donderdag 28 augustus 2014

Ik ben een wekker

Stomverbaasd keek ik de vrouw aan die naast me in de supermarkt plastic tassen stond vol te scheppen met sperzieboontjes. De prijs van de boontjes was bijzonder laag. Slechts 0,59 euro per pond en da’s geen geld. Al helemaal niet voor Hollandse sperzieboontjes. Waarschijnlijk had dit te maken met het sluiten van de Russische grenzen, waardoor de Nederlandse telers hun producten niet meer aan de straatstenen kwijtraakten, omdat allerlei andere landen nu ook hun handel in Europa wilden verkopen. Voor mij alleen maar reden om nog meer groenten te gaan eten en dan ook nog eens van Nederlandse bodem. Al met al niet de reden waarom ik de mevrouw naast mij stomverbaasd aankeek. Wel doordat ik haar waarschijnlijk niet goed had verstaan. Ik meende haar te horen zeggen: ‘Sorry hoor, ik ben een wekker.’ Dat deed bij mij in ieder geval geen alarmbellen rinkelen. Hooguit wat wantrouwen over de scherpte van mijn gehoor. ‘Kom er maar bij staan hoor, want ik koop altijd kilo’s in voor mijn nieuwe hobby,’ babbelde ze vrolijk voort. ‘Hobby?’ vroeg ik nieuwsgierig. ‘Ja, ik heb sinds kort een nieuwe hobby. Op een rommelmarkt vond ik een boekje over wekken. En dat vond ik zó leuk, dat ik daar nu iedere week mee aan de slag ga.’ In een flits herinnerde ik mij dat mijn dochter toen ze nog een klein meisje was, heel lang heeft volgehouden dat ze “lantaarnpaalaansteker” wilde worden. Een oud beroep uit de tijd dat dit handmatig vanaf een ladder nog moest gebeuren. Hier had ze in een museum iets van had gezien. In die tijd had men ook nog dorpsomroepers. ‘Zouden die ook “wekker” geweest zijn?’ vroeg ik mij af. ‘En zou dat beroep nieuw leven zijn ingeblazen?’ De mevrouw bleef handenvol sperziebonen in de plastic zakjes stoppen. ‘Kom er maar bij hoor, want anders grijp jij straks mis. Ik neem rustig 5 kilo per keer mee,’ lachte ze vrolijk.
En toen begon mij plotseling wat te dagen… deze mevrouw had niets te maken met dat apparaat dat mij ’s morgens op wrede wijze uit mijn slaap rukt. Nee, deze mevrouw was aan het wecken geslagen! Een noeste vorm van huisvlijt uit de tijd dat moestuinen overvloedige producten opbrachten en vrieskasten nog niet uitgevonden waren. Althans niet voor het gewone huishouden. Wecken was de manier om al die overvloed hygiënisch in te maken, zodat er ook voor de komende tijd een lekkere voorraad eten was. ‘Toen heb ik ergens een voordelige weckketel op de kop getikt en zo is het gekomen,’ klonk het naast me. ‘Ik ben d’r gewoon aan verslaafd. Overal ga ik op zoek naar voordelige verse groenten. Ik heb al een hele kast vol met weckpotten!’ ‘Wat leuk!’ antwoordde ik. ‘Dat doet me aan vroeger tijden terugdenken.’ Potten vol groenten en appelmoes, netjes op een rij in een donkere kast trokken aan mijn geestesoog voorbij. Ik werd er net zo vrolijk van als de mevrouw naast me op de groenteafdeling. Snel pakte ik een plastic tasje om daar voor onszelf wat boontjes in te stoppen. De bodem van de groentekist kwam al in zicht. Drie ons was wel genoeg, want het was bedoeld als extra groente bij de nasi. Toen ik dat had afgewogen, graaide de mevrouw weer gretig verder in de kist. ‘Ik denk dat er al heel wat klanten mis hebben gegrepen door mij,’ giechelde ze. Ik lachte vrolijk terug: ‘Maar ik niet,’ en slingerde mijn buit hoog boven mijn winkelmandje. Ik keek om me heen om mijn man te zoeken, die altijd zijn eigen gang gaat in de supermarkt en meestal eindigt bij de tijdschriften, snuffelend in de Voetbal International. Daar vond ik hem inderdaad. Samen liepen we naar de kassa. We sloten netjes aan in de rij en zagen in de rij naast ons de mevrouw van de sperzieboontjes aansluiten. Ze straalde. Ik stootte zachtjes mijn man aan. ‘Weet je waarom die mevrouw zo blij is?’ fluisterde ik in zijn oor. ‘Nee,’ mompelde mijn man met een blik op de Voetbal International die hij op de lopende band legde. ‘Zij is een wecker,’ verklaarde ik. ‘Een wát?’ keek mijn man me stomverbaasd aan. ‘Ja, je verstond het goed; zij is een wecker.’ Vrolijk lachend rekende ik af. Hoofdschuddend bladerde manlief in zijn tijdschrift verder, terwijl ik mijn portemonnee weer in mijn tas terug stopte. Van dergelijke taal heeft hij geen kaas gegeten.

