en die koesteren wij. Klanten heb je, fans moet je maken. We blijven alert, we luisteren naar de klant en blijven zoeken naar nieuwigheden. Zo hebben we nu weer recent een nieuw product gelanceerd, Cupcakes, zijn helemaal booming. Gemaakt van plantaardige vetten, geen dikmaker dus maar wel heel lekker. Met Valentijnsdag waren ze een groot succes en rond de paasdagen brengen we een paasvariant. Maar ook om een geboorte van een zoon of dochter extra luister bij te zetten zijn cupcakes een prima alternatief voor het eeuwige beschuitje met muisjes.’
Hofsnit
Is er rond het verkrijgen van de eretitel Hofleverancier nog een speciale actie gaande richting de klant? Arjan Roodenrijs knikt. ‘Jazeker, vorige week hebben we de Hofsnit gelanceerd. Ja, je schrijft het zoals je het zegt, niet op zijn Duits. Die is te koop voor € 6,25 in al onze filialen. Van iedere verkochte snit gaat dan 125 cent naar de NCFS, de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting. Deze behartigt de belangen van mensen met CF. Maakt (digitaal) lotgenotencontact mogelijk en geeft voorlichting. Ook financiert en stimuleert de stichting wetenschappelijk onderzoek, waar heel veel geld voor nodig is. Cystic Fibrosis wordt ook wel taaislijmziekte genoemd en is de meest voorkomende erfelijke ziekte met een beperkte levensverwachting. De aandoening is chronisch en (nog) niet te genezen. Wij zijn als bakkerij Roodenrijs erg betrokken bij dat doel.
Majesteit
En nu? Is het wachten op de Majesteit die in één van de winkels binnenstapt voor een halfje wit en een pond roomboter spritsjes?. Roodenrijs lacht.’Nee hoor, We gaan gewoon door met wat we doen. Hofleverancier is een eretitel. Ik verwacht niet dat de Koningin nu ineens op de stoep staat...’ (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
Schilder
Voor onze krant een reden eens een praatje te maken met Arjan Roodenrijs, directeur van “De Koninklijke”, over verleden en heden van het familiebedrijf. We ontmoeten de meester-bakker in het zenuwcentrum van zijn bedrijf net over de grens van Westland op een kleinschalig bedrijvenparkje aan de rand van Rijswijk. Een ideale locatie om alle 17 vestigingen zonder al te veel logistieke problemen te kunnen bevoorraden. Roodenrijs (49), vierde generatie in het familiebedrijf, gaat er eens goed voor zitten. ‘Het begon allemaal met mijn overgrootvader Petrus Mattheus, roepnaam Piet. Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat hij bakker zou worden. Zijn vader was kleermaker in Schipluiden en het gezin woonde naast een bakker. Die bakkerij was kennelijk zo’n bron van inspiratie dat een paar zoons van kleermaker Roodenrijs al de bakkerskant waren opgegaan. Dat wilde Piet ook, maar zijn ouders staken daar een stokje voor. Hij moest maar schilder worden. Drie weken hield hij dat vol, maar het vak trok hem niet en hij had er geen aanleg voor. Stiekem ging hij bij een bakker vragen of hij daar aan de slag kon. Dat mocht en een paar weken later kwam dat uit. Zijn moeder vroeg zich af waarom zijn broeken toch zo stoffig waren, dat was toch niet normaal voor een schilder. Zo viel hij door de mand. Zijn ouders capituleerden en Piet bleef bakker. Niet veel later werd er zelfs met hulp van zijn vader, Piet was nog minderjarig, een bakkerij gekocht.
125 jaar in vogelvlucht
We schrijven 1885 als Piet Roodenrijs aan de slag gaat in zijn eigen winkel. Aan het Plein in Wateringen. Arjan Roodenrijs: ‘Jazeker, op de plek waar anno nu, 125 jaar later, nog steeds een vestiging van bakkerij Roodenrijs staat. Een leuke anekdote uit die allereerste jaren. De vorige eigenaar van die winkel was failliet gegaan. De oven werd in die dagen nog gestookt op takkenbossen. Die moesten wel gekocht worden, maar ja, geen geld geen takkenbossen. En wat doet een bakker in financiële nood? Die stookt uit nood de deuren maar op. Mijn overgrootvader kocht dus een bakkerij zonder deuren. Na Piet kwam diens zoon, mijn opa Jan in de zaak. Die werd op zijn beurt weer opgevolgd door mijn vader, Frans Roodenrijs. In 1963 werd er naast de winkel in Wateringen een tweede geopend. In het dan gloednieuwe Rijswijkse winkelcentrum “In Den Boogaard”. Weer wat later openden ze nog een winkel, dit keer in Den Haag. Als kinderen werkten wij voor schooltijd al van jongs af aan mee in de bakkerij. Koekjes inpakken en meer van dat soort klusjes. Ook gingen we mee “de wijk in” om huis aan huis te bezorgen met de bakfiets of electrokar. Het tijdsbeeld was dat alles nog erg in hokjes was verdeeld. Je had Katholieke wijken waar een Katholieke bakker bezorgde en Protestantse wijken waar een Protestantse bakker langs de deur kwam. In de loop der jaren werd dat aan huis bezorgen steeds minder. Klanten maakten zelf wel uit waar ze hun brood vandaan haalden. Mijn vader had dat goed in de gaten en daarom had hij die filialen geopend. De bevoorrading vond plaats vanuit de bakkerij in Wateringen tot in 1976 de broodbakkerij in Rijswijk werd geopend. In 1987 kwam ik in de zaak als de vierde generatie Roodenrijs. We gingen gestaag door met het openen van filialen en met de overname van bakkerij Van der Pluijm in 2000 kwam het aantal bakkerswinkels op 15 stuks. Anno 2011 zijn dat er nog twee meer. In Westland hebben we vestigingen in Wateringen, Kwintsheul, Naaldwijk en sinds november 2010 in de Koningswerf te ‘s- Gravenzande.