© Tekstbureau Westland, Joke Wageveld

vrijdag 24 januari 2014

Winter

Naarmate de winter vordert, begin ik ze steeds meer te missen: de bijna onverstaanbare dialecten op de landelijke nieuwszender. Ze lijken verder weg dan ooit. Verleden jaar was het rond deze tijd min 18 en nu schijnt het zonnetje vrolijk naar binnen en wijst de thermometer in mijn tuin negen graden aan. Ja ik mis ze. Ieder jaar komen ze wel een paar weken langs in de sport- en actualiteiten programma’s. U weet over wie ik het heb? Over de stemmen van jongens en meisjes van de lange adem. De stoere bonken op de schaats. De krijgers van het natuurijs en de organisatie daar omheen. De temperatuur hoeft in het noordoosten van ons land maar een paar graadjes onder nul te zakken en ze komen in rotten van tien voorbij. Mijnheer De Vries van ijsclub Hondsrug uit Noordlaren, Klaas de Winter van de schaatsenrijdersvereniging Gramsbergen of mevrouw Koudekerk-de Neut van de ijsvrienden uit Veenoord. Allemaal vertellen ze in hun onnavolgbare dialecten ‘dat ze er klaar veur bint’. Het is iedere winter weer een ware strijd wie van hen zijn baan het eerst in gereedheid heeft gebracht om de eerste marathon op natuurijs van het jaar te mogen organiseren.
En als het dan zover is, komen de rijders en rijdsters aan het woord. Stuk voor stuk zo van het land geplukt of onder de koeien vandaan getrokken. ‘En Jos, wat gaat het worden vandaag,’ interessante vraag van de reporter ter plaatse aan een van de deelnemers. Even een stilte, je ziet als het ware hoe zo iemand nadenkend met zijn hand over zijn kin strijkt en dan komt het antwoord. ‘Mwaa, de bienen binn goe’d en het ies is glad dus we goan dr wat van moaken’. Kijk, op zo’n moment is het voor mij pas echt winter. Als in de media de namen van dorpjes als Hollandscheveld, Zwartsluis of, pak um beet, Dwarsgracht domineren. Graag zou ik zelf eens een kijkje nemen daar in dat barre land. Schaatsen langs besneeuwde weilanden over dicht bevroren sloten. Een eindeloze witte vlakte voor, naast en achter me. Sierlijk een klein wak vol koukleumende eenden ontwijken die dicht opeen gepakt de koude trotseren. Schaatsen in een Siberisch landschap. Tegen de noordoostenwind in de honderdvijftig kilometers van de Holland-Venetië tocht onder de schaatsen laten wegglijden.
Helaas. Zulke afstanden zijn voor mij niet weggelegd. Als ik al op de schaats sta, is het op de mooi geprepareerde ijsbaan van De Lier, die na nachten van keihard werken weer net wat eerder open was dan de concullega’s van de ijsbaan van Schipluiden. Of héél misschien krabbel ik een stukkie weg op de Naaldwijkse Vaart in de richting van de tankval. Moet ik dan wel in mijn eentje naar toe, want mijn echtgenoot is niet tot enige winterse schaatsinspanning te bewegen. Die trekt al een extra trui aan wanneer hij in de krant een strip over pinguïns zit te lezen. Met de thermostaat op vierentwintig. Koukleum. Ook mijn zoon gaat in een dergelijk geval niet met me mee. Maar da’s heel andere koek en zopie. Die kan net zo naar een échte kouwe winter uitkijken als ik. Zodra het ook in het Westland begint te vriezen begint hij over “Vlaardingen”. Die keren dat het ook bij ons echt winterde, zoals begin verleden jaar, is hij niet van het ijs te slaan. Meerdere keren is hij, met een paar andere jonge Westlandse schaatshelden, de beroemde Vlaringse moppen wezen halen die hij bij thuiskomst trots ronddeelt. ‘Prima toggie, moeders, was weer helemaal goud’. Nee, die is mijn krabbelniveau volledig ontgroeid. Misschien wel daarom verlang ik zo naar de komst van de onverstaanbare dialecten op radio en televisie. Omdat dat betekent dat het ook weer tijd is voor die oeroude Westlandse traditie: schaatsen van Westland naar Vlaardingen. Daar een paar biertjes doen en dan proberen de zak met moppen, volgens traditie verpakt in een boerenzakdoek, zonder vallen, heelhuids thuis te krijgen. Kom op Koning Winter, gun mij een moppie!

zondag 19 januari 2014

Een zorgelijke bevalling

Na alle meldingen op radio en tv dat tot 31 december 2013 van zorgverzekeraar veranderd kon worden, besloot ik in de schaarse vrije dagen rond Kerst en Oud & Nieuw ook maar eens te onderzoeken of dat voor mij voordeliger zou zijn. Alle verzekeringspapieren werden op de eettafel uitgespreid: de polis, de papieren van het basispakket, de uitleg van de aanvullende verzekering en mijn speurtocht kon beginnen. Eerst maar eens goed bekeken waar ik nu voor verzekerd ben en of dat pakket nog wel relevant is. Dat bleek het niet te zijn. Gezien mijn leeftijd is het niet nodig om nog voor kraamzorg verzekerd te zijn. Wel zal de tandzorg wat extra aandacht nodig hebben. Nog eens goed op de polis gekeken en voor tandzorg werden maar liefst 3 pakketten aangeboden. Ik bleek automatisch door de zorgverzekeraar bij de duurste te zijn aangesloten. De eerste zucht ontsnapte al aan mijn lippen. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen, dus die 3 pakketten werden door mij vergeleken. Nu is het hebben van een gebit in de staat waarin het mijne verkeert, ongeveer vergelijkbaar met een soort loterij. Je valt in de prijzen of niet. Het ene jaar mankeren de tandjes niets, het andere jaar is het een hel om wat nog resteert enigszins in stand te houden. Geen verzekeringspakket kan voorspellen wat ik het komende jaar nodig zal hebben, dus die keuze viel niet mee. ‘Altijd gebaseerd op angst,’ bedacht ik nog. Daarom eerst maar eens verder gekeken binnen de aanvullende verzekering en wat ik daaruit kon laten vallen. Al snel bleek dat ik daarin geen vrije keuze had qua onderwerp. Ik kon kiezen uit maar liefst 4 aanvullende pakketten, ieder met een andere naam en allen voorzien van verzekering voor kraamzorg.
Omdat verzekeraars net zo veranderlijk zijn als het weer, keek ik voor de zekerheid even op hun website om te bepalen of die pakketten van 2013 ook voor 2014 geboden zouden worden. ‘Koffie?’ vroeg mijn echtgenoot vriendelijk. Enigszins verstoord keek ik op uit de puzzel waar ik nu al enkele uren in verdiept zat. ‘Ik snap er geen bal meer van,’ mompelde ik, en ‘ja, geef mij maar een bakkie. Dat begrijp ik tenminste.’ De website bleek eerst niet te benaderen, maar na enige pogingen lukte het. Nu nog op zoek naar de aanvullende pakketten. Het bleek dat mijn intuïtie me niet in de steek had gelaten: de aanvullende pakketten op de website hadden niet alleen een andere naam, maar ook een heel andere inhoud gekregen. Op de kraamzorg na dan, die zat nog in elk pakket. Een tweede zucht ontsnapte aan mijn lippen. ‘Lukt het?’ trapte echtgenoot vriendelijk een open deur in, terwijl hij de kop koffie neerzette. ‘Nee, volgens mij moet je hogere wiskunde gestudeerd hebben om hier uit te komen,’ antwoordde ik verongelijkt. ‘Kijk eens op zo’n vergelijkingssite,’ tipte hij. ‘Goed idee!’ veerde ik blij op. Snel de bewuste website opgezocht en de naam van mijn verzekeraar opgezocht. Tevergeefs, die stond er niet bij. De maatschappij had geen toestemming gegeven gebruik te maken van hun gegevens. ‘Lekker betrouwbaar,’ ontsnapte een derde zucht mijn lippen. Ik besloot de hele mieterse boel weer op te ruimen en van mijn vrije tijd te gaan genieten.
Toch bleef het in mijn achterhoofd knagen: die verzekering van mij deugt niet. In vergelijking met die van mijn gezinsleden is ie beslist te duur. Twee dagen later dus opnieuw de hele santekraam op de eettafel uitgespreid. Ik gaf me toch zeker zomaar niet gewonnen door al die rookgordijnen die opgetrokken werden om het een gewone burger onmogelijk te maken? Maar ook nu weer bleek mijn wiskundeknobbel zich niet verder ontwikkeld te hebben. Ondertussen was er nog een volgend vraagstuk aan de verzekeringskwestie toegevoegd: de hoogte van de eigen bijdrage. Daaropvolgend probeerde ik nog te ontleden hoe ik nu verzekerd ben tijdens buitenlandse reizen en of ik daar zelf nog iets extra’s voor moest afsluiten. Volgens verontrustende krantenberichten moest ik dat wel degelijk doen. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: het is me uiteindelijk gelukt een ander, voordeliger pakket te vinden. Een hele bevalling. Daarom misschien wel gelukkig dat kraamzorg nog steeds in dit pakket is inbegrepen. En nu maar hopen dat ik er niets van nodig zal hebben, want het blijft een gok; gezondheid is niet te koop. Ik wacht maar af wat 2014 me zal brengen op dit gebied en weiger me aan de loterij van noodscenario’s en onmogelijke keuzes over te leveren. Dat laatste doe ik over een poosje wel weer als de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Westlands burgervader heeft nu al in zijn nieuwjaarstoespraak de wens uitgesproken dat de politieke partijen ‘op de bal spelen en niet op de man’. Tja… dan zal ‘de man’ zich daar ook naar moeten gedragen en geen aanleiding moeten geven. Om dat te begrijpen hebben de Westlandse burgers gelukkig geen hogere wiskunde nodig! We houden het nauwlettend in de gaten…