Binnenstebuiten
Het “Koninklijk Besluit Hofleverancierschap” is bakkerij Roodenrijs niet zomaar komen aanwaaien. Arjan Roodenrijs: ‘Om te beginnen moet je zelf op het idee komen dat aan te vragen. De voorwaarden zijn streng. Een onderneming komt pas in aanmerking als het om een familiebedrijf gaat dat minimaal 100 jaar bestaat én een jubileum viert Als daaraan voldaan wordt, kan de procedure in gang gezet worden. Na de aanvraag wordt je bedrijf zo ongeveer een jaar binnenstebuiten gekeerd. Er wordt naar van alles gekeken. Naar de arbeidsomstandigheden, de financiën, het bedrijf moet een schoon verleden hebben. Daarnaast is het belangrijk of je een steentje bijdraagt aan de samenleving in sociaal en maatschappelijke zin ( dat laatste zit wel snor bij Roodenrijs, denk maar eens aan de Crossbol die ieder jaar weer gebakken wordt rond de Wollebrandcross. red.) Ook kijkt men hoe je omgaat met het milieu. Verder worden de winkels bezocht door “Mystery Guests” en beoordeeld op klantvriendelijkheid en natuurlijk moet de kwaliteit van de geleverde producten uitstekend zijn’.
Bakkerij met een kroontje
Dat was allemaal het geval bij Bakkerij Roodenrijs en dus mag de firma nu de eretitel Hofleverancier dragen. Arjan Roodenrijs is er nog niet helemaal aan gewend dat hij nu aan het hoofd staat van een “bakkerij met een kroontje”. ‘Geregeld lopen er rillingen van trots over mijn rug. Dat hebben we toch maar weten te bereiken in die 125 jaar denk ik dan. Met z’n allen. Familieleden en medewerkers uit het heden en verleden. Het is nu zaak het niveau dat er voor gezorgd heeft dat we deze eretitel konden halen te handhaven. Het moet zo zijn dat een klant bijvoorbeeld aan een collega of op een verjaardag vertelt over onze kwaliteit en service. Zo’n klant is een fan en die koesteren wij. Klanten heb je, fans moet je maken. We blijven alert, we luisteren naar de klant en blijven zoeken naar nieuwigheden. Zo hebben we nu weer recent een nieuw product gelanceerd, Cupcakes, zijn helemaal booming. Gemaakt van plantaardige vetten, geen dikmaker dus maar wel heel lekker. Met Valentijnsdag waren ze een groot succes en rond de paasdagen brengen we een paasvariant. Maar ook om een geboorte van een zoon of dochter extra luister bij te zetten zijn cupcakes een prima alternatief voor het eeuwige beschuitje met muisjes.’
Hofsnit
Is er rond het verkrijgen van de eretitel Hofleverancier nog een speciale actie gaande richting de klant? Arjan Roodenrijs knikt. ‘Jazeker, vorige week hebben we de Hofsnit gelanceerd. Ja, je schrijft het zoals je het zegt, niet op zijn Duits. Die is te koop voor € 6,25 in al onze filialen. Van iedere verkochte snit gaat dan 125 cent naar de NCFS, de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting. Deze behartigt de belangen van mensen met CF. Maakt (digitaal) lotgenotencontact mogelijk en geeft voorlichting. Ook financiert en stimuleert de stichting wetenschappelijk onderzoek, waar heel veel geld voor nodig is. Cystic Fibrosis wordt ook wel taaislijmziekte genoemd en is de meest voorkomende erfelijke ziekte met een beperkte levensverwachting. De aandoening is chronisch en (nog) niet te genezen. Wij zijn als bakkerij Roodenrijs erg betrokken bij dat doel.
Majesteit
En nu? Is het wachten op de Majesteit die in één van de winkels binnenstapt voor een halfje wit en een pond roomboter spritsjes?. Roodenrijs lacht.’Nee hoor, We gaan gewoon door met wat we doen. Hofleverancier is een eretitel. Ik verwacht niet dat de Koningin nu ineens op de stoep staat...’ (Tekstbureau Westland - Cent Wageveld)
Abonneren op:
Posts (Atom)