zondag 29 december 2013

Terugblik

Aan het eind van het jaar is het altijd gebruikelijk om een terugblik op het afgelopen jaar te werpen. Er is veel gebeurd en er is veel geschreven. Over de ijspret van de vorige winter, de kroningsdag, het overlijden van prins Friso, de voedselproductie in het Westland, geëmigreerde en geïmmigreerde Westlanders, het Varend Corso, de participatiemaatschappij, het Westlands Streekmuseum, gedoe over Zwarte Piet, politiek gekonkel, het overlijden van Mandela en de crisis. Met name het laatste onderwerp heeft velen bezig gehouden. Niet in het minst omdat het voor iedereen inmiddels een persoonlijke bedreiging is geworden. Banen die zijn weggevallen, bedrijven die zijn omgevallen en het gemak waarmee werknemers op straat kunnen worden gezet is niemand in de koude kleren gaan zitten. Een oorzaak van onrust in het leven van velen.
Om even afstand te nemen van al dat akeligs, is het goed om te proberen zo nu en dan op iets anders te focussen. De kerstdagen en Oud en Nieuw zijn daar prima gelegenheden voor. Persoonlijk loop ik graag wat kerstmarkten af, zo ook dit jaar. Ik heb er weer van genoten. De kerstmarkt in de sfeervolle Oude Kerk in Naaldwijk en de kerstmarkt in De Nederhof in Honselersdijk verdienen een pluim wat mij betreft. Afgelopen weekend nodigde niet echt uit om eens lekker naar buiten te gaan, maar de kerstmarkt bij De Nederhof vond gelukkig in tenten plaats. Gezellige kraampjes met heerlijke hapjes, knutsels en frutsels die het allemaal zo knus maken in huis. Ik heb ervan gesmuld! De bewoners hielpen een handje mee bij de stand met glühwein. Op hun gemak bedienden ze de bezoekers, voerden ze ingewikkelde rekensommen uit met wisselgeld en iedereen had het geduld daar op te wachten. Kom daar in de supermarkt maar eens om. Men zou hier iets van kunnen leren, want waarom al dat gehaast en gestress? Het leven is zo al ingewikkeld genoeg.
Het komende jaar biedt weer volop kansen, onder andere voor WestlandTheater De Naald dat nu eindelijk verzelfstandigd is. Ik wens hen het allerbeste toe en hoop dat het – toch al hoge niveau – minstens gehandhaafd zal blijven. U zult mij niet horen klagen over de uitstekende programma’s die ik hier met regelmaat bezoek. Volkomen tot genoegen!
Het komende jaar biedt ook weer volop kansen voor u. Of u nu een nieuwe baan zoekt, een nieuw bedrijf start, een huis koopt of verkoopt, het maakt niet uit: er zijn altijd weer kansen om er iets van te maken. Misschien bent u wel degene die ‘het woord van 2014’ lanceert. Het woord van 2013 luidt ‘selfie’ aldus de nieuwsberichten. Ik had er nog nooit van gehoord, maar heb het mij laten uitleggen. Gewoon in het Westlands: “ Een ‘selfie’ is ut zellufde as een foto van je aige poszegel.” En dan wel door jezelf gemaakt. Bij nader inzien zie ik regelmatig ‘selfies’ op Facebook langskomen. Meestal niet de fraaiste foto’s, maar goed, in de individualistische maatschappij waar we in leven valt het kennelijk niet mee om aan iemand anders te vragen een leuke foto te maken. En da’s jammer, want ik kan u garanderen dat daar soms hele leuke korte contacten door ontstaan. Ik herinner me een paar vakanties waar Aziatische meisjes giechelend onze camera hanteerden, wij gevraagd werden mooie Indonesische dames te fotograferen, of mensen spontaan naast ons gingen staan om met die vreemde, witte, lange buitenlanders op de foto gezet te worden. Een aanrader, want er komt veel lol aan te pas. Niet meer doen dus, zo’n ‘selfie’. Het is veel leuker de foto door anderen te laten maken in plaats van dat narcistische gedoe om in beeld te komen. Bovendien klinkt het woord ook niet als een Nederlands woord, laat staan een Westlands woord. Nu heb ik geen idee wat het nieuwste Westlandse woord is, maar er zal ongetwijfeld een uitbreiding van onze woordenschat zijn geweest het afgelopen jaar. Ik ben benieuwd of we die in 2014 ook gaan bekend maken. Van mij mag het, dus stuur ze gerust naar de redactie als u er eentje weet (redactie@groot-westland.nl tav Joke). Ik deel ze graag met u.
Rest mij om u een fantastisch 2014 te wensen met veel gezondheid en geluk! Wees voorzichtig met vuurwerk; we zien elkaar over 2 weken weer terug.

vrijdag 27 december 2013

Kerstcampagne

Een beetje fantaseren heb ik altijd al leuk gevonden. Om serieuze zaken wat te relativeren is het natuurlijk een geweldige manier om wat ‘lucht’ in bepaalde zaken te krijgen. Daardoor komen mensen soms op de beste ideeën. Die les heb ik al vroeg geleerd, toen ik nog uitging in de toenmalige soos ‘‘t Tendum’. Dan bedoel ik niet de soos die later bij de locatie van WestlandTheater De Naald was gevestigd, maar het oude gebouw van de brandweer dat nog tegenover het Naaldwijkse gemeentehuis stond, voordat De Naald in beeld kwam. Onder vlag en wimpel van ‘de kerk’ kwamen hier jongeren van ongeveer 15 tot 25 jaar bijeen om elkaar te ontmoeten, samen wat te drinken, muziek te luisteren en gezellig een praatje te maken. Een soort voorloper van een hok, maar dan legaal en gecontroleerd.
In die soos gebeurde van alles. Een groep DJ’s zorgde voor diverse stijlen muziek, het bestuur zorgde dat er voldoende drank en tosti’s waren, de bargroep kocht de drank in, er was een schoonmaakploeg die alles pico bello op orde hield en een Actiegroep die met regelmaat een programma verzorgde. De benaming van die Actiegroep was een beetje ongelukkig gekozen, want ik heb nogal eens uit moeten leggen dat het hier niet om rebellerende jongelui ging, maar om een groep jongeren die actief feesten organiseerde. Van die Actiegroep hebben mijn echtgenoot en ik jarenlang deel uitgemaakt. Iedere week kwamen we met een groepje bijeen op de zolder van de soos en onder het genot van een bak koffie en een heerlijke cake (van één van de leden die een bijbaantje bij de bakker had) verzonnen we de gekste dingen. Wat te denken van een strandfeest, midden in de winter. Een hoop zand in een hoek, emmertjes en schepjes erbij, zomerkleding aan en de verwarming hoog. Een spelletje was snel verzonnen en we waren weer een poosje van de straat. Ook herinner ik me een Indiaas feest. Met z’n vijven kookten we voor tientallen gasten een drie-gangen maaltijd uit een Indiaas kookboekje dat we toentertijd in Den Haag op de kop moesten tikken, want zulke ‘buitenissigheden’ kon je niet in het Westland vinden. Ik spreek over de jaren zeventig. Natuurlijk kwam ook iedereen hier zoveel mogelijk verkleed langs en ik herinner me dat de maaltijd in zeer goede smaak viel. Eén van de gerechten staat bij mij nog regelmatig op het menu. Met muziek van Ravi Shankar op de achtergrond was iedereen al snel in de stemming. Ook organiseerden we een keer een kinderfeestje. Iedereen kwam verkleed als klein kind; meisjes in korte rokjes met strikjes in het haar, jongens in korte broeken, we aten taart en speelden kinderspelletjes en wij, pubers, hadden de grootste lol. Diverse avonden werden er zelfverzonnen sketches opgevoerd en soms huurden we een film of een band. Een heerlijke tijd is dit geweest. Verkeringen ontstonden en gingen weer uit. De eerste stelletjes verloofden, trouwden en bleven ook nog lange tijd na hun huwelijk langskomen in ‘de soos’, zoals we ‘t Tendum zelf noemden.
Natuurlijk werden er ook bijeenkomsten georganiseerd die met ‘de kerk’ te maken hadden. Op zondagavond was er een plek voor een Bijbelstudiegroep. En uit die groep was een delegatie actief in het organiseren van uitjes voor verstandelijk en lichamelijk beperkte jongeren. Op een dag klopte deze groep aan bij de Actiegroep met de vraag of er iets te verzinnen was om meer geld te verwerven voor de uitjes. De pot was leeg en de jongeren genoten altijd zo van de uitjes. En in een mum van tijd werd er een Rad van Avontuur georganiseerd, zetten we kraampjes neer met spelletjes en zelfs een schiettentje waar je op kaartjes kon mikken met een kermisgeweer. Aan vergunningen en regeltjes werd door ons niet gedacht, alles was mogelijk, de wereld lag nog voor ons open. En over het algemeen verliep alles uitstekend. Veel werk werd in die tijd verzet, belangeloos en lonend. Het was geweldig hoe iedereen zijn en haar schouders eronder zette om iets voor elkaar te krijgen, nu ik daar zo op terugkijk.
Als vanzelfsprekend spraken we met elkaar af om op Kerstavond naar de kerk te gaan. We verzamelden voorafgaand aan de kerkdienst in de soos en na de dienst dronken we daar nog iets, of gingen we naar huis. En natuurlijk was daar ‘ome Jo’, die ieder jaar voor een breed gehoor een mooi kerstverhaal kwam vertellen. Het klinkt allemaal erg zoetsappig, maar ik heb er warme herinneringen aan. Wat dat betreft vind ik het verbazingwekkend hoe snel de kerken zijn leeggelopen. De kerken doen hun uiterste best om jongeren opnieuw te stimuleren langs te komen. Zelfs zó hun best dat er wel eens actiegroepen uit ontstonden die campagnes voerden, die 'op het randje' zijn. Zo strandde ik op een bericht uit de jaren negentig dat vertelde over zo’n campagne. Er werden posters geplakt met de volgende tekst: “Baaldag? Je bent maagd, je hebt zojuist een kind gekregen en nu duiken er drie koningen op.” Deze ongebruikelijke tekst stond in 1996 afgedrukt op een poster waarmee Engelse kerkleiders jonge niet-kerkelijken de komende kerst naar de kerk wilden lokken. In flitsende kleuren paars en groen stonden er drie punkachtige koningen boven de tekst afgedrukt. “Ontdek de happy end in de kerk bij jou om de hoek”. De campagne leidde tot woedende protesten. Een beetje shockerend was het wel, maar ik kan er persoonlijk om lachen. Het valt immers niet mee om het kerstverhaal mee te laten groeien naar de huidige tijd. Tenslotte moet het wel allemaal een beetje begrijpelijk blijven, toch? We willen graag overal een verklaring voor vinden, vraagstukken worden snel opgelost via internet. Maar is het nu werkelijk zo, dat alles begrijpelijk moet blijven? Of staan we nog open om een beetje weg te dromen bij de kerstboom en naar het kerstverhaal te luisteren, zonder meteen allerlei lastige vraagstukken op te werpen? Om te luisteren naar de boodschap die erachter schuilt? Ik hoop dat het u nog zal lukken. Persoonlijk ben ik erg benieuwd naar de kerstboodschap van Paus Franciscus, een man die als een raket in populariteit stijgt. Een charismatische man, die nieuwe paus. Hoewel ik niet katholiek ben, interesseert deze eenvoudige man mij en met mij, vele anderen. Geen poespas, geen fluorescerende posters met shockerende mededelingen, geen kerstfeesten waarbij vele cadeaus de ronde moeten doen, geen kerststress over uitgebreide maaltijden, maar wel enige realiteitszin voor de huidige tijd en omstandigheden waarin we leven. Eentje van het soort ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Past goed bij de Westlandse mentaliteit. Hij zou in al zijn eenvoud, zonder ook maar enige campagne te voeren, wel eens vele jongeren de kerken in terug kunnen lokken…
Ik wens iedereen fijne Kerstdagen!

maandag 16 december 2013

Integriteit en meditatie

De boeiendste uitspraak die ik de afgelopen week hoorde, luidt als volgt: ‘In Nederland zijn we de afgelopen tijd zó integer over van alles en nog wat, we kunnen maar beter weer met z’n allen naar de kerk gaan’. Zijn we echt weer aan het verworden tot een land van dominees en pastoors? Je zou het haast gaan denken... Dit alles natuurlijk naar aanleiding van de vermeende discriminatie die wij Nederlanders plegen door ieder jaar Zwarte Piet ten tonele te voeren, stelletje koloniale overheersers die we zijn, en de vermeende stigmatiserende uitspraak ‘nummer 39 met lijst’ van Gordon tegen een zanger van Chinese afkomst. Ik schrijf bewust het woordje ‘vermeend’, want ik wil er geen mening over hebben. Over het waarom, zal ik verderop in deze column terugkomen. Eerst wil ik u een volkomen fictief sprookje vertellen. In Sprookjesland, een wonderschoon gebied vol innovatieve techniek waarmee sappige producten worden opgekweekt, speelt momenteel een integriteitkwestie. Prof. Mr. B.R.D. Boom, hoogleraar bestuursrecht, is namens de politieke sprookjespartij Slim Oostland HENKIE2.1 gevraagd onderzoek te verrichten naar de integriteit van burgemeester Jan van der Boom en de wethouders Tinus Druiventuin en Abed el Abad. De wethouders zouden familieleden bevoordeeld hebben en de burgemeester zou de sprookjesraad niet volledig hebben geïnformeerd. Owuhowuh... jazeker, zie ik daar al een eerste voorzichtige domineesvinger die wordt opgestoken? Zo hard als ze werken in Sprookjesland zo snel word je er als wethouder of burgervader aan de schandpaal genageld. Ik wil er zelf eigenlijk geen mening over hebben, zoals ik al eerder vermeldde. Het heeft misschien wel te maken met een nieuw soort angst die we elkaar aan het aanpraten zijn. Niet in het minst wil ik me echter van een mening onthouden, omdat ik mij na een cursus ‘Leer (mindfull) mediteren in één dag’ daarin aan het oefenen ben. Nee, niks zweverigs. Ik blijf met beide benen op de grond. Als u dezer dagen al wat boven op de daken ziet, is het vast een Spaanse bisschop in gezelschap van een paard en wat flex medewerkers. Heus, ik zweef uw dakje niet voorbij, en ook bevind ik me niet met mijn kop in de wolken of vlieg ik naar de regenboog. Er is niks zweverigs aan, aan mindfull mediteren. Mindfulness betekent: volledig aanwezig zijn in het moment, zonder oordeel, aandacht geven aan wat er gebeurt. En ik kan u verzekeren dat dat verdraaid lastig is. Wie er eens even rustig voor gaat zitten, zal merken dat gedachten alle kanten oprennen en we beslist niet zuinig zijn in het plakken van etiketjes als ‘Nederlanders discrimineren’, ‘Gordon is stigmatiserend’, ‘burgemeester en wethouders van Sprookjesland zijn niet integer’. Natuurlijk vertoon ook ik die neiging, want zo hebben we elkander in dit land nu eenmaal opgevoed. We zijn met z’n allen bepaalde zaken als ‘normaal’ gaan zien en andere zaken als ‘abnormaal’ en daarop baseren we onze mening. Maar wat is normaal? Als veel mensen iets doen, vinden we dat normaal. Vijftig jaar geleden was het normaal dat de kerken vol zaten. Tegenwoordig vinden we dat niet normaal meer. Is een “volle bak” voor dominee of pastoor meer uitzondering dan regel. Toen ik een klein meisje was, een klein stukkie terug in de vorige eeuw, was het normaal dat slechts een enkeling een auto bezat. Of een telefoon. Tegenwoordig denken we daar heel anders over. Wie zonder auto of telefoon leeft, wordt al snel als een artistieke kluizenaar betiteld, want het is toch ‘normaal’ dat je overal naar toe kunt en altijd met iemand kunt bellen of appen? Een politicus (of een schrijfster van columns) die mediteert, werd nog niet lang geleden als ‘zweverig’ gezien. Nu staat gewoon in de Libelle dat Erica Terpstra iedere dag een kwartiertje mediteert. En dat is een leuk mens, die Erica. Vrolijk en ‘authentiek’, zoals we tegenwoordig plegen te zeggen. Niks zweverigs aan. En mensen die we sympathiek vinden, vinden we al snel normaal. Maar ja, dat zijn dan toch weer een heleboel oordelen die ik hier over iemand vel. Natuurlijk voel ook ik enige verontwaardiging als ik de sprookjesberichten over Jan van der Boom, Tinus Druiventuin en Abed el Abad lees. Teleurstelling zelfs. Maar als je naar de andere kant van dit verhaal kijkt, zou er wel eens een heel ander gevoel kunnen opkomen. En de exacte feiten zijn nog niet boven tafel gekomen, dus waar zou ik me nu al druk om maken? Om een krantenbericht uit de Oostlandse bijlage van Sprookjeskrant? Is datgene wat we in kranten lezen dan de enige en volkomen waarheid? Het gaat hier om aardige mensen, voor zover ik dat in de sprookjesboeken kan lezen. Ze zijn bereid om het beste voor de burgers over te hebben en zich daar sterk voor te maken. Zo rende Van der Boom het afgelopen weekend nog naar de Oostlandse dorpskern Natte Stad om aan de rand van zijn regeringsgebied een akelige brand te aanschouwen en de zaken aldaar in goede banen te leiden. Midden in zijn vrije weekend en midden in de nacht. De beste man is niet te benijden. En wie heeft trouwens bedacht dat familieleden volkomen uitgesloten moeten worden van rechten waar andere burgers wel gebruik van mogen maken? Is dat dan geen discriminatie? Nee, laat mij maar proberen de (voor)oordelen aan de kant te houden, ook al vind ik dat moeilijk. Geen mening van mij deze keer. Veel te link in deze ‘lange-tenen-tijd’. Dat is echter niet bepaald een houding die handig is om een column mee te schrijven. Tenslotte biedt dat juist een platform om eens even lekker te spuien wat je ergens van vindt. Daarom hierbij nog eentje om het af te leren… Die prof. mr. B.R.D. Boom… zou dat soms verre familie zijn van burgervader Van der Boom? U heeft toch ook wel eens gehoord van familienamen die mettertijd door ambtenaren zijn verhaspeld? Zou Van der Boom een achter-, achter-, achterneef hebben die nog een baantje zocht? Zou hij Slim Oostland HENKIE2.1 ingefluisterd hebben dat hij en zijn wethouders eigenlijk zo integer zijn als de pest, maar dat ie een kruiwagentje nodig heeft om zijn verre familielid aan het werk te helpen? Want dat HENKIE2.1 als een echte sprookjes tuinkabouter kruiwagentjes gebruikt, dat heeft ie al eerder duidelijk aangetoond tijdens de sprookjesraadsvergadering, dus daar moet je wezen… Ik weet het allemaal nog niet zo nauw. Dit nieuwsberichtje gaat vast nog wel een staartje krijgen. Als u het tenminste nog gelooft na dit verhaal. Maarruh, voordat u meent boos in de pen te moeten klimmen á la een ware ‘lange-tenen-tijd-volgeling’… lees dan eerst even deze disclaimer: we hebben met grote zorg en naar beste vermogen de informatie in deze column samengesteld. De informatie over de sprookjesartikelen die wij in deze krant publiceren, is afkomstig van andere sprookjeskranten. Iedere gelijkenis met bestaande personen en situaties berust op louter toeval. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud van deze informatie. En zij leefden nog lang en gelukkig…

De crisis voorbij en andere ongeloofwaardige nieuwsberichten

We kunnen gelukkig weer opgelucht ademhalen: de crisis is voorbij! Dat werd althans de afgelopen weken volop in ‘het nieuws’ beweerd. Nu heb ik de afgelopen periode niet goed begrepen wat men met het woord crisis bedoelt, want ik associeer dat eerder met een kortdurende noodsituatie en niet met een noodsituatie waar we met z’n allen 4 jaar in blijven zitten. Want zo lang duurt die crisis al. Maar nu schijnt ie voorbij te zijn. We kunnen opgelucht ademhalen, schouders eronder en aan het werk! Niet zeuren. Dream on… was het maar zo. In mijn omgeving zie ik nog steeds dezelfde mensen die zich het ongans zoeken naar een baan. De terugval aan inkomens noodzaakt sommigen hun huis te verlaten; ze zinken steeds verder weg in financiële ellende. De nieuwe woningen die achter mijn huis zijn gebouwd, zijn nog steeds niet allemaal verkocht en die toestand duurt al langer dan een jaar. Opnieuw heb ik een aantal winkels de deuren zien sluiten. Uit armoede is er in winkelcentrum De Tuinen zelfs een leeg pand verhuurd aan de goedheiligman, tenslotte moet die ook nog ergens wonen. Winkeliers testen uit of koopzondagen nu wel renderend zijn en uit navraag blijkt dat ze hier nog steeds grote twijfels over hebben. Toch is er besloten dat de crisis voorbij is, maar ik merk er nog helemaal niks van. In dezelfde kranten die beweren dat de crisis voorbij is, wordt beweerd dat de werkloosheid tot en met 2014 nog zal toenemen. Volgens mij kan dat geen goed effect hebben op de economie, maar ook dat zal ik waarschijnlijk niet goed begrepen hebben, want de crisis is voorbij. De economie is met 0,1% gegroeid en iemand heeft besloten dat het dan goed gaat. Ik zou niets liever willen, hoor, begrijp me goed. Maar ik zie het nog niet zo goed als ik om me heen kijk. Statistiekjes op internet tonen dat alleen Griekenland nog achterblijft in de economische groei en net boven de nullijn zien we Portugal en daaropvolgend Nederland staan. De grootste groei vertoont zich in Aziatische landen, waar nog een hele slag te maken valt. Toch ben ik van mening dat die stelling dat de crisis voorbij is, een goeie is. Tenslotte hebben we elkaar tijdens de crisis ook voor de gek gehouden. Als je een heel volk vertelt dat er een crisis is, dan reageert dat volk door de hand op de knip te houden en creëer je een self fulfilling prophecy. Ik stel voor dat we ons allemaal nogmaals voor de gek moeten houden en we massaal moeten aannemen dat de crisis voorbij is. De grootste gemene deler van het Nederlandse volk gaat dan namelijk weer geld uitgeven, huizen worden weer verkocht en gebouwd, winkeliers zien weer klanten en de werkloosheid zal dalen. Als we met z’n allen geloven dat de crisis voorbij is, dan is ie dat ook. De gevolgen van de crisis zullen zich als sneeuw voor de zon oplossen, want het zijn de gevolgen waar we nog inzitten en niet de crisis. Die is namelijk volgens mij allang voorbij. Nu ik daarnet de term ‘als sneeuw voor de zon’ bezigde, moet ik weer denken aan een ander nieuwsbericht waar ik mijn twijfels over had. Er is opnieuw een horrorwinter aangekondigd! Jawel, u leest het goed: ‘iemand’ heeft beweerd dat we sneeuw, strenge vorst en veel gladheid op de wegen kunnen verwachten deze winter. Ik vind het razendknap om zo’n voorspelling te doen, want niets zo veranderlijk als het weer. En al helemaal in Nederland. Dit nieuwsbericht maakte me uiterst wantrouwig. Wie beweert dit, vroeg ik me af. En ja hoor, een paar dagen later bleek er een fabrikant van strooizout achter deze bewering te schuilen. Goed voor de verkoop van strooizout, winterbanden, sneeuwschuivers, schaatsverkopers, koek en zopie tenten etcetera. Ik vond het ontzettend slim. Zou er ook wel een paar willen verzinnen, hoewel ik me liever niet schuldig maak aan bedrog. Toch bedenk ik er een paar. ‘De energieprijzen dalen’ zou wel een aardige zijn. Tenslotte heeft heel Nederland daar profijt van en er zijn energiebedrijven die beweren dat ze goedkoper zijn dan andere en de prijzen dalen. Maar dan stoken we weer de aardgasvoorraad op en helpen we het milieu naar de vaantjes, dus laat ik dat maar niet doen. ‘De pensioenleeftijd kan weer naar beneden’. Da’s volgens mij wel een hele goeie, maar zoals u zal begrijpen, volslagen uit de lucht gegrepen. Het is me nog niet duidelijk of het grote graaien bij banken en pensioenfondsen nu achter de rug is. Een daling van de pensioenleeftijd creëert in ieder geval weer banen voor de mensen die tijdens de crisis – die (om in de juiste mindsetting te blijven) VOORBIJ IS – hun baan zijn kwijtgeraakt. Kent u die grap van een café eigenaar die een bordje in zijn kroeg had gehangen waarop te lezen stond ‘Morgen gratis bier’? Daar trappen we toch niet in? Enfin, u zal zelf ook vast wel wat leuke nieuwsberichtjes kunnen verzinnen die enorme gevolgen kunnen hebben. Ik adviseer alleen om bij alle stellige beweringen in kranten consequent te denken ‘morgen’ of ‘volgend jaar’. Morgen begint de crisis. Volgend jaar komt er een horrorwinter. Morgen is de crisis voorbij. Kan het in de realiteit nooit tegenvallen. Ga ik nu een lekker biertje drinken. Een betaalde weliswaar, maar daar smaakt ie mij niet minder om.